De toezichthouder van de muziekindustrie leunt vooral achterover

4 Connecties

Onderwerpen

Buma/Stemra Muziekindustrie Tel Sell

Organisaties

SENA
14 Reacties

Vorige maand beschreef Rufus Kain hoe een geschil over een Tel Sell-tune escaleerde tot een slepende rechtszaak. Hij eindigde met de vraag: was er geen toezichthouder die had kunnen voorkomen dat het zo uit de hand liep? Ja, die is er. Maar van toezicht houden moet die weinig hebben.

We kennen Tel Sell van de Abtronic, de Snuggie en van Lejeans (‘Houdt u van leggings? Houdt u van jeans? Wij hebben ze gecombineerd!’). Maar het thuiswinkelprogramma bracht ons ook heel veel muziek. Specifieker: heel veel dezelfde muziek.

Tussen 2007 en 2012 was het liedje ‘Lolly’ bijna een miljoen minuten te horen als achtergrondmuziek bij de infomercials. Toch kregen de makers ervan — muzikant Bernhard Joosten en uitgever Ferry van Beek — amper betaald. Hun belangenbehartiger, stichting Sena, keerde niet uit voor een miljoen, maar slechts 371 minuten. Dat leidde tot een jarenlange rechtszaak die inmiddels bij de Hoge Raad ligt.

In oktober beschreef ik voor Follow the Money het kafkaëske verloop van de rechtszaak zelf. In het kort: Tel Sell had het gebruik van de muziek nooit opgegeven aan RTL, dus had RTL het niet opgegeven aan Sena, dus had Sena er geen geld voor uitgekeerd aan Joosten en Van Beek.

In eerste instantie wonnen de eisers en moest Sena betalen. Maar daar eindigde het niet, want de rechter oordeelde ook dat RTL, de zender waar de muziek was uitgezonden, de schade aan Sena moest vergoeden. RTL mocht de schade op zijn beurt verhalen bij het programma Tel Sell.

RTL en Sena gingen samen in hoger beroep, het gerechtshof kwam met een besluit dat volgens experts indruist tegen een muziekrechtenwet, en inmiddels is de zaak in cassatie. Mijn artikel eindigde met de vraag: is er geen toezichthouder die had kunnen voorkomen dat deze zaak zo ver uit de hand liep?

Naast de 55 miljoen van ‘Lolly’, zijn er dus nog zo’n 185 miljoen seconden ‘vermist’

Het antwoord: ja, die is er. Dit artikel gaat over de instantie die in had moeten grijpen: het College van Toezicht Auteursrechten, ofwel CvTA.

Herengracht

Het CvTA zit in een statig pand aan de Amsterdamse Herengracht 566, op hetzelfde adres als Promogroup en het muziekrechtenkantoor van The Rolling Stones – waarvan de baas dan weer in de Raad van Sena zit. Het CvTA is een zelfstandig bestuursorgaan: het controleert muziekrechtenorganisaties als Buma/Stemra en Sena en brengt jaarlijks rapport uit aan het ministerie van Veiligheid en Justitie.

De collegeleden hebben uiteenlopende achtergronden. Zo werkte directeur Victor Eiff voorheen als projectleider bij de Algemene Rekenkamer en is voorzitter Ad Koppejan een ondernemer en voormalig Tweede Kamerlid voor CDA.

Dat de wereld van de muziekrechten wel een toezichthouder kan gebruiken, blijkt onder meer uit de frequente schandalen bij Buma/Stemra. In 2017 kwam die organisatie in het nieuws wegens boekhoudfraude. Er ontstond een interne strijd tussen de ceo die schoon schip wilde maken, en muziekuitgevers die hem ervan beschuldigden zelf een graaier te zijn. Maar ook de Sena-rechtszaak illustreert het belang van een College van Toezicht.

185 miljoen vermiste seconden

Op de website van het CvTA staat: ‘Het College ziet er onder meer op toe dat collectieve beheersorganisaties [zoals Sena, RK] de verschuldigde vergoedingen [zoals het geld voor ‘Lolly’] op rechtmatige wijze en tegen redelijke beheerskosten innen en tijdig verdelen onder rechthebbenden [zoals Joosten en Van Beek].’

Het eerste wat het CvTA valt aan te merken is dat het ‘Lolly’-debacle onder hun toezicht plaats kon vinden. Weliswaar zegt het College er niet te zijn voor ‘individuele klachten en geschillen,’ maar Joosten en Van Beek bleken niet de enige benadeelden. Volgens data van Soundaware, het bedrijf dat muziekgebruik op Nederlandse radio en tv in kaart brengt, werd er in de tijd dat ‘Lolly’ speelde 320 miljoen seconden aan muziek op RTL uitgezonden. Hiervan gaf RTL 80 miljoen op aan Sena. Naast de 55 miljoen van ‘Lolly’, zijn er dus nog zo’n 185 miljoen seconden ‘vermist’.

Sena erkent dat RTL niet alle muziek had opgegeven, maar beweert dat die 185 miljoen seconden deels moeten worden gefilterd. In het muziekgebruik dat Soundaware registreert, zouden ‘false positives’ zoals treingeluiden en zang in stadions zitten. Een woordvoerder van Soundaware zegt echter dat zijn bedrijf het gros van die ruis over het algemeen zélf al filtert. En Buma/Stemra, dat al sinds 2005 met Soundaware werkt, bevestigt dat het muziekgebruik dat Soundaware opgeeft 97 à 98 procent zuiver is.

De aardverschuiving in Sena’s tarievenstructuur was niet of nauwelijks bekend

De exacte omvang van de schade is dus moeilijk vast te stellen. Wel kunnen we stellen dat er meer muziek niet door RTL aan Sena is opgegeven, wat betekent dat meer muzikanten te weinig betaald hebben gekregen. Maar volgens Sena valt het allemaal wel mee. En het CvTA? Dat bemoeit zich er niet mee.

Primetime

Nadat Joosten en Van Beek de rechtszaak in de eerste instantie hadden gewonnen, betaalde Sena ze ieder 300 duizend euro. Als dat weinig lijkt voor 55 miljoen seconden op tv, dan heb je een punt: tijdens de rechtszaak kondigde Sena aan jaren eerder, in 2008, een onderscheid te hebben ingevoerd tussen muziek die is uitgezonden in ‘primetime’ en ‘non-primetime’.

Waar een minuut op RTL in 2007 5,44 euro waard zou zijn geweest, was diezelfde minuut in 2008 nog maar 0,88 euro waard als ‘ie tussen 0:00 uur en 18:00 uur had plaatsgevonden (en maar liefst 26,03 euro tussen 18:00 en 0:00).

Het probleem: deze aardverschuiving in Sena’s tarievenstructuur was niet of nauwelijks bekend. Het meest directe bewijs voor het nieuwe tarief was een verklaring van Sena-medewerkster Natalie Loop: ‘In 2008 liep Hans van Berkel de kamer [...] binnen met de mededeling dat wij een prime en non-prime tarief zouden gaan implementeren.’

Van Berkel, inmiddels overleden, was tot eind 2010 directeur van Sena. Andere medewerkers hebben verklaard dat ze inderdaad rond die tijd muziek begonnen te splitsen in primetime en non-primetime, of dat Natalie Loop ze er iets over had verteld. Loop zelf is echter de enige getuige van Van Berkels besluit. 

Er is ook een tegenstrijdige getuigenis. In 2011 sprak Hans Bergfeld, de mediator die Joosten en Van Beek destijds bijstond, met Van Berkel. In zijn verslag zei Bergfeld dat hij de ex-directeur drie vragen had gesteld: zijn die tarieven onder jouw leiding ingevoerd, vereisen ze goedkeuring van de algemene ledenvergadering, en zouden ze in het repartitiereglement moeten worden opgenomen? Volgens Bergfeld antwoordde Van Berkel ‘nee’ op de eerste vraag en volmondig ‘ja’ op de laatste twee.

Transparantie

Voor dit verhaal is die laatste vraag doorslaggevend. Sena’s repartitiereglement is hét document dat laat zien hoe de stichting geld verdeelt. Tijdens het hoger beroep van de ‘Lolly’-zaak, tien jaar nadat de splitsing zou zijn ingevoerd, stond in het reglement nog steeds niets over het primetime-tarief van Sena.

Nu zegt het College van Toezicht erop toe te zien dat organisaties als Sena ‘transparante tariefstructuren hanteren.’ Maar toen Joosten en Van Beek bij het CvTA bezwaar maakten vanwege het mysterieuze non-primetime tarief, wees het College hun bezwaar af.

‘Het CvTA stelt vast dat Sena geen schriftelijke beslissing van de directie heeft kunnen produceren,’ schreef College-voorzitter Ad Koppejan in mei. ‘Dat betekent echter niet dat deze beslissing niet is genomen. Het feit dat de primetime/non-primetimetarieven worden toegepast – volgens Sena sinds 2008, volgens [Joosten en Van Beek] niet eerder dan 2012 – veronderstelt dat daartoe een beslissing moet zijn genomen.’ Hiermee legt het College de lat voor ‘transparante tariefstructuren’ niet erg hoog.

Bevoegdheid

Volgens Sena mocht de directeur het primetime-tarief eigenhandig invoeren. Het zou niet ingaan tegen het repartitiereglement, want dat document gaf hem juist de ruimte dit te doen. Ook dit is cruciaal, want wijzigingen in het repartitiereglement moeten officieel door het CvTA worden goedgekeurd. 

Sena heeft deels gelijk, maar de vraag is hoeveel vrijheid de directie had. Volgens Joosten en Van Beek was hun bevoegdheid beperkt ‘tot het vaststellen van de omvang van het (feitelijke) muziekgebruik,’ niet het veranderen van de tarieven zelf.

Om aan te geven hoe ongebruikelijk het zou zijn zo’n grote wijziging door te voeren zonder deze op papier te zetten en aan het CvTA voor te leggen, verzamelden Joosten en Van Beek een lijstje wijzigingen die wél aan het College zijn voorgelegd, waaronder een verandering van het begrip ‘dirigent’ naar ‘orkestleider’ en het invoeren van een duidelijker termijn voor het indienen van klachten.

‘Ik heb hier niets aan toe te voegen. Er staat wat er staat’

In een ander geval werd de waardering voor een sessiemuzikant een tikkeltje veranderd: afhankelijk van het aantal personen dat meespeelt, krijgt zij nu 3 procent meer. Joosten en Van Beek: ‘Bij die wijziging wil het CvtA nog weten wat daar het herverdelingseffect is; en gaf ze niet zomaar toestemming.’

Toch oordeelt het CvTA dat Sena in zijn recht stond de tarieven te veranderen, zonder dit in het reglement op te nemen en zonder de toezichthouder om toestemming te vragen.

‘Geen schoonheidsprijs’

In augustus 2018 zegt het College wel ‘dat een collectieve beheersorganisatie belangrijke repartitiebesluiten, waaronder het toepassen van kortingen, schriftelijk dient vast te leggen en kenbaar hoort te maken aan rechthebbenden.’

Maar in december slikt het die woorden weer in, zeggend ‘dat het een ambtelijke email betrof, waarbij het niet gaat om een standpunt of besluit van het college.’ In zijn besluit op het bezwaar van Joosten en Van Beek zegt het College alleen nog ‘dat de vastlegging en de communicatie naar rechthebbenden van dit besluit van Sena, zoals zij zelf ook onderkent, niet de schoonheidsprijs verdient.’

Ik vroeg CvTA-directeur Victor Eiff naar zijn visie op de zaak: ‘Neem kennis van het besluit op bezwaar,’ antwoordde hij. ‘Daar hebben wij onze visie neergelegd.’ Toen ik vertelde dat ik het besluit had gelezen, en vroeg waarom het College van houding was veranderd na hun ‘ambtelijke’ email, onderbrak Eiff de vraag: ‘Ik heb hier niets aan toe te voegen. Er staat wat er staat. We zijn ingegaan op de rechtmatigheid van ons besluit in het besluit op bezwaar.’

De zaak ‘Lolly’ loopt nog even door. De volgende stap is het mondeling pleidooi voor de Hoge Raad op 14 februari. Als de Hoge Raad uiteindelijk concludeert dat het gerechtshof ten onrechte heeft geoordeeld van Joosten en Van Beek geen recht op meer geld hebben, komt er een nieuw hoger beroep. Het is niet onwaarschijnlijk dat het proces daarmee in totaal meer dan tien jaar gaat duren.

Hoe kijkt CvTA tegen Sena’s optreden aan? Moeilijk te zeggen. Directeur Victor Eiff verwijst bij iedere vraag naar documenten op hun site. Uiteindelijk vraag ik of hij het, als hij verder niks wil bespreken, hierbij wil laten. Zijn antwoord: ‘Prima, graag.’

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Rufus Kain

Gevolgd door 199 leden

Journalist en muzikant. Stort zich voor FTM op de verdienmodellen van moderne media en de 'platform-economie'.

Volg Rufus Kain
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren