Slim Noors beleid oorzaak botercrisis

Het absurde zuiveltekort toont de Noorse vooruitziende blik aan.

Noren staan bekend als deugdelijke en opgewekte mensen. Er gebeurt nauwelijks iets wereldschokkends afgezien van het uitzonderlijke moordgelag op het eilandje Utoya. Maar verleden week bestormden de puissant rijke Noren (Bijna twee keer zo rijk als de Nederlander) de nieuwshitlijsten met de merkwaardige kop ´Noors botergebrek´.  
 
Wat een sullige situatie zou je in eerste instantie denken. Zowat het rijkste land van Europa rantsoeneert margarine. Echter, dit voorval is tekenend voor economische dilemma's waarmee de Scandinavische welgestelden worstelen.  
 
In Noorwegen wonen weinig mensen. De zuivelindustrie is minuscuul klein, maar voldoende om in de binnenlandse vraag te voorzien. De afgelopen slechte zomer richtte de industrie veel schade toe en een zuiveltekort volgde.  
 
Hoe kan zo´n welvarend land ineens zonder dit melkproduct zitten? 
 
De oorzaak is de Noorse zuivelcoöperatie Tine die het zuivelmonopolie bezit. Onder de noemer 'algemeen belang' houdt de regering de internationale concurrentie met hoge invoertarieven op afstand. Deze gênante schaarste aan zuivel is een goed voorbeeld waarom de vrije handel zo deugdzaam geweest zou zijn in dit geval. Bij een dreigend gebrek snel extra goederen buiten de grens bestellen en hopla, niks aan de hand.
 
Waarom kilt Noorwegen de buitenlandse concurrentie met invoerheffingen?
 
Het land wil voorkomen dat het de ‘Hollandse Ziekte’ oploopt. Het is stinkend rijk dankzij de overvloedige opbrengsten van olie en gas. Daarmee loopt het land het risico dat het teveel op de royale inkomsten van fossiele brandstoffen leunt. Grote brandstoffenexport doet de waarde van de Noorse kroon stijgen. Dit maakt het goedkoper voor de Noren om buitenlandse producten te importeren. Het grote nadeel is dat ze hiermee de binnenlandse productie de nek omdraait, omdat fabrikanten niet met de goedkopere importen kunnen concurreren. Ze produceren simpelweg te duur, hun concurrentie positie gaat naar de haaien en de werkloosheid loopt op.
 
De Noorse regering wil met invoerdrempels voor bepaalde producten haar binnenlandse industrie met haar menselijk kapitaal en organisatiekunde beschermen. Dan neemt ze zo’n pijnlijke zuiveltekort voor lief. 
 
Boterberg
Begin jaren zestig kreeg de EU te maken met een overschot aan boter. Normaal gesproken corrigeert de vrije markt dit als slecht concurrerende boeren afvallen.
 
Toch vond de EU dit sociaal onaanvaardbaar en stelde een minimumprijs is. De melkprijs steeg en de vraag ernaar daalde nog meer. Ook moedigde deze gegarandeerde prijs veeboeren aan de productie te verhogen. Double trouble.

Europese exportsubsidies hielpen de boterberg af te romen, maar verwoestten de buitenlandse markten met spotgoedkope zuivel.

In de jaren tachtig besloot de EU tot de invoering van melkquota’s die erg effectief bleken te zijn. De boterbergen en melkplassen verdwenen als sneeuw voor de zon.

Toch ging de EU in 2009 weer over op subsidieverstrekking om de inkomsten van boeren aan te vullen.