© https://pxhere.com/nl/photo/827342

Rutte-3 geeft de burger (alweer) een klap in het gezicht

    Ewald Engelen preludeert op het Kamerdebat van vandaag: het geld dat het kabinet overhoudt nu de afschaffing van de dividendbelasting niet doorgaat, deelt Rutte pertinent aan de verkeerde mensen uit.

    En zo ging de voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting alsnog van tafel. Niet door de druk van de verzamelde oppositie, het schrijf- en demonstratiewerk van een handvol ngo’s, of het virtuele burgerlijke oproer op Twitter en Facebook. Wel door de hooghartige afwijzing van Ruttes gift door het bedrijf waarom het uiteindelijk allemaal te doen was geweest: Unilever.

    Doordat Britse vermogensbeheerders Unilever door de voorgenomen verhuizing naar Rotterdam uit de Londense beursindex zagen vallen en dus gedwongen zouden worden allemaal op ongeveer hetzelfde moment hun aandelen te verkopen, dreigde een aandeelhoudersoproer op de vergadering van 26 oktober aanstaande. Polman koos eieren voor zijn geld, trok het verhuisplan in, en zette Rutte voor het front der natie opzichtig voor schut.

    De oppositie viert het terecht als een overwinning van het gezonde verstand. Iedere argumentatie voor het plan ontbrak, terwijl de belastingbetalers er elk jaar een fikse veer voor moesten laten. Inmiddels ligt een herzien belastingplan voor en lijkt het voor de oppositie een Pyrrhus-overwinning te zijn geweest. Rutte-3 hevelt de 1,9 miljard euro die het handhaven van de dividendbelasting oplevert namelijk doodleuk over naar een verdere verlaging van de vennootschapsbelasting. Die was 25 procent en wordt nu 20,5 in plaats van 21 procent, terwijl het lage tarief niet naar 16 procent gaat (zoals in het regeerakkoord stond) maar naar 15 procent. Het kost de belastingbetaler pakweg tweederde van het bedrag dat het niet afschaffen van de dividendbelasting oplevert. De rest gaat naar wat klein grut, maar blijft in de fiscale bedrijfskolom.

    Kennelijk wil Rutte-3 koste wat het kost het begrotingsoverschot van 6 miljard euro – de afgelopen zes jaar door u en mij bijeengebracht, via pakweg 50 miljard euro aan lastenverzwaringen en bezuinigingen – doorsluizen naar het bedrijfsleven. Gaat het niet via de afschaffing van de dividendbelasting, dan via de verdere verlaging van de vennootschapsbelasting. Wat dit tot een van de grootste herverdelingsoperaties uit de naoorlogse geschiedenis maakt. Herverdeling van arm naar rijk, wel te verstaan, van arbeid naar kapitaal. Het had zo uit de koker van Reagan en Thatcher kunnen komen: ‘trickle-up economics’.

    Het is om minstens vier redenen onwenselijk.

    Het sociale contract is ontwricht

    Ten eerste wordt steeds duidelijker dat de neoliberale economische orde die sinds het einde van de jaren zeventig is opgetuigd, het sociale contract tussen arbeid en kapitaal ernstig heeft ontwricht. Wat data om dat te illustreren. De inkomensgroei in Nederland stagneert nu al veertig jaar. De arbeidsinkomensquote is sinds eind jaren zeventig met twintig procentpunten gedaald. De loonontwikkeling blijft al jaren achter bij de arbeidsproductiviteit. Het grootbedrijf zit op historisch ongekende kasreserves. De salariskloof tussen bedrijfstop en werkvloer is nog nooit zo groot geweest. Het grootbedrijf investeert nauwelijks en verliest zich meer en meer in spilzieke fusies en overnames. De bijdrage van het grootbedrijf aan de schatkist is in twintig jaar bijna gehalveerd, van 17 procent van de belastinginkomsten in 2000 naar 7,2 in 2018). De investeringen van het Nederlandse bedrijfsleven in onderzoek & ontwikkeling behoren tot de laagste van de Europese Unie. Bedrijven als Unilever, Shell, Philips, Akzo en Heineken hebben in dertig jaar tijd hun personeel in Nederland met driekwart verkleind door hun productie naar lagelonenlanden te verplaatsen.

    De feitelijk betaalde tarieven zijn door belastingontwijking en aftrekposten naar schatting een fractie daarvan

    Oftewel, er is iets goed mis met het gemondialiseerde kapitalisme van vandaag de dag – en dan heb ik het nog niet eens over de ecologische rampspoed die het heeft veroorzaakt. Dan verwacht je maatregelen die het sociale contract herstellen. Niet maatregelen die de bestaande machtsongelijkheid verder bestendigen, en het sociale contract verder ontwrichten. Wie dat toch doet, zoals Rutte-3 met de verlaging van de vennootschapsbelasting, moet niet vreemd opkijken als het zaad van het populisme verder tot wasdom komt.

    Wie het snelste beneden is

    Ten tweede omdat Nederland hiermee de race naar beneden op het gebied van kapitaalbelastingen een extra zet geeft. Zoals Rodrigo Fernandez en Frans Bieckmann bij FTM lieten zien, zijn de tarieven voor de vennootschapsbelasting in de meeste West-Europese en Noord-Amerikaanse landen de afgelopen veertig jaar in twee golven zo ongeveer gehalveerd, van gemiddeld veertig procent eind jaren zeventig naar twintig procent in de 21e eeuw. En dan hebben we het over de officiële tarieven. De feitelijk betaalde tarieven zijn door belastingontwijkingsconstructies en aftrekposten naar schatting een fractie daarvan.

    Sinds de crisis proberen de grote landen die het meest te lijden hebben van belastingontwijking door multinationals, kleine landen die van het faciliteren van belastingontwijking hun verdienmodel hebben gemaakt, steeds meer de duimschroeven aan te draaien. Als je moet bezuinigen telt nu eenmaal iedere euro aan gederfde belastinginkomsten. En dus is onder de vlag van de OESO, de club van rijke landen, geprobeerd paal en perk te stellen aan de vele ontwijkingsconstructies die de Nederlandse, Luxemburgse, Belgische en Ierse wetgever in nauwe samenspraak met het grootbedrijf en hun fiscale handlangers bij PWC, EY, KPMG en Deloitte de laatste decennia hebben opgetuigd. ‘Base erosion and Profit Shifting’ heet het. Afgekort: BEPS.

    De beleidsrespons wordt nu zichtbaar. Om aantrekkelijk te blijven voor mobiel kapitaal zijn de Europese belastingparadijzen in een wedren naar beneden terecht gekomen. Als het Verenigd Koninkrijk de dividendbelasting afschaft, volgt Nederland. Als Ierland en Luxemburg de vennootschapsbelasting verlagen volgt Nederland. Door de initiatieven van de OESO is de kloof tussen de officiële tarieven en de feitelijk betaalde tarieven fors afgenomen. Rutte-3 compenseert nu de hogere werkelijke belastingdruk voor multinationals door de officiële tarieven te verlagen. Dat is wat hier op de achtergrond speelt. En als Nederland zo’n stap zet, kun je er vergif op nemen dat de andere belastingparadijzen volgen. Zo werkt het nou eenmaal in de haasje-over-wereld die de neoliberale revolutie van de jaren zeventig heeft gecreëerd.

    Sociaaleconomische versus fiscale motieven

    De derde reden waarom verlaging van de vennootschapsbelasting onwenselijk is heeft te maken met wat we weten over welke vestigingsfactoren relevant zijn voor de locatiebeslissing van ondernemingen. Grof gezegd zijn er twee soorten motieven: sociaaleconomische en fiscale. Onder het eerste vallen zaken als een hoogopgeleide beroepsbevolking, de aanwezigheid van schaarse grondstoffen, een goede infrastructuur, diepe afzetmarkten, de aanwezigheid van clusters, goede rechtsbescherming en meer van dit soort zaken. Het is aardrijkskunde 101. Onder het tweede vallen zaken als lage belastingtarieven, veel ontwijkingsmogelijkheden, slap toezicht, slimme fiscalisten, fijne brievenbusbouwers, etc. Bedrijven die afkomen op de sociaaleconomische factoren zijn de bedrijven die je in Nederland wil hebben. Waarschijnlijk zijn zij bereid te investeren in Nederland, zitten ze hier voor de lange termijn, en leidt hun vestiging hier tot groei van onze werkgelegenheid.

    De diepste recessie sinds de jaren dertig heeft veel Nederlandse burgers voor onbepaalde tijd op de nullijn gezet

    Dat geldt niet voor fiscaal gedreven vestigingen. Dat zijn holdings die niet veel verschillen van brievenbusmaatschappijen. Een halve man en een paardenkop, een kamertje op een bedrijventerrein, een receptioniste en een sanseveria. Meer niet. Die wil je hier niet hebben. Sterker, dat hele BEPS-project van de OESO is juist gelanceerd omdat landen als Duitsland, Frankrijk en de Verenigde Staten in de smiezen kregen dat de fraaie cijfers waar belastingparadijzen als Nederland mee schermde, als het ging om buitenlandse investeringen en nieuw gevestigde buitenlandse ondernemingen, zwaar waren vervuild door de massieve brievenbusindustrie die op de Amsterdamse Zuidas actief is. Het bezorgde Nederland in toenemende mate reputatieschade, en voedde binnenslands het ongenoegen over de hoge belastingen die burgers moesten betalen en de apennootjes die (buitenlandse) multinationals moesten afdragen.

    Arbeid moest bloeden

    Dat brengt mij bij de vierde reden om de verlaging van de vennootschapsbelasting af te wijzen. Tien jaar na de crisis is goed zichtbaar wie er bij in zijn geschoten en wie er op vooruit gingen. Simpel gezegd: het is de factor arbeid die heeft moeten bloeden, terwijl de factor kapitaal weinig van de crisis heeft gemerkt. Kijk naar de stagnerende inkomens, de recordhoge beurskoersen en goedgevulde oorlogskassen van het grootbedrijf. Het is mede veroorzaakt door de majeure bezuinigingen en lastenverzwaringen waarmee de overheid erin is geslaagd de kosten voor het redden van de Nederlandse banken in 2008 af te wentelen op de burger. Met al gevolg: de diepste recessie sinds de jaren dertig die veel Nederlandse burgers voor onbepaalde tijd op de nullijn heeft gezet. Het was een historische inspanning die heeft geleid tot het eerste begrotingsoverschot sinds 2008. Pakweg 6 miljard euro houdt de staat nu per jaar over.

    Gezien deze voorgeschiedenis is het een klap in het gezicht van de Nederlandse burger dat Rutte-3 de ontstane begrotingsruimte gebruikt om de toch al overvolle kassen van het grootbedrijf verder te spekken. Het grootste herverdelingsprogramma sinds het optuigen van de verzorgingsstaat, noemde ik het eerder. En een voedingsbron voor verdere populistische radicalisering. Beter zou zijn om het overschot te gebruiken voor investeringen in de kwaliteit van de Nederlandse samenleving die iedereen ten goede komen, burgers, bedrijven en samenleving: onderwijs, zorg, infrastructuur en duurzaamheid zijn dan de voor de hand liggende domeinen.

    Laat dat nu net de vestigingsfactoren zijn die ook de bedrijven die je wel naar Nederland wil halen het meest waarderen. Zo steun je bedrijven die trots zijn op hun Nederlandse burgerschap en die willen investeren in de Nederlandse samenleving.

    Oppositie, er is werk aan de winkel.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Ewald Engelen

    Gevolgd door 2079 leden

    FTM-columnist van het eerste uur, financieel geograaf aan de UvA en actief voor de Partij voor de Dieren.

    Volg Ewald Engelen
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren