Wie in Rotterdam erin slaagt om op de sociale ladder te stijgen, kan moeilijk een plek vinden om te wonen. Dat moet anders vindt wethouder Ronald Schneider, maar andere mensen vrezen door de sloop van sociale woningen de stad uitgejaagd te worden.

    Het is oorlog op de Rotterdamse woningsmarkt. Wethouder Ronald Schneider wil een groot aantal sociale woningen slopen, maar  zijn tegenstanders hebben een referendum bedongen over deze kwestie. De fracties hebben toegezegd zich neer te zullen leggen bij de uitslag. Het referendum wordt voorafgegaan door een reeks officiële debatten. Schneider moet dus vechten voor zijn plan.

    Het eerste debat vond woensdagavond 26 oktober plaats in het Rotterdamse DE-Café. De Leefbaar Rotterdam-wethouder van Stedelijke Ontwikkeling werd door de moderator, de Rotterdamse schrijver Ernest van der Kwast, aan de tand gevoeld over zijn plannen. Schneider probeerde joviaal te blijven, maar hij was merkbaar getergd. George Verhaegen van het Actiecomité Woonreferendum vertegenwoordigde het tegengeluid. Ook het publiek mocht zich mengen in het debat.

    Evenwichtigere verhoudingen

    Er staat veel op het spel. Op 30 november mogen 400.000 Rotterdammers zich in een referendum uitspreken over de vraag of de gemeente tot het jaar 2030 zo’n 20.000 sociale woningen mag onttrekken aan het bestand. De wethouder wil ‘evenwichtigere verhoudingen’ bereiken binnen de stad. Zijn plan is om het aantal sociale woningen te verlagen en extra woningen in het dure en middensegment toe te voegen. In 2014 waren er op basis van WOZ-waarden 132.000 woningen in het segment ‘middelduur/duur,’ tegen 167.000 in de categorie ‘goedkoop’. De in de Woonvisie voor 2030 beoogde verhouding is respectievelijk 168.000 en 148.000.

    De indruk bestaat dat Schneider via zijn beleid Rotterdammers met een laag inkomen wil lozen

    Rotterdam is een stad met zowel veel minderheden als sociaal zwakkere autochtonen en daar hoort een uitgebreide sociale huursector bij. Bij de tegenstanders bestaat de indruk dat Schneider via zijn beleid Rotterdammers met een laag inkomen wil lozen en vervangen door huishoudens uit de middenklasse. Hij zou zo het sociale soortelijk gewicht van de stad willen opkrikken: meer sterke schouders binnenhalen.

    Gezinnetje stichten

    Schneider, gehuld in een blauw geruit pak en met een rode stropdas om, had zich goed voorbereid. Volgens hem hadden veel Rotterdammers hem verkeerd begrepen. Bepaalde wijken zijn te eenzijdig qua bevolkingssamenstelling, legde hij uit, en sociale stijgers lukt het nu niet om in hun eigen wijk te blijven. Hij zei dat vele Rotterdammers die wat beter verdienen, nu uitwijken naar gemeenten als Barendrecht en Krimpen aan den IJssel. Zonde, volgens Schneider, die deze mensen graag voor de stad wil behouden. Hij sprak vol betrokkenheid van ‘jonge mensen die een gezinnetje willen stichten, maar dat niet in hun geliefde wijk kunnen’. Hij benadrukte met klem dat alle Rotterdammers hem even lief zijn.

    "Lag in het verleden het opleidingsniveau in de Maasstad onder het landelijk gemiddelde, nu ligt het erboven"

    De wethouder stelde dat Rotterdam bezig is om zich te verheffen. Lag in het verleden het opleidingsniveau in de Maasstad onder het landelijk gemiddelde, nu ligt het erboven. Schneider: ‘Rotterdam is een dynamische stad en we moeten daarop inspelen en zorgen dat de woningmarkt klaar is voor de toekomst.’ Hij probeerde de zaal, die overwegend bestond uit tegenstanders van zijn Woonvisie, een aantal malen gerust te stellen met uitspraken als, ‘mijn Woonvisie is niet in beton gegoten’ en ‘we zullen de situatie voortdurend monitoren en deze bijstellen als dat nodig mocht blijken’.

    Primaire doelgroep

    George Verhaegen heeft een heel andere kijk op de zaak. Hij is fel gekant tegen de plannen van de wethouder. Het klinkt hem nogal ongeloofwaardig in de oren dat Rotterdam een soort organische welvaartsontwikkeling doormaakt, die de komende 15 jaar zal leiden tot een stad met veel minder behoefte aan sociale huurwoningen.

    Volgens Verhaegens analyse is er in een economie met steeds meer zzp’ers en een afnemend aantal banen voor laaggeschoolden, juist een enorme behoefte aan sociale huisvesting. Daarmee schaart Verhaegen zich onder de groeiende groep die ervan uit gaat, dat werk in de toekomst steeds schaarser wordt. Dat heeft volgens Verhaegen gevolgen voor het inkomen. Hij wees erop dat een bestaan als zzp’er ook gevolgen heeft voor de regelmaat van het inkomen. Een hypotheek of een torenhoge huur is dan niet realistisch.

    Verhaegen en Schneider botsten tijdens het debat ook over het aantal Rotterdammers met recht op sociale huisvesting. Volgens Schneider zijn het er 125.000, terwijl Verhaegen, die zich baseert op cijfers van het ministerie, uitgaat van 165.000.

    In Schneiders berekeningen tellen alleen de huishoudens met recht op huurtoeslag mee

    Daar zit een duidelijke zwakte in Schneiders verhaal: de wethouder is nogal creatief met cijfers. In Schneiders berekeningen zijn alleen huishoudens met recht op huurtoeslag mensen met recht op een sociale huurwoning. In het jargon heet dat de ‘primaire doelgroep’. Die groep verdient tot net onder de 30.000 euro.

     

    Bonafide sociale huurder

    In werkelijkheid zijn er ook huishoudens met inkomens tot 35.739 euro, die volledig legitiem in een sociale woning wonen. Dat de niet-huurtoeslaggerechtigden door Schneider buiten de berekening worden gehouden, verklaart ongetwijfeld dat verschil van 40.000 huishoudens. Overigens legde Schneider niet uit waarom hij lager uitkwam dan het ministerie. Hij zei alleen dat hij zijn huiswerk goed had gedaan. Blijkbaar was niemand van de toehoorders op de hoogte van het trucje van de wethouder.

    Schneider omschrijft die groep boven de huurtoeslaggrens in zijn Woonvisie als het ‘lagere middensegment’ en daarmee doet hij of het gaat om verkapte scheefhuurders. In werkelijkheid zijn het volstrekt bonafide sociale huurders. Het Nibud stelt ook dat die groep geen enkele kans maakt in de vrije sector.

    Marc Calon, de voorzitter van corporatiekoepel Aedes, heeft meer dan eens gezegd dat een inkomen van 40.000 euro een realistischere toegangsgrens voor de sociale huursector zou zijn. Schneider maakt juist een beweging de andere kant op en daalt op eigen houtje naar 30.000 euro. Maar dergelijke niveaus worden centraal bepaald en geen wethouder kan daar op eigen houtje aan tornen. In de campagne voor zijn Woonvisie komt hij er echter fluitend mee weg.

    Overmaat

    Een ander trucje van de wethouder is dat hij koophuizen met een WOZ-waarde tot 122.000 euro ook meetelt als sociale huisvesting. Dat is zeer aanvechtbaar. Het is voor die primaire doelgroep bijna onmogelijk om een hypotheek te krijgen. Bovendien kan de wethouder onmogelijk weten welk percentage van die koopwoningen inderdaad wordt bewoond door huishoudens uit de primaire doelgroep. Hij heeft immers de inkomensgegevens van die bewoners niet. Die goedkope koopwoningen en de sociale huurwoningen zijn gescheiden circuits, waartussen weinig uitwisseling is. Regelmatig worden dergelijke woningen bewoond door studenten, wiens ouders het huisje voor ze hebben gekocht. Ook zitten er vaak starters op de koopmarkt in. Die beschouwen zo’n bescheiden woning als eerste stap in hun wooncarrière. Na een paar jaar verkopen ze zo'n woning weer door aan nieuwe starters. Als je de berekeningen van de wethouder corrigeert voor zulke foefjes, smelt die overmaat aan sociale woningen die de wethouder constateert, snel weg.

    Het was tijdens het debat opmerkelijk om te zien hoeveel angst en wantrouwen er heerst onder het publiek. Mensen zijn bang om op den duur uit hun wijk te worden verdreven. Anderen vrezen bij terugkeer geconfronteerd te worden met fors gestegen woonlasten. Er waren mensen uit de wijk Wielewaal Oost, die klaagden dat ze na een grote renovatie veel hogere woonlasten hadden dan was voorgespiegeld. Schneider zei dat bij een kwaliteitsverbetering een hogere huur normaal was. Dat is natuurlijk waar, maar hij vergat daarbij dat het vaak gaat om mensen voor wie ieder tientje telt.

    Aanzuigen

    Interessant was de inbreng van een vertegenwoordiger van RTM XL, een publieksplatform dat ijvert voor een Rotterdam met een stedelijk karakter met veel hoogbouw. De man wees erop dat Rotterdam veel nieuwe mensen aanzuigt. In 2015 waren dat er 10.000. Hij vond dat je je in zo’n situatie wel twee keer moet bedenken als je van plan bent woningen af te breken.

    Interessant is daarbij de vraag tot wat voor inkomensgroep die nieuwe Rotterdammers behoren? Is dat allemaal middenklasse, of zijn er ook weer grote groepen bij die onder modaal verdienen? De wethouder zei daar niets over. Maar ook als het allemaal mensen uit de middenklasse zijn, blijft Rotterdam met het gegeven zitten, dat als je 20.000 sociale woningen afbreekt en er maar 5.000 woningen voor terugbouwt, er rekenkundig toch ergens minimaal 30.000 mensen zonder sociale woning overblijven. Dat is ruim 4 procent van de huidige bevolking. 

    ‘Veel andere gemeenten hebben hun zaakjes niet voor elkaar, maar wij wel’

    Ondanks alle kritiek hield Schneider - als een ervaren verkoper - vast aan zijn positieve verhaal. Rotterdam zit in de lift, betoogde hij: ‘En nu we uit de crisis aan het komen zijn, ontwikkelt de stad zich nog sneller in de goede richting.’ Dat lokte felle reacties uit. Iemand riep dat alleen voor een bepaald gedeelte van de Rotterdammers de crisis voorbij is, maar dat deze voor een aanzielijk gedeelte van de bevolking gewoon doorgaat. Die bewering werd met veel enthousiasme ondersteund en dat lijkt terecht. Een goede indicator voor de problemen in Rotterdam is het aantal mensen met ww-uitkering: 43 op de 1000 inwoners. Een grote stad als Utrecht staat er met 31 op de 1000 een stuk beter voor. 

    Schilderswijk

    Een vroege twintiger vroeg tijdens het debat het woord en stelde dat als er niet wordt ingegrepen, grote delen van de stad als de Haagse Schilderswijk worden: ‘Stem dus vóór de Woonvisie.’ Daarmee stipte hij even het anti-buitenlandersentiment aan dat schijnt te leven bij veel Leefbaar Rotterdam-stemmers. Dat onderwerp was verder echter geen moment een onderdeel van het debat.

    Een voormalige gedeputeerde van Groen Links verbaasde zich erover dat er in de provincie Zuid-Holland een gebrek van 100.000 sociale woningen is en dat de grootste stad van de provincie er 20.000 kwijt wil: ‘Heeft Rotterdam niet juist veel meer sociale woningen nodig?’ Op dat moment werd Schneider fel: ‘Veel andere gemeenten hebben hun zaakjes niet voor elkaar, maar wij wel.’

    Die ergernis heeft waarschijnlijk veel te maken met de gewoonte van een aantal buurgemeenten om wel de deur wijd open zetten voor succesvolle Rotterdammers, maar nauwelijks te investeren in sociale huisvesting.

    Buurgemeenten

    Schneider beloofde dat er voor iedere Rotterdammer plaats zal zijn in de stad. Dat klopt rekenkundig niet, dus het kan bijna niet anders of Schneider stuurt erop aan, dat de aangrenzende gemeenten een deel van de sociale huurders van Rotterdam overnemen. Dat is overigens een oude wens van Rotterdam. In dat opzicht treedt Schneider in de voetstappen van zijn voorgangers.

    De tegenstanders van de sloop bleken geen bezwaar te hebben tegen meer middenklasse in de stad. George Verhaegen merkte op dat  bouwen voor die groep niet automatisch hoeft te betekenen, dat je in het sociale segment moet snijden. De actievoerder was ervan overtuigd dat er nog genoeg bouwlocaties zijn. Dat werd niet ontkend door de wethouder.

    ‘De problemen van Rotterdam worden niet opgelost door andere woningen in de wijken te zetten’

    Ook het argument dat de wijken gemengder moeten worden, maakte weinig indruk op Verhaegen. ‘Ik woon in Feyenoord en we hebben daar echt geen behoefte aan blokken met duurdere woningen. De problemen van Rotterdam worden niet opgelost door andere woningen in de wijken te zetten. Die problemen hangen samen met opleiding en werkgelegenheid.’

    Paradoxaal

    Voor en na het debat werd er gestemd over de Woonvisie. Er leek geen noemenswaardige verschuiving te hebben plaatsgevonden. De overgrote meerderheid was tegen. Of dit een weergave is van de stemverhoudingen binnen de stad valt te betwijfelen. Drie vrouwen die gelieerd waren aan een aanwezige CDA-politicus, staken strak hun hand in de lucht bij de vraag wie er voor was. De tegenargumenten waren waarschijnlijk het ene oor in en het andere oor uit gegaan. Zij waren CDA-dames en in Rotterdam maken CDA en Leefbaar deel uit van de coalitie, dus stemden ze voor. Veel zal afhangen van welke groep de meeste mensen weet te mobiliseren. In Rotterdam woont 44 procent van de bevolking in een sociale huurwoning, dus technisch bekeken zal er steun uit andere geledingen van de Rotterdamse samenleving moeten komen. Hoewel, het is juist Leefbaar Rotterdam, met zijn vele kiezers in sociale woningen, dat het mes wil zetten in de woningen van het eigen electoraat.

    Over de auteur

    Peter Hendriks

    Gevolgd door 315 leden

    Redacteur Woningmarkt. Signaleert en analyseert problemen waarmee Nederlanders op zoek naar woonruimte worden geconfronteerd.

    Lees meer

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    Woningmarkt

    Gevolgd door 502 leden

    In de afgelopen jaren kwam bij verschillende woningcorporaties het ene schandaal na het andere naar boven. Het bekendste geva...

    Lees meer

    Volg dossier

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid