Shell vecht tot het bittere einde over olieschade Nigeria

    Al sinds 2008 spant de Nederlands-Britse oliereus Shell zich tot het uiterste in om aansprakelijkstelling voor olievervuiling in de Nigerdelta te ontlopen. Cruciaal bewijsmateriaal raakt zoek, de bevoegdheid van de Nederlandse rechter wordt betwist en de schade wordt geweten aan sabotage in plaats van gebrekkig onderhoud. FTM doet verslag vanuit de rechtszaal.

    Het Gerechtshof Den Haag, 24 november 2016. Oliereus Shell moet toelichten waarom het bedrijf verzuimt om bedrijfsinformatie te verstrekken in de rechtszaak die vier Nigeriaanse boeren sinds 2008 voeren tegen het bedrijf. De aanklagers denken dat hierin cruciale informatie staat die aansprakelijkheid van Shell aantoont. ‘We kunnen de stukken helaas niet meer vinden,’ zo luidt de reactie kort. Het gaat om audit-rapporten, risicoanalyses van oude pijpleidingen en meldingen van lekkages. ‘U kunt de informatie niet meer vinden?’ herhaalt de rechter met een opgetrokken wenkbrauw. ‘Ja, we zijn het kwijt,’ antwoordt de raadsman van de oliemaatschappij zonder blikken of blozen.

    In de documenten zou bewijs staan dat Shell willens en wetens haar olieleidingen in Nigeria heeft verwaarloosd

    Een toevallige bijkomstigheid? Of een moedwillige tactiek om koste wat het kost te voorkomen dat het concern aansprakelijk wordt gesteld voor milieuschade in de Nigerdelta? In de documenten zou namelijk bewijs staan dat Shell willens en wetens haar olieleidingen in Nigeria heeft verwaarloosd. De bewoners van de plattelandsdorpjes Ikot Ada Udo, Goi en Oruma zeggen brodeloos te zijn geworden nadat ruwe olie uit een defecte pijpleiding over hun land is gestroomd. Het verweer van Shell is dat de lekkages door sabotage zijn veroorzaakt. Op zich is dat niet onaannemelijk, aangezien op meerdere plekken in deze leiding, de Trans-Niger pijpleiding, regelmatig olie wordt gestolen. Minstens éénmaal per maand slaan rovers toe.

    Maar met de opgevraagde interne bedrijfsdocumenten denken de Nigerianen aanvullend bewijs boven tafel te krijgen dat aantoont dat het dit keer om operationeel falen gaat, waarvoor Shell verantwoordelijk is. ‘Mijn cliënten hebben al in mei 2008 om inzage verzocht,’ aldus de Amsterdamse advocaat Michel Uiterwaal. Samen met de bekende mensenrechtenspecialist Liesbeth Zegveld stond hij de vier gedupeerde boeren bij in de aansprakelijkstelling van Shell. Mede-eiser is Milieudefensie, de Nederlandse tak van de internationale NGO Friends of the Earth (FoE). Uit haar kas worden de juridische rekeningen betaald — tegen gereduceerd tarief weliswaar.

    De aantijging is dat de lekkages zijn veroorzaakt door achterstallig onderhoud. Shell zou op de hoogte zijn geweest van de staat waarin de oude leidingen verkeerden, en nalatig zijn geweest omdat ze deze niet tijdig heeft vervangen dan wel gereviseerd. De civiele procedures zijn aangespannen bij de rechtbank in Den Haag, waar ook het internationale hoofdkantoor van Shell zit. De eis: ‘De gelekte olie moet worden opgeruimd, de schade vergoed en bovenal moeten nieuwe lekkages worden voorkomen door te zorgen dat de pijpleidingen van dochtermaatschappijen behoorlijk worden onderhouden en bewaakt.’

    Shell vindt de rechter niet bevoegd om in Nederland een buitenlandse dochter aansprakelijk te stellen

    Niet vrijgeven

    Multinational Shell weigert echter al jaren om toe te geven dat het verantwoordelijk is voor het leed in de Nigerdelta en hanteert daartoe allerhande juridische manoeuvres. Het begon acht jaar geleden met de ontkenning dat Royal Dutch Shell plc. de touwtjes in handen heeft als het gaat om de bedrijfsvoering van dochterbedrijven in andere landen, zoals het Nigeriaanse SPDC (Shell Petroleum Development Company of Nigeria). Documenten die het tegendeel zouden kunnen bewijzen over de interne besluitvormingsprocedures, wil het bedrijf niet vrijgeven. Uiterwaal, die de kar trok in vijf rechtszaken van de Nigeriaanse boeren om aan te tonen dat Shell plc verantwoordelijk is voor de internationale bedrijfsvoering buiten Hollandse landsgrenzen en dus aansprakelijk gesteld kan worden, zei in 2010: ‘De weigering om de belangrijkste documenten te verstrekken is tekenend voor de opstelling van Shell in de rechtszaak.’

    Naast het ontkennen van de top-down bedrijfscultuur waarbij alle handel en wandel van het concern vanuit Den Haag wordt aangestuurd, stelt Shell in haar verweer dat de Nederlandse rechter sowieso niet bevoegd is om op Nederlandse grond een buitenlandse dochteronderneming aansprakelijk te stellen. Maar de rechter gaf de multinational daarin in 2009 al ongelijk. Woordvoerder Geert Ritsema van Milieudefensie reageerde destijds hoopvol: ‘Nu Shell op dit punt heeft verloren, kunnen de rechtszaken eindelijk vervolgd worden.’ Het bleek echter niet de laatste hobbel die genomen moest worden in de strijd om gerechtigheid.


    Michel Uiterwaal, voormalig advocaat Nigeriaanse gedupeerden

    "De weigering om de belangrijkste documenten te verstrekken is tekenend voor de opstelling van Shell in de rechtszaak"

    In 2011 werden de dossiers overgedragen aan Channa Samkalden van het kantoor Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers in Amsterdam. Shell bleef tegenover de rechter volhouden dat de olievervuiling buiten haar schuld had plaatsvonden. Dr. Jan de Bie Leuveling Tjeenk, de huisadvocaat van Shell bij de Brauw Blackstone Westbroek, wees op voorzorgsmaatregelen die Shell getroffen zou hebben, zoals het installeren van een drukmeetsysteem in de Trans-Nigerpijpleiding.

    In gewoon Nederlands betekent dit niets minder dan dat de pijpleiding is afgeschreven

    Levensduur overschreden

    Niet veel later begon in Engeland eenzelfde zaak tegen de Nederlands-Britse oliereus Royal Dutch Shell plc. In de Britse procedure rond olielekkages in het Nigeriaanse dorp Bodo, ging het om lekkages uit dezelfde Shell-pijpleiding. Ook in Bodo zijn de levens van duizenden inwoners verwoest door de olievervuiling van grond en visvijvers. Onder druk van bewijslast in juridische stukken waaruit is gebleken dat Shell noch onderhoud heeft gepleegd, noch voorzorgmaatregelen heeft getroffen en bovendien feiten en cijfers heeft verdraaid, besloot het conglomeraat tot een schikking met de lokale bevolking. Het betaalde 70 miljoen euro schadevergoeding. Uit document-analyse blijkt dat de top van het bedrijf begin 2000 al door Shell Global Solutions werd gewaarschuwd dat de pijpleiding die door de dorpjes Goi en Bodo liep, zijn levensduur had overschreden. In een interne memo staat:

    The remaining life of most of the Oil Trunklines is more or less non-existent or short, while some sections contain major risk and hazard.

    In gewoon Nederlands betekent dit niets minder dan dat de pijpleiding is afgeschreven. Het advies was dan ook om de pijpleiding te vervangen, maar het moederbedrijf aan de Carel van Bylandtlaan in Den Haag sloeg de informatie in de wind en ondernam geen actie. Onderhoud van de pijpleiding bleef eveneens uit. In de jaren erop bleef dochtervennootschap SPDC miljoenen liters olie door de verroeste leiding pompen.

    En toen ging het mis: bij meerdere lekkages kwamen tenminste 10.000 vaten olie in het milieu terecht. Een minimaal verlies voor grootmacht Shell, die destijds om en nabij de 2,9 miljoen vaten per dag vulde. Op lokaal niveau betekende de lekkage echter dat er 1,590,000 liter ruwe olie in de leefomgeving terecht kwam. Een catastrofe voor de inheemse bevolking. Visvijvers en landbouwgrond werden onbruikbaar, bedreigde diersoorten en natuurreservaten werden verwoest. De Verenigde Naties spraken in een rapport tevens over besmet drinkwater en luchtvervuiling. De onderzoekers concludeerden dat de controle op en het onderhoud van de infrastructuur van de olievelden van de Shell Petroleum Development Companies onvoldoende was geweest. Bovendien werden de eigen veiligheidsprocedures niet toegepast. Dit leidde tot grootschalige milieuverontreiniging en gevaren voor de volksgezondheid.

    Bij meerdere lekkages kwamen minstens 10.000 vaten olie in het milieu terecht

    Bevoegdheid

    Channa Samkalden, advocaat van Milieudefensie en de Nigeriaanse boeren, vroeg de stukken op bij de Engelse rechtbank: ‘Ik kan op basis hiervan concluderen dat de informatie die Shell in onze zaak over het drukmeetsysteem verstrekte aan de rechtbank in Den Haag feitelijk onjuist is,’ aldus Samkalden in een interview met Down to Earth, een platform voor groene journalistiek. ‘Ook blijkt uit deze stukken dat Shell andere belangrijke informatie verzwegen heeft.’ Mutiu Sunmonu, Managing Director van dochtervennootschap SPDC, was not amused: ‘Als Milieudefensie werkelijk de levens wil verbeteren van degenen die slachtoffer zijn van de olieverontreiniging, dan roep ik hen op om samen met ons te werken om het serieuze probleem van oliediefstal en illegale raffinage internationaal onder de aandacht te brengen, want dat is de echte tragedie in de Nigerdelta.’

    De volgende juridische zijstap van De Bie Leuveling Tjeenk, die gespecialiseerd is in procesrecht, was het nogmaals in twijfel trekken van de bevoegdheid van de Nederlandse rechter. Het olieconcern maakte wederom bezwaar tegen het voeren van de rechtszaak in Den Haag: ‘Wij zijn van mening dat claims met betrekking tot Nigeriaanse eisers die een geschil hebben met een Nigeriaans bedrijf over kwesties die plaatsvinden in Nigeria, moeten worden gehoord in Nigeria,’ aldus de raadsman.

    Na een slopende voorbereiding besliste het Hof eind 2015 dat de Nederlandse rechter bevoegd is om te oordelen over activiteiten van Shell in Nigeria. Op papier is dit een heuse doorbraak voor de internationale mensenrechten. ’Belangrijk,’ aldus Samkalden tegen Down to Earth. ‘Nederlandse bedrijven gedragen zich in andere landen minder verantwoordelijk dan in Nederland en komen daarmee weg. Grote bedrijven profiteren van zwakkere economieën en zwakke rechtssystemen. Een procedure is een uiterst middel, maar wel een dat multinationals begrijpen: een mogelijke aansprakelijkheid is namelijk een enorm risico dat moet worden ingecalculeerd. Met deze uitspraak kan een Nederlandse multinational nu dus in Nederland worden aangesproken op wat hij in het buitenland aanricht.’ De dubbele standaarden die multinationals hanteren, komen daarmee op losse schroeven te staan. Hierover schreef FTM eerder al een verhaal.

    Aansprakelijkheid ontkennen

    Nu de inhoudelijke behandeling van de zaak kan worden voortgezet op Hollandse bodem, kunnen de raadsheren aan de Prins Clauslaan in Den Haag dan eindelijk kijken naar de schuldvraag: is Shell plc verantwoordelijk voor de olielekkages op het land van de vier boeren? Dat de bewijslast wederom nog even op zich laat wachten nu Shell aanvoert dat de belangrijkste interne stukken op onverklaarbare wijze zoek zijn geraakt, hoeft geen roet in het eten te gooien. In haar pleidooi stelt Samkalden: ‘Wij weten al uit eerdere stukken dat Shell plc op de hoogte was van de slechte staat van de pijpleidingen. Daaruit blijkt voldoende de rol en betrokkenheid van de multinational.’

    Uit verklaringen van lokale milieuorganisaties en omwonenden — onderbouwd met foto’s, satellietbeelden en videomateriaal — kan volgens Miliedefensie bijna niet anders dan worden afgeleid dat het gaat om zwaar geërodeerde pijpleidingen. ‘De duizenden liters ruwe olie zijn volgens ons via de onderzijde van de pijpleiding de natuur ingelopen,’ zegt Ike Teuling van Milieudefensie. ‘Niet logisch dat je van onderaf olie wilt stelen, toch?’ Afgelopen maand bracht Teuling nog een bezoek aan de bewoners van de getroffen dorpjes Ikot Ada Udo, Goi en Oruma. ‘Nergens was te zien dat er gegraven zou zijn om van diep in de modder toegang tot de pijpleiding te verkrijgen. Bovendien blijkt uit onze expert-reviews dat het waarschijnlijk gaat om een heel grote gekartelde ruptuur, een scheur op een lasnaad in de buis, welke wijst op operationeel falen.’

    Shell wijst op een Joint Investigation Visit waaruit duidelijk sabotage naar voren komt als oorzaak

    Shell houdt vooralsnog voet bij stuk en blijft in reactie aansprakelijkheid ontkennen. Het bedrijf wijst daartoe op een zogeheten Joint Investigation Visit (JIV) waaruit duidelijk sabotage naar voren komt als oorzaak. Maar aan de andere kant ligt er ook een stevig rapport van Amnesty dat erop wijst dat de JIV-inspecties niet onafhankelijk zijn uitgevoerd en er gesjoemeld zou zijn met data. ‘Tot nu toe lekte in totaal anderhalf miljoen liter olie de natuur in,’ aldus Audrey Gaughran, Director Global Issues voor Amnesty International. ‘Uit onze data blijkt dat 30 procent van dat volume zou zijn voortgekomen uit één diefstalincident. Dat is zeer onwaarschijnlijk. Daarbij heeft Shell de afgelopen decennia herhaaldelijk onjuiste informatie verspreid over de omvang en de impact van olielekkages. In de Britse rechtszaak is de hoeveelheid gelekte olie en de schade zelfs op voorhand bewust onderschat in een poging om schadevergoedingen aan de bevolking minimaal te houden. Het is overigens ook opmerkelijk dat Shell haar pijpleidingen niet beter laat beveiligen indien er sprake is van sabotage. Ook daarin hebben zij namelijk een zorgplicht. De omvang van oliediefstal ter plaatse is immers van niet geringe omvang. Het is schandalig.’

    De Nederlandse rechter is de zaak nu aan het overdenken en doet op 20 december uitspraak. Daarbij kan óf geoordeeld worden dat Shell inderdaad nalatig is geweest dan wel een zorgplicht heeft, óf er wordt besloten om de pijpleiding nader te onderzoeken door een team van onafhankelijk deskundigen om te achterhalen wat nou precies de oorzaak van het olielek is geweest.

    Shell wil niet ingaan op de vraag of de zoekgeraakte documenten inmiddels gevonden zijn en geeft geen commentaar op de rechtszaak van 24 november.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Annemarie van de Weert

    Schrijft columns over de betrokkenheid van het bedrijfsleven bij de georganiseerde misdaad, oorlogsmisdaden en mensenrechten.

    Volg Annemarie van de Weert
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren