Kijkje in de derivatenfabriek van de Rabobank
© Thomas Bollen

    Het Nederlandse MKB leed voor miljarden schade doordat banken hen hadden opgezadeld met renteswaps: financiële producten met zorgvuldig verborgen gebreken. In 2016 werd een compensatieregeling afgesproken, maar ruim drieduizend Raboklanten wachten nog altijd op een definitief aanbod. FTM nam een kijkje in de ‘derivatenfabriek’ van de Rabobank.

    Dit stuk in 1 minuut
    • De Nederlandse grootbanken hebben, met de Rabobank als absolute koploper, het MKB jarenlang volgestopt met complexe rentederivaten, zonder hen uit te leggen hoe die producten precies werkten.

    • De banken zelf boekten prachtige winsten: ‘Het bankmanagement legde ons sales targets voor derivaten op en verbond daar bonussen aan. Het ging soms zelfs zo ver dat voor goedkeuring van een nieuwe lening de afname van zo’n renteswap door de bank verplicht werd gesteld.’

    • Hun nietsvermoedende klanten leden miljarden schade; schattingen variëren tussen de 4 en 14 miljard euro. ‘Als de risico's me eerder waren uitgelegd, had ik nooit een swap genomen.’

    • In 2016 werd een Uniform Herstelkader rentederivaten (UHK) opgesteld om 18.953 MKB’ers te compenseren. Hoewel de andere betrokken banken inmiddels alle betreffende MKB’ers een definitief aanbod hebben gestuurd, blijft de Rabobank achter. Ruim 3000 ondernemers wachten nu nog steeds op een definitief aanbod van die bank.

    • Diverse MKB-adviseurs vinden dat de Rabobank tekortschiet in de uitvoer van het UHK. Patrick van Gerwen: ‘Waarom kunnen andere banken hun berekeningen wel met ons delen en de Rabobank niet?’

    Lees verder

    Jasper en Roger hebben ieder twee grote beeldschermen voor zich. Op de vier schermen staan spreadsheets met tientallen tabbladen. Ze lopen minutieus alle velden langs om details in te vullen over de financiële producten die de Rabobank aan meer dan 9400 MKB’ers heeft verkocht. Jasper en Roger horen bij de 365 specialisten die bij de Rabobank aan de schadecompensatie voor het Nederlandse MKB werken. De Rabobank noemt dit Hilversumse regiokantoor hun ‘derivatenfabriek’. De werknemers daar houden zich bezig met het ontmantelen van het giftige product dat de bank op grote schaal aan nietsvermoedende ondernemers verkocht. De Nederlandse grootbanken hadden, met de Rabobank als absolute koploper, het MKB jarenlang volgestopt met complexe rentederivaten, zonder uit te leggen hoe die producten precies werkten. De banken zelf boekten prachtige winsten. Hun nietsvermoedende klanten leden miljarden schade.

    ‘Financiële massavernietigingswapens,’ zo noemde meesterbelegger Warren Buffet derivaten in 2002. Hij had een vooruitziende blik: deze financiële producten lieten in 2008 overal bankbalansen ontploffen en veroorzaakten daarmee een wereldwijde kredietcrisis. In Nederland brachten derivaten niet alleen de banken tot de rand van de afgrond; ze hadden ook desastreuze gevolgen voor het midden- en kleinbedrijf (MKB). De totale omvang van schade voor het MKB wordt geschat op 4 tot 14 miljard euro; 19.000 tuinders, groothandels en winkeliers werden door de banken uitgeknepen, lagen krom om aan hun verplichtingen te voldoen of gingen failliet omdat ze de extra kosten niet konden dragen.

    De financiële kernkop die de banken bij het MKB hadden geparkeerd, heette renteswap, een derivaat dat letterlijk ‘renteruil’ betekent. Banken verkochten ze aan ondernemers die behoefte hadden aan voorspelbare financieringskosten, en deden het voorkomen alsof renteswaps geschikte producten waren om je rentelasten vast te zetten. Duizenden ondernemers, die vaak al jaren klant waren, volgden te goeder trouw het advies van hun bank op. In 2007 en 2008 gingen de renteswaps als warme broodjes over de toonbank.

    ‘Soms werd voor goedkeuring van een nieuwe lening het afnemen van zo’n renteswap door de bank verplicht gesteld’

    Accountmanagers hadden ‘perverse prikkels’ om niet te vertellen dat een renteswap een zelfstandig contract is met een eigen waardeontwikkeling (los van de eigenlijke lening). Ze vertelden niet dat zo’n contract bij een dalende rente onder water komt te staan en dan dus een negatieve waarde heeft. ‘Het bankmanagement legde ons sales targets voor derivaten op en verbond daar bonussen aan. Het ging soms zelfs zo ver dat voor goedkeuring van een nieuwe lening de afname van zo’n renteswap door de bank verplicht werd gesteld,’ vertelde een oud-accountmanager van de Rabobank in december 2014 aan FTM.

    Die negatieve waarde had tal van consequenties waarvan de ondernemers niets wisten. Die kregen ze koud op hun dak juist op het moment dat het MKB – de motor van de Nederlandse economie – al haperde door de kredietcrisis. De bank beschouwde de negatieve waarde van de renteswaps als een aanvullend risico op de klant en verhoogde daarom in veel gevallen hun risico-opslag. Ondernemers moesten dan hogere rentes betalen dan oorspronkelijk was afgesproken – en dat was precies waartegen ze zich hadden willen beschermen met de renteswap. Tal van zakelijke klanten, of het nu tuinders, binnenvaartschippers of vastgoedbonzen waren, konden de extra kosten niet dragen en kwamen in bijzonder beheer terecht.

    Ze moesten gedwongen hun panden of kassen verkopen, en kwamen erachter dat ze geen kant op konden. Wie wilde overstappen naar een andere bank of zijn lening vervroegd wilde aflossen, moest daarbovenop ineens ook die negatieve waarde aftikken. Dat kon makkelijk oplopen tot 20 procent van het geleende bedrag, afhankelijk van de looptijd van het derivaat. Een ondernemer die twee miljoen had geleend, moest zo ineens vier ton meer aflossen dan bij een lening met vaste rente het geval zou zijn geweest.

    Banken overtraden de wet

    ‘Als de risico's me eerder waren uitgelegd, had ik nooit een swap genomen,’ zei een gedupeerde ondernemer tegen FTM. Precies daarom hadden de ING, de Rabobank, SNS, ABN Amro, Deutsche Bank en Van Lanschot Bankiers hun informatievoorziening bewust onvolledig en zelfs misleidend ingericht. Deze zes banken verkochten gezamenlijk voor 26 miljard euro aan derivaten aan het Nederlandse MKB en streken daarmee enorme marges op – terwijl ze wisten dat die producten niet geschikt waren voor deze ondernemers. Dat was in strijd met de wet: banken zijn in Nederland gehouden aan de zorgplicht. Ze mogen alleen passende producten verkopen en moeten zorgdragen dat hun klanten ook echt begrijpen welke verbintenissen ze aangaan.

    Toen de omvang van de schade voor het MKB zich aftekende en de aandacht vanuit de media en politiek aanzwol, probeerden de banken in eerste instantie de ernst van de situatie te bagatelliseren. Ze ontkenden glashard dat ze renteswaps op grootschalige wijze aan de man hadden gebracht en bankmedewerkers daar bonussen voor kregen uitgekeerd. Ze stelden dat de renteswap een ‘normaal product’ was met ‘normale marges’.

    Die strategie was succesvol. Terwijl de Britse toezichthouder al in 2012 optrad en Engelse banken dwong ondernemers te compenseren vanwege het Rate Swap Scandal, gebeurde er in Nederland niets. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) lichtte toenmalig minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem herhaaldelijk verkeerd in; die verschafte op zijn beurt de Tweede Kamer evident onjuiste informatie. Hij schreef dat ‘de negatieve waarde van een rentederivaat geen rol speelt in de beoordeling van het risicoprofiel van de klant en dus niet van invloed is op de risico-opslag die aan de klant wordt doorberekend’. Dat moest zijn opvolger Wopke Hoekstra vorig jaar rechtzetten, op basis van ‘voortschrijdend inzicht.’

    Ondertussen wonnen verscheidene MKB’ers rechtszaken die ze tegen hun bank aanspanden

    De banken mochten van de AFM in 2014 zelf ‘herbeoordelen’ of ze de circa 19.000 derivaten wel passend hadden verkocht. Terwijl honderden ondernemers financieel in zwaar weer verkeerden en soms zelfs failliet gingen als gevolg van de renteswaps, meenden de banken bij hun ‘herbeoordeling’ dat henzelf nauwelijks iets te verwijten viel. De AFM achtte de herbeoordelingen aanvankelijk van 'voldoende' kwaliteit, maar bleek later zelf  te hebben gefaald in haar toezicht. Minister Jeroen Dijsselbloem meldde daarop aan de Tweede Kamer. 'Uit een nadere analyse is gebleken dat de AFM onvoldoende streng en consistent is geweest bij het uitvoeren van steekproeven om de kwaliteit van de herbeoordelingen te toetsen'.

    Ondertussen wonnen verscheidene MKB’ers rechtszaken die ze tegen hun bank aanspanden. In de zaak van jeansverkoper Jan Peters oordeelde de rechtbank dat er sprake was van ‘dwaling’: zijn bank had hem onvoldoende ingelicht over de risico’s. Dat oordeel werd in meerdere zaken geveld. ‘Dwaling’ is een hard vonnis: de bank moet in zo’n geval de gewraakte swapcontracten door de shredder halen, alsof ze nooit waren afgesloten, en alle schade repareren.

    Dijsselbloem en de AFM konden uiteindelijk niet anders dan het boetekleed aantrekken voor hun gebrekkige toezicht. De AFM startte eind 2015 een onderzoek naar haar eigen falen en de minister riep een onafhankelijke Derivatencommissie in het leven om een Uniform Herstelkader rentederivaten (UHK) op te stellen. Die commissie bepaalde in 2016 dat 18.953 MKB’ers binnen dat UHK compensatie verdienden voor de geleden schade.

    Drieduizend brieven nog niet verstuurd

    Met het Herstelkader leek er eindelijk gerechtigheid te komen voor een grote groep gedupeerden. De vraag is nu: hoe zorgvuldig en voortvarend gingen de banken vervolgens om met de uitvoering van het UHK? Werden duizenden MKB’ers nu metterdaad gecompenseerd voor de bancaire producten die hun zoveel schade had toegebracht? Eind 2018 maakte de AFM opnieuw de balans op: de ING, de SNS, Deutsche Bank en Van Lanschot hebben alle MKB’ers die binnen het UHK vallen, inmiddels een compensatie-aanbod gedaan. ABN Amro werkte zijn achterstand uiteindelijk, zoals beloofd, in het eerste kwartaal van 2019 weg.

    Bij de Rabobank wachten echter nog ruim drieduizend klanten op een definitief aanbod. ‘Sinds januari is er geen nieuwe voortgang gemeld. Het lijkt erop dat er flink wat dossiers van de lopende band zijn gevallen in de derivatenfabriek van de Rabobank,’ zegt financieel expert Patrick van Gerwen, die ondernemers adviseert over de compensatie-aanbiedingen van de banken. Pieter Lijesen, voorzitter van de stichting Renteswapschadeclaim, beaamt dit: ‘Ik heb van de Rabobank tussen 21 december en 11 april geen nieuwe brieven gezien. Pas vorige week hebben wij weer aanbiedingen ontvangen.’

    ‘Hoe kunnen klanten het aanbod controleren als onderliggende cijfers en berekeningen ontbreken?’

    Van Gerwen heeft forse kritiek op de kwaliteit van de voorstellen: ‘De aanbiedingsbrieven die de Rabobank in 2018 verstuurde zijn ondermaats, veel slechter dan van de andere grootbanken.’ Hij vindt dat de Rabobank ernstig tekortschiet in het onderbouwen van de aangeboden compensatie. ‘Hoe kunnen klanten het aanbod controleren als onderliggende cijfers en berekeningen ontbreken?’

    Pieter Lijesen, die met de stichting Renteswapschadeclaim een representatieve groep van 700 ondernemers vertegenwoordigt, legt uit hoe de brieven van de verschillende banken zich tot elkaar verhouden: ‘Deutsche Bank heeft de dossiers het beste onderbouwd en ook de ING stuurt Excel-bestanden met berekeningen mee. ABN Amro verstrekt minder informatie, maar wanneer je om onderbouwing vraagt, krijg je een uitgebreide toelichting. Bij de Rabobank moet je uit grafieken aflezen op welke datum een opslagverhoging is doorgevoerd of wat exact het bedrag van een overhedge is. Dat zorgt voor onduidelijkheid: uit een grafiek kun je geen exacte cijfers aflezen.’ Lijesen, die eerder bezitters van woekerpolissen bijstond in hun strijd tegen de bank, wil er echter ‘voor waken de banken op dit moment een schop te geven’ omdat hij begrijpt dat het uitvoeren van de UHK een enorme klus is. ‘Dit is de eerste keer dat ik meemaak dat de banken bij schadeherstel zo in de meewerkstand zitten, ook de Rabobank.’

    De derivatenfabriek

    Follow the Money ging op bezoek bij de Hilversumse derivatenfabriek om te achterhalen hoe de Rabobank vordert met de drieduizend dossiers waarin nog geen definitieve aanbiedingsbrief is verstuurd. Laurent van den Nouwland, eindverantwoordelijk voor het UHK bij de Rabobank, beschrijft de omvang van de operatie: ‘Op het hoogtepunt werkten we hier met vierhonderd mensen aan het UHK, plus honderd mensen bij de lokale Rabobanken en tweehonderd accountants van Deloitte die de dossiers controleerden.’ Momenteel zijn er in Hilversum nog 365 eigen mensen en 150 externe dossierbeoordelaars van Deloitte actief.

    Desondanks lukte het de Rabobank maar niet om het UHK tijdig af te ronden. Van den Nouwland: ‘De complexiteit van het geheel is eigenlijk van meet af aan door iedereen onderschat. Toen ik werd gevraagd voor het UHK kreeg ik te horen: “Misschien kun je dit binnen een half jaar afronden.” We zijn nu drie jaar verder en nog steeds bezig.’ Hij wijst voorts op de onduidelijkheden in het UHK zelf. ‘In 2017 zijn er nog allerlei vragen beantwoord door de commissie en dat was nodig om het Kader uit te kunnen voeren.’

    ‘Eén dossier afhandelen kost ons gemiddeld 12 volledige arbeidsdagen’

    De Rabobank had met 9400 dossiers aanzienlijk meer werk te verzetten dan de andere banken. Zij koos er daarom voor om een ‘geautomatiseerde standaardstraat’ voor de eenvoudige derivaten in te richten en een ‘maatwerkstraat’ voor de complexe dossiers. Van den Nouwland: ‘In die dossiers moet je echt samenwerken met de accountant om tot een aanbod te komen. Ongeveer een derde van de dossiers gaat door die maatwerkstraat. Daarom doen we er langer over.’ Hij verduidelijkt: ‘Eén dossier afhandelen kost ons gemiddeld 12 volledige arbeidsdagen.’

    De Rabobank heeft besloten om eind 2018 in elk geval iedereen een voorschotbrief te sturen. Van den Nouwland: ‘We ontvingen daar veel reacties op, wat weer veel werk opleverde. Het versturen van de aanbiedingsbrieven heeft zodoende anderhalve maand stilgelegen. In januari hebben we de fabriek opnieuw ingericht om de volgende fase in te gaan.’ Volgens Van den Nouwland zijn er sinds eind februari 345 definitieve aanbiedingsbrieven verstuurd; in september 2019 moeten alle brieven verstuurd zijn. Inmiddels heeft de Rabobank ruim 620 miljoen van de gereserveerde 750 miljoen euro uitgekeerd.

    Ondermaatse brieven en ontbrekende berekeningen

    Pieter Lijesen van Renteswapschadeclaim zegt over de aanbiedingen: ‘Ruim de helft van de ondernemers heeft een standaardderivaat, en daarbij heb ik nog nooit een fout in de aanbieding ontdekt. Die groep hoeft echt geen accountant of adviseur in te schakelen. Voor je het weet hebben ze drieduizend euro uitgegeven aan een rapport dat ze helemaal niet nodig hebben.’ Over de hele linie ontdekt Lijesen fouten in 3 tot 4 procent van de dossiers die hij te zien krijgt.

    Bij gecompliceerde zaken, zoals ondernemers met meerdere leningen en verschillende (exotische) derivatencontracten, kan het lonen je te laten adviseren. Frank Wijn, die MKB’ers juist bij dit soort complexe gevallen adviseert, ziet in liefst 20 procent van de aanbiedingsbrieven die hij onder ogen krijgt tekortkomingen – in het nadeel van de klant. ‘Dat is het percentage waarbij de bank onze bezwaarschriften meteen honoreert. Daarbovenop zijn nog allerlei lopende bezwaarprocedures.’

    Lijesen heeft niet de indruk dat de aanbiedingen van de Rabobank vaker onjuist zijn dan die van de overige banken. Wel vindt hij het opmerkelijk dat de AFM de methode van de Rabobank om alleen een grafiek op te nemen heeft goedgekeurd. Van Gerwen en Wijn hebben ernstiger kritiek op de Rabobank: ze vinden het grote aantal aannames in de brieven onacceptabel. Wijn laat een geanonimiseerde brief zien die de bank aan een van zijn cliënten stuurde. Daarin staat liefst vijftien keer ‘bij gebrek aan brondata wordt aangenomen dat...’.  Wijn: ‘In het UHK staat dat de bank aannames moet doen wanneer ze onderliggende stukken niet meer heeft, dus officieel houdt de Rabobank zich aan de regels. Maar dit is natuurlijk heel wat anders dan het ontbreken van één of twee datapunten. Hoe kan een klant in hemelsnaam een aanbod controleren wanneer hij niet over de onderliggende stukken beschikt?’

    Het tweede grote kritiekpunt jegens de Rabobank: het ontbreken van de berekeningen die aan het aanbod ten grondslag liggen, en de weigering om die te verstrekken. Van Gerwen laat geanonimiseerde mailwisselingen zien, waaruit blijkt dat de Rabobank geen inzage wenst te verschaffen in hun rekenmodellen. Van Gerwen: ‘Waarom kunnen andere banken hun berekeningen wel met ons delen en de Rabobank niet?’


    Laurent van den Nouwland - Rabobank

    "De Rabobank maakt aannames, maar daarbij wordt altijd in het voordeel van de klant gehandeld."

    Van den Nouwland geeft toe dat de Rabobank aannames maakt, maar benadrukt dat daarbij altijd ‘in het voordeel van de klant’ wordt gehandeld. De aannames staan uitgelegd in de brieven. Over de onderliggende berekeningen is hij duidelijk: ‘Die deelt de Rabobank niet met klanten.’ Hij ziet niet in waarvoor klanten die berekeningen nodig zouden hebben. ‘Het idee van het UHK is juist dat de klant een aanbod krijgt dat klopt. De berekening wordt voor honderd procent gecontroleerd door accountants. Wij hebben een complexe rekenmachine gebouwd en Deloitte heeft haar eigen rekenmachine om alles te controleren. Daar bovenop voert de AFM nog deelcontroles uit. Alleen al de accountantscontrole kost meer dan 10.000 euro per klant.’

    Dat de Rabobank anders dan de overige banken geen berekeningen opstuurt, ligt volgens Van den Nouwland aan het verschil in omvang en de manier waarop de processen zijn ingeregeld. ‘Of je honderd brieven of duizenden brieven moet versturen, maakt natuurlijk verschil voor je aanpak. Wij hebben onze processen grotendeels geautomatiseerd, terwijl Deutsche Bank alles handmatig deed. Dan is een berekening veel gemakkelijker in een envelop te stoppen en op te sturen.’

    De enorme Excel-bestanden op de schermen van maatwerkstraatwerkers Jasper en Roger moeten die woorden onderstrepen. De duizenden velden met cijfertjes ogen onbegrijpelijk. Jasper klikt door naar de tientallen achterliggende tabbladen: ‘Hier kunnen zelfs wij niet bijkomen.’ De rekenmodule die de uiteindelijke uitkomsten genereert is ook voor hem een black box.

    Advocaat Marianne Adema, MKB-adviseur over de UHK-aanbiedingen, is niet onder de indruk van deze argumenten. ‘Ze interpreteren het begrip transparantie heel anders dan de overige banken. De Rabobank zegt bereid te zijn aanbiedingen in een persoonlijk gesprek toe te lichten, maar op papier krijgen klanten geen inzicht.’ Ze vermag niet in te zien waarom een geautomatiseerde productiestraat de verstrekking van een deugdelijke berekening en inzicht in de verschillende componenten uitsluit. ‘En de aanbiedingen in de complexe dossiers kloppen lang niet altijd. Van de klant wordt vervolgens wel verwacht dat die zelf punten aandraagt die kunnen leiden tot een hogere vergoeding.’ Een voorbeeld laat zien dat het bepaald niet om gerommel in de marge gaat. ‘In een van mijn zaken heb ik via bindend advies van de Derivatencommissie een aanbod van circa een halve ton weten om te zetten in een vergoeding van drie ton.’

    Toezichthouder zonder dossierkennis

    Adema, die eerder zelf bij de AFM heeft gewerkt, heeft de tekortkomingen van de Rabobank bij de AFM onder de aandacht gebracht. Ze is niet de enige: ook Wijn en Van Gerwen hebben de AFM erover aangeschreven. Wijn: ‘We hebben de AFM bovendien gewezen op een aantal passages in het herstelkader die de banken echt verkeerd interpreteren.’ Wijn is niet tevreden over de manier waarop de AFM met die informatie omgaat: ‘In plaats van als toezichthouder corrigerend op te treden, gaat ze met de banken in overleg. De AFM heeft de banken verteld hoe ze die passages anders moeten uitleggen, zodat wij ze niet meer op de vingers kunnen tikken.’

    Ook Van Gerwen en Adema hebben niet de indruk dat de AFM iets met hun meldingen heeft gedaan. Tegen FTM zegt de AFM geen reden te zien om bij de Rabobank in te grijpen. De woordvoerder: ‘De taak van de AFM is om te controleren of de aanbiedingsbrieven voldoen aan de regels van het UHK. Dat is het geval.’ Adema betwist dat nu juist: ‘In de bijlage van het Herstelkader staat dat banken toelichting en componenten van de berekening moeten verstrekken. Alleen het noemen van een bedrag voldoet in mijn optiek niet aan de specificatie-eisen van het UHK.’

    Volgens Wijn kampt de AFM met een gebrek aan dossierkennis. Hij betreurt het daarom dat Merel van Vroonhoven, de bestuursvoorzitter van de AFM, binnenkort opstapt. ‘We hebben haar de afgelopen maanden volop bestookt over dit onderwerp, maar dat was waarschijnlijk vergeefs.’ Hij vertelt dat het niet de eerste keer is dat AFM-bestuurders opstappen en dossierkennis verloren gaat. Eind 2017 vertrok Femke de Vries als AFM-bestuurder, zij was volgens Wijn als een van de weinigen goed thuis in de materie. ‘Ze hebben bij de AFM betere agenten nodig. De toezichthouder weet dat de banken door rood rijden, maar in plaats van ze op de bon te slingeren, vertelt de AFM waar wij staan te flitsen zodat de banken omrijden.’

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Thomas Bollen

    Gevolgd door 1772 leden

    Onderzoekt als financieel econoom de 'economische religie' om nuttige inzichten van dogma's te scheiden.

    Volg Thomas Bollen
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Derivaten in het MKB

    Gevolgd door 425 leden

    FTM verdiept zich sinds 2013 de wijze waarop grote banken in Nederland vele duizenden ondernemers in het MKB met rentederivat...

    Volg dossier