Sado-economie toen en nu

2 Connecties

Relaties

Griekenland Colijn
0 Bijdragen

Het plan Colijn bestaande uit draconische bezuinigingen en loonsverlagingen was een verschrikking in Nederland en slaagt al evenmin in Griekenland.

Pijn, veel pijn. Dat zal de Grieken goed doen, geloven Noord-Europese politici. De laatste cijfers kwartaalcijfers laten zien hoe erg het is gesteld met de Griekse economie. Het bruto binnenlands product kromp op jaarbasis met 7 procent in het vierde kwartaal van 2011. Door de Europese commissie werd in 2010 over heel 2011 nog een krimp van 3 procent voorspeld. Jammer, alweer een tegenslag voor de waarzeggers van de Europese commissie.

 

Wanneer is het eens genoeg, kan men zich af gaan vragen. Hoe diep moet de Griekse economie zakken voordat men tevreden is? Is het alternatief echt wel zo veel erger? Nederland bevond zich tijdens de Grote Depressie in soortgelijke omstandigheden. Het was toen even ondenkbaar dat Nederland de goudstandaard zou loslaten als het nu is dat Griekenland de euro gaat verlaten. 

 
Hendrikus ‘Papademos’ Colijn
‘Het evenwicht tusschen ontvangsten en uitgaven dient geregeld te worden, niet door noodeloos drukkende vermeerdering van de lasten der natie, noch door bezuiniging op het noodige, maar door beperking van de staatsbemoeiing, leidende tot krachtige ontplooiing van het particulier initiatief,’ schreef Hendrikus Colijn, de Nederlandse minister-president tussen 1933-1939, in het beginselprogramma van de Anti-Revolutionaire Partij. Een vroege formulering van wat we vandaag de dag eufemistisch ‘hervormen’ noemen. Een dieet van bezuinigingen moest de Nederlandse economie tijdens de jaren ’30 weer aan de praat krijgen -- ‘aanpassing door bezuiniging’ in Colijn’s woorden.
 
De bezuinigingspolitiek van Colijn was nauw verweven met zijn valutapolitiek. Nederland leefde nog op de gouden standaard: elke gulden was tegen een vaste koers inwisselbaar voor goud. Veel andere landen, waaronder Groot-Brittannië, hadden de goudstandaard al losgelaten en devalueerden hun munteenheid om de export te stimuleren. Omdat devaluatie van de ‘gave gulden’ ondenkbaar werd geacht, poogde Colijn, net als Griekenland vandaag de dag, de concurrentiepositie te verbeteren door de lonen en prijzen omlaag te drukken. 
 
Colijn kortte op de ambtenarensalarissen en uitkeringen aan werklozen. De fiscale heilige graal van begrotingsevenwicht werd echter nooit behaald. Iedere keer als de uitgaven werden teruggebracht daalden ook de belastinginkomsten. Dat de economie ondertussen in vlammen op ging, leek Colijn, die zich fixeerde op het begrotingsevenwicht, niet te hinderen. De sociale onrust nam toe. Tijdens het Jordaan-oproer in 1934 vielen vijf doden en radicale partijen als de NSB en de CPN kregen steeds meer aanhang. De werkloosheid liep op naar 35,2 procent en daalde pas toen Nederland in 1936 als laatste land de goudstandaard losliet. 
 
Jan-Kees ‘Colijn’ de Jager
Ondanks de tragische mislukking van het plan-Colijn ontstond in de laatste crisis toch weer de roep om drastisch te bezuinigen. FD-columnist Mathijs Bouman verklaarde dat hij klaar was met Keynes, de Britse econoom die juist een groter begrotingstekort in tijden van recessie nodig achtte. Bezuinigingen hoefden helemaal niet te zorgen voor krimp, meende de olijke beurscommentator. 
 
Minister van Financiën Jan-Kees de Jager verkondigt ook nog altijd het bezuinigingsevangelie. In een recent interview noemde hij Keynesianen ‘studeerkamergeleerden’ waar je niet zoveel aan hebt als politicus. ‘Als je structureel te veel uitgeeft, kun je nu niet meer achteroverleunen. Dan moet je simpelweg je uitgaven verminderen,’ legde de Jager uit aan zijn Griekse collega's. ‘[Zonder bezuinigingen] is het perspectief voor de Grieken een stuk slechter.’ Griekenland moet van De Jager het plan-Colijn nog maar eens fijntjes overdoen. Draconisch bezuinigingsbeleid zorgt voor het gewilde ‘begrotingsevenwicht’ en lagere lonen voor een beter concurrentievermogen. 
 
Tot nog toe zijn de resultaten ernaar: de Griekse werkloosheid is opgelopen naar 17,7 procent; de economie is met bijna 14 procent gekrompen en tienduizenden Grieken verlaten het land. Volgens het medische vakblad The Lancet zijn de gezondheidseffecten desastreus. Ziekenhuizen moesten 40 procent snijden in hun begroting, waardoor de wachtlijsten langer zijn geworden. Zelfmoord is met wel 45 procent toegenomen ten opzichte van 2007. En het aantal HIV-infecties stijgt door het stopzetten van preventieve behandelingsprogramma’s. ‘Greater attention to health and healthcare access is needed to ensure that the Greek crisis does not undermine the ultimate source of the country's wealth—its people,’ schrijft The Lancet. 
 
Terwijl al deze echte kosten oplopen kwam het Griekse begrotingstekort uit op 9,1 à 9,4 procent van het BBP in 2011. Nog lang niet de beoogde 3 procent die, net als voor Colijn, eigenlijk onmogelijk te behalen is. Naarmate er meer mensen werkloos worden, lopen namelijk ook de belastinginkomsten terug. ‘Look after unemployment and the budget will look after itself,’ zei Keynes al eens. 
 
Grafiek 1: Belastinginkomsten en werkgelegenheid in Griekenland (Bron: Eurostat)
 
 
Sado-economie
Het vereist nog al wat om mensen ervan te overtuigen dat hoge werkloosheid en economische krimp noodzakelijk zijn voor een hoger economisch doel. Lange tijd was het in Nederland ondenkbaar dat men van de goudstandaard af zou stappen. Al het spaargeld en de lijfrenten zouden verloren gaan, mocht de goudstandaard ooit worden losgelaten. Pijnlijke maatregelen waren nodig om het –hypothetische- armageddon te vermijden. Dezelfde apocalyptische verklaringen horen we nu over een Griekse exit uit de euro. 
 
Deze onwaarschijnlijke voorspellingen dienen puur en alleen om een redelijke kosten-baten analyse te ontlopen. Natuurlijk, een euro-exit zal moeizaam zijn, maar 18 procent werkloosheid is ook kostbaar. Zolang Europese technocraten het Colijn plan wensen te herhalen is er voor Griekenland geen enkele hoop op verbetering. Een terugkeer naar de Drachme om de monetaire vrijheid te herwinnen is een stuk minder erg dan jaren van economische krimp en stagnatie.