© CC0 (Publiek domein)

Smart cities, dumb citizens

    In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen komt er van alles en nog wat ter sprake, maar over één thema hoor je bar weinig: de digitalisering van onze steden. En dat terwijl er toch talloze haken en ogen aan de ontwikkeling zitten.

    In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen blijft er een controversieel thema opvallend onderbelicht: van Eindhoven tot Enschede en van Haarlem tot Hengelo zijn lokale politici en beleidsmakers namelijk druk doende om hun steden — en de inwoners ervan — in het digitale stopcontact te duwen.

    Onder het motto ‘stop een stad in het stopcontact en je hebt een smart city’, zoals columnist Maxim Februari het onlangs in NRC verwoordde, is er een stille bestuursrevolutie gaande. Wat zoveel wil zeggen dat men met behulp van slimme sensoren in reclamezuilen, lantaarnpalen en andere objecten op grote schaal gegevens van burgers verzamelt. Met deze data worden in rap tempo beheerssystemen opgetuigd die stedelijke agglomeraties innovatiever, efficiënter en veiliger moeten maken. Begin vorig jaar presenteerden een aantal grote gemeenten, samen met bedrijven en wetenschappers, een gezamenlijk plan aan premier Rutte: de zogeheten ‘NL smart city strategie’.

    Nu bieden slimme technologieën tal van mogelijkheden om kosten te besparen, mobiliteits- en milieuvraagstukken aan te pakken en om grote menigten in goede banen te leiden. Toch is de slimme stad bepaald niet onomstreden. De stedeling als een wandelende bundel data ter input van de stad-als-spreadsheet: bezint eer gij begint, zou ik tegen al die lokale bestuurders willen zeggen. Zodra men de slimme machine begint te voeden, ontstaan er tal van ethische en politieke dilemma’s die eerst geadresseerd moeten worden alvorens men al te enthousiast aan het experimenteren slaat.

    "Wie de plannen van steden als Amsterdam en Eindhoven beziet, krijgt de indruk dat er een wedloop gaande is"

    En precies hier gaat het mis. Wie de ambities en plannen van steden als Amsterdam en Eindhoven beziet, krijgt de indruk dat er een wedloop gaande is. De inzet: wie wordt de slimste stad van het land?

    Tijdens deze wedstrijd holt men achter de techniekfeiten aan zonder duidelijke spelregels of tactisch plan. Van wie is de stad en van wie zijn al die data? Wat zijn de belangen van al die tech-bedrijven annex databoeren die hun diensten aanbieden? Welke bestuurlijke visie ligt er ten grondslag aan de stad als hightech innovatieplatform? In hoeverre dragen data en algoritmen werkelijk bij aan het welzijn van de gemiddelde burger? Is een slimme stad ook een inclusieve stad? En wat is leidend: de mogelijkheden van de techniek of de belangen van de burger? 

    Lokale bestuurders zouden er goed aan doen te beseffen dat technologie niet neutraal is, maar een ingewikkelde mengelmoes aan positieve en negatieve effecten genereert. Men lijkt echter bevangen door een ongebreideld techno-optimisme, met als gevolg dat men het lot van steden in handen legt van techniektitanen als Google, Facebook en Amazon. Men dreigt te vergeten dat de ontwikkeling en leefbaarheid van een stad bepaald wordt door betrokken burgers, en niet door de dataverzamelwoede en disruptiedwang van de Silicon Valley-industrie. Verschillende technologiedenkers hebben dan ook al gewaarschuwd dat de gedroomde slimme stad een  nachtmerrie kan worden

    Dit alles laat onverlet dat er op lokaal niveau druk geëxperimenteerd wordt met allerlei slimme toepassingen ter optimalisering van de stad en ter beheer van de stedelijke meute. Gevolg hiervan is dat veel steden langzaam maar zeker in geavanceerde proeftuinen veranderen, met de stedeling als onwetend proefkonijn. Met name Nederland speelt hierin een voortrekkersrol, zoals onlangs weer bleek uit een artikel in The Guardian.

    Waarom staat de komst van de slimme stad nauwelijks op de publieke agenda?

    Nu het Rijk steeds meer taken overhevelt naar de gemeenten, zou je denken dat deze kwestie een belangrijke rol speelt in de verkiezingsdebatten. Niets is minder waar. Dat roept de vraag op waarom de komst van de slimme stad nauwelijks op de publieke agenda staat. Antwoord: het vooruitgangsgeloof wiegt ons in slaap. Anders gesteld: men trapt in de ‘common sense’-valkuil dat technologische vooruitgang tevens de democratie vooruit helpt en het leven er beter op maakt. Ook hiervoor geldt: niet is minder waar.

    Uiteraard bestaat er zoiets als technologische of wetenschappelijke vooruitgang. Resultaten behaald in deze disciplines zijn onomkeerbaar en cumulatief en vergroten in potentie onze kennis van en grip op de wereld. Maar dat geldt niet voor ethische of politieke verworvenheden. Wat hier gewonnen wordt, kan ook weer verloren gaan. Kijk naar Trump, en weet dat alles wat er op het gebied van ethiek of politiek bereikt wordt, omkeerbaar is. Resultaten hier behaald, bieden beslist geen garantie voor de toekomst.

    Dat het huwelijk tussen democratische beginselen en digitalisering niet per se een gelukkig huwelijk is, mag inmiddels bekend heten. Filterbubbels maken het steeds lastiger om voorbij het eigen gelijk te kijken en zetten het vermogen onder druk om afwijkende meningen op waarde te schatten. Daarmee komt de bestaansvoorwaarde voor een levensvatbaar publiek domein — een open domein waar de Ander gezien en gehoord kan worden — in gevaar. De verspreiding van nepnieuws verstoort onze oriëntatie op de werkelijkheid en dreigt elke gemeenschappelijke horizon als sneeuw voor de digitale zon te laten verdwijnen. Wanneer er geen gedeeld referentiekader meer is, is er ook geen grond voor overeenstemming meer.    

    En zoals recent weer bleek uit de sensationele onthullingen van whizzkid Christopher Wylie, bieden ‘tracking & targeting’-technieken ongekende mogelijkheden om het electoraat ongezien en ongemerkt en op grote schaal te manipuleren en te misleiden. Wie denkt aan de toekomst van de slimme stad zou zich in dit verband kunnen afvragen: smart cities, dumb citizens?     

    Wie woensdag gaat stemmen, doet er verstandig aan de verkiezingsprogramma’s van de  verschillende partijen er nog eens op na te slaan. Staat er ergens een visie op de slimme stad geformuleerd? En zo ja, neemt men dan de mens of de technologie als uitgangspunt? Het zijn vragen die het waard zijn om zwaar te laten meewegen bij het uitbrengen van uw stem. Er staat namelijk veel meer op het spel dan efficiënte afvalverwerking of optimalisering van de verkeersstromen. Waar het hier om draait is het democratische gehalte, de inclusiviteit en de openheid van uw directe leefomgeving. Ik wens u veel wijsheid toe.      

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Hans Schnitzler

    Gevolgd door 340 leden

    Filosoof, publicist, auteur van Het digitale proletariaat (2015) en voormalig columnist voor de Volkskrant.

    Volg Hans Schnitzler
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren