JanJaap Rypkema

JanJaap Rypkema

Scientology versus internet, deel 4: Intriges en vuil spel [intermezzo]

In 1995 brak een internationaal conflict uit op het toen nog prille internet. De inzet: wie is aansprakelijk voor wat gebruikers online doen? In Nederland hielp Karin Spaink die kwestie te definiëren. De tien jaar durende rechtszaak die Scientology tegen haar en XS4all voerde over wat zij op internet publiceerde, heeft grote invloed gehad op het internetrecht in Nederland. Vijfentwintig jaar na dato doet Spaink verslag van de zaak. In dit deel: wat je allemaal kan overkomen wanneer je de strijd met Scientology aanbindt.

Over deze serie
  • Dit is deel 4 van een serie.
  • In de eerste aflevering (‘Doom’) beschreef ik de opkomst van het publieke internet, een dan nog vrijwel ongereguleerd medium. Het beviel Scientology totaal niet dat critici en oud-leden daar vrijuit hun kennis over en hun ervaringen met de sekte konden delen.
  • In de tweede aflevering (‘Inval bij XS4all’) beschreef ik hoe die internationale ruzie oversloeg naar Nederland. Scientology deed – met een deurwaarder – een inval bij XS4all en liet beslag leggen op de computers. Steen des aanstoots: een Amerikaans rechtbankstuk met daarin hoger cursusmateriaal van de sekte.
  • In de derde aflevering (‘De rechtszaak’) bescheef ik de aanloop naar het kort geding dat de sekte aanspande. XS4all haalde Steven Fishman naar Nederland – de man die de verklaring had ingediend waar de ruzie mee begonnen was – en Scientology bracht goudkleurige koffertjes naar de zitting. Wij wonnen.
  • Er volgen nog twee afleveringen; op 1 januari publiceert Follow the Money de laatste.
Lees verder

Dat we nu in een rechtszaak waren verwikkeld, betekende niet dat Scientology uitsluitend met open vizier opereerde. Deelnemers aan wat alt.religion.scientology ‘the Dutch protest’ noemde, werden getraceerd. Mensen werden door de sekte thuis opgebeld, soms bar vroeg, ook nadat de dagvaardingen al waren verstuurd. Het was een onvriendelijke herinnering dat niet gedaagd worden, niet betekende dat je niets te duchten had.

Ook isp’s kregen herhaaldelijk telefoontjes. De ene deelnemer of isp reageerde daar minder laconiek op dan de andere, en dat was begrijpelijk: wat betreft tegenstanders het leven zuur maken, had Scientology een akelige reputatie hoog te houden.

De meest onschuldige ontdekking: alles wat ik publiekelijk over de sekte zei en schreef, werd ogenblikkelijk in het Engels vertaald en naar het Amerikaanse hoofdkwartier verstuurd, in de hoop me in diskrediet te kunnen brengen. Tevens plukte Scientology, zo hoorde ik later, zeker een jaar lang ’s nachts mijn vuilniszakken van straat, in hun zoektocht naar compromitterend materiaal. Ze vonden alleen afval, peuken en kattenbakgrit.

Het was duidelijk dat de inlichtingendienst van de sekte hier actief werd. Al snel nadat de Nederlandse actie opbloeide, kwamen allerlei kopstukken van Scientology International naar Nederland. Na Allan Cartwright in november en Leisa Goodman in december 1995, arriveerde Kurt Weiland in januari 1996 in Amsterdam. Net als de anderen was Weiland lid van het Office of Special Affairs, de inlichtingendienst van de sekte. Ook Martin Weightman, directeur ‘human rights’ van Scientology in Europa, was plotseling vaak hier.

In een vroeg stadium had Snorri ons verteld dat hij als systeembeheerder bij de Amerikaanse ambassade werkte

In november bleek er iets aan de hand te zijn. Het betrof Newkid / Snorri Helgarsson, die steeds een slag om de arm had gehouden wat betreft het doorzetten van de rechtszaak. Hij zei steeds stellig dat hij best gedaagd wilde worden, maar er was altijd wel een of andere hindernis.

In een vroeg stadium had hij ons verteld dat hij als systeembeheerder bij de Amerikaanse ambassade werkte. Hij claimde dat hij daar ‘full privileges’ had en dat hij als zodanig niet gedaagd kon worden, of dat zulks Scientology ten minste met een diplomatiek conflict zou opzadelen. Die redenering begreep ik nooit helemaal, want dit was privaatrecht, geen strafrecht.

Toen Allan Cartwright in Nederland allerlei providers opbelde om hen onder druk te zetten, besloot Snorri met hem te gaan praten. Hij deed nadien verslag aan Felipe en mij: Cartwright was – geheel volgens de leer van de sekte – overtuigd dat er een internationaal complot tegen Scientology gaande was. De Duitse deelstaat Beieren onderzocht in die periode of Scientology de status van ‘kerk’ wellicht moest worden ontnomen; dat was volgens Cartwright onderdeel van een en hetzelfde complot als ons protest, net als de poging van FACTnet om de auteursrechten van de sekte te ‘stelen’.

Snorri heeft een plan

Helgarsson besloot Cartwright te gaan uitmelken en maakte een nieuwe afspraak. Hij wilde hem, zo vertelde hij mij en Felipe, bovendien een worst voor de neus hangen: hij zou laten doorschemeren dat hij, als systeembeheerder bij de Amerikaanse ambassade, wel eens kon kijken welke documenten er daar over de sekte bestonden.

Snorri was van plan dat gesprek stiekem op te nemen. Hij hoopte Cartwright zover te krijgen dat die hem openlijk geld zou beloven als ‘tegemoetkoming’ voor het risico dat hij nam. Dan had hij bewezen dat Scientology bereid was mensen om te kopen om illegaal aan informatie te komen.

Felipe en ik bespraken de kwestie onderling. We waren absoluut geen voorstander van Snorri’s plan: we deden alles met open vizier, juist omdat er een publiek belang met de kwestie gemoeid was. Wat Snorri deed, kon volkomen contraproductief zijn. Maar hij was niet te houden. Hij liet bovendien doorschemeren dat zijn actie ‘gedekt’ werd door de ambassade. Ik maakte me niettemin zorgen om zijn veiligheid, zodat ik hem vroeg me na elke meeting met Cartwright te mailen of te bellen.

Met de tijd werden de verslagen van Snorri complexer. Inmiddels was er ook ene Frank Marshall bij de gesprekken betrokken, een kompaan van Cartwright. Snorri nam op zijn beurt Jennifer mee: een collega van de ambassade, zei hij. Ik kon er geen touw meer aan vastknopen.

Ineens kregen Felipe en ik allebei telefoontjes van Jennifer, die vertelde dat Snorri ons belazerde en met Scientology onder een hoedje speelde. Ze had tapes, claimde ze. Jennifer wilde ons ontmoeten, maar niet op een openbare plaats, en al helemaal niet bij onze advocaat. Toen Snorri ons kort daarna meldde dat hij was ontslagen bij de ambassade omdat hij er documenten zou hebben gestolen, vond Felipe het welletjes.

Op 8 november 1995 stuurde Felipe een uitgebreide mail over de kwestie naar Harry Onderwater, een oude kennis, om hem te waarschuwen dat er iets vreemds speelde. Onderwater was een hacker, een oud-politieman en inmiddels werkzaam bij de toenmalige CRI, de Criminele Recherche Informatiedienst. Op het Hacktic-bbs had Onderwater jarenlang een oogje in het zeil gehouden en overmoedige hackers geregeld bijgestuurd. ‘[Karin en ik] hebben Newkid verschillende malen gezegd dat er voor hem enorme risico’s zijn. Het is nergens voor nodig om [Scientology] op deze manier uit de tent te lokken,’ besloot Felipe zijn mail.

Onderwater bedankte Felipe voor zijn mail. Jaren later, toen ik hem interviewde, bevestigde hij dat-ie Newkid al langer in de gaten hield.

‘Ontmaskerd’

Een week na Felipes melding, op 15 november 1995, verscheen een groot stuk in de Leeuwarder Courant met de titel ‘Zwendelaar achter Internet-actie tegen Scientology’. De opening van het stuk: ‘​​De Nederlandse actie op het computernetwerk Internet tegen de Scientology Kerk is mede het werk van een zwendelaar. De man, die op het Internet de naam “Newkid” gebruikt, was werkzaam op de Amerikaanse ambassade. Hij probeerde de scientologen voor grof geld het verhaal te verkopen dat hij in opdracht van de Amerikaanse regering de kerk zwart moet maken. Zo “moest” hij onder andere auteursrechtelijk beschermde documenten van de kerk op Internet plaatsen. De man werd vorige week door de ambassade ontmaskerd en ontslagen.’

Kort daarna kwamen de landelijke kranten. Newkid bleek geen Snorri Helgarsson te heten, maar Jan Peter Mante, en was gewoon een Nederlander. Volgens hem had Jennifer hem aan Scientology verraden. Trouw, dat erin geslaagd was Mante zelf te spreken, opende er op 18 november mee: ‘Man ontmaskerd die dossiers VS aan scientology wilde verkopen’. In een tweede artikel, verderop in diezelfde krant, wierp Trouw terecht de vraag op: ‘Het gaat om de vraag “wie bedondert wie?”’

Mante verklaarde dat hij in december 1995 door twee hoge omes van Scientology drie dagen in een hotelkamer was ‘vastgehouden’ voor een ‘kruisverhoor’

Vanaf dat moment werd alles alleen maar onduidelijker. Mante speelde eerst de vermoorde onschuld en legde uit dat hij zich had laten ‘meevoeren’: ‘I have been stupid, overzealous, and blind on top of that.’ Maar verder was hij vooral slachtoffer, vond hij. Zowel Felipe als ik dachten inmiddels aan een ingewikkeld opzetje, waarin Scientology de kans schoon had gezien om Newkid uit te rangeren en tegelijkertijd Felipe en mij in een kwalijk daglicht te zetten: het regende die dagen persberichten van Scientology waarin we als Mantes partners in crime werden afgeschilderd.

Ruim een jaar later, in februari 1997, publiceerde Trouw een nieuw artikel over de kwestie. Mante verklaarde daarin dat hij in december 1995 door twee hoge omes van Scientology drie dagen was ‘vastgehouden’ in een hotelkamer, en onder druk was gezet – hij sprak van een ‘kruisverhoor’.

Trouw meldde: ‘Uiteindelijk heeft hij verklaard dat alle bestrijders van scientology op Internet één groep vormen – een voor de sekte belangrijk juridisch argument in de rechtszaken die zij heeft aangespannen tegen haar vijanden op het Internet. [..] Samen met top-scientoloog Cartwright is Mante aan het einde van de derde dag naar het Amerikaanse consulaat gegaan om de verklaring te laten beëdigen, zodat die dienst kan doen bij rechtszaken in de Verenigde Staten. Woordvoerster Rijnvis van scientology bevestigt dat Mante drie dagen is verhoord en een verklaring heeft afgelegd.’

Terugblikkend weet ik oprecht niet wie wie indertijd heeft belazerd. Was alles een opzetje van Scientology om Felipe en mij in een kwalijk licht te stellen? Leefde Mante in een zelfgeschapen spionnenwereld, onderwijl links en rechts brokken makend? Of troffen een gek en een sekte elkaar, waarna ze de weg kwijtraakten in elkaars fantasie? Hoe dan ook: de man heeft er zijn carrière van gemaakt om ergens te infiltreren, en vervolgens gesnapt te worden – net als de sekte.

Jan Peter Mante in andere rollen

Dat artikel in Trouw over Mantes ‘kruisverhoor’ vormde de blauwdruk voor de rollen die hij later zou aannemen. Vast ingrediënt: Mante als intrigant en stokebrand, die in complexe verhalen excelleerde. (Onderwater noemde hem later een ‘pathologisch obstakel’.)

Uit Trouw: ‘Mante [..] zegt nu dat hij gehandeld heeft in opdracht van Bill Parker, de chef van de afdeling Mission Plans and Projects (MPP), wat een andere naam voor CIA zou zijn. De afdeling MPP wil geen enkel commentaar geven. Mante: “In Nederland was een groep zeer handige computerkrakers actief. Die konden inbreken in Navo-computersystemen. Ze spookten zelfs rond in de F-16 department-base, de database met onderdelen voor deze straalvliegtuigen. Parker droeg mij op om op Internet de radicale actievoerder te gaan uithangen. Zo moest ik het vertrouwen winnen van de harde kern.”’

Nog jarenlang kreeg ik mail van mensen die navraag over hem deden; dan was Mante weer met een of andere ‘operatie’ bezig

Dat laatste aspect van zijn verhaal werkte Mante al in mei en juni 1996 uit in vier ellenlange berichten op Usenet, onder de titel My Story. De essentie: hij zou in opdracht van de CIA werken. Het verhaal dat Nederlandse hackers zouden hebben ingebroken in NAVO-systemen (of in computers van Defensie in de VS) was niet nieuw: dat deed al sinds eind jaren ’80 de ronde. Mante voegde daar een nieuwe beschuldiging aan toe: de ‘daders’ zouden de informatie aan Irak hebben verkocht, en met dat geld later XS4all hebben gefinancierd.

Aangezien ik de kwestie-Mante uitgebreid had beschreven, ook op mijn eigen website, kreeg ik nog jarenlang mail van mensen die navraag over hem deden; dan was Mante weer met een of andere ‘operatie’ of activiteit bezig. Mante (Zeist, 1957) deed zich afwisselend voor als lid van buitenlandse inlichtingendiensten, Fortuyn-complotdenker, neonazi, boeddhist, healer, Vietnamveteraan en Amerikaans patriot. Hier staat een bloemlezing uit zijn vele theateropvoeringen, op een aparte pagina.

Lees verder Inklappen

Andere ‘verrassingen’: Zenon Panoussis

Na ‘Snorrigate’ was er weinig meer dat me kon verrassen, dacht ik. Maar dat viel mee.

In augustus 1996 meldde ene Zenon Panoussis zich in alt.religion.scientology, een Griek die al jaren in Stockholm woonde. Net als veel anderen had hij over het conflict tussen de sekte en internet gehoord en zich in de kwestie verdiept. Zenon postte vervolgens hoger cursusmateriaal van de sekte op de nieuwsgroep. Alleen betrof het ditmaal niet de OT-cursussen, maar de serie die daarna was verschenen: de NOTs, de New Operating Thetan levels. Zenons berichten werden prompt gewist door de sekte. Zenon postte ze weer, Scientology cancelde weer.

Hij postte een toelichting op alt.religion.scientology, met een cc’tje aan Scientology-advocaat Helena Kobrin persoonlijk. Hij stelde onder meer: ‘Scientology schendt het eigendomsrecht door mensen via bedrog en pressie van hun geld te beroven. Tevens misbruikt ze het auteursrecht om de kritiek van haar tegenstanders te smoren [..]. Kortom, Scientology wendt de pijlers van de democratie, zoals het recht, aan om de centrale waarden van de democratie te ondermijnen.’

Scientology deed – na toestemming van een rechter – een inval bij Zenon thuis, nam zijn computer in beslag (die versleuteld was), en begon een rechtszaak tegen hem.

Zenon leverde een uitdraai van de NOTs in bij de rechtbank en bij het Zweedse parlement. Dat maakte ze voor iedereen opvraagbaar

Maar de sekte had buiten de waard gerekend. In Zweden geldt het Offentlighetsprincipen, dat grondwettelijk is verankerd: alle communicatie binnen de overheid zelf, benevens die tussen burgers en de overheid, is per definitie openbaar. Zeg maar: hoe de Wet openbaarheid van bestuur in Nederland eruit had moeten zien. Zenon leverde een uitdraai van de NOTs in bij de rechtbank en bij het Zweedse parlement. Dat maakte ze voor iedereen opvraagbaar: de NOTs waren nu – althans wat Zweden betreft – onderdeel van het publieke domein.

Scientology vroeg ogenblikkelijk of deze stukken sub rosa konden worden verklaard, zoals ze eerder bij het Fishman Affidavit had gedaan, maar dat stond het Zweedse recht niet toe. Kort daarna, op 1 oktober 1996, bleek dat het exemplaar van de NOTs dat bij het Zweedse parlement lag, was gestolen. Hoe (en door wie) is nooit opgehelderd, maar het parlement kon niet langer kopieën aan geïnteresseerden verstrekken. Zenon leverde een nieuwe set in, die tien dagen later niet alleen eveneens gestolen bleek te zijn, maar zelfs was vervangen door ander (irrelevant) materiaal.

Bij de rechtbank kon je de kopieën overigens nog gewoon opvragen. Maar ook daar kwam uiteindelijk een eind aan. Zweden paste, na veel druk van de sekte – de Amerikaanse ambassade kwam eraan te pas – in 2000 de grondwet aan en maakte specifiek voor de NOTs een uitzondering. Dat gebeurde ondanks uitgebreid protest van juristen. Ongeacht in welke zaak en in welke communicatie met de overheid dan ook: de NOTs kon je nadien niet meer bij de Zweedse overheid opvragen.

Bij mijn weten is Scientology tot op heden de enige sekte die erin is geslaagd een land zover te krijgen dat het zijn grondwet naar haar grillen aanpaste.

Power couple

Zenons zaken in Zweden verliepen aanvankelijk voorspoedig: hij won de eerste slagen. Op alt.religion.scientology waren hij en ik inmiddels flink aan de praat geraakt over onze wederzijdse strategie, en we wisselden veel informatie uit. Eind 1997 bezocht hij Nederland; we spraken af. Hij bleek bezig te zijn naar Amsterdam te verhuizen.

We zagen elkaar na zijn verhuizing een paar keer, en voor ik het wist was ik verliefd – en hij ook. Rond maart 1998 kregen we een verhouding, en nog een paar maanden later trok hij bij me in. We waren plots alt.religion.scientology’s power couple.

Voor Scientology bewees dat hun stelling: zie je wel, alle critici waren onderdeel van één en hetzelfde complot. Ik was geïnstrueerd door FACTnet, en Zenon door mij. En doordat we nu samenwoonden, waren we een extra aantrekkelijk doelwit: twee vijanden voor de prijs van één. Klein probleem voor de sekte: zowel Zenon als ik waren nogal van de openheid. We vertelden bij voorkeur publiekelijk wat we van plan waren, en waarom.

Toch was ik verrast over wat er in januari 2001 gebeurde nadat we terugkwamen uit Stockholm, waar het beroep in Zenons zaak had gediend. Nadat we op Schiphol onze paspoorten hadden laten zien, kwam een man in burger op ons af. ‘Douane, opiumwet. Wilt u meekomen?’

In een zijkamertje stonden nog vier douanebeambten klaar. Al onze bagage – twee gewone tassen, een koffer met 25 kilo dossiers, een doos met 10 kilo dossiers, mijn computertas – werd op tafels gelegd en moest open voor een grondige controle. Een douanier maakte een opmerking over de grote stapels papier. ‘We zijn allebei in rechtszaken met Scientology verwikkeld,’ zeiden we. ‘We komen net terug van zo’n zaak.’ Zenon liet een Zweedse krant zien met een paginagroot artikel over zijn zaak. Meteen veranderde de houding van de vijf douaniers. Vijf minuten later waren ze klaar en mochten we weg.

Eenmaal thuis belden we rond. Binnen de kortste keren werd duidelijk wat er aan de hand was: de Nederlandse douane had eerder die dag twee verschillende tips gekregen, ‘onafhankelijk’ van elkaar, waarin Zenon en ik in groot detail werden beschreven, met vluchtnummer en al. De tipgevers deelden mee dat wij cocaïne van Zweden naar Nederland zouden smokkelen. En uiteraard is de douane gehouden om elke tip te onderzoeken, al vonden ze die zelf wat vreemd. Dat zou ik ook denken. Cocaïne van Stockholm naar Amsterdam smokkelen? Dat is water naar de zee dragen.

Inval bij mij thuis

Op 12 september 2002 werd er bij me aangebeld: zes mannen. Of ze binnen mochten komen. Veel keus heb je niet wanneer je bezoek een huiszoekingsbevel bij zich heeft. Het waren twee (gewapende) agenten, iemand van het Openbaar Ministerie, iemand van auteursrechtenwaakhond Buma/Stemra, plus twee computerexperts.

Het OM had, via advocatenkantoor NautaDutilh, herhaaldelijk klachten ontvangen van Scientology: Zenon en ik zouden vanuit mijn huis de OTs en NOTs verspreiden. Het OM had de klachten steeds, na kort onderzoek, terzijde gelegd.

Toen ik vroeg op grond waarvan ze nu dan wel waren gekomen, toonden ze een print van een webpagina die Zenon onderhield. Daarop stond: ‘Hier zul je de “heilige” geschriften van Scientology niet vinden; wil je die hebben, dan kun je het beste een berichtje op alt.religion.scientology posten waarin je naar de OTs en NOTs vraagt; goede kans dat je ze dan krijgt opgestuurd.’ Maar dat is geen strafbaar feit; het is hooguit een instructie, vergelijkbaar met ‘als je heroïne wilt kopen, kun je dat het beste op de pillenbrug vragen’.

Gelukkig hoefden ze niet met lege handen weg: ik gaf ze allemaal een T-shirtje met een quote uit OT3 erop

Volgend probleem: onze computers waren versleuteld. Als ze die meenamen, zouden ze niet ver komen. We kwamen overeen dat ze de boel ter plekke zouden doorzoeken. Wij zouden waar nodig toelichting geven, en zij zouden dingen als belastingaangiftes en liefdesbrieven overslaan. Ik meldde tevens dat ik allerlei Scientology-documenten op mijn harde schijf had staan: documentatie voor mijn rechtszaak en voor die van Zenon, meest berichten die publiekelijk gepost zijn en die in mijn nieuwsgroep-folders stonden. Dat begrepen ze.

Ze vonden geen enkele aanwijzing dat vanaf onze computers OTs en/of NOTs waren verspreid. Gelukkig hoefden ze niet met lege handen weg: ik gaf ze allemaal een T-shirtje met een quote uit OT3 erop.

Een aantal juristen en geïnformeerde journalisten verzekerden me dat het hoogst ongebruikelijk is dat het OM een inval doet bij een individu op grond van een enkele auteursrechtenclaim. Invallen bij bedrijven zijn iets gewoner, net als invallen op verdenking van systematische verspreiding van mp3’tjes of films. Een paar deskundigen waren apert furieus.