© ANP/Bart Maat

    De kabinetsformatie is in volle gang. Komen de vier partijen er met elkaar uit? De onderhandelaars houden de kiezen stijf op elkaar, en het lijkt dan ook een saaie boel in Den Haag. Maar schijn bedriegt: voor lobbyisten valt er genoeg te doen.

    Informateur Edith Schippers mag zich deze weken een ware popster wanen. Het bureau van de VVD-politica is na de verkiezingen overladen met postzakken vol brieven. Helaas voor Schippers bestaat het overgrote deel ervan niet uit fanmail. Het zijn formele schrijfsels met deftige aanhef, die echter tegelijk een uiterst vriendelijke toon aanslaan en waarin soms een wanhoop doorklinkt die doet denken aan de liefdesverklaring van een bakvis voor een tieneridool.

    De wanhoop doet denken aan de liefdesverklaring van een bakvis voor een tieneridool

    Nu de formatieronde is gestart, krijgt informateur Schippers van bedrijven, maatschappelijke organisaties en belangenclubs talloze lobbybrieven. Op vriendelijke maar dringende toon vragen die om hun problemen en aanbevelingen aan de onderhandelingstafel te bespreken. Veel van deze partijen kijken verlekkerd naar de goedgevulde schatkist. Met een aantrekkende economie is er na jaren van bezuinigingen weer ruimte voor uitgaven. Volgens het Centraal Planbureau bedraagt het begrotingsoverschot over vier jaar maar liefst 11 miljard euro.

    Lobbyclubs hebben die elf miljard nu al verdeeld. De voorbije weken vlogen de miljarden de politici om de oren. Brainport Eindhoven wil 8,3 miljard euro, ondernemersclubs zien graag 1 miljard voor innovatie en er moeten miljarden naar verpleeghuizen, lerarensalarissen en openbaar vervoer. Maar elke euro kan je maar één keer uitgeven, dus de onderhandelaars moeten keuzes maken. Gaat het geld in de komende kabinetsperiode naar klimaat, onderwijs, zorg of lagere belastingen?

    Te laat 

    De honderden brieven doen anders vermoeden, maar het opstellen van een lobbybrief aan de informateur is eigenlijk een obligate handeling. Met lobbyen kun je niet vroeg genoeg beginnen, zo wil het cliché, en wie start tijdens de formatie is jammerlijk te laat. Hooguit leidt zo’n bedelbrief met een kort krantenbericht tot hernieuwde aandacht, maar het is aannemelijker dat het ongelezen bij het oud papier komt. Politieke partijen hebben met hun verkiezingsprogramma’s immers al stelling genomen. Lobby en beïnvloeding zijn geen causale fenomenen met een duidelijk begin- en eindpunt, maar ermee starten na het schrijven van de verkiezingsprogramma’s belooft weinig goeds.

    Starten met lobbyen na het schrijven van de verkiezingsprogramma’s belooft weinig goeds

    Hangen lobbyisten deze weken dan als politieke junkies doelloos rond de Tweede Kamer? Allerminst. Na de verkiezingen kunnen zij niet op hun lauweren rusten. Tijdens de formatie wordt nog steeds volop gelobbyd, al gebeurt dat buiten de schijnwerpers van de onderhandelingstafel. De hoofdonderhandelaars laten namelijk niks los over de voortgang. Zelfs fractiegenoten krijgen niets meer dan hoofdlijnen te horen. Daar kom je als lobbyist niet zomaar tussen. Toch is de formatie geen hermetisch afgesloten conclaaf waarin de buitenwereld smachtend wacht op witte rook. De onderhandelaars worden voortdurend geadviseerd door ambtenaren, adviescolleges, instellingen als DNB, de SER en het CPB, en deskundigen uit hun eigen gelederen. Deze kring van mensen is wel degelijk toegankelijk voor lobbyisten.

    Politiek versus beleid

    De formerende partijen smeden samen het beleid voor de komende vier jaar, en ze gaan daarbij niet over één nacht ijs. Een regeerakkoord is geen knip- en plakwerk uit de verschillende verkiezingsprogramma’s. Bovendien komen de voorstellen uit die partijprogramma’s ook niet zomaar uit de lucht vallen. Een thema op de politieke agenda zetten en het vervolgens tot politiek beleid maken vergt jaren van lobbywerk.

    De basis van het regeerakkoord wordt dus niet in de campagnetijd gelegd. Ideologisch gedreven politici willen zich hier nog wel eens op verkijken en bijten zich dan stuk op langdurige beleidsprocessen. Politiek bedrijven is heel iets anders dan beleid maken.

    Neem bijvoorbeeld de zorg. Bijna alle partijen wilden tijdens de campagne meer geld voor de zorg en minder administratieve druk voor artsen en verplegers. Maar wie bepaalt hoe het zorgbeleid er de komende jaren uitziet? De meeste invloedrijke club zou zomaar eens de Technische werkgroep Beheersinstrumentarium Zorguitgaven kunnen zijn. Deze groep van ambtenaren werd vorig jaar juli opgericht door de ministers Schippers en Dijsselbloem om te onderzoeken welke beleidsmogelijkheden er zijn om de zorg betaalbaar te houden.


    "Een thema op de politieke agenda zetten en het vervolgens tot politiek beleid maken vergt jaren van lobbywerk"

    Niet geheel toevallig stuurde het kabinet het advies afgelopen week naar de Kamer. Conclusie: geen miljarden erbij, maar eraf. Tot het einde van de volgende kabinetsperiode moet de zorg het met 2,2 miljard euro minder doen. Alleen dan stijgen de zorgkosten niet harder dan de algemene economie. De bezuiniging moet gehaald worden door het maken van concrete en meetbare afspraken. Een heel andere boodschap dan meer geld en minder regeldruk.   

    Het advies van de twee ministeries komt ongetwijfeld in de postvakjes van de onderhandelaars terecht. En zo zijn er meer adviesorganen, instanties, deskundige fractiemedewerkers, en ambtenaren die de formerende politici bijstaan. Lobbyisten weten dat als geen ander en proberen van begin tot eind deze adviseurs te beïnvloeden door bijvoorbeeld informatie aan te leveren. De vraag is immers of al die beleidsplannen in de praktijk ook werken. Ambtenaren willen daarvoor best te rade gaan bij de desbetreffende sectoren. Als ware sherpa’s leiden de lobbyisten zo de belangen van hun organisaties langs de diepste krochten van beleidsmakend Nederland richting de hoogste politieke top. Indirect komen de wensen alsnog op de onbereikbare onderhandelingstafel.

    Zelfregulering

    Een zin in het regeerakkoord is voor veel organisaties het hoogst haalbare. Het regeerakkoord blijkt vaak in beton gegoten waar de regeringsfracties zich maar naar moeten schikken. Vier jaar lang bepaalt het document het kabinetsoptreden. Voor lobbyende organisaties is het belangrijk, maar ook lastig om hun belangen verankerd te zien. Zij moeten — zoals het er nu naar uitziet — alle vier de partijen overtuigen en zullen dus al deze partijen tegemoet moeten komen. Hetzelfde voorstel of belang moet derhalve op vier manieren worden verpakt om iedereen aan boord te krijgen.

    Een zin in het regeerakkoord is voor veel organisaties het hoogst haalbare

    Er zijn echter ook lobby-organisaties die helemaal niet in het regeerakkoord willen komen. Voor hen is elk woord dat er aan hun sector wordt gewijd, er een te veel. Zij willen het liefst zo weinig mogelijk last van de overheid hebben en lekker hun gang kunnen gaan. Deze lobbyende organisaties hebben het iets makkelijker, want zij hoeven slechts één partij te overtuigen om een plan uit het regeerakkoord te houden. Een strategie daarvoor is zelf problemen in de sector aanpakken. Voor een toekomstig kabinet is er dan geen reden meer om dat ook nog eens te doen.

    De afgelopen jaren hebben bijvoorbeeld banken en verzekeraars nogal wat overheidsbemoeienis over zich heen gekregen. Nu we de crisis langzaam achter ons laten, hopen zij dat de overheid de teugels zal laten vieren. Afgelopen week wisten  de banken een succesje te scoren: zij mogen zelf de bescherming van zzp’ers en mkb’ers regelen bij het verkopen van financiële producten. Sinds de crisis hebben renteswaps en andere financiële producten veel kleine ondernemers in diepe ellende gestort. In het slepende traject voor genoegdoening hebben de banken, het ministerie en toezichthouders zich allerminst van hun beste kant laten zien. Om dit in de toekomst te voorkomen is betere bescherming voor kleine ondernemers nodig, zo vinden veel partijen. Volgens minister Dijsselbloem is de bankensector zich er echter van bewust dat een hogere mate van bescherming voor kleinzakelijke klanten wenselijk is. De Nederlandse Vereniging van Banken gaat een heuse gedragscode opstellen. Op deze manier haalt de bankensector de angel uit een politiek gevoelig thema en voorkomt specifieke wetgeving op dit punt.

    Ondanks de radiostilte bij de formatie is er in deze periode dus nog genoeg te lobbyen. Direct aanschuiven aan de onderhandelingstafel is er niet bij, maar er blijven genoeg andere kanalen open. Buiten het zicht van de camera, en via allerlei geitenpaadjes, bestaan er toch nog kleine kansen om het formatieproces te beïnvloeden.

    Over de auteur

    Pieter van der Lugt

    Pieter van der Lugt (1990) studeerde politicologie aan de Radboud Universiteit. Tijdens zijn studie zette hij zijn eerste sta...

    Lees meer

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    De #Lobbycratie

    Gevolgd door 243 leden

    Leven we in een lobbycratie of is lobbyen een wezenlijk element van een gezonde democratie? Zeker is dat de lobbywereld wordt...

    Lees meer

    Volg dossier

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid