© Monwest, Matthias Leuhof

Drones en beton tegen kogels: ook samenwerken met ‘gewone’ Chinese universiteiten levert risico’s op

De samenwerking van Nederlandse universiteiten met de Chinese krijgsmacht beperkt zich niet tot militaire universiteiten. De afgelopen zeven jaar zijn er ook vele honderden onderzoeken gedaan met civiele Chinese universiteiten die zelf voor het leger werken.

0:00

Het lijkt een sciencefictionfilm: een zwerm drones manoeuvreert behendig door een dichtbegroeid bamboebos. Zoemend – of eigenlijk: gillend – vinden ze hun weg langs omgevallen bomen, door smalle openingen en over struikgewas. Zonder veel problemen volgen ze hun ‘human target’, een man die tussen de bomen loopt, en filmen hem. De drones worden niet aangestuurd. Ze hebben, zoals de onderzoekers het zelf noemen, een ‘smart brein’.

Dit onderzoek is gedaan door wetenschappers van de Chinese Zhejiang University. Een van hen deed eerder al onderzoek naar deze drones, eerst met een Nederlandse en daarna met een Spaanse universiteit. Het is civiel onderzoek, claimen de wetenschappers, maar hoewel Zhejiang inderdaad een civiele universiteit is, is ze verbonden aan de Chinese defensie-industrie. De universiteit heeft ten minste drie defensielaboratoria en voert ook onderzoek uit voor het Ministry of State Security, China’s civiele inlichtingendienst.

Zodoende blijken Nederlandse wetenschappers niet alleen onderzoek met collega’s van het Chinese leger te verrichten, zoals uit onze vorige artikelen blijkt, maar worden ook sommige vruchten van hun studies met Chinese civiele collega’s uiteindelijk door het leger geplukt. Dat blijkt uit de China Science Investigation, een groot internationaal onderzoek naar ruim 350 duizend wetenschappelijke studies op initiatief van Follow the Money en met hulp van het Duitse non-profit onderzoeksplatform Correctiv.

Kennis halen

China wil in 2049 – wanneer het zijn eeuwfeest als communistische natie viert – de militaire, economische en politieke grootmacht van de wereld zijn. De kennis die het land daartoe nog ontbeert, wordt gecoördineerd uit het buitenland gehaald, onder andere via wetenschappelijk onderzoek. Militaire inlichtingendiensten uit diverse Europese landen waarschuwen daar al jaren voor. 

Verscheidene Nederlandse en buitenlandse specialisten maakten een inventarisatie van de onderwerpen waar China nog terrein te winnen heeft, zoals kunstmatige intelligentie, fotonica (de studie van licht), robotica (onder meer drones), sensortechnologie en quantumtechnologie. Het gaat om ‘dual use’-technologie: zowel militair als civiel toepasbaar. Voor ons onderzoek keken we naar mogelijke militaire toepassingen.

Follow the Money bekeek handmatig enkele duizenden (abstracts van) studies op deze onderzoeksgebieden waaraan zowel Nederlandse als Chinese wetenschappers meewerkten. Vervolgens bekeken we met welke Chinese universiteit die onderzoeken waren uitgevoerd. We selecteerden uiteindelijk alleen papers van na 2015 waarvan de Chinese onderzoeker is verbonden aan een universiteit die in The China Defence Universities Tracker als ‘riskant’ wordt aangemerkt. De reden voor die karakterisering: deze universiteiten hebben afdelingen en laboratoria die nauw samenwerken met de defensie-industrie in China. Op deze wijze vonden we ruim vierhonderd studies.

Zeven zonen

Naast de civiele universiteiten met banden met de strijdmacht – zoals de eerder genoemde Zhejiang University – zijn er zeven civiele universiteiten met een status aparte: zij vallen onder het militair-wetenschappelijk apparaat. Het gaat om de ‘Seven Sons of National Defence’: civiele universiteiten die contracten hebben met het Chinese People’s Liberation Army (PLA).

De zeven zonen vallen niet onder het ministerie van Onderwijs, maar onder dat van Industrie en Informatietechnologie. Dit ministerie houdt toezicht op de Chinese defensie-industrie via het State Administration of Science, Technology and Industry for National Defense (SASTIND).

 

Ruwweg de helft van het onderzoeksbudget van de Seven Sons gaat naar defensie-onderzoek. De Northwestern Polytechnical University (NPU) meldt op zijn website: ‘De NPU heeft in het Westen wortel geschoten, zich toegewijd aan de nationale defensie en heeft verschillende primeurs voor de volksrepubliek behaald.’

Nederlandse universiteiten – de TU Delft, de TU Eindhoven, de Universiteit Twente, de Rijksuniversiteit Groningen, de Universiteit Utrecht en de Vrije Universiteit Amsterdam – deden de afgelopen jaren tientallen onderzoeken met wetenschappers van de NPU. 

Zo werkten twee onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen met collega’s van de NPU aan een paper om de taakverdeling en de communicatie tussen robots onderling te verbeteren. In de samenvatting melden de onderzoekers: ‘Eén robot wordt als leider gekozen om gecentraliseerd taken aan de andere robots toe te wijzen.’

We legden de studie voor aan Mark Voskuijl, hoogleraar wapen- en luchtvaartsystemen aan de Nederlandse Defensie Academie. Volgens hem is dit onderzoek ‘nuttig voor zowel civiele toepassingen als maritieme patrouilles, als militaire toepassingen zoals inlichtingen verzamelen, verkenning en surveillance’.

Een andere ‘zoon’, het Beijing Institute of Technology, is mede-organisator van een tweejaarlijkse conferentie over defensietechnologie. De voorzitters en keynote-sprekers zijn hoofdzakelijk mensen van de Seven Sons. Interessant detail: een promovendus van de TU Delft presenteerde er in 2018 een paper van TNO, de TU Delft en de Faculteit Militaire Wetenschappen van de Nederlandse Defensie Academie, en ontving daar zelfs een prijs voor [zie kader].

Internationale defensieconferentie in Beijing

Het ‘Beijing Friendship Hotel’ heeft buitenlandse wetenschappers zien komen en gaan. Het werd in 1954 gebouwd als logies voor experts uit de voormalige Sovjet-Unie, die de CCP op wetenschappelijk terrein kwamen bijstaan. Om de Russische gasten tegemoet te komen, werden de schaarse buitenlandse chefkoks uit Shanghai naar Beijing gebracht om voor hen te koken. Het Friendship Hotel serveert tot op de dag van vandaag borsjt en Moskouse gebakken vis.

In dit hotel verzamelden zich in 2018 wetenschappers uit de hele wereld voor de 1st International Conference on Defence Technology.

Ansichtkaart van het Beijing Friendship Hotel [bron]

 In de congresbundel werden studies gepresenteerd over explosieve mengsels, nanomaterialen in rakettechnologie en aandrijfsystemen van raketmotoren. Wetenschappers van de TU Delft (waaronder een die in explosies is gespecialiseerd), TNO en de Faculteit Militaire Wetenschappen van de Nederlandse Defensie Academie droegen een paper bij over kogelresistentie van een bouwmateriaal.

TNO betaalde het onderzoek dat ten grondslag lag aan de paper; dat was volgens hen ook relevant voor de Nederlandse krijgsmacht. Naar eigen zeggen was TNO niet aanwezig op de conferentie in Beijing. ‘De betreffende paper is geschreven en gepresenteerd door een Italiaanse promovendus in dienst bij de TU Delft. [..] Dat de TU Delft de promovendus de betreffende paper in China heeft laten presenteren vindt TNO niet verstandig.’

Het evenement werd volledig gesponsord door de China Ordnance Society 中国兵工学会 (Chinese Society of Military Industry), een van de belangrijkste geldschieters voor innovatie van de Chinese wapen- en defensie-industrie, meldt hun website. De organisatie financiert diverse tijdschriften over militaire en defensiewetenschap. 

De prijs voor de beste bijdrage ging in 2018 naar het Nederlandse onderzoeksteam. De TU Delft voert inmiddels – vier jaar later – een ander beleid, laat de woordvoerder aan Follow the Money weten. ‘Deelname aan een defensie-gerelateerd congres in China is nu geen optie meer.’

Het ministerie van Defensie zegt dat de uitkomsten van het onderzoek openbaar gepubliceerd zijn en daarmee voor iedereen toegankelijk.

Lees verder Inklappen

Civiele universiteiten

Behalve met de Seven Sons werken wetenschappers verbonden aan Nederlandse universiteiten samen met Chinese collega’s van ‘gewone’ civiele universiteiten. Maar ook hierin schuilen risico’s: een deel daarvan heeft afdelingen en laboratoria die nauw samenwerken met de Chinese defensie-industrie.

Een onderzoeksteam van de onafhankelijke denktank Australian Strategic Policy Institute (ASPI) – dat financieel onder meer door de Nederlandse overheid wordt ondersteund – heeft al die universiteiten zoveel mogelijk in kaart gebracht en gerangschikt naar hun mate van betrokkenheid bij het militaire apparaat. Ook de samenwerkingen tussen Nederlandse universiteiten en Chinese universiteiten die het ASPI als ‘riskant’ aanduidt, nam FTM onder de loep.

Militair gebruik

Een aantal studies lijkt duidelijk bedoeld voor militaire toepassingen. Zo deden twee wetenschappers van de TU Eindhoven in 2020 met een collega van de Wuhan University (‘zeer hoog risico’) onderzoek hoe goed een bepaald type beton bestand is tegen kogels van de NAVO.

Het is hetzelfde type beton als waarnaar de TU Delft met een militaire Chinese collega onderzoek deed, en dat volgens een deskundige ook een militaire toepassing heeft. In de paper schrijven de onderzoekers van de TU Eindhoven en de Wuhan University dat het materiaal ‘veel potentieel heeft voor beschermende en militaire toepassingen’. Net als bij de Delftse studie bedanken de onderzoekers het Nederlandse ministerie van Defensie, dat hen voorzag van testmunitie voor hun onderzoek.

Twee onderzoekers van de TU Delft deden met collega’s van de Wuhan University of Technology (‘hoog risico’) onderzoek hoe te vermijden dat zelfvarende schepen in ‘verschillende werkomstandigheden’ crashen (2020). Dat kan nuttig zijn voor gewone schepen, maar zeker voor het leger.

‘Je kunt ervan uitgaan dat onderzoek naar alles wat vliegt, vaart of rijdt nuttig kan zijn voor de Chinese strijdmacht,’ zegt Paul Verhagen van de denktank The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS); hij is gespecialiseerd in onderwerpen als kunstmatige intelligentie, quantum computing, en de Chinees-Amerikaanse tech-wapenwedloop.

Verhagen: ‘Dat geldt ook voor deze specifieke studie naar droneboten. Zulke boten kunnen handig zijn omdat ze soms lastig detecteerbaar zijn en zo langs de verdedigingslinie kunnen komen, of omdat er zoveel op de vijand kunnen worden afgestuurd dat de verdediging ze niet meer kan tegenhouden.’ The Washington Post beschreef in april van dit jaar nog hoe de Amerikaanse defensie wil dat ‘robotschepen matrozen [kunnen] vervangen in de strijd’, om de concurrentie met China aan te kunnen gaan.

Aan de Rijksuniversiteit Groningen werkte men bij een aantal studies samen met universiteiten die volgens het ASPI een ‘hoog’ tot ‘zeer hoog’ risico dragen. In een ervan keek de onderzoeker van de RUG met collega’s van de Tsinghua University (‘zeer hoog risico’) en de University of Science and Technology Beijing (‘hoog risico’) naar de technische uitdagingen van de verkleining van onbemande vliegsystemen.

Mark Voskuijl, hoogleraar wapen- en luchtvaartsystemen aan de Nederlandse Defensie Academie: ‘Superkleine onbemande systemen zijn moeilijk te detecteren en kunnen worden gebruikt voor information, surveillance and reconnaissance toepassingen. Er wordt specifiek verwezen naar een DARPA-programma voor de ontwikkeling van nano uav’s. DARPA is een Amerikaans onderzoeksinstituut voor militaire technologie. Dit is dus ook militair relevant.’

Menselijk doelwit

De aangehaalde studie met drones in een bamboebos is eveneens afkomstig van een Chinese civiele universiteit met militaire banden: de Zhejiang University, die defensielaboratoria heeft en banden met de defensie-industrie. 

Een van de betrokken onderzoekers werd begin deze maand geïnterviewd door de China News Service: ‘Deze drones vrij laten vliegen, als een groep vogels, is het hoogste waarop wij en onze internationale collega’s mikken,’ zei Xu Chao, hoogleraar aan het College of Control Science and Engineering van de Zhejiang University. Hij meldde tevens dat ‘in een onbekende en complexe omgeving in formatie vliegen [..] een groot technologisch pijnpunt [is] op het gebied van robotica en artificiële intelligentie’.

South China Morning Post: Autonomous drones fly through Chinese bamboo forest (mei 2022)

De drones – het zijn quadrotors: ze hebben vier propellers – wegen volgens de onderzoekers net zoveel als een blikje cola en passen in je handpalm. Xu Chao deed al in 2013 met de universiteit van Eindhoven onderzoek naar deze quadrotors, om precies te zijn: simulatiemodellen ervoor. De onderzoekers schreven indertijd dat de drones ‘eenvoudig kunnen worden uitgebreid met uiteenlopende detectie-units voor diverse toepassingen, zoals onbemande verkenningsvluchten, luchtfoto’s- en films, of het traceren of volgen van objecten.’

Vervolgens deed Xu in 2019 met de universiteit van Valencia (Spanje) onderzoek hoe diezelfde quadrotors wendbaar en nauwkeurig zouden kunnen vliegen. ‘Heel nuttig als je snel en autonoom door een bos wilt vliegen,’ oordeelt Mark Voskuijl: ‘En logisch dat de auteur zich eerst heeft beziggehouden met simulatiemodellen voor drones, en vervolgens met hun besturing.’

In zijn meest recente studie volgen en filmen Xu’s drones een ‘human target’ zonder ooit te botsen.

‘Westerse universiteiten helpen het Chinese leger aan een voorsprong, wat ons in de toekomst duur kan komen te staan’

Jurist en drone-expert Jessica Dorsey, universitair docent aan de Universiteit Utrecht, vindt het ‘problematisch en zorgwekkend’ dat Nederlandse onderzoekers aan zulke studies meewerken. Dit voorbeeld illustreert volgens haar de trend dat ‘Westerse universiteiten het Chinese leger aan een voorsprong helpen, wat ons in de toekomst duur kan komen te staan’.

De Chinese onderzoekers bespreken in hun interview met de China News Service uitsluitend over de fantastische civiele toepassingen voor ‘slimme’, autonome quadrotors, je kunt er reddingsoperaties mee uitvoeren of ze misschien je huis laten schoonmaken.

Dorsey: ‘Interessant hoe zij hun onderzoek beschrijven, met alle “nuttige” toepassingen voor dronezwermen, terwijl ze overduidelijk militaire functies zullen vervullen en de onderzoekers aan het militaire apparaat zijn gelieerd.’

In een civiel jasje

China zet vol in op de zogeheten military-civil fusion: al het onderzoek door bedrijven of civiele instellingen dat de Chinese strijdkrachten vooruit kan helpen, moet daar ook daadwerkelijk voor worden benut. 

‘De strategie van militair-civiele fusie is duidelijk de drijfveer voor de uitwisselingen met Europese universiteiten op het gebied van onderzoek en onderwijs,’ zegt Rebecca Arcesati van het Mercator Instituut voor Chinastudies (MERICS), een toonaangevende Duitse denktank. ‘Dit betekent dat samenwerking met Chinese universiteiten soms rechtstreeks ten goede komt aan China’s militaire modernisering. Dat geldt niet alleen voor universiteiten die rechtstreeks door het PLA worden geleid, of de Seven Sons, maar ook voor sommige civiele universiteiten. Ook van hen wordt in toenemende mate gevraagd bij te dragen aan wat neerkomt op de ondersteuning van de Chinese wapenindustrie.’

Volgens Arcesati is dit georchestreerd beleid. ‘Dit kwam bijvoorbeeld duidelijk naar voren in de adviezen van de Staatsraad van 2017 over militair-civiele fusie, waarin werd gesteld dat universiteiten een sleutelrol moeten spelen bij het ondersteunen van de wapenindustrie van China. Het idee is om de samenwerking tussen universiteit en bedrijfsleven te verdiepen, om bij te dragen aan de technologische vooruitgang van China’s leger.’

Militair-civiele fusie: universiteiten het braafste kindje van de klas

De Amerikaanse denktank Center for a New American Security (CNAS) publiceerde in januari 2021 een rapport hoe de VS de risico’s van dit Chinese beleid kon inschatten. ‘De militair-civiele fusie is ontstellend breed, het omvat alles van big data en infrastructuur, tot logistiek en mobilisatie van de nationale defensie.’

In het Chinees staat het karakter ‘Jūn’ (militair) eerst, dan komt het karakter ‘mín’ (civiel). De vertaling is dus ‘militair-civiele fusie’, en volgens de Duitse onderzoeker Didi Kirsten Tatlow zegt de woordvolgorde iets over China’s prioriteiten. ‘Het beleid is toegespitst op de belangen van de krijgsmacht. Dat gaat terug tot het begin van het bewind van de Communistische Partij en is in de loop der jaren verdiept, verfijnd en ontwikkeld.’

China werkte dit beleid nader uit in de strategie voor de ‘Nationale ontwikkeling’, zo meldde Xi Jinping in 2017 in een speech. Tegen het jaar 2049 zou China een ‘moderne socialistische staat’ moeten zijn. Daarvoor zou China via militair-civiele fusie een leger van wereldklasse moeten verkrijgen.

Hoewel private (tech-)bedrijven soms de kont tegen de krib gooien wanneer de overheid hun medewerking eist, kan de Chinese staat bedrijven dwingen om gevoelige informatie of technologie te overhandigen. De Chinese universiteiten werken makkelijker mee. ‘Honderden Chinese universiteiten ontvangen financiële steun van het leger, leiden militaire studenten op, verrichten defensie-onderzoek en/of hebben daartoe speciale projecten of laboratoria opgezet,’ schrijft het CNAS. En het aantal gewillige medewerkers groeit.

Lees verder Inklappen

Dat betekent niet dat alle Chinese wetenschappers kennis delen met het militaire apparaat, noch dat ze dat van harte doen als het van ze wordt verlangd. Didi Kirsten Tatlow, co-auteur van het boek China’s Quest for Foreign Technology, deed onderzoek naar de druk die op de (student-)onderzoekers wordt uitgeoefend wanneer de Chinese overheid iets van ze wil.

‘Het is pressie en verleiding ineen. Studenten worden aangemoedigd door de autoriteiten, waaronder ook Chinese diplomaten in het buitenland, om “het moederland terug te betalen door het wetenschap en techniek te schenken”. Ze weten wat dat betekent en de meesten – hoewel niet allemaal – maken zich die eis eigen en voldoen eraan. In zijn algemeenheid is het ook in het buitenland moeilijk voor hen het systeem van de Volksrepubliek van zich af te schudden. We zouden ze daarbij moeten helpen.’ Follow the Money schreef eerder over de druk en de angstcultuur die onder Chinese studenten in Nederland leeft.

Kunnen Westerse universiteiten dan helemaal niet meer met China samenwerken? Dat kan best, zeggen eigenlijk alle deskundigen die we spraken. Joris Teer, China-analist bij The Hague Centre for Strategic Studies, vindt dat we op academisch vlak ‘absoluut’ met China moeten blijven samenwerken. ‘Op bijvoorbeeld economisch, politicologisch en sociologisch gebied is interactie niet alleen wenselijk, maar zelfs noodzakelijk.’

‘De overheid het recht krijgen om “nee” tegen een samenwerking  kunnen zeggen. Niks doen is geen optie’

Maar voor hoogwaardige technologie ligt de zaak anders. Teer vindt dat er in de eerste plaats een duidelijke definitie moet komen van risico-vakgebieden. Die moeten in kaart worden gebracht, niet alleen door defensie-experts, maar ook door investerings- en screeningsdeskundigen. 

Teer: ‘De eersten hebben de kennis over de fundamentele technologische gaten waarmee de Chinese krijgsmacht nog worstelt en weten welke technologieën de oorlogsvoering van de toekomst bepalen; denk aan kunstmatige intelligentie, de nieuwste semiconductors en dronezwermen. Experts op het gebied van foreign direct investment en joint ventures hebben een goed beeld hoeveel geld China waaraan besteedt, zowel in binnen- als buitenland. Dat is een tweede indicatie welke kennis die Peking wil binnenhalen.’

Hij pleit voor een meldingsplicht voor universiteiten en bedrijven ‘inzake samenwerkingen in deze risico-vakgebieden, ook die van PhD-studenten’. ‘Tot slot moet de overheid het recht krijgen om “nee” te kunnen zeggen. Niks doen is geen optie. Als China via Europese universiteiten en bedrijven de technologie verkrijgt voor een eersteklas straaljager, anti-onderzeeër-oorlogsvoering en een nucleair aangedreven vliegdekschip, verandert het dreigingsbeeld rond Taiwan en in de Zuid-Chinese Zee snel.’

Reacties universiteiten

De universiteiten waar we samenwerkingen aantroffen, zeggen allemaal dat dit thema pas recent meer aandacht heeft gekregen. De universiteiten hebben allemaal een adviespunt over kennisveiligheid en/of Chinese samenwerkingen opgericht, en hebben hulpmiddelen als beslisbomen en checklists ontwikkeld. Zo gebruikt de TU Delft onder andere de ASPI-tracker – waar ook civiele universiteiten in staan – als hulpmiddel voor medewerkers om een beoogde samenwerking te beoordelen.

Ook stellen de universiteiten gebruik te maken van de leidraden en adviespunten die zijn opgesteld door OCW. (Meer daarover in ons eerste artikel.)

Uiteindelijk leggen universiteiten de verantwoordelijkheid voor het aangaan van die samenwerkingen bij onderzoekers zelf. Een woordvoerder van de Universiteit Leiden: ‘Van elke wetenschapper verwachten we dat zij zelf ook goed nadenken over mogelijke risico’s en voorwaarden in samenwerking met derden, en hierover het gesprek met derden aangaan.’

De woordvoerder van de TU Eindhoven meldde na publicatie van dit artikel het volgende, naar aanleiding van het betononderzoek dat FTM aanhaalt:

‘Het experimentele deel van het onderzoek vond plaats in samenwerking met Defensie. Voor de proeven bij Defensie zijn de standaard beschikbare NAVO-kogels gebruikt. Het doel was niet om beton te ontwikkelen dat specifiek deze NAVO-kogels tegenhoudt, [..] maar om onze militairen te beschermen tegen kogels van terroristen. Bij het door FTM genoemde paper is een hoogleraar betrokken van de Wuhan University. Het wetenschappelijk niveau van betononderzoek in China is wereldtop, onder meer doordat China de grootste cement- en betonproducent wereldwijd is.’

Lees verder Inklappen