© ANP / Jerry Lampen

    De kritiek rondom het afschaffen van de dividendbelasting ging vorige week voornamelijk over het gedraai van het kabinet en de vergeetachtigheid van minister-president Rutte. Maar er is meer aan de hand. Over hoe de lasten van de crisis zijn afgewenteld op de belastingbetalers, terwijl banken en bedrijven buiten schot zijn gebleven.

    Al een half jaar raken de politieke gemoederen verhit door het voornemen van het kabinet de dividendbelasting af te schaffen. Voorlopig hoogtepunt was het beschamende plenaire ‘memodebat’ van woensdag 25 april.

    Behalve de algemene en terechte verontwaardiging over Rutte’s woordenspel rond zijn ‘herinnering’ en het gebrabbel daarover van zijn coalitiegenoot Buma, werd op die dag nog iets veel belangrijkers zichtbaar: de voorstanders van afschaffing hebben inhoudelijk geen flauw idee waar ze het over hebben. Zij baseren zich puur op een geloof in trickle down economics. Zij krijgen argumenten ingefluisterd door lobbyisten van Unilever, Shell en VNO-NCW. En zij hebben zelfs de korte memo’s die door ambtenaren werden aangedragen niet gelezen. 

    Dat toont dat het mantra van de VVD (en daarmee de rest van het kabinet) oppermachtig is: belastingverlaging staat gelijk aan hogere investeringen, staat gelijk aan meer werkgelegenheid en welvaart voor alle Nederlanders. Maar het laat ook zien dat het nu hoog tijd wordt om het inhoudelijk debat centraal te stellen. Niet alleen over de dividendbelasting zelf, maar ook over de bredere context. 

    In een reeks artikelen willen we de voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting bespreken. We kijken naar de argumenten die voorstanders gebruiken en duiken in de tegenargumenten. Ook willen we begrijpen wat de stellingname van de voorstanders ons vertelt over de tijd waarin we leven. Wat zegt deze maatregel over de politiek en economie van vandaag? Hoe komt het dat na bijna 40 jaar van herverdelen van de nationale koek van arbeid naar kapitaal nog steeds dezelfde argumenten gebruikt kunnen worden? Hoe komt het dat de Europese race naar de bodem – de belastingconcurrentie tussen Europese landen die steeds weer leidt tot minder overheidsinkomsten – verder wordt ingezet, en dan ook nog met zo weinig maatschappelijke tegenspraak? 

    Dit beleid heeft een prijskaartje

    Door het ontluisterende parlementaire theaterstuk over de dividendmemo’s is het bredere pakket dat hoort bij de herverdelingsoperatie van het kabinet-Rutte III onderbelicht gebleven. Naast de 1,4 miljard euro van de afschaffing van de dividendbelasting, staat immers ook de verlaging van de vennootschapsbelasting (VPB) op de kabinetsagenda. De jaarlijkse kosten daarvan: zo’n 3,3 miljard euro. Samen met het afschaffen van de dividendbelasting komet dit uit op 4,7 miljard euro per jaar.

    Het CPB trekt van dit bedrag een aantal maatregelen af die kapitaal belasten, met name maatregelen die in EU-verband worden ingevoerd om belastingontwijking aan te pakken. Als we het CPB volgen, dan komen we op een eindsom van 3,1 miljard euro lastenverlichting per jaar voor het bedrijfsleven.

    Belastingparadijs revisited

    In het regeerakkoord staat dat de maatregelen genomen worden als compensatie voor EU-brede maatregelen, die gericht zijn op belastingontwijking. Het is evenwel discutabel of bedrijven die nu belasting ontwijken en door maatregelen meer moeten betalen, hiervoor gecompenseerd moeten worden. Daar komt bij dat Nederland op deze manier voeding blijft geven aan zijn rol als belastingparadijs.

    Dit beleid heeft een prijskaartje. In 2016 schatte het Europees Parlement de misgelopen belastingopbrengsten in de EU als gevolg van belastingontwijking tussen de 160 en 190 miljard euro per jaar. Ter vergelijking: het hele jaarlijkse budget van de EU op dit moment is 155 miljard euro. Het spreekt voor zich dat deze misgelopen belastingopbrengsten een goede bestemming zouden vinden — zowel in Nederland als de rest van de EU.

    Met de alleingang rond de dividendbelasting sloopt Nederland de mogelijkheid van een EU-proces om gezamenlijke standaarden in te voeren en laat het zich meeslepen door de dynamiek van Brexit: het Verenigd Koninkrijk zou wel eens nog meer belastingvoordelen kunnen bieden, en dus moeten wij dat voor zijn. Nederland plaatst zich zodoende buiten de Europese fiscale orde van landen als België, Duitsland, Frankrijk, die allemaal wel een dividendbelasting hebben. Zelfs de partners in crime als het gaat om doorsluizen van biljoenen euro’s en dollars per jaar, Luxemburg en Ierland, blijven nog binnen deze grenzen.

    "Met het afschaffen van de dividendbelasting schuift Nederland de kant op van een agressief belastingparadijs"

    De dividendbelasting is een van de weinige instrumenten om het belastingvrij doorsluizen van winst via brievenbusfirma’s tegen te gaan. Op dit moment biedt Nederland de mogelijkheid om rente-inkomsten en royalty's die door brievenbus-bv’s worden geboekt, belastingvrij door Nederland te sluizen. Mede vanwege deze eigenschappen is Nederland zo succesvol als doorsluisland en staat het wereldwijd al geruime tijd bovenaan de lijst met de grootste inwaartse directe investeringen: jaarlijks komt er ruim 4 biljoen dollar (4.000 miljard dollar) ons land binnen. Meer dan de VS, meer dan China.

    Het kabinet heeft aangekondigd een bronbelasting te gaan invoeren op uitgaande royalty- en rentestromen naar belastingparadijzen. Het is alleen niet duidelijk welke landen dit uiteindelijk zullen zijn. Het CPB heeft in de doorrekening van deze maatregel in het regeerakkoord de opbrengst op nul euro staan. Binnen de VVD en de werkgeverslobby is er ook veel verzet tegen. Het is dus de vraag of dat geregeld gaat worden door dit kabinet. 

    Als Nederland de dividendbelasting afschaft zonder een bronbelasting in te voeren op royalty's en rente, dan schuift het nog verder de kant op van een agressief belastingparadijs. Het ministerie van Financiën uit in één van de memo’s zijn zorgen over het effect van de dividend maatregel voor ‘het imago van Nederland’:

    Het volgende citaat komt uit het position paper van Jan van de Streek, hoogleraar bij het Amsterdam Center for Tax Law van de Universiteit van Amsterdam. Van de Streek schreef dit paper voor de hoorzitting over de afschaffing van de dividendbelasting in de Tweede Kamer op 14 december 2017. Het citaat (nadruk door ons) is mede gebaseerd op onderzoek naar EU-notulen die door een Wob-verzoek openbaar zijn geworden:

    ‘De effectiviteit van deze algemene anti-misbruikbepaling wordt echter door de Europese Commissie intussen zodanig betwijfeld dat zij op 12 april 2016 de EU-lidstaten, vooralsnog alleen binnenskamers, heeft opgeroepen om tot een zekere coördinatie van het dividendbelastingbeleid te komen. Het door de Europese Commissie gesignaleerde probleem is dat dividenden via de ‘zwakste schakel’ (lees: een EU-lidstaat met géén of een zeer lage bronheffing op dividenden) steeds de EU verlaten.De belastingconcurrentie tussen EU-lidstaten die daardoor ontstaat, is volgens de Europese Commissie schadelijk omdat:

    • De budgettaire opbrengst van de dividendbelastingen in alle EU-lidstaten drastisch vermindert;
    • De balans in de belastingverdragen tussen individuele EU-lidstaten en derde landen, zoals Amerika en Japan, wordt verstoord; en
    • De vestigingsplaats van holdingvennootschappen wordt beïnvloed.

    Ik constateer dat Nederland het door de Europese Commissie gesignaleerde probleem zal vergroten door de dividendbelasting af te schaffen. Ik heb grote twijfels of de in het regeerakkoord aangekondigde bronheffing op dividenden, die zal worden geheven in zogenoemde ‘misbruiksituaties’, paal en perk zal weten te stellen aan de vestiging van topholdingvennootschappen in Nederland met vooral een pinautomaatfunctie.’

    VNO-NCW let niet op de kleintjes

    In haar enthousiasme heeft werkgeverslobby VNO-NCW zelfs voorgesteld om de onroerendezaakbelasting te verhogen (zie het memo hieronder), ter compensatie van de afnemende belastinginkomsten door het dividendcadeau. Huurders moesten volgens de werkgeversorganisatie ook maar mee betalen aan de voortgaande overheveling.

    Die gedachte past in een thema: werknemers en burgers draaien steeds meer voor de kosten op, terwijl de opbrengsten in steeds grotere mate in de zakken van aandeelhouders en grote bedrijven blijven. Dit gebeurt zonder dat die laatsten daarvoor in gelijke mate terug investeren in de maatschappij, bijvoorbeeld door banen te creëren. Deze maatregel duikt in de vorm van grotere lasten voor woningcorporaties inderdaad op in de kabinetsplannen. 

    Niet alleen de huurders mochten van VNO-NCW echter meebetalen: ook het MKB mag zijn steentje bijdragen. Zie de reactie van het ministerie van Financiën op het voorstel van VNO-NCW:

    Dan maar de vennootschapsbelasting omlaag?

    Een mogelijke uitkomst van het politieke spel rond de dividendbelasting zou een uitruil kunnen zijn met de vennootschapsbelasting (VPB). De maatschappelijke tegenstand is zodanig dat coalitiepartners van de VVD de maatregel misschien niet meer voor haar rekening willen nemen. De afschaffing van de dividendbelasting zou dan in een compromis geofferd kunnen worden om de verlaging van de VPB zonder veel politieke kleerscheuren te realiseren. De suggestie dat de verlaging van de VPB wel en de afschaffing van de dividendbelasting niet effectief is om ‘het Nederlandse fiscale vestigingsklimaat’ te versterken wordt ook gedaan in de memo’s van het Ministerie van Financiën: 

    De context: een crisis van het gefinancialiseerde kapitalisme

    Wat in de discussies tot nu nog helemaal ontbreekt, is een alternatieve langetermijnvisie op een Nederlands (en Europees) verdienmodel. De centrale vraag: hoe gaan we duurzaam waarde creëren en wat is de rol van de staat (en dus belastingen) hierin? Met alleen fiscale prikkels voor de korte termijn kom je er niet.

    De afschaffing van de dividendbelasting is in dat opzicht slechts een symptoom van een veel grotere trend. Oppositie en opiniemakers zijn overwegend kritisch, maar de kritiek is vooral reactief: gericht op afzonderlijke aspecten van het ‘vestigingsklimaat’-verhaal. Er wordt weinig aandacht besteed aan de bredere context: hoe de laatste decennia continu de belastingen voor bedrijven zijn verlaagd. Hoe de winsten in die periode zijn gestegen, maar de lonen achterbleven. 

    Hoe de lasten van de crisis zijn afgewenteld op de belastingbetalers, terwijl banken en bedrijven buiten schot bleven. Hoe dit geresulteerd heeft in een versterking van de bestaande vermogensongelijkheid. En hoe dit alles samenhangt met een visie op de economie die vooral steunt op achterhaalde theorieën en in feite specifieke belangen dient, terwijl een steeds kleiner deel van de Nederlandse (en Europese) bevolking de vruchten plukt.

    We naderen het 10-jarige jubileum van de grootste financiële crisis sinds de grote depressie van de jaren dertig: een bijna-doodervaring voor het door schuld gedreven economische model. Het gevolg van die grote crisis was het droogleggen van de publieke uitgaven, en een economische klap die door grote delen van de bevolking in Europa gedragen wordt. 

    Een ander gevolg: de vermogensongelijkheid, die sinds de jaren 80 weer dezelfde vormen aan begon te nemen als vóór de opbouw van de verzorgingsstaten, kwam na de crisis meer op de voorgrond. Piketty domineerde kort het debat toen hij, zoals zoveel anderen voor hem, liet zien dat de vermogensongelijkheid vooral in de laatste decennia enorm is toegenomen. Instellingen als DNB en het IMF, niet de meest progressieve instituten, gingen in deze periode overstag en hebben alarm geslagen. 

    Het is nog geen gelopen race

    Zo laat DNB zien dat de achterblijvende loonontwikkeling in Nederland een negatief effect heeft op de binnenlandse bestedingen. In een uitvoerige studie benadrukken onderzoekers van het IMF daarnaast dat de ongelijkheid een breed palet van effecten heeft: van systeemrisico's in financiële markten, tot opkomende populistische politieke machtsblokken. Nog niet eerder sprak dit instituut zich zo duidelijk uit over de negatieve kanten van vermogensongelijkheid. Dit is de achtergrond waar het debacle rondom de dividendbelasting tegen speelt.

     Waar gaan we over schrijven?

    Om deze context verder uit te diepen, gaan we eerst de argumenten bekijken die voorstanders van het afschaffen van de dividendbelasting  gebruiken. Ook bekijken we de verschillende redeneringen van critici: sommigen zijn alleen tegen de afschaffing van dividendbelasting maar vóór andere belastingvoordelen voor bedrijven; anderen stellen die voortdurende overheveling van geld naar bedrijven en hun aandeelhouders in zijn geheel ter discussie.

    Centraal staan de verschillende ideeën over hoe de maatregel het vestigingsklimaat zou kunnen versterken. En de vraag in hoeverre dat daadwerkelijk banen oplevert, de welvaart vergroot, en voor wie dan.

    Een volgend stuk beschrijft de geschiedenis van de Europese race naar de bodem: de voortdurende concurrentie op belastinggebied, waarbij Nederland heel vaak voorloper is. De dividendmaatregel is een volgend hoofdstuk in dit 40-jarige verhaal. Wat kunnen we leren van deze periode? Waarom lijkt het alsof we maar één kant op kunnen — die van privatiseren, marktwerking, dereguleren (‘hervormen’) en belastingverlaging? 

    Het derde stuk behandelt de vraag wie de winnaars en wie de verliezers zijn. Achter eufemismen als ‘vestigingsklimaat’ schuilen echte bedrijven en mensen van vlees en bloed, die winnen ten koste van anderen. In het geval van de dividendbelasting zien we dat een selecte groep investeringsfondsen met domicilie in het Verenigd Koninkrijk het cadeau in ontvangst gaat nemen. Deze fondsen zijn slechts intermediairs in het mondiale gefinancialiseerde kapitalisme: ze beleggen voor andere investeerders, waaronder ook Nederlandse pensioenfondsen. 

    Een volgend stuk gaat over de jarenlange weg die lobbyisten hebben afgelegd om tot dit punt te komen. Wat is hun invloed geweest op het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III? Hoe hebben ze de onderhandelaars zo ver weten te krijgen dat iedereen akkoord ging met het schrappen van de dividendbelasting? En wat hebben ze nog meer voor elkaar weten te krijgen?

    Tenslotte: laten we niet vergeten dat de coalitie hun voornemen om de dividendbelasting af te schaffen nog aan de Tweede Kamer moet voorleggen. Het is nog geen gelopen race. Als deze coalitie besluit om zonder enige inhoudelijke onderbouwing, volledig vertrouwend op hun rauwe machtspositie, het cadeau aan Unilever en Shell te overhandigen, laten we het dan niet onopgemerkt laten gebeuren. 

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Frans Bieckmann

    Publicist, schrijver en onderzoeker

    Volg Frans Bieckmann
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Over de auteur

    Rodrigo Fernandez

    Onderzoeker bij SOMO; schrijft over hervorming van financiële markten, monetair beleid en belastingen.

    Volg Rodrigo Fernandez
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    De #Lobbycratie

    Gevolgd door 786 leden

    Leven we in een lobbycratie of is lobbyen een wezenlijk element van een gezonde democratie? Zeker is dat de lobbywereld wordt...

    Volg dossier