© JanJaap Rypkema

Scientology versus internet, deel 5: Verlies op verlies

4 Connecties

Relaties

NautaDutilh

Personen

Felipe Rodriquez

Organisaties

XS4all Scientology
17 Bijdragen

In 1995 brak een internationaal conflict uit op het toen nog prille internet. De inzet: wie is aansprakelijk voor wat gebruikers online doen? In Nederland hielp Karin Spaink die kwestie te definiëren. De tien jaar durende rechtszaak die Scientology tegen haar en XS4all voerde over wat zij op internet publiceerde, heeft grote invloed gehad op het internetrecht in Nederland. Vijfentwintig jaar na dato doet Spaink verslag van de zaak. In dit deel: Xenu komt naar Nederland, en tien jaar rechtszaken worden eindelijk afgesloten.

Over deze serie
  • Dit is deel 5 van een serie.
  • In de eerste aflevering (‘Doom’) beschreef ik de opkomst van het publieke internet, een dan nog vrijwel ongereguleerd medium. Het beviel Scientology totaal niet dat critici en oud-leden daar vrijuit hun kennis over en hun ervaringen met de sekte konden delen.
  • In de tweede aflevering (‘Inval bij XS4all’) beschreef ik hoe die internationale ruzie oversloeg naar Nederland. Scientology deed – met een deurwaarder – een inval bij XS4all en liet beslag leggen op de computers. Steen des aanstoots: een Amerikaans rechtbankstuk met daarin hoger cursusmateriaal van de sekte.
  • In de derde aflevering (‘De rechtszaak’) bescheef ik de aanloop naar het kort geding dat de sekte aanspande. XS4all haalde Steven Fishman naar Nederland – de man die de verklaring had ingediend waar de ruzie mee begonnen was – en Scientology bracht goudkleurige koffertjes naar de zitting. Wij wonnen.
  • In de vierde aflevering (‘Intriges en vuil spel’) beschreef ik waarmee je zoal te maken kunt krijgen als je de strijd met deze sekte aanbindt. Over gestolen vuilnis, een inval bij mij thuis, ‘tips’ voor de douane en een intrigant. (Die intrigant trad later in andere rollen op, hij kreeg een aparte pagina.)
  • Morgen volgt de laatste aflevering.
Lees verder

Mijn zaak duurde en duurde, en werd almaar complexer. Na het eerste (afgezegde) kort geding begon de sekte een tweede kort geding; op de dag dat dat diende, 26 februari 1996, liet Scientology een bodemprocedure betekenen. Die liet ze vervolgens bungelen. Daarna ging de sekte in hoger beroep tegen de uitspraak in kort geding. Ook die zaak werd steeds uitgesteld.

Inmiddels kon ik me goed voorstellen dat NautaDutilh Scientology graag als klant had: de sekte leverde een schier onuitputtelijke bron van werk op, en NautaDutilh is niet goedkoop.

Twee jaar lang deed ik weinig anders dan rechtszaken lezen, discrepanties tussen getuigenverklaringen van het hogere echelon van Scientology in kaart brengen, met hulp van alt.religion.scientology uitzoeken wat dat betekende, en nagaan of iemand daar iets aan had. Ik las alles; ik was als de dood iets te missen dat me later zou opbreken.

Toen ik eindelijk weer eens naar de sneak preview in de bioscoop ging, draaiden ze er tot mijn afgrijzen Pulp Fiction, met John Travolta in de hoofdrol. Ik vloekte hardop. Alwéér een Scientoloog.

Met de sekte ging het intussen niet zo goed. Ze waren al niet bijster populair, en nu brak internet ze ook nog eens op. In Nederland kampte de organisatie met geldgebrek: van journalisten hoorde ik dat fax- en telefoonlijnen het niet meer deden, en ’s avonds waren de lichten vaak uit op het hoofdkantoor aan de Nieuwezijds.

Sekteleden hoorden gaandeweg meer over de conflicten rond de kerk op internet. Ze stelden vragen, of gingen zelf op zoek. Dat was niet de bedoeling

Later hoorde ik dat Scientology Nederland, geheel tegen de regels in, geruime tijd financiële steun kreeg van het Amerikaanse hoofdkantoor. Scientology kon zich niet permitteren dat de Nederlandse divisie midden in onze rechtsgang, die internationaal veel aandacht kreeg, failliet zou gaan.

Ook gewone leden hoorden gaandeweg meer over de conflicten rond de kerk op internet. Ze stelden vragen, of gingen zelf op zoek. Dat was niet de bedoeling. Scientology stuurde haar leden daarom in de zomer van 1998 een cd toe, die ze werd aangesmeerd als onderdeel van een wervende campagne om de leer via internet te verspreiden.

Op die cd stond een programma – eigenlijk niet meer dan een template – waarmee leden makkelijk zelf een website konden bouwen. Daarop konden ze dan online allemaal de loftrompet over de sekte steken. (Buitenstaanders vermoedden dat het achterliggende doel was kritiek op de sekte moeilijker vindbaar te maken.) Maar onder de motorkap bleek dat programma censorware te installeren: de software blokkeerde kritische websites en nieuwsgroepen op de computers van de leden. Scientology verdedigde zich door het ‘niet meer dan een spamfilter’ te noemen.

Veel hielp het niet – internet was inmiddels simpelweg te groot en te alomtegenwoordig geworden. Scientology kon de kritiek op zichzelf niet langer inperken.

Operation Clambake

In 1996 begon Andreas Heldal-Lund – een Noor die, ongeveer tegelijkertijd met Zenon, belangstelling voor de sekte opvatte door haar gekrakeel op internet – een kritische website over Scientology. De url: www.xenu.net.

Hij noemde zijn site Operation Clambake. ‘Clambake’ is een traditionele zeevruchtenschotel met mosselen – zeg maar een Amerikaanse variant op paella – maar de naam is tevens een plaagstoot naar een wilde theorie van L. Ron Hubbard, de oprichter van de sekte.

In zijn boek A History of Man (1952) verklaart Hubbard dat in het menselijk lichaam twee ‘entiteiten’ huizen. De ene is de machtige thetaan die we ooit waren, de tweede een gedegenereerde ziel die oude ‘incidenten’ in zich meedraagt en daardoor wordt beheerst (tenzij Scientology hem weet te bevrijden).

Een van die incidenten: onze onderbewuste herinneringen aan ons vroegere leven als mossel. Vandaar ook dat wij mensen zo vaak moeten geeuwen, aldus Hubbard: dan speelt een oud incident ons parten.

Andreas zette op zeker moment, net als ik eerder had gedaan, de delen van OT3 uit het Fishman Affidavit op zijn website. Na klachten van de sekte werd Operation Clambake prompt uit zoekmachines verwijderd. Bij zijn isp stapelden de advocatenbrieven zich op; nadat die koudwatervrees kreeg, moest Andreas zijn heil elders zoeken.

Anders dan Zenon, die de provocatie verkoos, opereerde Andreas in de luwte. Hij postte aanvankelijk niet op alt.religion.scientology, hij stuurde geen persberichten rond; eigenlijk wist niemand wie er achter Xenu.net stak.

Gaandeweg ontstonden er toch contacten tussen Andreas en andere mensen die het juridische wapengekletter van de sekte poogden te weerstaan. In 2001, toen Andreas weer eens van het net dreigde te worden gegooid, vond hij onderdak bij Xtended Internet in Nijmegen, een kleine isp met uitsluitend zakelijke klanten.

Xtended werd gerund door Paul Wouters; hij had eerder gedonder met de sekte gehad. Een vriend van hem had indertijd een mirror van het Fishman Affidavit op zijn universiteitswebsite gezet. Toen de universiteit die in 1996 verwijderde, op aandringen van Scientology, klopte de vriend bij Paul aan. Mocht hij ’m bij Xtended neerzetten? Paul ging akkoord. De vriend koos de url xenu.xtdnet.nl.

De sekte wilde in 1999 plotseling weten wie daar achter zat, mogelijk omdat ze dacht dat het om de beheerder van Operation Clambake ging, en eiste dat Xtended de naam van deze gebruiker zou vrijgeven. Paul weigerde. Het kwam tot een rechtszaak, waarin Paul moest getuigen wie zijn gebruiker was. Maar de pagina was uit voorzorg van eigenaar gewisseld en stond nu op naam van Zenon. De vriend was veilig, Scientology ving in zijn plaats een oude tegenstander.

Omdat Paul Scientology al eens had weerstaan, vroeg Andreas in 2001 of hij Operation Clambake bij Xtended Internet kon onderbrengen. Paul hield Xenu.net nadien vijf paar jaar in de lucht, totdat hij Xtended Internet verkocht. Operation Clambake was tegen die tijd groot en alom gerespecteerd – Andreas had er zelfs een prijs voor ontvangen — en was inmiddels overal veilig. Xenu.net verhuisde weer.

Xenu.net als vrijhaven

Andreas was een van de eersten die zich realiseerden dat nieuwsgroepen, zoals alt.religion.scientology, obscuur zouden worden nu websites ingeburgerd raakten. Hij maakte van Operation Clambake een plek waar niet alleen kritiek op Scientology een plaats kreeg, maar ook ex-leden en slachtoffers hun verhaal konden doen.

Daar gebeurde iets bijzonders. Er waren nogal wat mensen die Scientology hadden verlaten omdat ze de interne kadaverdiscipline en de steeds hoger wordende tarieven voor cursussen en auditing-sessies niet langer acceptabel vonden. Maar een deel van hen geloofde nog wel in de methodieken en theorieën van de club – zolang ze die maar met een korreltje zout mochten nemen.

Zo kreeg de Free Zone vaste voet aan de grond: een groep ex-leden die de organisatie verwierpen maar de leer en de methodiek behielden

Zij hadden, net als de critici van de sekte eerder, nooit een plek gehad waar ze elkaar konden vinden. Zulke mensen – geen lid meer maar wel ‘gelovig’ – hadden al eerder pogingen gedaan zich te organiseren, maar dat was lastig: de groepjes vielen telkens als los zand uit elkaar. Daarnaast waren ze verstoken van cursusmateriaal: Scientology schermde dat immers streng af voor iedereen die geen lid was of er niet voor betaalde.

Via Operation Clambake vond een deel van deze ex-leden elkaar. Zo kreeg de Free Zone vaste voet aan de grond: een groep ex-leden die de organisatie verwierpen maar de leer en de methodiek behielden. Ze deelden materiaal, ze ‘auditen’ elkaar voor een vriendenprijsje (of voor niets), en ze hadden werkelijk geen enkel probleem met kritiek van buitenstaanders. Je zou het een kerkscheuring kunnen noemen. Hoe dan ook is het bestaan van de Free Zone een eminent voorbeeld van de vrijheid van religie die Scientology zegt voor te staan, maar in werkelijkheid bestrijdt.

Salomonsoordeel

Op 8 maart 1999, bijna drie jaar na de uitspraak in kort geding, diende eindelijk het hoger beroep. Dat was al in maart 1996 aangekondigd, maar kort daarna zei Scientology een schikking te willen bespreken – en zette vervolgens geen enkele stap.

In Zenons zaak, die in mei 1998 in Stockholm diende, was intussen iets interessants gebeurd. Zenon had een juridische achtergrond en verdedigde zichzelf. Ik ging mee, en werd op zijn verzoek officieel door de rechtbank aangesteld als z’n secondant: zijn biträde. Dat betekende dat ik naast hem in het bankje zat en we onderling overleg konden voeren. Ook kon ik in de rechtszaal blijven zitten bij de besloten delen van de zaak (en dat waren er veel: Scientology wilde zo min mogelijk in de openbaarheid hebben).

Volgens Zweeds recht weegt alleen wat in de rechtszaal zelf wordt aangevoerd. Hoewel partijen op voorhand stukken moeten inleveren, opdat de rechters zich kunnen voorbereiden, telt alleen de mondelinge bijdrage van de partijen. Dat betekende in dit geval onder meer een stoet getuigen. Een van hen was Warren McShane, de directeur van Scientology’s auteursrechtenorganisatie: de man van de goudkleurige Samsonites.

Toen Zenon hem onder ede verhoorde over de status van de OT-cursussen – Scientology claimt dat ze niet gepubliceerd zijn, en dat derden er dus niet uit mogen citeren – vroeg hij McShane hoeveel mensen OT2 en OT3 precies hebben bestudeerd. Na wat gepalaver antwoordde McShane dat het om 20 tot 25 duizend mensen ging.

Dat gebruikten we prompt in het hoger beroep van mijn rechtszaak. Naar Nederlands recht kan er geen sprake zijn van ‘verspreiding in kleine kring’, noch kan iets ‘ongepubliceerd’ heten, wanneer de auteursrechthouder zelf duizenden mensen toegang tot dat werk heeft verleend. Dan geldt zo’n werk zonder pardon als gepubliceerd. En dan mogen anderen er vrijelijk uit citeren. McShanes Zweedse getuigenis had ons een prachtig argument tegen zijn eigen claim opgeleverd.

In haar uitspraak op 9 juni 1999 nam de rechtbank in Den Haag die redenering over. ‘CoS heeft de cursussen, waarop de OT-werken betrekking hebben, op grote schaal onder haar leden – naar gedaagden onweersproken stellen minimaal 25.000 mensen – verspreid. Daaruit volgt dat de werken met toestemming van de maker in druk zijn verschenen. Nu de uitgave aldus is geschied met toestemming van de rechthebbende, is de rechtmatigheid van de openbaarmaking, ongeacht de plaats daarvan, gegeven [..]’.

Wat tegenviel in dit vonnis, was het oordeel over hyperlinks: Scientology had geëist dat alle links naar hun materiaal illegaal verklaard zouden worden. Een hyperlink is zo’n ding waarop je kunt klikken en dan beland je meteen op de bron ervan. Alsof je, in een boek, meteen via de voetnoot de tekst zou kunnen zien waarop de auteur zich baseert. Hyperlinks zijn veredelde voetnoten: ze verenigen de vindplaats met een instructie. ‘Dit gebruikte ik, zo kom je er.’

De rechtbank besloot in mijn zaak dat links naar inbreukmakend materiaal onwettig zijn. Dat klinkt heel rechtschapen

De rechtbank besloot in mijn zaak dat links naar inbreukmakend materiaal onwettig zijn. Dat klinkt heel rechtschapen: als een pagina niet mag, is een verwijzing daarnaar – een aanklikbare link die je meteen op de plek des onheils brengt – zelf ook onwettig. Maar in de praktijk is dat aanzienlijk lastiger, en potentieel fnuikend voor het net. Dat hangt immers van links aan elkaar.

Bovendien: zo’n verbod legt strengere restricties op aan internet dan aan andere media. De krant mag schrijven dat dit-en-dat een ingeburgerde manier is om geld wit te wassen: zoiets is een beschrijving van een strafbaar feit, of een halve instructie, maar niet strafbaar. Alleen het daadwerkelijk witwassen van geld is dat: er is een cruciaal verschil tussen daad en woord. In deze uitspraak werd dat verschil van tafel geveegd.

Voor het overige viel de uitspraak in ons voordeel uit. Ja, Scientology had aangetoond auteursrecht te hebben op sommige stukken uit het Fishman Affidavit (maar had dat bij andere stukken niet of onvoldoende onderbouwd). Ja, ik had aanvankelijk hun auteursrecht geschonden, maar had dat braaf hersteld nadat ik bewijs van de claim had gezien. Ja, isp’s moeten stukken verwijderen als evident is dat die onrechtmatig zijn. Nee, dat waren de betwiste webpagina’s niet. Nee, mijn citaten waren geen auteursrechtinbreuk.

Mijn website was opnieuw in orde bevonden. Het was 2-0 voor Team Internet.

Plotwending bij het hoger beroep

Natuurlijk ging Scientology in beroep tegen de uitspraak van juni 1999. Eerst via een zogeheten spoedappèl, waarna ze uitstel vroegen, waarna het een gewoon beroep werd, waarna ze uitstel vroegen, waarna… tot in het absurde. De zaak werd liefst zes keer uitgesteld, uiteindelijk mede door het hof zelf (reden voor XS4all om een aanvraag te doen voor een nominatie in het Guinness Book of Records).

Op 4 september 2003 deed het hof eindelijk uitspraak. Anders dan zijn voorgangers meende het hof dat er volgens de Auteurswet geen sprake was geweest van rechtmatige openbaarmaking, zodat het citaatrecht niet van toepassing was. Dat leek in het voordeel van Scientology. Maar toen kwam de plottwist: het hof beriep zich op artikel 10 uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Artikel 10 EVRM beschrijft, zo vatte het hof samen, ‘beperkingen die in een democratische samenleving nodig zijn ter bescherming van onder meer de rechten van anderen. Onder die rechten valt in beginsel mede het auteursrecht [..]. Denkbaar is dat er bijzondere gevallen zijn waarin de handhaving van het auteursrecht, zoals een inbreukverbod, moet wijken voor de informatievrijheid.’

Het belang van de vrije informatieverschaffing en van de bescherming van de democratie oversteeg het auteursrecht van de sekte, oordeelde het hof

Uit onze processtukken blijkt volgens het hof dat mijn citaten uit OT2 en OT3 ‘de door [Spaink] beoogde informatieverstrekking over de Scientology-leer en de gang van zaken bij de Scientology-organisatie ondersteunen en geloofwaardig maken. Gesteld noch gebleken is dat zij daarmee (mede) een commercieel doel heeft beoogd.’

En in de zin daarna deelde het hof een mokerslag uit: ‘Uit de hiervoor [..] vermelde teksten blijkt dat Scientology c.s. met hun leer en organisatie de verwerping van democratische waarden niet schuwen. Uit die teksten volgt tevens dat met de geheimhouding van OT II en OT III mede wordt beoogd macht uit te oefenen over leden van de Scientology-organisatie en discussie over de leer en praktijken van de Scientology-organisatie te verhinderen.’

In gewone taal: niet het citaatrecht, maar het belang van de vrije informatieverschaffing en van de bescherming van de democratie oversteeg volgens het hof het auteursrecht van de sekte. Daarom mocht ik citeren uit OT2 en OT.

Het was nu 3-0.

Koekjes van Verkade

Uiteraard ging Scientology weer in beroep. In dit stadium heet dat ‘cassatie’: de zaak ging naar de Hoge Raad. In maart 2005, anderhalf jaar na de uitspraak in hoger beroep, kwam advocaat-generaal Feer Verkade met zijn conclusie.

Die was onverdeeld gunstig voor ons. Al op bladzijde 3 van zijn 80 pagina’s tellende betoog kondigde Verkade aan dat hij ‘...bij de beoordeling van het principale beroep van Scientology c.s tégen ’s hofs erkenning van het beroep van Spaink en de Providers op art. 10 EVRM [zal] concluderen tot verwerping van die klachten’. Oftewel: ook Verkade stelde de vrijheid van informatie in dit geval boven het auteursrecht. De kans dat de Hoge Raad zijn conclusies zou overnemen, was groot – Verkade is een autoriteit op auteursrechtgebied.

De uitspraak van de Hoge Raad werd (surprise!) een paar keer uitgesteld, en kort voordat zij eindelijk vonnis zou vellen, trok Scientology de zaak in. Wij tekenden bezwaar daartegen aan, op grond van de principiële aspecten van de zaak, maar de Hoge Raad besliste anders. Op 16 december 2005 deed ze uitspraak over de procedure: het vonnis in hoger beroep hield stand. De processen waren ten einde.

Aanvankelijk had ik enorm de pest in. Juist nu de hoogste rechter over de zaak zou oordelen, rende Scientology met de staart tussen de benen weg – de lafaards. Het duurde een dag voordat ik me realiseerde dat me hierdoor veel bespaard was gebleven: had de Hoge Raad uitspraak gedaan, dan had Scientology weer in beroep kunnen gaan, nu bij het Europees Hof. Zo’n zaak kon met gemak acht jaar duren. Maar doordat de sekte zelf was afgedropen, kon ze het vonnis nu nergens aanvechten.

Het was 4-0. De wedstrijd had tien jaar geduurd, en nu was hij voorbij.

Xs4all vierde feest en liet 5000 T-shirts drukken – in de huiskleur geel, alles in voetbalstijl, compleet met het vignet ‘XS4all Spaink vs. Scientology‘ rechtsboven – die aan abonnees werden uitgedeeld.

Ook Fonss – de abonnee van XS4all met wie het in september 1995 allemaal was begonnen, om hem had de sekte een inval bij XS4all gedaan – was opgelucht. Ik was inmiddels goed met hem bevriend, al had ik dat in eerste instantie niet door. Pas toen Felipe Rodriquez en ik al dik twee jaar bezig waren ons samen te verdedigen tegen die rotsekte, vertelde Felipe me dat hij Fonss was.

Overzicht rechtszaken en relevant materiaal

Overzicht rechtszaken: 

Het materiaal in dispuut:

Lees verder Inklappen