Port Harcourt - Olie- en gasverwerkingsstation Agbada 2 van Shell. Lekkende pijpleidingen van Shell door diefstal van ruwe olie en illegale verwerking zorgen voor grootschalige vervuiling in het gebied.

Port Harcourt - Olie- en gasverwerkingsstation Agbada 2 van Shell. Lekkende pijpleidingen van Shell door diefstal van ruwe olie en illegale verwerking zorgen voor grootschalige vervuiling in het gebied.
© ANP / Robin van Lonkhuijsen

Shell is diep verstrikt in een gigantisch corruptieschandaal

7 Connecties
25 Reacties

Shell zegt de strijd tegen corruptie hoog op zijn agenda te hebben. Toch deinsde de top van de multinational er niet voor terug een constructie op te tuigen waardoor 1,1 miljard dollar aan smeergeld werd betaald bij een deal over een Nigeriaans olieveld. Het is een van de grootse corruptieschandalen ooit. Premier Rutte brengt vandaag een bliksembezoek aan dat land. Zal hij de zaak OPL 245 ter sprake brengen?

Vandaag brengt minister-president Mark Rutte een eendaags bezoek aan Nigeria, vergezeld door een handelsmissie. Met president Muhammadu Buhari zal hij spreken over ‘handel en economische samenwerking’, aldus het persbericht van het ministerie van Algemene Zaken. De vraag is of hij ook de grote corruptieaffaire ter sprake zal brengen, waarbij ook Nederlanders in de beklaagdenbank zitten: de aankoop van het olieveld OPL 245 in 2011, waarbij Shell en het Italiaanse oliebedrijf ENI maar liefst 1,1 miljard smeergeld betaalden. Over de kwestie loopt inmiddels een reeks rechtszaken; ook het Openbaar Ministerie in Nederland lijkt voornemens Shell te vervolgen.

De toenmalige regering van Nigeria was volgens de beschuldigingen volop betrokken bij de twijfelachtige transactie; de huidige regering heeft beloofd schoon schip te maken en corrupte lieden voor het gerecht te slepen. Ook topmensen van Shell staan op de verdachtenlijst in Nigeria, in een rechtszaak waarin tot nu toe overigens weinig beweging zit. In Londen heeft de Nigeriaanse staat in april een civiele zaak aangespannen om de oliedeal ongeldig te verklaren, en eist het land 1 miljard dollar aan schadevergoedingen van Shell en ENI. In deze zaak wordt voormalig ceo Peter Voser genoemd als medeverantwoordelijke, evenals de huidige baas van Shells gastak, Maarten Wetselaar. De oliemaatschappij heeft altijd gesteld dat de deal keurig volgens de regels is verlopen en dat, als er al smeergeld is betaald, dat buiten medeweten van het bedrijf is gebeurd.

De zaak-OPL 245 staat symbool voor alles wat er mis is in de olie-industrie, en in het bijzonder bij Shell

‘Ruttes bezoek aan Nigeria is een mooi moment om zijn steun uit te spreken aan de huidige Nigeriaanse regering in haar strijd tegen corruptie en omkoping en aan de vervolging van hen die in staat van beschuldiging zijn gesteld in de OPL 245-zaak,’ zegt Olanrewaju Suraju van de Nigeriaanse organisatie Heda Resource Centre, die de affaire al jaren volgt. ‘En Rutte zou ook alle Nederlandse bedrijven die in Nigeria actief zijn, moeten waarschuwen dat corruptie ook in dit land volslagen ontoelaatbaar is.’

Het verhaal over het olieveld OPL 245 leest als een spionageroman. Voormalige agenten van MI6 die door Shell zijn ingehuurd om onderhandelingen met de Nigerianen te doen, koffers vol dollars, een corrupte ex-olieminister met een kolossale villa, miljoenen aan kickbacks voor Italiaanse medewerkers van oliemaatschappij ENI, een inval door de FIOD in het hoofdkantoor van Shell in Den Haag, een Russische voormalig ambassadeur die optreedt als tussenpersoon en bij de FBI zijn verhaal doet, de ceo van Shell die door de Nederlandse justitie wordt afgeluisterd, waarbij de geluidsopnames vervolgens op straat komen te liggen.

Met het smeergeld hebben de ontvangers grote aankopen gedaan, zo blijkt uit uitgelekte stukken. Er zijn kantoorgebouwen gekocht in de Nigeriaanse hoofdstad Abuja, een shopping mall in Dubai, vijf Mercedessen in de c-klasse, twee Range Rovers en drie Chevrolet-busjes, een gepantserde Cadillac en een Global Jet Bombardier Vision 6000 van 56,7 miljoen dollar.

De zaak-OPL 245 staat symbool voor wat er mis is in de olie-industrie, en in het bijzonder voor wat er mis is bij Shell. Want van alle mooie woorden die het hoofdkantoor in Den Haag bezigt over business principles, eerlijk zakendoen en anti-corruptiecodes, was weinig te merken toen de deal in Nigeria werd gesloten.

Spin in een smeergeldweb

Laten we bij het begin beginnen. OPL 245 is de aanduiding voor een enorm stuk zee voor de Nigeriaanse kust, met een oppervlakte van bijna 2000 vierkante kilometer. Onder de zeebodem ligt een oliemeer met een geschatte omvang van 9 miljard vaten en de duizelingwekkende waarde van 570 miljard dollar – tegen de huidige olieprijs. In 1998 wist Dan Etete, de toenmalige olieminister onder de brute en corrupte dictator Sani Abacha, OPL 245 voor een habbekrats in bezit te krijgen, via een paar dagen voor de transactie opgerichte brievenbusfirma Malabu Oil & Gas Ltd. Malabu betaalde slechts 2 miljoen dollar voor het zeer olierijke kavel. In 2001 sloot Etete een akkoord met Shell dat de olie zou gaan winnen, waarbij het oliebedrijf veertig procent van de aandelen in handen kreeg. 

In 2003 kreeg Nigeria een democratisch gekozen regering, die Etete de vergunning ontnam en rechtstreeks met Shell afspraken maakte over de exploitatierechten, in ruil voor betaling van 210 miljoen dollar. Etete liet het er niet bij zitten. Hij vocht de nieuwe afspraken juridisch aan en verwierf in 2006 opnieuw het eigendom van OPL 245. Daarbij werd – zo ontdekte de FBI later – tien miljoen dollar smeergeld betaald aan de toenmalige minister van Justitie Bayo Oyo. Etete probeerde het olieveld te slijten bij de Chinese en Russische oliemaatschappijen, maar dat liep op niets uit, omdat Shell zijn rechten op exploitatie bleef claimen.

En dus ging Etete vanaf 2009 weer aan tafel met de Brits-Nederlandse multinational, dit keer in combinatie met de Italiaanse oliemaatschappij ENI. Etete werkte daarbij nauw samen met man die op dat moment president was, Goodluck Johnson. In zijn jonge jaren had Johnson de kinderen van Etete nog lesgegeven. Ook werkte Etete samen met de toenmalige minister van justitie, Mohamed Adoke. Die zou in vroeger jaren de advocaat zijn geweest van Etete, iets wat Adoke overigens heeft ontkend.

De oliemaatschappijen betaalden 1,3 miljard dollar. Slechts 210 miljoen dollar daarvan ging naar de Nigeriaanse staat

Etete was omstreden, iets waarvoor Shell-juristen intern waarschuwden. Zo veroordeelde een Franse rechter hem in hoger beroep bij verstek tot een gevangenisstraf van drie jaar en een boete van 300.000 euro wegens witwaspraktijken. 

Op 29 april 2011 kwam het tot een akkoord tussen Shell, ENI, de Nigeriaanse overheid en brievenbusfirma Malabu. De oliemaatschappijen betaalden 1,3 miljard dollar. Slechts 210 miljoen dollar daarvan ging naar de Nigeriaanse staat. 1.092 miljard dollar werd via de Nigeriaanse overheid gestort op een aantal rekeningen die allemaal waren te herleiden tot Etete. Een deel van dat geld vloeide terug naar Italië, als kickback voor hooggeplaatste medewerkers van ENI: ze hadden een persoonlijke provisie weten los te peuteren op het smeergeld dat ze namens ENI uitbetaalden.

Via London naar Italië en Nederland

De zaak rond OPL 245 is aan het rollen gebracht door twee tussenpersonen die Etete als onderhandelaars had aangesteld. De ene was de Russische oud-diplomaat Ednan Agaev, die  tussen Etete en Shell bemiddelde. Hoewel Etete hem veel geld had beloofd, bleef hij met lege handen achter. Agaev stapte vervolgens naar de FBI en verklaarde daar dat Shell op de hoogte was dat het zaken deed met een corrupte man. Ook zou Shell hebben geweten dat een onbekend deel van het geld zou worden doorgesluisd naar de toenmalige president, Goodluck Johnson (Johnson ontkent dit). De andere klokkenluider was Emeka Obi, die bemiddelde tussen Etete en ENI. Volgens Obi had Etete hem 215 miljoen dollar beloofd voor zijn diensten. Toen Etete niet over de brug kwam, besloot Obi naar de Britse rechter te stappen. Daar getuigde hij uitgebreid over de afspraken die hij met hooggeplaatste figuren binnen ENI over hun kickbacks had gemaakt.

Obi’s zaak trok de aandacht van vier ngo’s: Global Witness en Corner House uit Groot-Brittannië, Heda Resource Centre in Nigeria en Re:Common in Italië. Zij informeerden de Italiaanse autoriteiten, vanwege de betrokkenheid van ENI. Italië pakte de zaak op. Aanklager Fabio De Pasquale, beroemd geworden doordat hij eerder oud-premier Berlusconi veroordeeld kreeg, leidde de afgelopen jaren het onderzoek . 

Ook in Nederland deden de vier ngo’s aangifte. Zo wilden ze voorkomen dat justitie zou aansturen op een schikking

In september 2018 veroordeelde de rechtbank in Milaan twee tussenpersonen tot vier jaar celstraf. Het ging om Gianluca Di Nardo, die kickbacks organiseerde voor het management van ENI, en Emeka Obi zelf, die dus weinig plezier heeft gehad van zijn openhartigheid in Londen. Vier voormalige medewerkers van Shell staan nog terecht, waaronder oud-directielid Malcolm Brinded en voormalig Afrika-directeur Peter Robinson, en daarnaast twee oud-medewerkers van MI6, die door Shell waren ingehuurd om de onderhandelingen met Etete en de Nigeriaanse overheid te doen.

Ook in Nederland deden de vier ngo’s aangifte. Zo wilden ze voorkomen dat justitie zou aansturen op een schikking, zoals eerder gebeurde bij bijvoorbeeld SBM Offshore. Hun aangifte lijkt succes te hebben. Op 1 maart van dit jaar maakte Shell bekend dat het OM inderdaad aanstuurt op een strafzaak tegen het bedrijf.

Uitgelekt strafdossier: Shell wist van de corruptie

Opmerkelijk is dat Shell in de Italiaanse strafzaak blijft beweren dat het bedrijf geen blaam treft. Uit het uitgelekte Italiaanse strafdossier komt namelijk een ander beeld naar voren. Veel van het gelekte materiaal was afkomstig uit een inval die de FIOD op de vroege ochtend van 17 februari 2016 had gedaan bij het hoofdkantoor van Shell in Den Haag. Het was een voor Nederlandse begrippen ongehoorde actie: op verzoek van de Italiaanse justitie vielen dertig FIOD-rechercheurs het majestueuze gebouw aan de Carel van Bylandtlaan binnen, gingen rechtstreeks naar de directievertrekken en namen daar een grote hoeveelheid materiaal in beslag. Uit die schat aan informatie werd in april 2017 al volop geciteerd in artikelen van Buzzfeed,The New York Times, het Italiaanse Il Sole 24 Ore en in een rapport van Global Witness.

Het beeld dat naar voren kwam, was niet best voor Shell. Het oliebedrijf wist al in een vroeg stadium dat Etete corrupt was. Hij zou belang hebben bij een akkoord over OPL 245 omdat hij ‘een hele reeks van belanghebbenden heeft met wie hij moet afrekenen,’ zo schreef een in Nigeria geplaatste Shell-medewerker. Die medewerker besloot zijn mailtje met de opmerking dat OPL 245 een big apple was en dat ze zich ‘niet konden veroorloven die te verliezen’.

Een van Shells mensen waarschuwde dat zakendoen met Etete ‘ertoe zou kunnen leiden dat we serieus kwesties krijgen met onze eigen business principles’

Al in 2004 wist Shell dat Dan Etete en andere betrokkenen bij Malabu onderwerp van internationaal justitieel onderzoek waren, wegens witwasserij. Etete werd in 2007 in Frankrijk metterdaad veroordeeld voor witwaspraktijken. Een van Shells mensen waarschuwde dat zakendoen met Etete ‘ertoe zou kunnen leiden dat we serieus kwesties krijgen met onze eigen business principles’. In de Shell-mails sprak men in codetaal over de hoofdpersonen in het OPL-245-dossier. Zo had oud-MI6-medewerker John Copleston, die nu terechtstaat in Milaan, van Etetes echtgenote (mrs E.) te horen gekregen dat haar man (Delta Man) van de 300 miljoen die Shell hem had beloofd, maar 40 miljoen zou kunnen houden. ‘De rest is nodig om mensen af te betalen.’ Ook schreef Copleston dat er aanzienlijke bedragen naar de toenmalig president Goodluck Johnson zouden gaan. Hij schreef dat ‘het heel moeilijk zal worden om aan de verwachtingen van the chief te voldoen wat betreft de hoeveelheid cash die Shell op tafel kan leggen. [..] Hierover moet Peter [Peter Robinson, destijds vice-directeur Afrika van Shell, die ook in Milaan terecht staat – red.] praten met Den Haag en terugkomen met een getal.’

Op de dag van de inval luisterde de Nederlandse justitie de telefoon af van Shell-ceo Ben van Beurden. In een onderschept gesprek met cfo Simon Henry had Van Beurden het over ‘niet behulpzame e-mails’ van onder meer Copleston, waarin gespeculeerd werd ‘wie wat betaald zou krijgen’. Van Beurden deed de mails af als ‘kroegpraat’ en noemde ze  ‘dom’. Voorts leek het hem beter de inval niet aan de aandeelhouders te melden. ‘Het laatste wat je natuurlijk wilt, is een verzoek om een mededeling te doen aan de beurs als er niets anders te zeggen is dan dat we [door justitie] zijn gevraagd om informatie te verschaffen.’ Hij meldde cfo Henry tegen de autoriteiten ‘vrijwillig niet meer te zeggen dan wat er wordt gevraagd’.


Malcolm Brinded, directie Shell

"Ik kan bevestigen dat het voorstel de steun heeft van Peter Voser, Simon Henry en Peter Rees"

De nieuwe verdedigingslinie: we moesten wel

Shell kon na dit lek niet langer volhouden dat het niet wist dat Etete foute boel was. En dus betrok het bedrijf publiekelijk een andere verdedigingslinie: Shell móest wel met deze man onderhandelen, dat was de enige manier om uit de jarenlange impasse rond OPL 245 te komen. 

Het bedrijf deinsde bij die onderhandelingen niet terug voor onconventionele oplossingen, zo blijkt. De uitgelekte mails laten zien dat juristen en directie op het hoofdkantoor in Den Haag actief aanstuurden op een deal waarbij Etete honderden miljoenen zou ontvangen. ‘We moeten snel handelen omdat de wolven rondcirkelen,’ schreef Shell-topman Malcolm Brinded op 11 oktober 2010 aan Peter Robinson, Shell-directeur van Sub-Sahara Afrika.

Inmiddels wilden Shell en ENI niet rechtstreeks zaken met hem doen, daarvoor was Etete al te besmet. Daarom bedacht Shell een constructie die erop neerkwam dat beide oliemaatschappijen de koopsom van 1,3 miljard voor OPL 245 aan de Nigeriaanse staat zouden betalen, waarbij Etete en Malabu hun geld vervolgens via een door de Nigeriaanse staat beheerde ‘derdenrekening’ zouden krijgen. Zo zouden Shell en ENI geen vuile handen maken. Het geld was immers aan de Nigeriaanse staat betaald en wat die daar vervolgens mee deed, viel buiten de verantwoordelijkheid van de oliebedrijven. Probleem opgelost!

Die constructie kreeg het akkoord van de directietop in Den Haag. ‘Ik kan bevestigen dat het voorstel de steun heeft van Peter Voser, Simon (Henry) en Peter Rees,’ schreef Malcolm Brinded op 22 januari 2011.

Ook de toenmalige minister van justitie Mohammed Adoke duikt op. Hij zou op 14 april 2011 aanwezig zijn geweest in de hagelwitte villa van Aliyu Abubakar, in het centrum van Lagos. Abubakar – die in Nigeria ook wel mr. Corruption wordt genoemd – had bij de deal tussen de oliemaatschappijen, de Nigeriaanse overheid en Etete een bemiddelende rol gespeeld. In een verhoor verklaart Abubakar dat ‘elf witte mensen’ van Shell en ‘vijf witte mensen van ENI’ aanwezig waren in zijn huis, plus minister Adoke en vertegenwoordigers van Malabu. 

Nadat het geld was overgemaakt, ging 523 miljoen naar Aliyu Abubakar. Die zou er volgens Italiaanse onderzoekers voor hebben gezorgd dat Nigeriaanse hoogwaardigheidsbekleders en topmensen van de oliemaatschappij ENI kickbacks kregen, waarbij de twee inmiddels in Milaan veroordeelde mannen een belangrijke rol speelden. Hierbij zouden de dollars met sporttassen tegelijk zijn verdeeld.

Stand van zaken

Toen de deals in 2011 beklonken waren, schreef Peter Robinson, Shells Afrika-directeur, aan de juristen in Den Haag dat ze ‘geweldig werk’ hadden geleverd. Inmiddels is Peter Robinson bij Shell in ongenade gevallen. In maart van dit jaar deed het bedrijf aangifte tegen hem omdat hij in een andere zaak smeergeld zou hebben ontvangen, dat hij in de Seychellen zou hebben gestald. Robinson staat ook in Italië terecht.

Malcolm Brinded, de voormalige nummer drie van Shell, staat eveneens terecht in Italië, waar hij overigens nog niet in persoon is verschenen. Brinded vertrok in 2012 bij Shell, maar is nog wel bestuurslid van de Shell Foundation, de liefdadigheidsinstelling van de multinational. 

Van de Nigeriaanse hoofdpersonen in dit schandaal is nog niemand voor de rechter gekomen. Wel is de voormalige minister van justitie Mohammed Adoke op 11 november opgepakt in Dubai, toen hij het land wilde binnenkomen voor een doktersbezoek. Adoke liet via zijn advocaat weten dat hij onschuldig is, en riep de Nigeriaanse autoriteiten dit weekeinde op zich te beijveren voor zijn vrijlating. Hij staat al sinds april op de opsporingslijst van Interpol. 

Dan Etete is voor de Nigeriaanse justitie onvindbaar, maar dook onlangs op in Parijs. In een recent interview dat hij in een ‘luxueus hotel in Parijs’ aan The Africa Report gaf, zei hij – ‘met een glas calvados in de hand’ – dat alle beschuldigingen aan zijn adres ‘politieke propaganda’ en ‘onzin’ zijn.

Het Openbaar Ministerie was not amused

In Nederland wil het onderzoek tegen Shell nog niet erg vlotten. Bij de inval in 2016 zijn stukken in beslag genomen die inmiddels zijn gedeeld met de Italiaanse autoriteiten. Maar er zijn destijds veel meer stukken in beslag genomen; het OM wil die nu gebruiken in een strafzaak tegen Shell-managers in Nederland. Het oliebedrijf verzet zich met hand en tand tegen dat voornemen. Vijftien in-house lawyers van Shell verzonnen een een handigheidje, zo onthulde NRC Handelsblad in juni van dit jaar. Volgens de juristen viel hun interne communicatie onder het beroepsgeheim, normaal voorbehouden aan advocaten.

Het OM was not amused:een dergelijke oprekking van het verschoningsrecht maakt vervolging in grote fraudezaken zo goed als onmogelijk, omdat elk document dan moet worden getoetst aan de vraag of het in een rechtszaak mag worden toegelaten, wat tot enorm tijdverlies zou leiden. Inmiddels heeft de Rotterdamse rechtbank het OM gelijk gegeven: de rechter oordeelde in oktober dat de Shell-juristen niet onafhankelijk zijn en dus geen aanspraak kunnen maken op het verschoningsrecht. (Shell ging tegen de uitspraak in beroep.)

Een woordvoerder van het OM laat weten dat pas nadat is vastgesteld welke stukken in de strafzaak gebruikt kunnen worden, een besluit wordt genomen over vervolging van Shell.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Harm Ede Botje

Onderzoeksjournalist. Volgt voor FTM het corruptieschandaal rondom olieveld OPL 245 in Nigeria.

Volg Harm Ede Botje
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren