De armoede van een miljardair

Onbedoeld zette de Amerikaanse venture capitalist Tom Perkins de ongelijkheid in zijn land hoger op de agenda. Hij vergeleek kritiek op de rijken met de Kristallnacht. Wat steekt daarachter?

'De rijken worden gedemoniseerd,' schreef venture capitalist Tom Perkins in een ingezonden brief aan The Wall Street Journal die vrijdag 24 januari werd gepubliceerd. Als het bij die wat uitgekauwde stijlvorm was gebleven zou niemand hebben opgekeken. Maar de 83-jarige Perkins was op dreef. Hij vergeleek kritiek op de '1 percent' met de vervolging van joden in Nazi-Duitsland. Er is een 'progressieve Kristallnacht' op komst,  zo stelde de ooit gerespecteerde investeerder. 'I would call attention to the parallels of fascist Nazi Germany to its war on its "one percent," namely its Jews, to the progressive war on the American one percent, namely the "rich." Het is een absurde vergelijking die niet alleen blijk geeft van een uiterst beperkt historisch besef, maar ook een inkijkje biedt in het denken van – een deel van – de financiële elite in de VS. De brief leidde tot een storm van online verontwaardiging en zelfs Kleiner Perkins Caufield & Byers – de venture capital firma die Perkins heeft opgericht en die nog steeds zijn naam draagt –  distantieerde zich nog dezelfde dag van zijn founding father.  'Tom Perkins has not been involved in KPCB in years. We were shocked by his views expressed today in the WSJ and do not agree', liet het bedrijf per Twitter weten.

Legende

In Silicon Valley is Tom Perkins niets minder dan een legende. Hij is een van de grondleggers van het succesvolste venture capital bedrijf ooit, Kleiner Perkins Caufield & Byers. Kleiner Perkins, zoals KPCB nog steeds wordt genoemd, verdiende miljarden dankzij investeringen in bedrijven zoals Amazon, Netscape, Google en Genentech en die naar de beurs te brengen.
'Bubbles are good. I've made a lot of money on bubbles.'
Voor risico-investeerders in Silicon Valley waren de jaren 90 gouden jaren, het tijdperk waarin men jubelde over the largest legal wealth creation in history of the planet. Die waardecreatie bleek van korte duur toen in 2000 de internetbubbel knapte. In dat pyramidespel hadden Perkins cs hun investeringen al lang te gelde gemaakt. Enkele jaren wisten ze hun kunstje te herhalen met de IPO van onder meer Google, Facebook en recent de verkoop van thermostaat-fabrikant Nest aan Google.  'Perkins is a titan of American capitalism', zo noemde het blad Forbes hem. Zijn vermogen wordt geraamd op $8 miljard. 'Bubbles are good,' zei Perkins ooit. 'I've made a lot of money on bubbles.' De naam Kleiner Perkins was in die gouden jaren 90 praktisch een garantie voor een geslaagde beursintroductie. Heel af en toe ging het mis. Perkins was bijvoorbeeld ook een van de enthousiaste investeerders in het bedrijf de Fifth Force, dat zich onder leiding van zijn protégé Roel Pieper had ontfermd over de geheimzinnige revolutionaire compressietechnologie van de Nederlandse uitvinder Jan Sloot. Perkins noemde het zijn beste én slechtste investering ooit. Sloot ging namelijk onverwacht dood en nam zijn geheim mee in het graf. Dat verhaal, vereeuwigd in de bestseller De Broncode van FTM's Eric Smit, wordt binnenkort verfilmd. Perkins is overigens goed bekend met Nederland. In 1952 liep hij stage bij het Philips Natlab in Eindhoven waar hij les kreeg van professor Stumpers. Eind jaren negentig van de vorige eeuw was Perkins ook enkele jaren commissaris bij Philips. In zijn in 2007 gepubliceerde memoires 'Tom Perkins, Valley Boy' schrijft hij dat hij het egalitaire Nederland waardeert: 'You just have to admire the Dutch. They have achieved a wonderful culture of hard work intermixed with the most liberal of social views'.

Meritocratie

Perkins is dan ook een typische vertegenwoordiger van de Amerikaanse Westcoast-elite. Die ging er altijd prat op meritocratisch te zijn, dit in tegenstelling tot haar Wasp-broeders aan de Oostkust. Wie talent heeft, bereid is om hard te werken en ondernemend is , wordt daar in Californië rijkelijk voor beloond. Die mythe wordt tot op de dag van vandaag gekoesterd, het is het laatste restje van wat er van de  American Dream over is gebleven. Daadwerkelijk is de kans op exceptioneel financieel ('exhibitionistisch' noemde premier Wim Kok dat ooit) succes in Silicon Valley e.o. waarschijnlijk groter dan waar ook ter wereld. Maar tegelijk zijn de verschillen in de regio rond San Francisco enorm. Nergens zijn de verschillen tussen de superrijken en de armen beter zichtbaar dan rond San Francisco Bay. De gevolgen kunnen schrijnend zijn. Goedbetaalde werknemers in de ICT-industrie drijven de prijzen voor huizen in de regio op zodat 'gewone' mensen ze niet langer kunnen betalen. Dat heeft al geleid tot sociale spanningen en protesten. Zo werd er onlangs een speciale bus voor werknemers van Google geblokkeerd. Dat voorval zette Perkins op zijn SA-spoor. Die ongelijkheid is niet uniek voor the Valley, maar staat in de hele VS steeds meer ter discussie. Journaliste Arianna Huffington bijvoorbeeld ageert al jaren tegen wat zij omschrijft als 'het einde van de Amerikaanse droom voor de middenklasse'. Maar ook de superrijken zelf stellen de toegenomen ongelijkheid ter discussie, zoals Warren Buffett die zich afvroeg waarom de Amerikaanse belastingwetgeving het mogelijk maakt dat hij minder belasting betaalt dan zijn secretaresse en zich committeerde aan The Giving Pledge. Econoom en Nobelprijs-winnaar Joseph Stiglitz publiceerde vorig jaar het boek The Price of Inequality: How Today's Divided Society Endangers our Future waarin hij onder meer pleit voor hogere belasting voor de rijken. Stiglitz geeft ook een illustratief voorbeeld. Het vermogen van de familie Walton (eigenaar van Walmart en een van de rijkste families van Amerika) bedraagt $69,7 miljard, ongeveer net zoveel als het totale vermogen van de 30 procent armste Amerikanen tezamen. De inkomens- en vermogensongelijkheid in de VS is de laatste 20 jaar fors toegenomen en behoort nu tot de grootste ter wereld. Het land wordt op dat gebied zelfs vergeleken met een Derdewereldland. Amerikanen lijken zich er langzaamaan van bewust te worden en er de nadelige gevolgen van in te zien. De inkomens- en vermogensongelijkheid blijkt ook nog eens aanzienlijk groter dan wordt aangenomen, en vele malen groter dan een als ideaal beschouwde verdeling. De video Wealth Inequality in America, waarin de werkelijke ongelijkheid op een grafische manier helder uiteen wordt gezet, was een onverwacht viraal succes op internet. Het filmpje werd talloze keren gedeeld op Facebook en op YouTube staat de teller op ruim 14,2 miljoen.    

Ongelijkheid nekt innovatie

De vraagtekens ten aanzien van de legitimiteit van die ongelijkheid is dus niet alleen een politieke kwestie, zoals Perkins en gelijkgezinden suggereren, maar ook een economische. Het verband tussen beloning en prestatie is in de praktijk namelijk niet altijd (meestal niet, vinden sommigen) aan te tonen.
Duur is niet altijd goed, zeker waar het CEO's betreft
In het onderzoek Executive Excess 2013 concludeerden de onderzoekers van het Amerikaanse onderzoeksinstituut Institute for Policy Studies dat 40 procent van de 241 best betaalde Amerikaanse CEO's op een of andere manier had gefaald. Of ze moesten in een bail out worden gered door de belastingbetaler, of ze waren er na een wanprestatie uit geknikkerd met een golden parachute van gemiddeld 48 miljoen dollar, of ze hadden boetes gekregen wegens fraude of dure schikkingen moeten treffen. Bijna de helft van die duurbetaalde CEO's had dus geen waarde gecreëerd, maar waarde vernietigd. Duur is niet altijd goed, zeker waar het CEO's betreft, concludeert het rapport. En dan zijn er nog die andere vragen: kan een persoon daadwerkelijk $8 miljard waard zijn? Heeft die ene man écht in zijn eentje zoveel waarde gecreëerd? Het zijn vragen die heus niet alleen door linkse radicalen worden gesteld: ze stonden ooit op de cover van business magazine Fortune. Er zit namelijk nog een andere kant aan een uit het lood geslagen inkomens- en vermogensverdeling: het remt de economische groei. Op deze site wees onder meer columnist Robin Fransman al op de economische nadelen van achterblijvende lonen. In zijn artikel 'Can America afford innovation' op Slate.com gaat journalist Matthew Iglesias nog een stap verder. Hij legt een verband tussen innovatie en ongelijkheid. Terwijl de productiviteit sinds het jaar 2000 met 23 procent is gestegen, zijn de reële lonen in de VS min of meer gelijk gebleven. Als de productiviteitsstijging evenredig was verdeeld, dan zou het gemiddelde inkomen per huishouden zo'n $10.000 hoger liggen dan nu. Dat zou zich hebben vertaald in een hogere vraag naar innovatieve en luxe producten. Iglesias vergelijkt de situatie van nu met die van de jaren 30 in de vorige eeuw: een innovatieve periode waarin relatief veel nieuwe producten op de markt werden gebracht, maar die pas na de Tweede Wereldoorlog door de massa konden worden gekocht.
De stagnerende loonontwikkeling van de middenklasse is een van de belangrijkste oorzaken dat de wereldeconomie zo matig groeit
Iglesias' redenering klinkt misschien als Keynes for Dummies, maar juist dit onderwerp werd nota bene op het World Economic Forum in Davos tijdens een 'praatje bij de haard' van Google-topman Eric Schmidt benoemd. Hij vertelde een 'kritieke waarheid over economie', zoals de aanwezige hoofdredacteur van website Business Insider, Henry Blodget, het noemde. De kern van Schmidts betoog was dit: de stagnerende loonontwikkeling van de middenklasse is niet alleen een probleem van de middenklasse, het is een economisch probleem. En het is een van de belangrijkste oorzaken dat de wereldeconomie op dit moment zo matig groeit. Ondernemingen proberen continu hun kosten te verlagen, onder meer door de loonkosten zo laag mogelijk te houden. Vanuit het oogpunt van de aandeelhouder en de concurrentiestrijd is dat  begrijpelijk, maar daarmee snijden ze ook in hun toekomstige omzet. 'Slechts weinig topmannen in het bedrijfsleven en investeerders begrijpen dit,' zou Schmidt zijn intieme gehoor hebben verteld. In plaats daarvan doen ze alsof het een economische wet is om hun werknemers zo weinig mogelijk te betalen. Op korte termijn kan dat werken, maar uiteindelijk brengt dat de economie schade toe. Het is geen toeval dat ongelijkheid een van de kernonderwerpen was in de State of the Union-speech van president Obama vannacht.

Trickle down

Tom Perkins behoort tot de groep investeerders die dat door Schmidt geschetste mechanisme niet begrijpen. Na de golf van verontwaardiging over zijn brief gaf hij een interview aan Bloomberg TV waarin hij zijn excuses aanbod voor het gebruik voor het woord Kristallnacht. Maar ook herhaalde hij zijn punt. Als de rijken rijker worden, profiteert iedereen daarvan. De middenklasse, de armen, ze moeten de rijken dankbaar zijn. Welstandige rijken zorgen in Perkins redenering voor nieuwe banen en welvaart voor de minder gefortuneerden. En dus moet men ze gewoon hun gang laten gaan en zo weinig mogelijk belasten. Het is een klassieke trickle down-redenering. Zorgen over de ongelijkheid is in de ogen van Perkins c.s. kritiek op de rijken en dus schadelijk voor de economie. Perkins geeft blijk van een beperkte, nogal armoedige, visie op de economie en samenleving. Een visie die ver af staat van het ideaal van de meritocratie waarop men aan de westkust altijd zo trots was, de samenleving waar iedereen gelijke kansen had en talent succes bepaalde, niet afkomst of rijkdom. Die meritocratie blijkt inmiddels een mythe. Het lijkt erop dat Perkins' idiote vergelijking de discussie over de ongelijkheid in de VS nieuw leven heeft ingeblazen. Als niet iedere kritiek onmiddellijk wordt neergemaaid als socialism, is ze toch nog ergens goed voor geweest.   Perkins excuseert zich voor 'Kristallnacht' (en legt uit waarom hij 6 Rolexen, een superjacht en hoe hij in Noorwegen Ridder werd)
Arne van der Wal
Mede-oprichter van FTM. Is gek op digitale technologie, maar koestert analoge techniek. Beoefent wing chun kungfu.
Gevolgd door 990 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren