© JanJaap Rypkema

Scientology versus internet, deel 3: De rechtszaak

In 1995 brak een internationaal conflict uit op het toen nog prille internet. De inzet: wie is aansprakelijk voor wat gebruikers online doen? In Nederland hielp Karin Spaink die kwestie te definiëren. De tien jaar durende rechtszaak die Scientology tegen haar en XS4all voerde over wat zij op internet publiceerde, heeft grote invloed gehad op het internetrecht in Nederland. Vijfentwintig jaar na dato doet Spaink verslag van de zaak. In dit deel: Scientology begint een rechtszaak, zegt ’m op het nippertje af, en start een nieuwe zaak.

Over deze serie
  • Dit is deel 3 van een serie.
  • In de eerste aflevering (‘Doom’) beschreef ik de opkomst van het publieke internet, een dan nog vrijwel ongereguleerd medium. Het beviel Scientology totaal niet dat critici en oud-leden daar vrijuit hun kennis over en hun ervaringen met de sekte konden delen.
  • In de tweede aflevering (‘Inval bij XS4all’) beschreef ik hoe die internationale ruzie oversloeg naar Nederland. Scientology deed – met een deurwaarder – een inval bij XS4all en liet beslag leggen op de computers. Steen des aanstoots: een Amerikaans rechtbankstuk met daarin hoger cursusmateriaal van de sekte.
  • Er volgen nog drie afleveringen; op 1 januari publiceert Follow the Money de laatste.
Lees verder

Op 28 september 1995, anderhalve week nadat ik mijn website bij Planet had opgezet, bespraken we met een aantal mensen een plan de campagne. Aanwezig: Rop Gonggrijp en Felipe Rodriquez van XS4all; Alex de Joode (van de remailer); Newkid, die nog voor mij de FACTnet kit op zijn site had gezet, maar dan bij internetaanbieder Cistron; iemand van Cistron, en ik. We gingen eten in Centra.

Centra was een Spaans restaurant op de Wallen, in de Lange Niezel. Het was in 1946 geopend en fungeerde aanvankelijk als toevluchtsoord voor Spaanse zeelieden. Behalve Spanjaarden kwamen er inmiddels veel journalisten, tv-mensen en aardig wat lieden uit de penoze. Drugsbaron Klaas Bruinsma en zijn coterie behoorden tot de stamgasten, maar ook pater Theo Beusink, beter bekend als padre Boes, die al vanaf de jaren ’60 de Spaanstalige ‘gastarbeiders’ in de stad bijstond.

In 1962 nam het echtpaar Rodriquez het restaurant over. Ze gingen erboven wonen en kregen een zoon. Felipes vader stierf jong, zijn moeder helaas ook: in 1987, op zijn achttiende, werd Felipe eigenaar van Centra. De plannen voor de oprichting van XS4all werden er gesmeed, en de aanloopkosten daarvoor werden deels gefinancierd met zwart geld uit het restaurant.

Inmiddels waren er circa vijftien websites met de FACTnet-kit en het Fishman Affidavit. Een deel van de betrokkenen – of hun providers – had al telefoontjes en mail van Scientology gehad. Cistron had een standaardantwoord voor betrokken providers opgesteld; XS4all had een advocaat ingeschakeld, Pieter Bakker Schut.

Felipe had alle deelnemers op het hart gedrukt: ‘Als mensen in (juridische) problemen komen, laat ze dan contact opnemen met mij, voordat mensen zichzelf helemaal inwerken in deze zaak en advocaten gaan inhuren. De kennis die we hebben verzameld is voor eenieder beschikbaar.’ 

We dachten sterk te staan. Het Fishman Affidavit, het deel van de FACTnet-kit waarop Scientology haar pijlen richtte, kwam uit een rechtbankdossier en was daardoor formeel openbaar. Waarschijnlijk was artikel 15b van de Auteurswet, dat het auteursrecht inperkt, de doodsteek voor de claim van de sekte: documenten die door de overheid (ook buitenlandse) zijn gepubliceerd, behoren tot het publieke domein – tenzij de overheid het auteursrecht erop uitdrukkelijk heeft voorbehouden.

In mijn eentje durfde ik een rechtszaak niet goed aan. De onvoorwaardelijke steun die XS4all bood, gaf de doorslag

Maar recht was één, intimidatie was twee. Op dat laatste gebied had Scientology een naam hoog te houden, en dat maakte dat dit geen gewone zaak was. Het was voorts niet duidelijk wie zou doorzetten als het tot sommaties kwam, laat staan wanneer er een dagvaarding bij hen aan huis zou worden bezorgd. Alex mailde me: ‘Er moet [..] iemand bereid zijn om de rechtszaak aan te gaan [en die] moet ook de intimidatiepogingen van Co$ kunnen weerstaan. [..] Wat we zoeken is kortom een hero.’ 

Ik aarzelde. In mijn eentje durfde ik het niet goed aan. Als Newkid en Kamerlid Oussama Cherribi nu meededen, en beloofden hun site onder geen beding te verwijderen, zou dat helpen. Newkid bleek Snorri Helgarsson te heten en was een klein mannetje met (jawel) een snor, een baard en een mopsneus; hij zei dat-ie van origine IJslands was. Newkid hield een slag om de arm: hij wilde wel, maar zei geen ja, al was hij een der eersten die een mirror van de FACTnet-kit op zijn site had gezet.

De onvoorwaardelijke steun die XS4all bood, gaf de doorslag. Ik besloot door te zetten. Wat hielp was de wetenschap dat ik een zekere bekendheid had, plus een column in de krant: ik had toegang tot de media en kon me makkelijker verweren indien de sekte iets mals zou uithalen. Ik kon me meer risico veroorloven dan veel andere deelnemers.

We dronken er een borrel op. Daags erna kreeg ik mail van Helena Kobrin, de advocaat van het hoofdkantoor van Scientology. Ze eiste dat ik het ‘gestolen materiaal’ per direct van mijn website verwijderde en wilde dat ik mijn oproep aan anderen om mee te doen publiekelijk introk. Een paar dagen later, op 3 oktober, sommeerde advocatenkantoor NautaDutilh me de teksten van mijn website te verwijderen. Ook Kamerlid Oussama Cherribi kreeg zo’n brief. Ruprecht Hermans trad op als raadsman voor de sekte. Zijn vader, de schrijver W.F. Hermans, zou zich in zijn graf hebben omgedraaid.

Prompt verschenen er affiches in Amsterdam met daarop de volledige tekst – in echt heel kleine lettertjes – van het Fishman Affidavit, vooral rondom Scientology’s hoofdkantoor op de Nieuwezijds Voorburgwal.

Op 8 november viel de dagvaarding op de mat. De gedaagden: XS4all, De Digitale Stad, Dataweb, Cistron en ik. Opmerkelijk genoeg had Scientology Planet Internet niet gedaagd. Maar Planet liet niet over zich heen lopen: een week later meldde de internetprovider dat hij zich vrijwillig zou voegen. We werden op 14 december bij de rechtbank in Den Haag verwacht.

Hoog bezoek

XS4all, nooit te beroerd voor een stunt, besloot om vlak voordat het kort geding zou dienen, Steven Fishman – de oorspronkelijke bron van het Affidavit – naar Nederland te halen. Hij kon dan zijn verhaal in de Nederlandse pers doen. Iemand kwam met het plan een openbare avond te organiseren in de Melkweg, met Fishman als hoofdgast.

Binnen een paar dagen knutselden we een avondvullend programma in elkaar. Jan Lenferink, de roemruchte presentator van RUR, was gastheer. Hij interviewde Fishman, onze advocaat Pieter Bakker Schut, Felipe en mij. Allerlei min of meer bekende Nederlanders lazen om de beurt stukken voor uit getuigenverklaringen, geschriften van ex-leden en gerechtelijke vonnissen. Het doel: duidelijk maken dat we met een ‘vieze’ tegenstander van doen hadden, die auteursrecht als wapen gebruikte. 

Er hing een rare sfeer. Veel deelnemers – inmiddels beliep hun aantal bijna honderd – kwamen die avond, en dat voelde feestelijk. De deelnemers kregen T-shirts met daarop een beleidsbrief van Hubbard waarin-ie uitlegde dat leugen en bedrog geoorloofd zijn om je doel te bereiken, de affiches met het complete Fishman Affidavit werden uitgedeeld, en half nl.eeuwig.september was er.

Er was ook ander bezoek: een Amerikaanse delegatie van Scientology kwam naar de Melkweg. Allan Cartwright, hoofd legal affairs van Scientology International, was al een week of drie eerder uit Californië ingevlogen, en belde sindsdien de ene provider na de andere. Nu was ook Leisa Goodman gearriveerd, hoofd woordvoering van Scientology International en lid van het Office of Special Affairs, de inlichtingendienst van de sekte. Ze had een paar secondanten bij zich. Ook Julia Rijnvis, woordvoerder van de Nederlandse tak, was meegekomen. Rop overhandigde ze vriendelijk een paar consumptiebonnetjes.

De delegatie eiste ter plekke met Felipe, Fishman en mij te spreken. Goodman stond daarbij steevast net iets te dicht bij je, en keek je doordringend aan. (Later ontdekte ik dat je volgens de sekteleer met die houding je gesprekspartner kunt vloeren. Het lukte niet.)

Het allervreemdste: alle machtsvertoon ten spijt had Scientology juist die dag bekend gemaakt dat ze de rechtszaak afblies. Het ging om ‘uitstel’, bezwoer advocaat Hermans; zijn cliënt overwoog om in plaats van een kort geding een bodemprocedure tegen ons te beginnen, compleet met getuigenverhoren. Hermans stuurde onze advocaat tevens al diens stukken en brieven terug – alles ongeopend.

Close reading, met kleurtjes

Bijna twee maanden later, begin februari 1996, ontvingen we de tweede dagvaarding. Toch weer een kort geding, maar nu met een sterk uitgebreide lijst gedaagden; bij elkaar veertien providers. Weer was ik de enige gebruiker. De zitting zou op 26 februari plaatsvinden.

We hadden Scientology steeds gevraagd of we de originelen konden inzien van de OT-stukken waarop de sekte auteursrecht claimde. Er was namelijk veel verwarring over de status van de pagina’s die in het Fishman Affidavit waren opgenomen. Door minutieus andere rechtszaken van de sekte over OT-materiaal uit te pluizen, en met hulp van alt.religion.scientology, had ik bijvoorbeeld ontdekt dat Scientology de ene keer auteursrecht claimde op de citaten uit OT8 in het Fishman Affidavit, maar de andere keer beweerde dat die citaten een vervalsing waren.

Hoe kun je controleren of je Scientology’s auteursrecht schendt, als je het origineel onder geen beding kunt inzien?

OT8 was door tegenstanders gefabriceerd, zo verklaarde Scientology dan, om een wig tussen christenen en Scientologen te drijven. In OT8 staan onder meer zinsneden waarin Jezus tot een ‘implant’ wordt verklaard, waarin Hubbard zichzelf vergelijkt met de antichrist en Jezus als een ‘opvliegende pedofiel’ beschrijft.

De kern van het probleem: hoe kun je, als buitenstaander, controleren of je Scientology’s auteursrecht met je citaten schendt, indien je het origineel onder geen beding kunt inzien? De tweede dagvaarding onderstreepte dat probleem: de sekte liet daarin ook haar auteursrechtclaim op OT4 tot en met OT7 grotendeels vallen. Scientology beloofde voor OT2 en OT3 een geoormerkte vergelijking te produceren: een notaris zou hun originelen vergelijken met de passages op mijn website. (OT1 verdween op de een of andere manier van het toneel.)

Op 19 februari, een week voordat het kort geding zou dienen, ontvingen we eindelijk die vergelijking. De notaris had op gemaskeerde kopieën van de originele OT’s met geel aangegeven welke passages woordelijk op mijn website stonden, en met blauw wat er in gewijzigde vorm stond. Er stond best veel geel op de kopieën.

Dat klonk als slecht nieuws. Maar nadat Bakker Schut, Felipe en ik hadden overlegd, concludeerden we dat we op de goede weg waren. We hadden immers een aantal argumenten aangevoerd om Scientology’s claims te betwisten.

Ten eerste: Scientology had een inval gedaan bij XS4all op grond van een auteursrechtclaim die ze systematisch weigerde te toe te lichten: een disproportioneel grote stap. We hadden ze nu zo ver dat ze hun stelling onderbouwden. Dat had de sekte nu in elk geval deels gedaan. Dat daarbij bleek dat ze een deel van hun claims niet wisten waar te maken, onderstreepte het belang van ons verzet.

Ten tweede zou de rechter nu oordelen over de vraag of een ‘gedupeerde’ zijn claim linea recta bij de isp van een internetabonnee kon neerleggen, dan wel eerst de gebruiker in kwestie op zijn uitlatingen moest aanspreken. En: kon een isp verplicht worden de persoonsgegevens van zo’n abonnee klakkeloos door te geven, of moest de claim van de eiser eerst worden onderbouwd?

En ten derde: het Fishman Affidavit was een rechtbankstuk, en daarmee openbaar. (Hoewel dit document inmiddels door de Amerikaanse rechter sub rosa was verklaard.) Bleef staan dat een groep die claimt een religie te zijn, haar volgelingen op voorhand (ten minste op grote lijnen) dient in te lichten over de aard van dat geloof, zodat aspirant-leden zich kunnen verdiepen in de overtuigingen en gewoontes van de groep waarbij ze zich mogelijk zouden aansluiten.

Bakker Schut had overlegd met de advocaten van Planet Internet, Wouter Pors en Joris van Manen. Alle drie vonden ze het beter de zaak niet op de spits te drijven: ze vroegen me de delen van OT2 en OT3 uit het Fishman Affidavit te vervangen door een samenvatting.

OT2 en OT3 herschreven

Ik herschreef de passages uit OT2 en OT3.

OT2 was makkelijk, dat bestond vooral uit een lange lijst permutaties, van het type ‘You must survive. You mustn’t survive. You should survive. You shouldn’t survive. You can survive. You can’t survive.’ – en dan de hele riedel opnieuw, maar dan met ‘he’, en daarna met ‘they’, dan ‘we’, en tot slot met ‘all’. Of: ‘Create shock. Create no shock. Destroy shock. Destroy no shock. Love shock. Love no shock. Hate shock. Hate no shock.Iemand had daarvan al eens een samenvatting gemaakt voor alt.religion.scientology, en die nam ik nu integraal over.

Voor OT3 paste ik een truc toe. Margery Wakefield, ooit lid van de sekte en al jong vrij hoog opgeklommen – ze was toegetreden tot de Sea Org, de ‘marine’ van Scientology, en had Hubbard zelf nog meegemaakt – was compleet afgeknapt op de kerk nadat ze OT3 eindelijk mocht bestuderen. In haar biografie The Road to Xenu (1993) beschrijft ze die episode. Kennelijk had ze een deel uit haar hoofd geleerd, want in dat boek stond zo ongeveer hetzelfde als in OT3 uit het Fishman Affidavit. Ik citeerde nu Wakefield, en ontleedde en becommentarieerde haar tekst paragraaf voor paragraaf.

Voor het commentaar beriep ik me deels op de Brit Jon Atack, eveneens een voormalig lid. Hij zou Hubbards biografie schrijven en knapte af toen hij tijdens zijn research ontdekte hoeveel flagrante leugens Scientology en de grote leider zelf over het verleden van deze ‘poet, inventor and humanitarian’ hadden gedebiteerd. Buiten een zeer kritisch boek over Scientology, A Piece of Blue Sky (1990), schreef Atack ook OT3 rewritten for beginners. Daar putte ik rijkelijk uit. Het resultaat: een kritische beschouwing van OT3, met her en der citaten uit Hubbards origineel.

Lees verder Inklappen

Met gouden koffertjes bij de rechter

Op 26 februari diende de zaak. Het was bomvol: er was pers, er waren mensen die het Fishman Affidavit op hun website hadden staan, er waren veel isp’s, er waren mensen van nl.eeuwig.september. Er was tevens een fikse delegatie van Scientology zelf, inclusief een delegatie uit Amerika. Die laatste werd geleid door Warren McShane, hoofd van het Religious Technology Center (RTC), een van de eisers in de zaak. RTC is de divisie van Scientology waar de auteurs- en licentierechten van de sekte zijn ondergebracht en waar de advocaten het voor het zeggen hebben (ze zijn uiteraard allemaal trouw lid).

Nog voordat de advocaten van eisers of gedaagden hun pleidooi konden houden, had Scientology een punt van orde. Mochten de heren van RTC wellicht even naar voren komen? Ze wilden de edelachtbare graag iets laten zien. De rechter die de zaak behandelde, Van Delden, knikte.

Een kleine optocht toog door het gangpad naar de tafel van de rechter, McShane voorop. Achter hem liepen vier of vijf mannen: ze droegen allemaal een goedkoop, donker pak en trokken ieder een klein formaat rolkoffer voort. Samsonites. Goudkleurige Samsonites. Elke koffer zat met handboeien vastgeklonken aan de pols van de man die het ding onder zijn hoede had. Van Delden, een tengere man met een scherp gesneden gelaat, zette zijn elleboog op tafel, vouwde zijn hand onder zijn kin, en leunde zwijgend iets naar voren.

McShane maakte de sloten van het koffertje open, vouwde het deksel behoedzaam opzij, en tilde de inhoud eerbiedig tot ooghooogte op

McShane nam een van de koffertjes van zijn gevolg over en rommelde met sloten. Rupert Hermans legde plechtig uit wat er stond te gebeuren: in deze koffertjes bevond zich het strikt geheime, hogere cursusmateriaal van Scientology: dit waren de originele, door Hubbard met de hand geschreven OT-cursussen. Die zouden nu aan de president van de rechtbank worden getoond. McShane maakte de sloten van het koffertje open, vouwde het deksel behoedzaam opzij, en tilde de inhoud eerbiedig tot op Van Deldens ooghoogte. Dit was de schat van Scientology. In de zaal werd gegiecheld.

Van Delden nam de tijd om de handel te bekijken. Meer dan een stapel papieren zal hij niet hebben gezien. Hij knikte opnieuw, en leunde naar achteren. ‘Mooi koffertje,’ zei hij droogjes. Nog een knikje, nu iets dwingender. McShane kon gaan.

De advocaten staken hun pleidooien af. De zaal luisterde. Toen Hermans iets moest zeggen over Xenu, staken de Scientology-leden die zich achterin de zaal hadden verzameld, demonstratief hun vingers in hun oren: dit mochten ze niet horen, ze waren nog niet zo ver. 

In de pauze raakte ik aan de praat met Wouter Pors, een van Planets advocaten. ‘Wat bijzonder dat Planet zichzelf heeft gevoegd,’ zei ik. ‘Ach,’ zei Pors, ‘je kon erop wachten dat zich een rechtszaak zou aandienen over de vraag wie wettelijk aansprakelijk is voor een website. Die kwestie vechten we liever uit met Scientology als eiser, dan met pakweg ABN Amro. Scientology is een ideale tegenstander: de linies zijn scherp, de inzet is helder. Dit gaat over de vrijheid van meningsuiting van onze klanten.’

Bij thuiskomst vond ik een nieuwe dagvaarding in de brievenbus, ditmaal voor een bodemprocedure. De eisen waren hetzelfde als die in kort geding.

Gedaagde sub 23

Op 12 maart was de uitspraak. Weer togen we naar Den Haag. Tot mijn immense opluchting wonnen we op alle fronten

Van Delden vonniste over gedaagde sub 23 – dat was ik – dat het Fishman Affidavit in Amerika door de rechtbank openbaar was gemaakt: ik mocht er daarom uit citeren. Dat ik mijn website had omgewerkt nadat was vastgesteld dat ik wellicht veel citeerde, strekte tot mijn voordeel: meteen nadat ik bewijs had gezien, had ik mijn website aangepast. De rechtbank wees alle eisen tegen mij af.

Over de providers oordeelde Van Delden:

‘Wat betreft [isp’s] moet worden aangenomen dat zij niet meer doen dan gelegenheid geven tot openbaarmaking en dat zij in beginsel geen invloed kunnen uitoefenen op of zelfs maar kennis dragen’ van wat hun abonnees doen. ‘In beginsel is er daarom geen aanleiding hen aansprakelijk te houden voor onrechtmatige – bijvoorbeeld op auteursrechten van derden inbreuk makende – handelingen van gebruikers.’

Hij formuleerde één uitzondering: ‘een situatie waarin onmiskenbaar duidelijk is dat een publicatie van een gebruiker onrechtmatig is en waarin redelijkerwijs mag worden aangenomen dat zulks ook bij de access provider bekend is’. In dat geval ‘zou wellicht van de access provider verlangd kunnen worden dat hij tegen de betrokken gebruiker optreedt’. Maar, zo vervolgde Van Delden, dat was hier niet aan de orde: ‘door eisers [is] echter niet aannemelijk gemaakt dat een van de gedaagden 1 tot en met 22 handelend had behoren op te treden’.

Internetproviders zijn common carriers, oordeelde Van Delden, en wie gebruikers de mond wil snoeren, moet eerst degelijk bewijs voor zijn of haar claims aanleveren voordat iemand hoeft in te grijpen. De eerste slag was voor ons – Team Internet had Team Scientology met vlag en wimpel verslagen. Ook alt.religion.scientology juichte.