© JanJaap Rypkema

Wetenschap op bestelling

Het onderzoeksbudget aan universiteiten is de afgelopen jaren afgeknepen. Academische onderzoekers gaan daardoor noodgedwongen op zoek naar geld buiten de universiteit, zoals bij overheidsprogramma's, buitenlandse partijen of het bedrijfsleven. De concurrentie om subsidiepotjes en private financiering zorgt ervoor dat academische onderzoekers vragen gaan stellen, die de agenda van de geldschieter dienen. Daar komt bij dat de regering, voornamelijk via het topsectorenbeleid, de samenwerking tussen wetenschap en het bedrijfsleven stimuleert. Follow the Money onderzoekt hoe de geldstromen lopen en wat deze ontwikkelingen voor effect hebben op de wetenschap.

25 Artikelen

Nederlandse toxicoloog wil schoon schip maken bij ‘gekaapt’ wetenschappelijk tijdschrift

Martin van den Berg is de nieuwe hoofdredacteur van een wetenschappelijk blad over de risico’s van chemicaliën. Hij wil er schoon schip maken. Het tijdschrift werd eerder bekritiseerd omdat auteurs en redactieleden te innige banden hadden met de bedrijven wier producten zij onderzochten. Studies uit het blad werden onderdeel van lobby’s om toezichthouders te beïnvloeden. Critici verweten het blad zelfs een ‘makelaar in junk science’ te zijn.

Dit stuk in 1 minuut

Waar gaat dit over?

  • Regulatory Toxicology and Pharmacology is een wetenschappelijk tijdschrift waarin studies verschijnen die relevant zijn voor de markttoelating van cosmetica, medicijnen, tabaksproducten, pesticiden en andere producten die chemicaliën bevatten.

  • Volgens critici staat het tijdschrift sterk onder invloed van het bedrijfsleven. Leden van de redactie hebben banden met de chemie- en de tabaksindustrie. Regulatory Toxicology zou worden gebruikt om ‘vooringenomen’ studies te publiceren.

Waarom moet ik dit lezen?

  • Op 1 januari 2019 is er een nieuwe hoofdredacteur aangetreden: de Nederlandse toxicoloog Martin van den Berg (Universiteit Utrecht). Uitgever Elsevier heeft hem gevraagd ‘schoon schip’ te maken bij het tijdschrift. De invloed van het bedrijfsleven is echter nog steeds aanwezig.

Hoe heeft Follow the Money dit onderzocht?

  • FTM sprak met Martin van den Berg en met critici van het tijdschrift. FTM deed ook onderzoek naar de leden van de redactieraad, en las publicaties over de banden tussen Regulatory Toxicology en de chemie-, farmacie- en tabaksindustrie.
Lees verder

Zijn voorganger maakte het wel erg bont, zo weet ook Martin van den Berg. Toen de Utrechtse toxicoloog in januari 2019 het hoofdredacteurschap van Regulatory Toxicology and Pharmacology aanvaardde, nam hij het stokje over van Gio Gori. Deze Amerikaanse epidemioloog had er sinds 2003 aan het roer gestaan. Gori stond bekend om zijn banden met de tabaksindustrie. Na een carrière bij het gezaghebbende National Cancer Institute in Amerika, waar Gori leiding had gegeven aan het onderzoeksprogramma over roken en gezondheid, maakte hij in 1980 de overstap naar het bedrijfsleven.

Als consultant voor Brown & Williamson zou hij in de jaren die volgden miljoenen dollars opstrijken, een investering die zich voor de fabrikant van Pall Mall en Lucky Strike terugbetaalde. Gori werd van kankerexpert een prominent verdediger van Big Tobacco. Zo deed hij in 2007 in The Washington Post de gezondheidsgevaren van meeroken af als ‘onzin’. Dit terwijl gezondheidsautoriteiten wereldwijd stappen ondernamen om roken in publieke ruimtes aan banden te leggen, omdat onderzoek erop wees dat ook meeroken kanker kan veroorzaken.

‘Werken als adviseur van de tabaksindustrie is nu volstrekt onmogelijk,’ zegt Van den Berg over het nieuwe beleid dat sinds zijn komst bij Regulatory Toxicology is ingevoerd. ‘Dat geldt voor de hoofdredacteur, maar ook voor de rest van de redactie.’

De publicaties in RTP komen voor een groot deel van de fabrikanten zelf

Regulatory Toxicology and Pharmacology (RTP), dat wordt uitgegeven door Elsevier en negen maal per jaar verschijnt, heeft een select lezerspubliek van wetenschappers, overheidsambtenaren en lobbyisten. Het tijdschrift, altijd gevat in een kanariegeel omslag, publiceert onderzoeken naar de mogelijke schadelijkheid van chemicaliën en van producten die deze stoffen bevatten, en studies die relevant zijn voor de markttoelating daarvan. ‘Het is helemaal gericht op onderzoek in de toxicologie, gifstoffen dus, en de pharmacologie, oftewel medicijnen,’ licht Martin van den Berg in een gesprek met Follow the Money toe. ‘Het opereert daarmee op het snijvlak van beleid, wetenschap en het bedrijfsleven.’ De publicaties in RTP komen voor een groot deel van de fabrikanten zelf. Zo bevat de nieuwste editie artikelen geschreven door wetenschappelijk medewerkers van L’Oreal, Unilever en Procter & Gamble, en van BASF en Bayer.

Auteurslijst van een recent artikel uit RTP nr. 116

Van den Berg is in Nederland bekend als ‘mediatoxicoloog’. Of het nu gaat om fipronil in eieren, PFAS in bouwgrond of landbouwgif in babyluiers: Van den Berg wordt gevraagd of we ons zorgen moeten maken. De hoogleraar, verbonden aan de Universiteit Utrecht, is inmiddels met pensioen. ‘Ik vind het een spannende uitdaging’ zegt hij over de klus bij RTP. ‘Ik heb zelf vrij veel met regelgevende aspecten te maken. Zo ben ik betrokken bij het werk van de Wereldgezondheidsorganisatie.’ Van den Berg werkte in 2015 mee aan een evaluatie van de WHO van mogelijk kankerverwekkende chemicaliën waarmee mensen op de werkvloer in aanraking komen. Hij geniet internationaal een gezaghebbende reputatie. Naast zijn werk voor de WHO zat hij ook in adviespanels van de Europese Unie en de Amerikaanse overheid. Hij geldt als autoriteit op het gebied van giftige stoffen als PCB’s en dioxine.

Het hoofdredacteurschap doet hij samen met ‘counterpart’ Lesa Aylward, een Amerikaanse toxicoloog die een van de vier kernleden is van het consultancybureau Summit Toxicology. Uitgever Elsevier verzocht hem de koers te verleggen en ‘schoon schip’ te maken. ‘Ze vonden dat het tijdschrift wel een verandering van image kon ondergaan,’ vertelt hij. ‘Er waren brieven binnengekomen dat een aantal publicaties te veel op het bedrijfsleven georiënteerd was, en dat de tabaksindustrie daarbij ook wel erg dominant was.’

Gezakt voor de onafhankelijke toetsing

RTP was onder zijn voorganger Gori inderdaad een geliefd platform voor studies van de tabaksindustrie. Wat dat in de praktijk betekende, lieten onderzoekers van het Center for Tobacco Control Research and Education van de universiteit van Californië in 2018 zien. Zij namen alle 52 publicaties over tabak en nicotine onder de loep die tussen 2013 en 2015 in het blad waren verschenen. Bij 50 artikelen (96 procent) waren auteurs betrokken die banden hadden met tabaksbedrijven als British American Tobacco en Philip Morris.

Geen enkele studie waaraan bedrijfswetenschappers meeschreven, kwam tot een negatieve conclusie voor de sector

Uit de analyse bleek voorts dat tweederde van de onderzoeken (67 procent) tot een voor de tabaksindustrie ‘gunstige’ conclusie kwam. In zo’n publicatie werd dan bijvoorbeeld een lager risico van een tabaksproduct vastgesteld. Geen enkele studie waaraan bedrijfswetenschappers meeschreven, kwam tot een negatieve conclusie voor de sector. ‘We tonen aan dat er een sterke vooringenomenheid bestaat ten gunste van tabak in deze publicaties,’ lichtte hoofdonderzoeker Stanton Glantz van de universiteit van Californië toe. ‘Wetenschappers en toezichthouders moeten zich van deze bias bewust zijn.’

Publicaties in RTP worden opgenomen in de Amerikaanse National Library of Medicine, ’s werelds grootste medische bibliotheek. Het tijdschrift oogt degelijk, mede omdat het een ‘peer-reviewed’ tijdschrift is. Peer review is de belangrijkste kwaliteitscontrole binnen de wetenschap: collega-wetenschappers (‘peers’) beoordelen de manuscripten, houden de gebruikte onderzoeksmethode tegen het licht en adviseren voor of tegen publicatie. Dat proces wordt gecoördineerd door de redacteuren (‘associate editors’) van een tijdschrift. Zij vragen wetenschappers van buitenaf voor de peer review, maar vertrouwen vaak op een vaste pool aan deskundigen binnen het vakgebied die aan het tijdschrift verbonden zijn en samen de zogeheten redactieraad (‘editorial board’) vormen.

Maar bij RTP, zo concludeerden de Californische onderzoekers, was er zowel binnen de redactieraad als bij de redacteuren die de peer review coördineren, sprake van flinke belangenverstrengeling: ‘Van de 7 redacteuren hadden [..] er 4 (57 procent) een verleden als werknemer of consultant voor tabaksbedrijven,’ meldden Glantz c.s. ‘Daarnaast hadden tenminste 14 van de 38 leden van de redactieraad (37 procent) ofwel voor tabaksbedrijven gewerkt, of als adviseur opgetreden.’

Wetenschap op bestelling

Onderzoeksbudgetten aan universiteiten zijn afgeknepen. Academische onderzoekers gaan daardoor noodgedwongen op zoek naar geld buiten de universiteit, zoals overheidsinstanties of het bedrijfsleven. De concurrentie om subsidiepotjes en private financiering bevordert dat academische onderzoekers vragen stellen die de agenda van de geldschieter dienen.

Lees verder Inklappen
Inschrijven

Van den Berg heeft sinds zijn komst bij RTP een rigoureuze maatregel doorgevoerd: ‘De tabaksindustrie komt er niet meer in,’ meldt hij. ‘We hebben een anti-tabaksclausule geïntroduceerd. We nemen onderzoek van de tabaksindustrie helemaal niet meer aan. Op geen enkele manier; ook niet over alternatieven zoals vaping [elektronische sigaretten, red.]’.

Dat ging niet zonder slag of stoot. Sommige wetenschappers die voor de industrie werken, beschuldigden Van den Berg van ‘censuur’. Maar voor hem overschrijdt tabak een grens. ‘Het gaat om een commerciële activiteit die zoveel doden per jaar oplevert dat het niet door de beugel kan.’

Om meer balans te creëren, heeft hij de redactieraad ook ‘volledig vernieuwd’. Later in het gesprek nuanceert hij dat: de redactieraad is ‘in ontwikkeling’. Van de veertien wetenschappers waarvan Glantz c.s. in 2018 constateerden dat zij een verleden hadden met de tabaksindustrie, zitten er twee nog in de redactieraad. ‘Zo’n raad stel je niet een-twee-drie opnieuw samen,’ zegt Van den Berg. Wel zijn inmiddels alle ‘associate editors’ vertrokken die banden met de tabaksindustrie hebben.

Klachten zijn al ouder

Het was niet de eerste keer dat RTP zulke kritiek kreeg. In 2002 schreven 43 wetenschappers een open brief aan Elsevier. RTP zou voor bedrijven ‘die geconfronteerd worden met gezondheids- en milieuwetgeving’ een ‘handig’ platform bieden om tegenstudies gepubliceerd te krijgen. ‘RTP [..] biedt de geloofwaardigheid van een peer-reviewed tijdschrift, terwijl de artikelen mogelijk niet aan een volledige en waarachtig onafhankelijke beoordeling worden onderworpen,’ aldus de auteurs. 

De briefschrijvers wezen erop dat in de redactie, naast wetenschappers gelieerd aan de tabaksindustrie, ook medewerkers zaten van onder meer ExxonMobil, Proctor & Gamble, Bayer, en zelfs meerdere advocaten van de voedings- en farmaceutische industrie.

De brief werd in 2003 integraal afgedrukt in het International Journal of Occupational and Environmental Health (IJOEH). ‘IJOEH heeft besloten deze correspondentie te publiceren om lezers erop attent te maken dat verondersteld betrouwbare, peer-reviewed tijdschriften door het bedrijfsleven kunnen zijn gekaapt,’ schreef de hoofdredactie in haar begeleidende tekst.

Hoofdredactioneel commentaar IJOEH op de gebrekkige onafhankelijkheid bij RTP

Philippe Grandjean is hoogleraar milieutoxicologie aan de Amerikaanse Harvard University en de Deense Syddansk Universitet. Hij geldt internationaal als autoriteit op het gebied van chemicaliën en volksgezondheid. Grandjean was een van de ondertekenaars van de brief uit 2002. Tegen Follow the Money zegt hij: ‘Je kunt makkelijk de hand lichten met peer review wanneer die wordt gedaan door collega-wetenschappers die zelf ook banden met de industrie hebben.'

De impact van belangenverstrengeling

RTP verscheen voor het eerst in 1981, als het tijdschrift van de International Society of Regulatory Toxicology and Pharmacology (ISRTP). Dat instituut stelt op zijn website ‘degelijke’ wetenschap’ te willen bevorderen die kan ‘dienen als basis voor regelgeving’. Een brochure van het ISRTP uit 1990 noemt onder meer The Dow Chemical Company en Hoffman-La Roche als sponsors. Ook R.J. Reynolds Tobacco Company, Coca-Cola, Monsanto en Procter & Gamble hebben het instituut gefinancierd. Uit notulen uit 1999 en 2002 blijkt dat het ISRTP zijn vergaderingen hield op het kantoor van Keller en Heckman, dat zichzelf omschrijft als het ‘meest vooraanstaande advocatenkantoor van de tabaks- en e-sigarettenindustrie’.

‘Het bedrijfsleven besefte dat hun standpunten in een open debat over beleidsmaatregelen wellicht niet voldoende over het voetlicht komen als ze zelf lobbyen,’ zegt Grandjean. ‘Vandaar dat ze denken er baat bij te hebben wanneer ze de documentatie die ter tafel ligt, kunnen beïnvloeden.’ Zelf zat hij geruime tijd in de redactieraad van Critical Reviews in Toxicology, een vergelijkbaar tijdschrift, dat volgens critici eveneens een sterke ‘pro-industry bias’ heeft. Critical Reviews kwam in 2017 in opspraak nadat was gebleken dat chemiebedrijf Monsanto in het geheim had meegeschreven aan een serie publicaties over de onkruidverdelger Roundup.

‘Als je het bewijs weet te beïnvloeden, heb je ook invloed op het beleid’

Grandjean was in 2012 al uit de redactieraad gestapt: hij vond dat er ‘vooringenomen’ studies verschenen, zo schreef hij later in een opiniestuk in The Scientist. Steen des aanstoots was een serie publicaties waarin de schadelijkheid van dieselrook in twijfel werd getrokken. De studies waren gefinancierd door de Amerikaanse mijnsector. Juist op dat moment werkte de toezichthouder een nieuwe norm voor ondergrondse blootstelling van mijnwerkers. Grandjean: ‘Als je het bewijs weet te beïnvloeden, heb je ook invloed op het beleid.’

Publicaties in tijdschriften als RTP werpen soms nog jarenlang hun schaduw vooruit. Neem het onderzoek naar Roundup dat in 2000 in RTP verscheen. Deze studie is inmiddels de meest geciteerde publicatie over de giftigheid van glyfosaat, en is gefinancierd door Monsanto. De auteurs stellen dat uit hun evaluatie van de literatuur ‘geen gezondheidsrisico’ voor mensen blijkt. De studie is tot heden onderdeel van de bewijslast op basis waarvan de European Food Safety Authority (EFSA), de toezichthouder in de EU, stelt dat de onkruidverdelger helemaal veilig is. In 2015 concludeerde de WHO echter dat glyfosaat voor mensen ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ is.

Studies uit RTP worden niet alleen door producenten ingezet om markttoelating te krijgen en te behouden, ze duiken ook op in lobbycampagnes. Dat gebeurde bijvoorbeeld in 2014, toen de Europese Unie nieuwe regels uitwerkte om ‘hormoonverstoorders’ aan banden te leggen.

Een WHO-rapport uit 2012 constateerde een verband met een toename aan hormoongerelateerde kankersoorten, met verminderde vruchtbaarheid en de stijging van ontwikkelingsstoornissen zoals ADHD. ‘Het rapport uit 2012 biedt geen gebalanceerd perspectief, en is geen representatieve weergave van de wetenschappelijke kennis op het gebied van hormoonverstoring,’ schreef een groep wetenschappers in juni 2014 in RTP. De auteurs zijn, zo is in de publicatie te lezen, echter ingehuurd door de American Chemistry Council en Cefic – de Amerikaanse en Europese belangengroepen van chemiebedrijven als Chemours, Shell, BP, DuPont, Bayer en BASF.

Dossier: de #Lobbycratie

De lobbywereld is een zeer invloedrijke factor in ons politiek bestel, maar beschrijvingen ervan komen doorgaans niet verder dan het woord ‘schimmig’. Follow the Money wil daar verandering in brengen. We duiken in de achterkamertjes om te zien hoe de worst écht gedraaid wordt.

Lees verder Inklappen
Inschrijven

In hun studie bekritiseren de consultants de methodologie van de WHO. Op grond van hun onderzoek zouden de EU-ambtenaren die aan de nieuwe regelgeving werken, later concluderen dat er ‘controverse’ bestaat over het WHO-rapport dat een verband tussen hormoonverstoorders en chronische ziekten heeft vastgesteld. Dat staat in een kosten-batenanalyse die de Europese Commissie in juni 2016 publiceerde, en die de basis vormt voor de regulering van deze stoffen voor een markt van 450 miljoen consumenten.

De WHO-experts leverden weerwoord op de publicatie van de American Chemistry Council, dat ook verscheen in RTP. ‘Wij concluderen dat [hun] kritiek niet is bedoeld om de wetenschappelijke gemeenschap te overtuigen,’ schreven ze in december 2015, ‘maar als doel heeft twijfel te zaaien over de wetenschappelijke gegevens. Bijgevolg zet die aan tot een verkeerde interpretatie van ons rapport door ambtenaren, politici en andere beleidsmakers die niet in detail bekend zijn met het onderwerp hormoonverstoring, en daarom vatbaar zijn voor valse generalisaties [..].’

‘Het zijn professionele twijfelzaaiers. Ze worden betaald om vooringenomen te zijn jegens onwenselijke wetenschappelijke bevindingen’

De wetenschappers die het WHO-rapport in opdracht van de chemiesector bekritiseerden, werken voor twee consultancyfirma’s: Gradient en Exponent. Beide werkten in het verleden voor de tabaksindustrie, maar bagatelliseerden ook de schadelijkheid van andere producten waarvan de gezondheidsgevaren inmiddels uitvoerig zijn gedocumenteerd – denk aan asbest, lood en arseen. Zulke consultancybedrijven worden ook wel ‘productverdedigers’ genoemd. ‘Het zijn professionele twijfelzaaiers,’ stelt Philippe Grandjean. ‘Ze worden betaald om vooringenomen te zijn jegens onwenselijke wetenschappelijke bevindingen, en alternatieve verklaringen te publiceren die hun opdrachtgevers beter uitkomen.’

Van springplank voor ‘junk science’ naar schoon schip

Uit een analyse van het Center for Public Integrity uit 2016 – dat snerend van ‘makelaars in junk science’ spreekt – blijkt dat na 1992 de helft van alle studies van wetenschappers die voor Gradient werken, in RTP ofwel in Critical Reviews in Toxicology is verschenen. Zo bieden beide tijdschriften deze ‘professionele twijfelzaaiers’ een springplank naar de peer-reviewed wetenschappelijke literatuur.

Om RTP onafhankelijker te maken, heeft Van den Berg bij zijn aantreden alle financiële banden verbroken met moederorganisatie ISRTP, die gesponsord wordt door de chemie-, cosmetica- en tabaksindustrie. ‘Dat was voor mij een voorwaarde,’ zegt hij.

Martin van den Berg spreekt bij Omroep Brabant over chroom-6 (jan. 2019)

Maar hoewel hij daarnaast een publicatieverbod voor sigarettenfabrikanten heeft bedongen, wil hij geen verdere partijen uitsluiten. Ook de consultants van Exponent en Gradient niet. ’Via congressen ken ik wel een paar van die consultants,’ zegt Van den Berg. Hij noemt ze types met een ‘huis aan een meertje in Californië’ en ‘twee Porsches’ voor de deur. Maar de financiële belangen van een bedrijf of hun intentie om twijfel te creëren, kan hij als hoofdredacteur niet meewegen, vindt hij. ‘Je moet elk manuscript puur op de inhoud bekijken. Als het een goed onderzoek is, publiceer ik het. Ik ben in feite wetenschappelijk neutraal.’

‘Je moet elk manuscript puur op de inhoud bekijken. Ik ben in feite wetenschappelijk neutraal’

Van den Berg karakteriseert het werk van Exponent als ‘gaten schieten’ in het wetenschappelijk onderzoek waarop toezichthouders hun maatregelen baseren. ‘Het is niet zo dat de overheid het altijd bij het rechte eind heeft,’ zegt hij. De overheid is ‘net zo’n grote lobbyist’. ‘De lobby van de overheid is alleen veel wisselvalliger. Die wordt bijvoorbeeld sterk ingegeven door een nieuwe minister of staatssecretaris.’

De industrie moet weerwoord kunnen bieden, vindt Van den Berg. Hij vertrouwt erop dat zijn nieuwe redactieraad zorgt dat dit zuiver gebeurt. De website van RTP laat zien dat daaruit sinds zijn aantreden meerdere consultants zijn vertrokken, en wetenschappers van overheidsagentschappen – waaronder het Nederlandse RIVM – zijn toegetreden. Hoe de verhoudingen precies zijn gewijzigd is onduidelijk, omdat voorganger Gori de functies van de betrokken wetenschappers niet vermeldde.

De huidige redactie telt 37 leden, inclusief de twee hoofdredacteuren. Van den Berg streeft naar een mix van wetenschappers aan universiteiten, bij de overheid en uit het bedrijfsleven. Van het bedrijfsleven zitten er momenteel wetenschappers van Bayer, Procter & Gamble en Danone in de redactieraad. Daarnaast zitten er (voor zover valt te achterhalen) negen wetenschappers in de redactie die als consultant werken, waaronder een ‘chemical regulation’-expert van Exponent. ‘Consultants zijn geen melaatsen,’ zegt Van den Berg. Hij gebruikt hun deskundigheid graag. Hij zegt ervoor te waken dat er bij de peer review geen belangenconflict voorkomt. Ook zegt hij ‘extra kritisch’ te zijn bij publicaties van consultants waarin specifieke producten worden besproken.

Omstreden redactielid

Maar de activiteiten van een van de leden van de redactieraad laten zien dat RTP nog niet volledig schoon schip heeft gemaakt. Het betreft Michael Dourson, een Amerikaanse toxicoloog die al sinds 1995 in de redactieraad zit en oprichter is van consultancybedrijf TERA. Dourson werkte in het verleden voor de tabaksindustrie. Uit een publicatie uit 1999 blijkt dat hij met geld van het Center for Indoor Air Research (CIAR) onderzoek deed naar de effecten van meeroken. Het CAIR werd gefinancierd door Amerikaanse tabaksfabrikanten, waaronder Philip Morris en R.J. Reynolds. Het instituut is berucht omdat het onderdeel was van een strategie van sigarettenfabrikanten om ‘controverse’ over de schadelijkheid van meeroken ‘in stand te houden’, zo beschrijft een openbaar gemaakt memo van de sector uit 1988.

‘Jezus ging ook om met prostituees en belastinginners,’ antwoordde Dourson in 2014 toen hij door onderzoeksjournalisten van het Amerikaanse Center for Public Integrity werd gevraagd naar zijn werk voor de tabaksindustrie. ‘Wij zijn een onafhankelijke groep, die op allerlei terreinen de best mogelijke wetenschap beoefent. Waarom zouden we iemand uitsluiten die hulp kan gebruiken?’

Doursons onderzoeken bepleiten stelselmatig een hogere grens voor  blootstelling aan giftige stoffen

Als consultant van TERA publiceerde Dourson tientallen wetenschappelijke artikelen in RTP. Zijn onderzoeken – die behalve door de tabaksindustrie onder meer werden betaald door fabrikanten van vlamvertragende chemicaliën en de voedingsindustrie – hebben een rode draad: ze bepleiten stelselmatig een hogere blootstelling aan giftige stoffen dan gezondheidsautoriteiten veilig achten. Dat blijkt uit een analyse uit 2017, uitgevoerd door de Amerikaanse milieuorganisatie Environmental Working Group.

Zo publiceerde Dourson in 2008 in RTP over acrylamide, een mogelijk kankerverwekkende stof die voorkomt in gefrituurde aardappelproducten. De studie werd betaald door fastfoodgiganten, waaronder McDonalds en Burger King, en stelde een blootstellingsnorm voor die 10 tot 25 maal hoger ligt dan het Amerikaanse Environmental Protection Agency (EPA) veilig acht. In een andere publicatie uit 2006 herberekent Dourson de blootstellingsnorm voor het bestrijdingsmiddel chloorpyrifos: die kan volgens hem liefst met een factor 33 worden verhoogd. In het artikel bedankt Dourson fabrikant Dow AgroSciences voor de ‘jarenlange’ financiële steun voor zijn onderzoekswerk.

Dourson kwam recent in opspraak nadat de regering-Trump hem een toppositie bij het milieuagentschap EPA wilde geven. ‘President Trump maakt er een gewoonte van om belangrijke posten te vullen met mensen die toegewijd zijn aan het ondermijnen van de wetten die ze zouden moeten toepassen,’ schreef The New York Times op 17 oktober 2017 in een hoofdredactioneel commentaar. ‘Maar geen benoeming is zo brutaal, zo gevaarlijk voor de volksgezondheid, en verdient het zo om door de Senaat te worden afgewezen als die van Michael Dourson, die leiding moet geven aan de EPA-afdeling die belast is met de beoordeling van chemicaliën in de landbouw, de industrie en in huishoudelijke producten,’ schreef de krant.

The New York Times noemt Dourson zelfs ‘a scientist for hire’. ‘Hij heeft een lange geschiedenis van consultancywerk voor chemiebedrijven en onderzoeken uitvoeren die zijn betaald door de industrie. Hij concludeerde dikwijls dat blootstellingen aan chemicaliën veilig zijn bij doseringen die veel hoger zijn dan de niveaus die overheidsagentschappen [..] aanbevelen.’ 

Van den Berg is niettemin positief. Hij omschrijft Dourson zelfs als ‘voorkeursbeoordelaar’, en haalt Lesa Aylward aan, zijn co-hoofdredacteur: ‘Zij vond dat hij heel neutraal beoordeelt.’

Dourson publiceerde in juni van dit jaar in RTP opnieuw over chloorpyrifos, een bestrijdingsmiddel dat tot voor kort in zo’n honderd landen was toegelaten, en wereldwijd wordt toegepast bij de teelt van circa 8,5 miljoen hectare gewassen. In zijn artikel bekritiseert Dourson een studie uit 2011 van de Columbia University, die vaststelde dat prenatale blootstelling aan chloorpyrifos later een negatief effect heeft op het IQ en geheugen van kinderen. Het is een van de onderzoeken op basis waarvan de EFSA, de waakhond voor bestrijdingsmiddelen in de EU, in 2019 concludeerde dat het middel ‘mogelijk schadelijk is voor het ongeboren kind’. Ook voor de regering-Obama was dit onderzoek onderdeel van de wetenschappelijke bewijslast op basis waarvan een verbod werd voorbereid.

Zijn eigen bevindingen vormen aanleiding, zo stelt Dourson in het artikel, voor ‘serieuze wetenschappelijke twijfel’

Dourson vecht de methodiek van het Columbia-onderzoek aan, oppert herberekeningen van hun gepubliceerde data, en stelt dat hij zonder hun ruwe gegevens de conclusies niet kan repliceren. Zijn eigen bevindingen vormen aanleiding, zo stelt Dourson in zijn artikel, voor ‘serieuze wetenschappelijke twijfel’ of het Columbia-onderzoek wel kan worden gebruikt om ‘politieke beslissingen’ op te baseren.

Van den Berg ziet Doursons artikel als onderdeel van een gezonde wetenschappelijke discussie, en zegt kritisch te hebben gekeken naar belangenverstrengeling. ‘We hebben hem gevraagd: zit de producent van chloorpyrifos hierachter? “Nee,” zei hij, “ik vond het gewoon een onjuiste studie.”’ De publicatie zelf vermeldt echter dat Dow AgroSciences eerder TERA heeft gefinancierd, Doursons consultancybedrijf. ‘Ik kan niet begrijpen dat de auteur claimt geen belangenconflict te hebben,’ zegt milieutoxicoloog Grandjean dan ook. ‘Zijn eigen bedrijf heeft financiële banden met de fabrikant.’

Van den Berg vindt het een kwestie van ‘transparantie’ om onderzoek te publiceren, ongeacht wie het heeft gefinancierd. Hij erkent dat de tabaksindustrie in het verleden het wetenschappelijk proces met succes wist te manipuleren; ook bij asbest en dioxine is er twijfel gezaaid. Dat heeft de bescherming van de volksgezondheid vertraagd. ‘Maar dan praat je wel over 10, 20, 30 jaar terug,’ zegt de toxicoloog. Hij vertrouwt erop dat zoiets bij RTP niet meer kan voorkomen. ‘Je moet alert blijven. Maar meer dan alert zijn, en lessen uit het verleden leren, kun je niet doen.’

Grandjean is sceptisch over de nieuwe koers van RTP. ‘Deze veranderingen komen met een vertraging van decennia,’ zegt hij. Hij zou niet rouwig zijn wanneer tijdschriften als RTP en Critical Reviews tot het verleden behoren. ‘Misschien dat het in de astronomie gepast is om twijfel te zaaien over een nieuw ontdekt zwart gat, en daar vervolgens een jarenlange discussie over te voeren. Maar hier hebben we het over giftige chemicaliën. Hoe langer je de discussie daarover rekt, hoe langer het publiek eraan wordt blootgesteld.’

Vincent Harmsen
Vincent Harmsen
Schreef over dieselgate en de Monsanto Papers; onderzoekt voor FTM de lobby achter vervuilende en ongezonde industrieën.
Gevolgd door 1377 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren