© ANP / Koen van Weel

    Een bizarre gang van zaken bij de McGregor Fashion Group: binnen een jaar twee keer failliet en tweemaal een mislukte doorstart. Leveranciers moeten twee keer bloeden, curatoren declareren overuren, maar de aandeelhouders komen er relatief ongeschonden uit. Hoe kan dit?

    ‘Ik heb een miljoen euro uitstaan, daar lig ik wel wakker van.’ De in Hong Kong gevestigde kledingfabrikant Harold Barel is niet in zijn beste humeur als Follow the Money hem eind oktober belt. Barel is eigenaar van Apsara Source; met dat bedrijf produceert hij al acht jaar de buitenkleding voor Gaastra — het sport-chique merk bekend van de zeiljassen. Maar Gaastra is onderdeel van de Doniger Fashion Group (voorheen McGregor Fashion Group), en die is failliet. De wintercollectie voor 2017/2018 ligt intussen al twee maanden onverkoopbaar in de mottenballen in de Rotterdamse haven.

    ‘Mijn werkkapitaal zit in de goederen in die containers, want ik heb alle ritsen, stoffen en uren al betaald. De goederen zijn nog wel van mij, maar het is voor een heel specifieke klant,’ zegt Barel. Zelf verkopen is lastig en prijsinflatie ligt op de loer want winter is coming: hoe langer de kleding in de haven ligt, des te meer de collectie in de uitverkoop zal moeten gaan.

    Hoe anders stonden de zaken er in 2011 voor. Barels klant had destijds de wind in de zeilen. Het scheelde zelfs weinig of de McGregor Fashion Group — die verder bestaat uit de merken McGregor en Emergo Textile Projects — werd voor meer dan 300 miljoen euro overgenomen door de Britse investeringsmaatschappij Charterhouse. Gaastra zelf is bovendien als sponsor een graag geziene gast op mondaine zeilwedstrijden. Zo was het modemerk in 2012 de officiële partner van de Barcolana regatta in Italië, een van de grootste zeilwedstrijden ter wereld.

    De aandeelhouders blijken de juridische trukendoos opengezet te hebben

    Maar in korte tijd is het tij volledig omgeslagen. Binnen een tijdsbestek van één jaar zag Barel zijn belangrijke opdrachtgever twee keer failliet gaan én twee keer een doorstart maken — de laatste nog eind september. Het zijn vrij uitzonderlijke statistieken in de Nederlandse faillissements-geschiedenis, die dan ook de nodige wenkbrauwen doen fronsen. Niet alleen vanwege de korte tijdspanne waarin alles plaatsvond, maar ook vanwege de dubieuze rol van de aandeelhouders: zij blijken de juridische trukendoos opengezet te hebben. Daardoor konden zij het strijdtoneel tot tweemaal toe relatief ongeschonden verlaten, terwijl leveranciers moesten bloeden. 

    Pizzarestaurant zonder oven

    Als de McGregor Fashion Group op 28 juni 2016 voor de eerste keer failliet gaat, staat een internationaal kledingconcern met 150 winkels en 1200 man personeel op het spel. Curatoren Marlous de Groot en Marc van Zanten van het Amsterdamse advocatenkantoor CMS krijgen de taak om de oorzaak van het faillissement uit te zoeken en zoveel mogelijk geld binnen te halen voor schuldeisers.

    Het duo belandt echter vrijwel direct in de houdgreep van de aandeelhouders van het failliete McGregor: de Haagse bank NIBC en de gehaaide Quote 500-ondernemers Ben Kolff, Jeroen Schothorst en Marcel Boekhoorn. Zij hebben op vrijwel alle bezittingen pandrechten gevestigd (zie kader) en blijken bovendien een bekende truc te hebben uitgehaald: de merkrechten zijn ondergebracht in een aparte vennootschap, X-One BV geheten. Failliet of niet, de aandeelhouders blijven daardoor de baas. 

    Rolef de Weijs, hoogleraar Nationaal en Internationaal Insolventierecht, vergelijkt het met een pizzarestaurant: ‘Het restaurant gaat failliet, maar de pizzaoven is nog in handen van de aandeelhouders. Degenen die het pizzarestaurant dan willen doorstarten, zullen niet alleen bij de curator moeten aankloppen voor het restaurant, maar ook bij de aandeelhouders voor de pizzaoven. De aandeelhouders hebben daardoor de regie over het faillissement: ze kunnen ten slotte andere biedingen tegenhouden door heel veel geld te vragen voor de pizzaoven — de merkrechten dus. Of, wat veelal de uitkomst is: ze kunnen zelf voor een appel en een ei het restaurant kopen, omdat niemand anders daar zonder de oven in geïnteresseerd is.’

    Misbruik van faillissementsrecht

    Hoogleraar Rolef de Weijs noemt het ‘ranzig’ wat er allemaal bij McGregor is gebeurd: ‘Het bedrijf is binnen een jaar tijd twee keer failliet gegaan, twee keer doorgestart, en de vorige aandeelhouders konden door alle pandrechten steeds weer risicoloos doorspelen.’ Hij doelt op het feit dat de McGregor-aandeelhouders weliswaar geld staken in hun bedrijf, maar dit verzekerd hadden door middel van pandrechten. ‘Het basisidee van ondernemen — en ook van het recht — is dat aandeelhouders de grootste risico’s lopen en daardoor ook de meeste winst krijgen toebedeeld. Als het mislukt, dan zijn aandeelhouders als eerste hun geld kwijt en moet het resterende vermogen onder de schuldeisers verdeeld worden. Maar zodra aandeelhouders gaan ondernemen en hun eigen inleg via pandrechten gaan verzekeren, dan vallen alle checks and balances weg: ze kunnen wél alles winnen, maar niets verliezen, want ze krijgen altijd voorrang. En dat is bij McGregor zelfs twee keer gebeurd! Je kunt zeggen dat dat over de rug van leveranciers en de fiscus gaat, want er blijft niks meer voor hen over. Het is in mijn ogen misbruik van faillissementsrecht.’

    De Weijs vindt dat de faillissementswet tekortschiet: ‘In landen als Spanje, Duitsland, Oostenrijk en Italië worden pandrechten door aandeelhouders niet geaccepteerd. De gelden die aandeelhouders inbrengen, worden beschouwd als risicodragend eigen vermogen. Als het bedrijf failliet gaat, al dan niet met een doorstart, dan zijn ze hun geld kwijt. Zo zou het ook in Nederland geregeld moeten worden. Ten eerste wordt er dan weer een balans gevonden tussen de risico’s en de winsten. Aandeelhouders krijgen de winsten en zijn de baas in de vennootschap omdat zij zogenaamd het meeste risico dragen — dit moet weer het uitgangspunt worden.’

    ‘Ten tweede kunnen aandeelhouders dan niet meer gokken met andermans geld en zullen ze zo betere beslissingen nemen. Ook komt er een einde aan de schizofrene opstellingen van curatoren. In veel faillissementen kijken curatoren terug of er niet in aanloop naar het faillissement nog gelden door bestuurders en aandeelhouders onttrokken zijn. In het faillissement van McGregor, en ook het faillissement van V&D, zijn het de curatoren die nota bene in faillissement zelf het geld aan de aandeelhouders overmaken alleen omdat de aandeelhouder ‘zo slim’ is geweest zijn investering niet in de vorm van storting op aandelen te doen, maar als een eigen bank aan zijn eigen vennootschap te lenen. Moet er werkelijk een derde McGregor faillissement komen, wil ook Den Haag inzien dat dit alles met ondernemen niets meer te maken heeft?’

    Lees verder Inklappen

    Sigaar uit eigen doos

    Weinig verrassend: de curator belandt voor de doorstart weer bij de aandeelhouders, die hun ‘nieuwe’ bedrijf omdopen tot de Doniger Fashion Group. Mede-aandeelhouder Schothorst zal later in Het Financieele Dagblad ontkennen dat er sprake was van opzet: ‘De curator heeft gezegd dat hij er dwars voor zou gaan liggen als daarvan ook maar het flauwste vermoeden zou bestaan,’ aldus Schothorst. In de krant stelt Schothorst dat hij en zijn compagnons pas besloten ‘nog een keer de spaarpot om te keren’ toen de curator geen serieuze biedingen meer had.

    Dit moet evenwel niet heel letterlijk genomen worden, zo blijkt uit bestudering van het tweede curatorenverslag: de deal vindt plaats met een vrijwel gesloten beurs, de koopsom á 26,4 miljoen euro wordt vrijwel geheel verrekend met de eerder verstrekte leningen van de aandeelhouders. Oftewel: ze kopen het met een sigaar uit eigen doos — en voor de schuldeisers komt nauwelijks geld op tafel.

    De doorstart brengt wél grote voordelen met zich mee: dankzij de faillissementswet kunnen de aandeelhouders eenvoudig afscheid nemen van lopende huurcontracten van onrendabele winkels. Ook duur personeel kan in één klap de deur worden gewezen: medewerkers die langer dan zeven jaar werkzaam zijn, krijgen geen nieuw contract. Leeftijdsdiscriminatie van ouder personeel, zo zou het College van de Rechten voor de Mens later oordelen

    "Als leverancier sta je dan met de rug tegen de muur"

    Meewerken aan doorstart

    Daarnaast zijn de aandeelhouders door het faillissement verlost van een enorme rij schuldeisers. De doorstarters hebben andere prioriteiten: het vertrouwen terugwinnen van leveranciers, zodat de kledingrekken weer gevuld kunnen worden met McGregor en Gaastra-kleding. Ze kloppen weer aan bij kledingfabrikant Barel, die op dat moment nog duizenden (onbetaalde) Gaastra-kledingstukken had klaarliggen in zeecontainers. Barel: ‘Als leverancier sta je dan met de rug tegen de muur, want ik had de kleding al voor eigen rekening geproduceerd — met het Gaastra-merk erin. Het was nog niet afgerekend, dus ik was nog wel de eigenaar. Maar ik heb nu eenmaal geen winkels om het te verkopen.’

    De ingeklemde ondernemer wordt een uitweg geboden: ‘Ze vroegen of ik de kleding wilde doorleveren, maar dan moest ik ze wel een korting geven. Dat heb ik uiteindelijk gedaan, zodat ik in ieder geval een deel betaald kreeg,’ zegt Barel. Hij wil niet aangeven hoeveel korting er is afgedwongen.

    Omdat hij meewerkt aan de doorstart, weet Barel zijn grote klant te behouden. ‘Wij — en veel andere fabrikanten — hadden vertrouwen in de doorstart,’ zegt hij. ‘Het zijn sterke merken, het is een stuk Hollands glorie met een ervaren inkoop-team en het waren financieel sterke partijen: een bank en drie multimiljonairs.’

    Barel krijgt daarna ook louter positieve verhalen te horen van medewerkers en van algemeen directeur Joep van Straaten. Ze vertellen hem dat de verkopen voor de winter 2017 hoger zijn uitgevallen dan verwacht: ‘Het bedrijf zou over de eerste helft van 2017 ook weer zwarte cijfers schrijven. Niet veel, maar het zat op “de goede weg”, zo werd gezegd.’ De verschenen curatorenverslag bevestigen dit verhaal: in het eerste halfjaar maakte de Fashion Group 1,2 miljoen euro winst, op een omzet van 73,6 miljoen euro.

    ‘Iedereen was ontzettend verbaasd’

    En zo zijn er meer leveranciers die het concern een tweede kans gaven. Ook Theo van Loon, mede-eigenaar van kledingleverancier European Fashion Team, ging met goede moed pantalons en colberts met het McGregor-merk produceren en leveren aan het doorgestarte concern. ‘McGregor was na het faillissement hersteld en er zaten vermogende investeerders en een bank achter. Ik had er vertrouwen in,’ zegt hij.

    En een andere ondernemer, die ook meewerkte aan de doorstart: ‘Ik had altijd een goed contact met de directeur en de mensen op de werkvloer, dus daar ben ik toen mee gaan zitten. Ze kwamen met een goed verhaal en een goede betalingsregeling.’

    De ondernemer wil anoniem blijven: ‘Ik heb er niks mee te winnen als mijn naam wordt genoemd,’ klinkt het enigszins verbitterd. Hij geeft aan dat hij bij de doorstart een ton heeft moeten afschrijven op zijn facturen, maar dat ook daarna de betalingsregeling geen stand hield. ‘In maart gingen ze mijn betalingen traineren. Pas nadat ik een incassobureau had ingeschakeld, kwam er een gedeeltelijke betaling op gang. Het was een slecht signaal, maar je hoopt natuurlijk dat ze er toch weer bovenop komen.’

    Acuut liquiditeitstekort

    Het blijkt valse hoop: op 5 september 2017 valt het doek opnieuw. Er wordt uitstel van betaling aangevraagd; het faillissement volgt snel daarna. Voor Barel komt het nieuws van dit tweede faillissement volkomen onverwacht: medewerkers van McGregor waren al bezig met toekomstige collecties. ‘De zomer 2018-orders waren toen al geplaatst en er was nog een designteam van Gaastra in Hong Kong om samen met ons en verschillende andere leveranciers de collectie van najaar 2018 uit te werken. Ook zij wisten van niks. Iedereen was ontzettend verbaasd.’

    ‘Het is heel, heel triest’

    De oorzaak blijkt volgens de curator te liggen in een ‘acuut liquiditeitstekort’: McGregor komt 8 miljoen euro tekort, die de aandeelhouders ‘niet meer bereid en/of in staat [waren] te verstrekken.’ Afgaande op de vermogenspositie van de vier aandeelhouders is het echter onwaarschijnlijk dat ze niet in staat waren om ieder 2 miljoen bij te passen: NIBC is een bank, Boekhoorn staat met een geschat vermogen van 1,8 miljard euro op de negende plaats in de Quote 500. Ook Kolff en Schothorst staan in de rijkenlijst, beiden met zo’n 110 miljoen euro.

    Het probleem is dat de doorstarters afgelopen zomer niet meer de portemonnee willen trekken om het acute tekort weg te werken. Schothorst wijst tegen Follow the Money met een beschuldigende vinger naar NIBC. Via een woordvoerder laat hij weten dat hij, Boekhoorn en Kolff wél bereid waren ieder 2 miljoen bij te dragen ‘onder dezelfde voorwaarden als onder de bestaande kredietfaciliteit en op basis van de bestaande aandeelhoudersovereenkomst. NIBC was daar echter niet toe bereid en daarmee was de bruglening van tafel.’

    De zienswijzen verschillen, zo blijkt uit de reactie van de NIBC-woordvoerder: ‘Wij hebben als aandeelhouder zorgvuldig gekeken naar mogelijke inspanningen in gezamenlijkheid en als NIBC hebben wij daaraan willen bijdragen. De aandeelhouders zijn daarbij unaniem tot de slotsom gekomen dat een nieuwe kapitaalinjectie niet haalbaar was aangezien dat geen toekomstbestendig bedrijf zou opleveren.’

    Oor aangenaaid

    Barel noemt het uitblijven van de noodfinanciering ‘onbegrijpelijk’: ‘De aandeelhouders konden in maart 2017 al op de achterkant van een bierviltje uitrekenen dat er in augustus even tijdelijk extra cash nodig zou zijn om wintervoorraden binnen te halen. Als ze dat dan niet regelen, dan zijn wij misleid. De kosten gaan voor de baten uit. Als je voor 1 miljoen inkoopt, dan vertegenwoordigt dat een verkoopwaarde van 7 miljoen. Maar je moet daarvoor wel eerst die 1 miljoen investeren.’

    "Ik snap niet dat curatoren dit laten gebeuren en dat dit bij wet is toegestaan"

    ‘Het is heel, heel triest,’ concludeert Barel. ‘Iedereen — personeel én leveranciers — die hard heeft meegewerkt, die de eigenaren een tweede kans heeft gegeven, is een oor aangenaaid. Iedereen is pissed off.’

    Barel voelt zich ook in de steek gelaten door de curatoren in het eerste faillissement, die de onderneming weer hebben verkocht aan de zittende aandeelhouders: ‘Ik snap niet dat curatoren dit laten gebeuren en dat dit bij wet is toegestaan. Een curator heeft toch macht? Dan kan hij toch bepaalde garanties eisen van een doorstarter, met name als het weer dezelfde aandeelhouders zijn? “Wat bent u bereid om te investeren? Wat zijn de verwachtingen? Is het voor jullie genoeg om binnen een jaar break-even te draaien of is het plan om de tent leeg te trekken?”’

    De curatoren blijven Barel vooralsnog een antwoord schuldig. Een woordvoerder van curator Marc van Zanten laat desgevraagd weten nog niet te kunnen reageren, omdat het onderzoek naar de oorzaken van het eerstefaillissement in de afrondende fase zit. ‘Ik kan niet in de media daar al op vooruitlopen.’ 

    Curatoren maken overuren

    Voor de leveranciers zijn het onzekere tijden, maar op de achtergrond draait de faillissementspraktijk van curatoren overuren. De curatoren van het eerste uur – Van Zanten en De Groot – hebben sinds juni 2016 al 1080 crediteuren binnengekregen, die in totaal nog 53 miljoen tegoed hebben van de McGregor Fashion Group. De kans dat zij nog iets uitgekeerd krijgen, is klein. In hun verslagen geven de curatoren aan dat alleen de ‘preferente boedelvorderingen’ ‘gedeeltelijk worden voldaan’. Oftewel: de daadwerkelijke faillissementskosten, zoals eventuele doorlopende huur- en loonverplichtingen, én de kosten van de curator.

    En die kosten zijn stevig: de curatoren hebben al een salarisvoorschot ontvangen van bijna 1,5 miljoen euro (incl. btw). Daarnaast hebben ze ruim 900 duizend euro aan faillissementskosten gemaakt. Het komt op conto van een batterij externen, waaronder hun CMS-collega’s in Tsjechië, Polen, Spanje en Duitsland. De curatoren hebben ook een persvoorlichter in de arm genomen en het faillissementsonderzoek uitbesteed aan BFI Global en Insolresearch. De onderzoekers doen een big data-onderzoek, hielden een enquête onder 373 medewerkers en nemen veertig interviews af om de oorzaak van het faillissement te achterhalen.

    De curator in het tweede faillissement, De Coninck, is ook al behoorlijke overuren aan het maken: in haar eerste verslag valt te lezen dat zij en haar team binnen een krappe anderhalve maand maar liefst 1767 uren hebben besteed aan het faillissement. Voor de schuldeisers in beide faillissementen zal het weinig uitmaken: de kans op een uitkering is vrijwel nihil.

    Lees verder Inklappen

    Bananenrepubliek

    Het faillissement en de doorstart betekenen weer volop onzekerheid voor leveranciers als Barel en Van Loon. Zij zijn door het nieuwe faillissement weer overgeleverd aan een nieuwe curator — Hanneke de Coninck — én aan de nieuwe doorstartkandidaat: die wist De Coninck namelijk al na een paar weken te vinden. Deze kandidaat is Rens van de Schoor, een oud ING-bankier van de afdeling bijzonder beheer.

    Na De Schoors vertrek bij de bank begon hij een investeringsfonds. Daarmee slaagde hij erin om modeketen Miss Etam en schoenenketen Brantano door te laten starten. Om een poging te kunnen wagen met het McGregor-concern, legde Schoor ruim 10 miljoen euro op tafel. Hij wijzigde echter na drie weken al van koers en kondigde aan de doorstart af te blazen. In plaats daarvan kwam er een grote uitverkoop — letterlijk, zo blijkt uit een blik in de Gaastra-webshop.

    Leverancier Van Loon heeft momenteel nog voor 1 miljoen euro aan McGregor’ pantalons en colberts in zijn magazijn liggen. De grote vraag is nu: hoe komt hij er vanaf? ‘De druk is groot, want ik heb toestemming nodig van de nieuwe merkhouder om de goederen zelf te verkopen. In de colberts en pantalons zijn de merktekens geborduurd en geprint, dus dat is lastig om te verwijderen.’

    Barel is inmiddels wel al verlost van zijn containers in de Rotterdamse haven: hij heeft de goederen begin deze maand toch nog kunnen slijten aan Van de Schoor. ‘Ik heb flinke kortingen, meer dan de bruto marge, moeten geven. Derhalve heb ik wel degelijk schade geleden. Maar het was erger geweest als de goederen in de haven vast waren blijven staan.’

    Hij houdt een zure smaak over de faillissementenreeks: ‘Ik was al overvallen doordat McGregor na een jaar alweer failliet ging. Dan ben je weer even blij omdat er snel toch voor een twee maal doorgestart gaat worden, wat vervolgens binnen 3 weken alweer afgeblazen wordt. Nederland lijkt wel een bananenrepubliek.’

    ***********

    Follow the Money duikt de komende tijd weer in het dossier ‘In de greep van de curator’ en zal kwesties behandelen die al tientallen jaren door de rechtspraak, politiek en journalistiek vrijwel ongemoeid worden gelaten. De curator krijgt op basis van de 120 jaar oude Faillissementswet vergaande bevoegdheden: van het ontslaan van personeel, de verkoop van het bedrijf, het starten van juridische procedures tegen de gefailleerde tot het gijzelen van een bestuurder die niet meewerkt.

    Maar doet de curator zijn werk wel goed? Laat hij faillissementsfraudeurs hun gang gaan? Wat is de verhouding tussen de boedelopbrengst, die hij binnenhaalt en zijn eigen declaraties (die ten laste van dezelfde boedel plaatsvinden). En wie houdt er toezicht op curatoren? Dat zóuden rechters-commissarissen moeten zijn, maar die hebben het krankzinnig druk en ontberen kennis. We nodigen u uit om uw kennis en ervaringen met ons en andere lezers te delen. 

    Lees hier wat Follow the Money eerder al in het dossier onderzocht. (dennis@ftm.nl)

    Reactie Jeroen Schothorst en NIBC

    Jeroen Schothorst, de voormalig directeur en mede-aandeelhouder van McGregor Group laat via een woordvoerder weten dat ze bij de (eerste) doorstart wel degelijk geld gestoken hebben in McGregor, te weten een werkkapitaal financiering van 12 miljoen en dat NIBC verantwoordelijk was voor het managen van het krediet. 

    De oorzaak van het liquiditeitstekort ‘lijkt te zijn gelegen in het feit dat de directie meer tijd nodig had voor het afbouwen van de verlieslatende activiteiten na de doorstart dan aanvankelijk door haar was voorzien.’ 

    De hogere financieringslast in de zomermaanden, om de wintercollectie voor te financieren, was volgens hem wel ingecalculeerd. ‘Het seizoenskarakter is niet de achterliggende oorzaak voor het liquiditeitstekort. De door de directie opgestelde liquiditeitsprognoses ten tijde van de doorstart van Doniger hadden in ieder geval rekening gehouden met deze seizoensinvloeden en de verstrekte werkkapitaalfinanciering van 12 miljoen kon op basis van die prognoses als ruim voldoende en adequaat worden beschouwd.’  

    Schothorst geeft aan de verontwaardiging over de aandeelhoudersleningen met pandrechten respectievelijk risicoloos ondernemen te begrijpen maar het ligt volgens hem genuanceerder. ‘Boekhoorn, Kolff en ik hebben ieder enkele tientallen miljoenen euro’s verloren aan het faillissement van McGregor respectievelijk dat van DFG in september 2017. Wat dat betreft kan worden vastgesteld dat het begrip “risicoloos ondernemen” op deze casus niet van toepassing is geweest.’

    NIBC-woordvoerder Martin Groot Wesseldijk schrijft het volgende:

    ‘NIBC heeft zich het afgelopen decennium steeds maximaal ingezet om het bedrijf te ondersteunen bij haar ondernemerschap in een lastige branche. Eerst als financier en - toen het in 2013 moeilijker ging met het bedrijf - in een accommoderende rol als mede aandeelhouder. Helaas is het, toen zich opnieuw problemen aankondigden, niet gelukt om een toekomstbestendige oplossing voor het bedrijf te vinden.’

    Op de vraag hoeveel NIBC op de pandrechten-kwestie en het uiteindelijke verlies, wordt niet ingegaan. ‘NIBC rapporteert op halfjaarbasis en als het effect op onze resultaten materieel is. In het verleden heeft NIBC al (materiële) verliezen genomen op deze positie, waardoor  de recente ontwikkelingen geen materiële impact meer zullen hebben op de financiële performance van NIBC.’

    NIBC betreurt het als voormalig aandeelhouder zeer dat Doniger faillissement heeft moeten aanvragen, vooral voor de ruim 600 betrokken medewerkers. NIBC is ervan overtuigd dat alle betrokken partijen steeds het maximale hebben gedaan om het bedrijf te redden. Zoals gezegd is het ondanks die goede wil van alle partijen niet gelukt om een toekomstbestendige oplossing voor het bedrijf te vinden.

    Lees verder Inklappen
    Over de auteur

    Dennis Mijnheer

    Gevolgd door 352 leden

    Ontspoorde Bedrijfskundige die alles wil weten van mannen en vrouwen met witteboorden. Tags: fraude, witwassen, omkoping

    Lees meer

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    In de greep van de curator

    Gevolgd door 147 leden

    In 2014 gingen er bijna 10 duizend bedrijven en personen failliet. De gevolgen zijn vaak groot: toeleveranciers moeten nog ma...

    Lees meer

    Volg dossier

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid