© Matthias Leuhof

Shell Papers

Ons grootste onderzoek ooit, waarin we graven naar de banden tussen Shell en de Nederlandse overheid. Lees meer

FTM en Platform Authentieke Journalistiek (PAJ) onderzoeken de verwevenheid van Shell en de Nederlandse overheid door middel van 17 Wob-verzoeken naar meerdere ministeries, provincies en gemeentes. Als volger van dit dossier (klik hieronder op ‘volgen’) blijf je op de hoogte van de allerlaatste ontwikkelingen rond de Wob-procedure, ontvang je vrijgegeven documenten direct en kun je daar zelf mee aan de slag. Als volger draag je bovendien bij aan het succes van dit project, want hoe meer volgers, hoe zichtbaarder de interesse in de documenten. Dat zien ze op de ministeries, provincies en gemeentehuizen ook en motiveert hen de verzoeken in te willigen.

De laatste updates over de Wob-verzoeken vind je hier: Laatste updates

Hoe doen jullie dat?

Platform Authentieke Journalistiek vraagt alle documenten op – onder andere e-mails, memo’s, beleidsstukken en zelfs WhatsAppjes – waarin communicatie staat afkomstig van, gericht aan of over Shell, vanaf 2005. Dat is, beseffen we, een grote vraag. Maar de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) is een groot recht en transparantie over de relatie tussen Shell en de overheid achten we van groot maatschappelijk belang.

En waarom?

De betekenis van Shell voor de Nederlandse economie en samenleving is moeilijk te overschatten. Sinds de oprichting in de 19e eeuw onderhoudt de Nederlandse overheid een intensieve relatie met Shell. Die verwevenheid met het landsbestuur heeft schaduwkanten. Hoe en door wie heeft de afweging van de verschillende belangen plaats? Hoe steekt die relatie tussen Shell en de overheid in elkaar? En wat zijn de gevolgen? Deze Wob vormt de basis voor het diepgravend journalistiek onderzoek dat we de komende jaren naar die vragen gaan doen. 

Meer over de redenen en mensen achter deze Wob lees je op deze pagina:

Veelgestelde vragen

20 Artikelen

Vorig jaar april diende Platform Authentieke Journalistiek bij zeventien bestuursorganen een Wob-verzoek in. Het doel: inzicht in de banden tussen Shell en de Nederlandse overheid. Na meer dan een half jaar onderhandelen besloten dertien bestuursorganen het verzoek niet in behandeling te nemen. Interne e-mails suggereren echter dat meerdere organen het verzoek wel degelijk uit dachten te kunnen voeren. Waarom schaarden ze zich dan toch achter de ‘ingezette lijn’ van EZK?

Dit stuk in 1 minuut
  • Op 12 april 2019 diende PAJ een Wob-verzoek in bij zeventien bestuursorganen, met daarin het verzoek om alle documenten naar, van, of over Shell, sinds 2005. Na maandenlange correspondentie besloten dertien bestuursorganen omstreeks december 2019 het verzoek af te wijzen.
  • PAJ zet grote vraagtekens bij het handelen van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat in de Wob-procedures. Daarom besloten we in februari een nieuw Wob-verzoek in te dienen, waarin we alle interne correspondentie over het ‘Shell Papers’ Wob-verzoek opvragen. Inmiddels hebben negen van de dertien bestuursorganen stukken aangeleverd.
  • Uit de documenten blijkt dat het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) in samenwerking met de landsadvocaat al in de eerste maanden de ‘gezamenlijke lijn’ opstelt: inperken of afwijzen. Het verzoek zou in de oorspronkelijke vorm onduidelijk zijn. Interne e-mails suggereren echter dat niet alle bestuursorganen het onuitvoerbaar achtten, en de afwijzende opstelling voornamelijk door EZK werd bepaald.
  • Het ministerie van EZK heeft gedurende de hele procedure geweigerd om inzicht te geven in de types en aantallen documenten die zij over Shell bezitten. De e-mails tonen dat meerdere bestuursorganen wél een grondige inventarisatie uitvoerden van de aanwezige Shell-documenten, die evenwel niet met PAJ werd gedeeld.
  • Het uiteindelijke besluit om het verzoek af te wijzen lijkt gedeeltelijk te zijn gebaseerd op het besef van een ‘fatale juridische deadline’.
Lees verder

‘Dit wordt wel heel meta,’ reageerde Correspondent-journalist Jesse Frederik toen hij op 7 juli zag dat er een besluit was gekomen op het ‘Wob-verzoek [naar de] behandeling [van een] Wob-verzoek over Shell’. En niet onterecht: het onderzoeksproject van Platform Authentieke Journalistiek (PAJ) en Follow the Money (FTM) naar de banden tussen Shell en de Nederlandse overheid begint steeds complexere vormen aan te nemen.

Toen PAJ in april 2019 de 17 oorspronkelijke Wob-verzoeken op de bus deed, was onze hoop dat we rond deze tijd – ruim 16 maanden later – al lang zouden zijn begonnen met de analyse van de eerste binnengekomen documenten. In plaats daarvan buigen we ons nu over duizenden pagina’s uit een nieuw, apart Wob-verzoek: alle interne communicatie van de dertien bestuursorganen over de interne behandeling van de Shell Papers. Een Wob-verzoek over een Wob-verzoek, dus.

Tijdlijn van een Wob-verzoek

Hoe zijn we hier ook alweer terecht gekomen?

Het begint allemaal op 12 april, wanneer PAJ na maanden voorbereiding naar zeventien bestuursorganen Wob-verzoeken stuurt. Daarin vragen we om kopieën van of inzage in alle documenten van, naar of over Shell sinds 2005. Zoals gebruikelijk in een Wob-verzoek voegen we een uitgebreide lijst ‘bestuurlijke aangelegenheden’ toe. In gewoon Nederlands: de thema’s waarover we documenten willen hebben. Denk aan ‘het vestigingsklimaat’, ‘de energietransitie’ en ‘onderwijs’.

In ons verzoek schreven we ook dat PAJ te allen tijde bereid zou zijn tot twee dingen. Ten eerste: het verduidelijken van het verzoek, indien er nog onduidelijkheden bestaan. Ten tweede, een inperking van het verzoek. De enige voorwaarde die we hieraan stelden, was dat er een inspanning vanuit beide kanten zou komen. Wil de overheid een verduidelijking? Dan wil PAJ eerst een heldere toelichting op waar de ‘knelpunten’ liggen, zo schreven we. De overheid heeft in zulke situaties tenslotte een zogenaamde ‘motiveringsplicht’.

Wil de overheid een inperking van het verzoek? Ook dan wenst PAJ enige toelichting of inzage in wat voor soorten documenten er überhaupt liggen. Om het verzoek lukraak aan te passen of in te perken leek ons niet passen in de geest van de Wet openbaarheid van bestuur. Artikel 3.4 daarvan stelt immers dat wanneer een bestuursorgaan vindt dat een verzoek ‘te algemeen geformuleerd is’, deze de verzoeker ‘behulpzaam’ moet zijn bij het preciseren van dat verzoek.

Onze koers leverde wisselende resultaten op. Zo vroegen we alle bestuursorganen om een gedetailleerde schatting van de aanwezige documenten, in de vorm van zogeheten inventarislijsten. Deze beproefde methode, die gebruikelijk is in Wob-procedures, leverde resultaat op in het noorden van het land. Met de vier bestuursorganen die het verzoek wél in behandeling nemen, hebben we inmiddels onderling overleg gevoerd. Het resultaat: aanzienlijke inperkingen van het Wob-verzoek. Zo hebben we het aantal opgevraagde documenten bij de provincie Groningen weten te reduceren van 168.000 tot 24.000.

Dossier: Shell Papers

FTM en Platform Authentieke Journalistiek (PAJ) onderzoeken de verwevenheid van Shell en de Nederlandse overheid door middel van 17 Wob-verzoeken naar meerdere ministeries, provincies en gemeentes. Op het Wob-dashboard vind je de status van alle wobverzoeken, eerdere updates en artikelen.

Lees verder Inklappen

Dossier: Shell Papers

FTM en Platform Authentieke Journalistiek (PAJ) onderzoeken de verwevenheid van Shell en de Nederlandse overheid door middel van 17 Wob-verzoeken naar meerdere ministeries, provincies en gemeentes.

Lees verder Inklappen
Inschrijven

Het ministerie van EZK, dat de dertien andere gewobde overheden vertegenwoordigde, voelde echter weinig voor deze koers. Een inventarislijst zat er niet in, liet woordvoerder Ernst-Paul Nas meermaals weten. ‘We gaan niet de hele kast opentrekken, zodat jullie kunnen kijken wat er ligt,’ zei hij bijvoorbeeld in ons tweede (en laatste) gesprek, op 25 september 2019.

Het was een ‘principekwestie’ voor EZK, aldus Nas. Maar welke knelpunten EZK dan ervoer rond de volgens haar te breed geformuleerde bestuurlijke aangelegenheden, werd nauwelijks toegelicht. Het resultaat: een schriftelijke botsing in slow-motion. EZK bleef erbij dat het verzoek moest worden verduidelijkt of ingeperkt; PAJ en juridisch adviseur Roger Vleugels vonden een aantal eisen van EZK ongepast en onwettelijk.

Uiteindelijk besloten we, hopend op een voortzetting van de Wob-procedure en het openhouden van de dialoog, om toch enigszins tegemoet te komen aan de ‘laatste kans’ die EZK ons op 18 oktober gaf. We deden een voorstel voor een forse inperking van de bestuurlijke aangelegenheden. Het mocht niet baten: op 2 december 2019 wezen alle dertien door EZK vertegenwoordigde bestuursorganen ons Wob-verzoek resoluut af. De gegeven reden: de bestuurlijke aangelegenheden waren nog altijd niet specifiek genoeg. We boden aan om verdere knelpunten in een nieuw gesprek te bespreken, maar dat aanbod werd afgeslagen.

De meer dan acht maanden overleg riepen een hoop vragen op, onder andere over de rechtmatigheid van het handelen van EZK. Waarom werden er voortdurend nieuwe eisen aangedragen, zonder dat er inhoudelijk was gereageerd op voorstellen of tegemoetkomingen vanuit PAJ? Hoe stonden de andere bestuursorganen die zich door EZK lieten vertegenwoordigen erin? Welke afwegingen werden achter de schermen gemaakt, en wie had daarover de regie?

Met de bezwaarprocedures in het verschiet besloot PAJ een krachtig middel in te zetten om antwoord op te krijgen op deze vragen: een Wob naar de Wob. We vroegen op 11 februari dertien bestuursorganen naar al hun communicatie over het Shell Papers Wob-verzoek.

Updates naar de bewindslieden en Shell

Onze ‘Wob naar de Wob’ leverde circa 1400 pagina’s op. De documenten zijn veelal onvolledig en voor een groot deel zwartgelakt, maar toch is het een flinke stapel, die – gezien de omstandigheden – binnen een redelijke termijn geleverd werd. 

Tussen de documenten vinden we voornamelijk e-mails tussen betrokken ambtenaren. Daaruit blijkt hoe er al vanaf de eerste week nadat PAJ op 12 april 2019 het Wob-verzoek stuurt druk wordt gemaild, gebeld en gesproken tussen de zeventien gewobde bestuursorganen. In de twee maanden tussen het verzoek en het eerste gesprek met PAJ (4 juni) reikt het interne overleg tot aan het hoogste ambtelijke niveau.

Duik zelf in de documenten

We willen de FTM-lezers de kans geven om ook zelf in de vrijgegeven documenten te duiken. Daarom hebben we alle Wob-documenten direct doorzoekbaar gemaakt. Wie zich wil toespitsen op de kern, kan het beste beginnen bij de documenten van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de gemeente Amsterdam. 

Veel lezers hebben deze juridische procedure sinds dag één op de voet gevolgd. We hebben dan ook voortdurend zeer bruikbare tips van de volgers van dit dossier gekregen. Mocht je iets opvallen in de interne communicatie van EZK of andere bestuursorganen, dan horen we graag je bevindingen. Selecteer in het bijdragevenster dat je een tip naar de redactie wil sturen, dan komt je bericht rechtstreeks bij ons aan.

De vrijgegeven documenten zijn hier te vinden:

N.b: de mailtjes en andere documenten staan bomvol afkortingen van ambtelijke afdelingen en werkgroepen. Mocht je hierin vastlopen, dan kun je het beste even zoeken naar het organogram van het desbetreffende bestuursorgaan (bijvoorbeeld EZK). Of zet je vraag in de bijdragen onder het artikel, dan helpen wij je verder.

Lees verder Inklappen

De provincie Zuid-Holland, thuisbasis van de raffinaderij Shell Pernis, laat als een van de eersten weten behoefte te hebben aan een gezamenlijke aanpak. Op 17 april, vijf dagen na het Wob-verzoek, schrijft het ‘Wobteam’ van de provincie aan EZK: ‘Omdat 17 overheden, waaronder EZ, afgelopen maandag een mega-Wobverzoek hebben ontvangen (Shell-papers ingediend door het Platform Authentieke Journalistiek), hebben we behoefte aan afstemming met de andere overheden, o.m. EZ.’ Die wens blijkt breder te leven, en op 2 mei volgt een eerste groot gezamenlijk overleg tussen de verantwoordelijke ambtenaren. In de weken hierna vinden nog meerdere overleggen plaats.

Ook de hogere bewindslieden, staatssecretarissen en ministers worden uiteindelijk bij het Wob-verzoek betrokken. Minstens driemaal wordt het Wob-verzoek besproken in het ‘Secretarissen-Generaal Overleg’ (SGO), het hoogste ambtelijke overleg. De Ministerraad bespreekt het Wob-verzoek in ieder geval één keer, begin september.

Shell zelf wordt ondertussen op de hoogte gehouden over het verloop van de Wob-procedure. Zo staat in een notitie die EZK op 4 september aan het SGO stuurt: ‘Shell wordt over de te zetten stappen in de afhandeling van het verzoek geïnformeerd voor zover noodzakelijk met het oog op haar positie als derde belanghebbende en conform het gebruikelijke Wob proces.’ Wat voor soort correspondentie er precies met Shell plaatsvindt, is onbekend: naast de formele correspondentie met Shell via hun advocaat van Van der Feltz advocaten, vinden er meermaals telefoongesprekken met het bedrijf plaats. Daarvan bestaat echter geen verdere documentatie.

De hoeveelheid interne correspondentie staat in schril contrast met de vrij magere berichtgeving vanuit de gewobde bestuursorganen richting PAJ. Ter illustratie: nadat we op 12 april 2019 onze Wob-verzoeken indienden, volgde een radiostilte van anderhalve maand. Dit terwijl we in die oorspronkelijke Wob-verzoeken voorstellen om met elk bestuursorgaan op korte termijn in overleg te gaan, om tot onderlinge afspraken over leveringstermijnen te komen. PAJ hoorde tot 22 mei niets van de bestuursorganen, terwijl de wettelijke termijn voor het leveren van de documenten (acht weken) langzaam verstreek.

Regie-rol van EZK en landsadvocaat

De reden voor die radiostilte is nu duidelijk: het kostte de bestuursorganen flink wat inspanning om een gezamenlijke lijn en interne hiërarchie te bepalen. In eerste instantie werpt het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) zich bijvoorbeeld op als coördinator. Geen opmerkelijke keuze: het ministerie ziet toe op het democratische bestuur in Nederland en draagt dan ook zorg voor de Wob. BZK roept alle gewobde overheden samen voor een overleg op 2 mei. Daarbij is ook een juridisch zwaargewicht aanwezig, die de bestuursorganen het gehele proces zal bijstaan: Elisabeth Pietermaat, partner bij Pels Rijcken, het advocatenkantoor dat ook de landsadvocaat levert.

EZK heeft ontzettend veel documenten liggen over Shell

De regie-rol verschuift echter snel naar EZK en voornamelijk Ernst-Paul Nas, directeur wetgeving en juridische zaken. Uit de e-mails blijkt de reden hiervoor: EZK heeft in de drie weken sinds het Wob-verzoek opgemerkt dat het ministerie ontzettend veel documenten heeft liggen over Shell. Vooral de ‘Directeur-Generaal Klimaat & Energie’ (DGKE) heeft veel Shell-documenten liggen en is daarom al in de eerste week in actie gekomen. Op 17 april meldt deze afdeling per e-mail aan alle overige relevante afdelingen van EZK dat zij intern het initiatief zal nemen: ‘Deze Wob is bijzonder omvangrijk en zal gedurende langere tijd capaciteit vergen. In deze beginfase nemen we vanuit DGKE een initiërende rol - zonder vooruit te lopen op de uiteindelijke organisatie.’

Enkele dagen voor het gezamenlijk overleg van 2 mei zoekt EZK al contact met BZK voor overleg over de Wob-procedure. Vervolgens, een dag voor het overleg, schrijft BZK in een e-mail aan alle betrokken bestuursorganen dat de regie meer bij Financiën en EZK zou kunnen liggen: ‘Naar het zich laat aanzien bevinden de meeste stukken zich primair bij Financiën en EZK vwb het Rijk. Hoe zien jullie hierin jullie (inhoudelijke) rol hierin? Wij hebben weinig tot geen stukken en ik zie dus ook geen inhoudelijke rol voor ons weggelegd.’

Uiteindelijk wordt besloten een ‘kopgroep’ aan te stellen, bestaande uit vertegenwoordigers van vier ministeries: Infrastructuur & Waterstaat, Binnenlandse Zaken, Financiën en EZK. Ondertussen laten EZK en de overige bestuursorganen zich adviseren door advocaat Pietermaat van Pels Rijcken over de te voeren lijn richting de verzoekers.

De ‘ingezette lijn’ vanaf de start: inperken of afwijzen

Op de achtergrond lijkt voornamelijk EZK het initiatief te nemen. Op het eerste grote overleg van 2 mei wordt alvast een gezamenlijke lijn bepaald voor de afhandeling van het Wob-verzoek. Een glimp van wat vaker de ‘ingezette lijn’ wordt genoemd, blijkt uit een e-mail die binnen EZK wordt verstuurd in de late middag na afloop van het overleg: ‘Het idee is om een gezamenlijke woordvoerder/onderhandelaar in te schakelen. Waarschijnlijk per bestuurslaag. Dan het gesprek aangaan om het verzoek te verduidelijken / in te kaderen en afspraken te maken over de beslistermijnen. Komen we niet tot een werkbare afspraak, dan komen we vermoedelijk tot een afwijzing.’

Hoewel er nog veel meer wordt overlegd over de ‘ingezette lijn’, is veel van de correspondentie hierover zwartgelakt. Een e-mail binnen EZK op 1 mei, een dag voor het overleg: ‘Hoi [zwartgelakt], Gezien de mail van BZK van eerder vandaag....’ Dan volgt, na zeventien zwartgelakte regels: ‘En we moeten ook nog maar op 1 lijn zitten met de andere departementen en provincie en gemeenten. Ik neem aan dat jij morgen met Ernst-Paul [Nas, red.] ook nog spreek [sic] over hoe e.e.a. aan te vliegen, Groet.’ Ook het rondgestuurde verslag van het grote overleg op 2 mei is grotendeels zwartgelakt:

Uiteindelijk zou pas op 4 juni – een week voordat de documenten volgens de wettelijke termijnen in feite geleverd hadden moeten worden – een moeizaam overleg tussen de bestuursorganen en PAJ plaatsvinden. Hier botst de ‘ingezette lijn’ van EZK voor de eerste keer met onze verwachtingen.

‘Quick-scans’ werden wel intern gemaakt, maar niet gedeeld

Vanuit PAJ is richting de overheid steevast gecommuniceerd: het Wob-verzoek kan best worden verduidelijkt of zelfs ingeperkt, maar dan wel op basis van informatie. Op basis van een, eventueel grove, inventarislijst vanuit de bestuursorganen, had PAJ duidelijk kunnen maken in welke documenten wel of geen interesse is, en zouden afspraken over leveringstermijnen gemaakt kunnen worden.

De vier noordelijke bestuursorganen (de provincies Groningen en Drenthe, en de gemeenten Groningen en Assen) gaan tijdens de zomer en herfst van 2019 met deze aanpak akkoord. En met resultaat: in het laatste gesprek tussen PAJ en de provincie Groningen hebben we, in samenwerking met de ICT-afdeling van de provincie, het aantal opgevraagde documenten van 168.000 teruggebracht tot 24.000. Een reductie van 144.000 documenten dus.

EZK daarentegen heeft in elk gesprek namens de dertien andere bestuursorganen geweigerd inzicht te geven in de types of hoeveelheid documenten zij over Shell bezitten. Verder dan definities als ‘duizenden’ of ‘een ongekende hoeveelheid’ kwamen we niet.

De Wob-om-de-Wob toont nu dat er achter de schermen wel degelijk enige inventarisatie gemaakt is. Deze vrij uitvoerige ‘quick-scan’, inclusief een grove schatting over de aantallen documenten, is echter niet met PAJ gedeeld.

Zo komt op 17 april, vijf dagen nadat we het Wob-verzoek indienden, vanuit de juridische afdeling van EZK een verzoek aan elke afdeling binnen het ministerie. De vraag: maak een korte inventarisatie van het aantal documenten dat de afdelingen mogelijk over Shell hebben. Op maandag 6 mei volgt het verzoek om tot een nauwkeurigere schatting te komen: ‘Om een dergelijk gesprek in te gaan, is het van belang om de omvang van het verzoek te weten.’ Volgens de jurist die de e-mail verstuurt heeft een nauwkeurigere inventarisatie ook een ander doel: ‘De omvang kan ook van belang worden in de rol van EZK richting de andere departementen. Om een idee te geven[,] I&W en [Financiën] hebben het over duizenden documenten’.

Het is denkbaar dat het hier gaat over wie de regie over de hele Wob-procedure krijgt, gezien de rest van de correspondentie rond deze datum. Al snel stromen vanuit de afdelingen de schattingen binnen. In DoMuS, het documentsysteem van EZK, wordt een simpele zoekvraag gedaan naar alle ‘formele’ inkomende en uitgaande documenten met als geadresseerde ‘Shell’. Het resultaat, aldus een EZK-ambtenaar in een mail: ‘Gemiddeld kan ik zeggen dat in het DMS jaarlijks minimaal 800 documenten zijn opgenomen. Over de periode [van 2005 tot 2019, red.] dus zo’n 12.000 documenten.’ De mail wordt afgesloten met het aanbod om de eerste resultaten in een Excel-bestand aan te leveren.

De grove inventarisaties zijn al geproduceerd voordat op 4 juni het eerste gesprek met PAJ plaatsvindt

Het lijkt erop dat EZK de resultaten van de eerste inventarisatie aanvankelijk wilde gebruiken als bewijs dat het verzoek een te grote werklast zou betekenen, een argument dat later ook richting de staatssecretarissen in het SGO zou worden gecommuniceerd. Zo schrijft de jurist van EZK aan de Autoriteit Consument en Markt (ACM), dat het ministerie bijstaat met de inventarisatie: ‘Met de verzoeker zal een gesprek plaatsvinden om e.e.a. in te perken/te verduidelijken en daarvoor doe ik een inventarisatie van de omvang zodat richting verzoeker kan worden aangegeven dat het verzoek te onbepaald is (o.i.d).’ Nadat de inventarisatie grotendeels is afgerond, geeft de hoofdjurist aan dat het al ‘zou helpen als daar op grote lijnen een inschatting van fte’s aan gehangen zou worden. Waarschijnlijk kan dit nuttig zijn voor het gesprek.’

Kortom: deze grove inventarisaties, mogelijk al overzichtelijk verwerkt tot Excel-bestanden, zijn al geproduceerd voordat op 4 juni het eerste gesprek met PAJ plaatsvindt. De indruk van PAJ en onze juridisch adviseur Roger Vleugels is dat het behulpzaam zou zijn geweest als deze quick-scans – in welke vorm dan ook, eventueel gedeeltelijk zwartgelakt – ergens in de Wob-procedure gedeeld zouden zijn. Op basis van deze informatie zou het ‘verduidelijken / inperken’ waar EZK meermaals om verzocht een stuk gemakkelijker zijn geweest. Bovendien laat de ervaring met de vier noordelijke bestuursorganen zien dat dit een begaanbare weg is.

Toch levert de uitgevoerde quick-scan PAJ indirect een noemenswaardig feitje op over de relatie tussen Shell en de overheid: dat er onderling nog steeds personeel wordt ‘uitgeleend’, en dat dit mogelijk een gevoelig dossier is. Op 22 april vraagt de manager van Personeel en Organisatie (EZK) ‘of het verstandig is om hangende dit Wob onderzoek nu door te gaan met de tijdelijke uitleen van een medewerker aan Shell’. De jurist geeft aan hier niks over te kunnen zeggen: ‘Voor de inventarisatie van documenten die mogelijk onder de reikwijdte van dit verzoek vallen, hanteren we als peildatum alles tot aan de datum van het verzoek. Beslissingen over het stopzetten van uitleen na die datum veranderen dus niet eens die vraag.’

Gezamenlijk optrekken

Terwijl EZK de regie overneemt, wordt er vanuit de kopgroep meermaals benadrukt dat het belangrijk is om ‘gezamenlijk op te trekken’. Zo wordt op 5 juni 2019, een dag na het eerste overleg met PAJ, binnen EZK gemaild: ‘Zou natuurlijk wel erg fijn zijn als veelal gezamenlijk kan worden opgetrokken.’ Ook later in het Wob-proces blijft deze wens bestaan. ‘Eens [weggelakt], om gezamenlijk op te trekken, graag’, aldus een ambtenaar van IenW op 30 augustus. De woorden ‘gezamenlijk optrekken’ komen we nog veel vaker tegen, evenals ‘[aansluiten bij] de ingezette lijn’ en de wens dat ‘e.e.a. uniform blijft’. Daarbij is het meermaals EZK die als eerste voorstellen voor vervolgstappen richting de andere gewobden stuurt.

Dit is begrijpelijk, want al vroeg in het proces wordt binnen EZK geconstateerd dat er verschillende visies bestaan onder de gewobde bestuursorganen. Op 6 mei meldt een e-mail vanuit EZK: ‘Wel is duidelijk dat sommige gemeenten sowieso het verzoek zullen behandelen, ongeacht de uitkomst van het te voeren gesprek [met de verzoekers].’ Die vrees blijkt niet ongegrond: al in juli besluiten de gemeente en de provincie Groningen en de gemeente Assen hun eigen pad te volgen.

Ook de gemeente Amsterdam lijkt in eerste instantie tot de conclusie te komen dat het verzoek uitvoerbaar is. Op 6 mei wordt binnen de gemeente in een e-mail geschreven: ‘Gelet op de inventarisatie van andere gemeenten ziet het ernaar dat het om duizenden documenten zal gaan. [...] Het is een dusdanige hoeveelheid dat we wel met de verzoeker afspraken moeten maken wat er eerst kan worden geleverd en binnen welke termijnen (de wettelijke termijnen gaan we niet halen).’

Ook het ministerie van BZK kwam, zoals eerder vermeld, op 1 mei tot de conclusie ‘weinig tot geen stukken’ onder zich te hebben en had dus gewoon aan het verzoek kunnen voldoen. Toch volgen zowel Amsterdam als BZK uiteindelijk de regie van EZK.

Waarom het ‘gezamenlijk optrekken’ zo belangrijk is, wordt niet duidelijk uit (de ongelakte delen van) de e-mails. Vanuit PAJ en jurist Vleugels is juist vanaf het begin benadrukt dat er een diversiteit van afspraken mogelijk is. Ieder bestuursorgaan loopt immers tegen andere knelpunten aan, en bezit verschillende aantallen en types Shell-documenten.

Er is grote haast om het verzoek op korte termijn af te wijzen

Vanuit juridisch oogpunt is de wens om gezamenlijk op te trekken echter goed verklaarbaar: dat sommige bestuursorganen het Wob-verzoek wél uitvoeren, zal een rechter in de toekomst mogelijk meenemen in haar oordeel over de bestuursorganen die menen dat het níét uitvoerbaar is.

‘Fatale juridische deadline’

De eerste aanwijzing dat er naar een afwijzing van het Wob-verzoek wordt toegewerkt, is te vinden in een notitie aan de secretarissen-generaal (het SGO), waarvan een samenvatting intern binnen IenW op 29 augustus wordt verstuurd: ‘Het volledig afwijzen is een stap die juridisch beargumenteerd kan worden (al weet je nooit of een rechter hierin volledig meegaat)’, staat er. ‘Maar [het is] politiek en publicitair risicovol.’

Richting PAJ wordt op dat moment nog de dialoog open gehouden. Er wordt zelfs een tweede gesprek gepland om uit de impasse te komen.

Dat tweede (en voorlopig laatste) gesprek vindt uiteindelijk plaats op 25 september. Hoe groot de kans op afwijzing op dat moment al was, blijkt uit de documenten die de gemeente Amsterdam leverde. Op 24 september wordt intern gecommuniceerd dat PAJ tijdens het gesprek ter plaatse tot een inperking zou moeten komen – een aanpak waarmee, zoals hierboven al toegelicht, PAJ niet akkoord zou gaan. De stedelijk wob-coördinator van Amsterdam schrijft de dag voor het gesprek aan de directie juridische zaken: ‘Morgen vindt het laatste gesprek met verzoekers plaats. Als daar geen inperking uit voortkomt willen we zo snel mogelijk voordracht voor buiten behandeling stellen van het verzoek aan het college voorleggen. Gewoon de lijn blijven volgen?’ Het korte antwoord vanuit de directie juridische zaken: ‘yep’.

Tijdens het gesprek van 25 september wordt de impasse – zo viel te verwachten – niet doorbroken. Vanuit beide kanten worden alle eerder genoemde standpunten nogmaals herhaald. EZK zal zich nogmaals beraden, belooft het. Op 18 oktober volgt een brief waarin nogmaals wordt verzocht om een inperking en specificering van de bestuurlijke aangelegenheden, wederom zonder een heldere richtlijn hiervoor.

Hoewel PAJ drie weken de tijd krijgt de specificering te leveren, blijkt uit de e-mail van een juridische medewerker van de gemeente Amsterdam dat er grote haast is om het verzoek vanwege een ‘fatale juridische deadline’ op korte termijn af te wijzen. De adviseur, wiens naam is weggelakt, schrijft op 21 november, twee weken nadat PAJ een voorstel tot inperking verstuurde: ‘Na het ontvangen van een reactie op het verzoek tot specificatie moet binnen vier weken worden besloten tot buiten behandelingstelling. Dit is een fatale termijn die niet verlengd kan worden.’ Tijd om het voorstel van PAJ uitvoerig te bespreken is er dus niet. Om die reden adviseert de jurist ‘de [burgemeester] en de wethouder om het college te informeren over het besluit, maar het besluit niet voor te leggen aan het college.’

De definitieve afwijzing wordt onder begeleiding van advocatenkantoor Pels Rijcken zorgvuldig geformuleerd. De directie juridische zaken van Amsterdam vraagt Pels Rijcken hierover op 20 november nog om advies: ‘Wij hebben gezocht naar voorbeelden van bestuurlijke aangelegenheden waarvoor geldt dat als het Wob-verzoek op deze bestuurlijke aangelegenheden zag, het wel in behandeling zou kunnen worden genomen (en we er ook daadwerkelijk documenten over hebben).’ Het advocatenkantoor antwoordt twee uur later: ‘Hieronder, bij wijze van suggesties, heb ik het nog een tikje ‘gejuridiseerd.’

De gemeente Amsterdam, al in augustus kritisch bevraagd door GroenLinks-raadslid Femke Roosma over de Shell Papers, lijkt wel te beseffen dat ze íets moet leveren rond de Shell Papers. De oplossing, volgens een intern verslag: de gemeente gaat uit eigen initiatief Shell-documenten openbaren. Zo staat te lezen: ‘Op 16 oktober is aan alle onderdelen van de gemeente Amsterdam gevraagd inzichtelijk te maken welke informatie over Shell zij hebben die in aanmerking komt voor actieve openbaarmaking.’ Het gaat om minstens 465 documenten, meldt het verslag. ‘De juridische afdeling verwacht de documenten medio februari te kunnen publiceren.’ Tot op heden is dit echter nog niet gebeurd.

Hoe nu verder?

Het Wob-verzoek is nu door dertien van de zeventien bestuursorganen afgewezen, maar het Shell Papers-project gaat door. Ten eerste omdat we de afwijzing van de dertien bestuursorganen zullen aanvechten via bezwaarprocedures, onder andere met al het materiaal uit de Wob naar de Wob. Ten tweede omdat we de relatie tussen Shell en de Nederlandse overheid ook via andere wegen blijven onderzoeken. Zo publiceerde PAJ eerder al over de financiële steun van Shell aan klimaatscepticus Frits Böttcher en over de werkwijze en invloed van lobbyclub ‘ABDUP’, waar Shell lid van is.

Dat doen we niet omdat we op zoek zijn naar schandalen, of omdat we de overheid en het oliebedrijf willen pesten. Wel omdat we, overigens net als Shell en de Nederlandse overheid, streven naar transparantie over de Nederlandse politiek. Om met de woorden van Shells president-directeur Marjan van Loon te spreken: ‘In een wereld in beweging zul je gewoon beter moeten laten zien wie je bent.’ Wordt vervolgd, dus.

Platform Authentieke Journalistiek
Het Platform Authentieke Journalistiek wil met kritische berichtgeving een bijdrage leveren aan een eerlijkere samenleving.
Gevolgd door 645 leden