© Clementine van der Bent

    Terwijl Nederland vergrijst, trekt de overheid zich terug uit de ouderenzorg. Verantwoordelijke ondernemers springen in het gat met allerlei ideeën. Op de ‘HeldCare Demoday’ werden er een aantal gepresenteerd. Follow the Money nam een kijkje en ging in gesprek met de ondernemers zelf.

    Nederland vergrijst in rap tempo. Waar op dit moment 18 procent van de bevolking boven de 65 jaar is, zullen er in 2060 naar verwachting 4.7 miljoen 65-plussers in Nederland rondlopen: meer dan een kwart van de bevolking. Tel daarbij op dat circa één op de drie Nederlanders boven de 65 eenzaam is, en er begint zich een duidelijk probleem af te tekenen. Die eenzaamheid komt namelijk niet ten goede aan hun vermogen voor zichzelf te zorgen.

    Hoewel de groep kwetsbare ouderen de komende jaren alleen maar groter zal worden, trekt de overheid zich steeds verder terug. Door bezuinigingen zijn de meeste verzorgingshuizen gesloten en de criteria om toegang te krijgen tot een verpleeghuis zijn aangescherpt. Ouderen worden dus steeds meer en langer geacht zelfstandig te wonen, maar zijn hier veelal niet toe in staat.

    De afwezigheid van de overheid creëert kansen

    De afwezigheid van de overheid in de ouderenzorg creëert echter kansen voor sommige ondernemers die zich maatschappelijk verantwoordelijk voelen: zij gieten de oplossing voor een maatschappelijk probleem in een ondernemend businessmodel. Niet het maken van financiële winst, maar het creëren van waarde voor de samenleving staat voor hen voorop. De een noemt dat sociaal ondernemerschap, de ander maatschappelijk en er zijn steeds meer mensen die menen dat alle ondernemers zo zouden moeten denken en handelen.

    Om dat verantwoordelijke ondernemerschap in de zorg te stimuleren, organiseren verzekeraar Achmea en Social Enterprise NL op 22 juni de HeldCare Demoday: een evenement waar het publiek kennis kan maken met ondernemingen die de ouderenzorg verbeteren en vernieuwen. De initiatieven lopen uiteen van het tot leven wekken van afgedankte verzorgingshuizen tot een variant op de datingapp Tinder. FTM was erbij en doet verslag.

    Kansen voor sociaal ondernemers

    Alle stoelen in de grote zaal van congrescentrum Antropia in Zeist zijn bezet wanneer om klokslag 16.00 uur het programma begint. Het is een tropisch warme dag; de uitgereikte programmaboekjes doen dankbaar dienst als waaier. Directeur van de Achmea Foundation Marjolein Verstappen en medeoprichter van Social Enterprise NL Willemijn Verloop openen het evenement.

    Volgens Verstappen zorgt de terugtrekkende overheid niet alleen voor uitdagingen, maar ook voor kansen: ‘In het publieke domein opent zich een markt voor sociaal ondernemers.’ Met HeldCare hoopt Verloop ondernemers te stimuleren in dit gat te springen: ‘Er zijn nog maar weinig sociaal ondernemers in de zorg. We vroegen ons af: waar komt dit door? En hoe kunnen we het veld versnellen?’ 


    Marjolein Verstappen

    "In het publieke domein opent zich een markt voor sociaal ondernemers"

    Het doet zo zeer

    Na de inleidende woorden betreedt schrijfster Heleen van Royen het podium. Aan de hand van haar documentaire Het doet zo zeer, die verhaalt over haar eigen dementerende moeder, laat Van Royen het publiek in vogelvlucht kennismaken met de leefwereld van dementerende ouderen.

    We zien gesprekken waarin de moeder van Van Royen ieder kwartier dezelfde vraag stelt. Persoonlijke hygiëne ontsnapt volledig aan haar aandacht en zelfstandig wonen blijkt al snel onhoudbaar. Daarom verhuist de moeder van haar flat in Amsterdam-west naar een mantelzorgwoning in de achtertuin van haar dochter. Aldaar dwaalt ze gedesoriënteerd rond en werkt ze de thuiszorg met harde hand de deur uit. Toch besluit Van Royen haar toespraak door te stellen dat, ondanks alle negatieve berichtgeving, ‘het nog best goed geregeld is met de zorg in Nederland.’

    Transformatie

    Dan is de beurt aan de ondernemers. Eén van de deelnemende organisaties is Habion, een woningcorporatie die verzorgingshuizen een tweede leven geeft.Op dit moment werkt Habion aan de transformatie van zes verzorgingshuizen in Nederland. 

    Willeke Janssen van Habion vertelt: ‘Ons eerste project was in het Gelderse Voorst: daar stond een verzorgingshuis op de nominatie voor de sloop en ook de achttien bijbehorende aanleunwoningen stonden al acht jaar leeg. Toen wij een inspraakavond organiseerden voor de inwoners van het dorp, kwam er aanvankelijk niemand opdagen. Totdat we een groot bord in de tuin plaatsen met de tekst “wegens gebrek aan belangstelling te sloop”. Dat had effect: op de volgende inspraakavond verschenen er maar liefst vierhonderd man. Woedend waren de inwoners van het dorp.’

    Janssen nam de gelegenheid te baat om de inwoners van Voorst te motiveren mee te denken over de toekomst van het verzorgingshuis. ‘Uiteindelijk is er een coöperatie opgericht met inwoners uit het dorp. Die woonzorgcoöperatie — met als leden een aantal inwoners van het dorp en een afgezant van Habion — heeft het bejaardenhuis opnieuw vormgegeven. Appartementen zijn gemoderniseerd, er zijn door het gebouw gezamenlijke woonkeukens gekomen waar bewoners en mensen uit de buurt samen kunnen koken en eten; er is een moestuin aangelegd waar de bewoners kunnen tuinieren.’

    Alle ouderen uit het dorp kunnen terecht in het nieuwewoonzorgcentrum, of ze nu veel of weinig zorg nodig hebben. Zo zijn er acht plekken gereserveerd voor dementerende ouderen. De achttien aanleunwoningen worden verhuurd aan jongeren uit het dorp, die bij wijze van tegenprestatie vrijwilligerswerk doen voor de ouderen.

    ‘Er ontstaat een hele andere dynamiek waarin iedereen iets voor elkaar doet. De jongeren helpen ouderen en de ouderen helpen op hun beurt ook weer de jongeren, bijvoorbeeld door het verstrekken van juridisch advies of door het geven van kookles,’ aldus Janssen.

    ‘Het idee dat ouderen niks van techniek moeten hebben is een cliché’

    Wanneer Janssen aan een nieuw transformatieproces begint is het telkens weer een verrassing wat eruit komt. ‘Het is mooie is dat we dit echt samen met de mensen doen. Er is dan ook geen blauwdruk voor de manier waarop je een bejaardenhuis een tweede jeugd kunt geven. Dat beslissen de mensen zelf.’ 

    Aandachtspunt is wel dat de woningen niet te duur mogen worden. De woningcorporatie richt zich tenslotte op ouderen met een smalle beurs. Aangezien Habion een woningcorporatie is, hoeft het geen winst te behalen: de sociaal ondernemers zetten er op in om quitte te draaien.

    Langer thuis

    Ook als ouderen nog niet klaar zijn voor het bejaardentehuis, kunnen ze vaak wel wat hulp gebruiken. Mieke Koot en Josephine Dries van GeneratieThuis willen ouderen in staat stellen op een verantwoorde manier langer thuis te wonen. Dit doen ze door een brug te slaan tussen ouderen en techniek: ‘Het idee dat ouderen niks van techniek moeten hebben of het niet begrijpen is een cliché,’ aldus Dries.

    Volgens haar zit het probleem aan de informatie-kant: ‘Ouderen hebben te weinig keuze. Ze zijn niet goed geïnformeerd over aanpassingen en hulpmiddelen en realiseren zich pas dat ze iets nodig hebben als ze al tegen de beperkingen aanlopen.’

    Voor veel ouderen is het financieren van technische hulpmiddelen daarnaast op z’n zachtst gezegd nogal een uitdaging. Vergoeding vanuit de de gemeente of zorgverzekering is er zonder medische indicatie immers niet bij.

    ‘We werken bewust niet samen met bedrijven die technologische snufjes verkopen’

    Om technologie toegankelijk te maken voor ouderen focust GeneratieThuis zich op goedkope hulpmiddelen die om de hoek verkrijgbaar zijn en direct voor resultaat zorgen. ‘Zo kun je voor een paar duizend euro zogenaamde plas-routes in je huis laten installeren, maar je kunt ook een aantal lampjes met sensoren op bepaalde plekken ophangen die vanzelf aangaan als je erlangs loopt,’ legt Dries uit.

    Om ouderen wegwijs te maken in de wereld van handige en goedkope technologie organiseert GeneratieThuis bijeenkomsten. Het grootste deel van de omzet komt echter voort uit samenwerkingsverbanden met gemeenten. Dries: ‘We werken bewust niet samen met bedrijven die technologische snufjes verkopen, maar helpen gemeenten om ouderen te informeren. Zo kunnen we onze geloofwaardigheid en neutraliteit behouden.’

    Een app tegen de eenzaamheid

    Naast het zelfredzamer maken van de ouderen zetten de ondernemers zich in om het eenzaamheidsprobleem aan te pakken. Zo ook Michelle Wolters en Michiel van den Berg, de uitvinders van Klup, een app voor 50-plussers.

    De app is vooral bedoeld om vriendschappelijke relaties aan te knopen. Wolters vertelt: ‘Op de app kun je activiteiten vinden die door gebruikers in de buurt worden georganiseerd. Het biedt de mogelijkheid nieuwe mensen in de omgeving te leren kennen en gebruikers kunnen leuke momenten met elkaar delen.’

    "Mannen blijken aanmerkelijk meer moeite te hebben om met een onbekende een biertje te gaan drinken"

    Anders dan bij Habion bestaat de doelgroep van Klup met name uit vitale ouderen die zelfstandig wonen. De app moet ouderen helpen hun sociale netwerk te vergroten; zo moet eenzaamheid worden voorkomen. Toch wordt Klup in de markt gezet als een ‘gezelligheids-app’, omdat dit gunstiger zou zijn voor de marketing.

    Volgens Van den Berg voorziet de sociale app in een behoefte: ‘Met het ouder worden komen mensen op het punt dat ze niet meer op een schoolplein staan en ook niet meer ieder weekend in de kroeg hangen. Dan kan het lastig zijn om contacten op te doen.’ In contact komen met andere gebruikers van de app gaat net zoals op de datingapp Tinder: als een gebruiker je bevalt, swipe je naar rechts; degene die je minder kan bekoren swipe je naar links. Als de interesse wederzijds is ontstaat een match.

    Bij wijze van proef konden inwoners van Ermelo en Rotterdam de app de afgelopen tijd al testen. ‘Vooralsnog lijkt de app vooral aan te slaan bij vrouwen. Mannen blijken aanmerkelijk meer moeite te hebben om met een onbekende andere man een biertje te gaan drinken,’ stelt Van den Berg. Op 7 juli van dit jaar wordt de app beschikbaar voor heel Nederland.

    ‘Zelfstandig wonende kwetsbare ouderen worden vergeten’

    Vooralsnog draait de onderneming op subsidie. Maar dat gaat volgens de oprichters veranderen wanneer voldoende ouderen gaan Kluppen: samenwerkingen met lokale horecagelegenheden en culturele instellingen zoals theaters zijn dan snel gesloten. 

    Eten tegen eenzaamheid

    Ook Babs van Geel wil eenzaamheid de das omdoen. Het idee voor haar ondernemende stichting ‘Met je Hart’ ontstond terwijl ze het leven van een eenzame oudere vrouw met haar camera vastlegde. Van Geel: ‘Nederland vergrijst en bezuinigt. De uurtjes van de thuiszorg nemen af en zelfstandig wonende kwetsbare ouderen worden vergeten.’

    De kracht van Met je Hart zit hem in de eenvoud. De stichting organiseert campagnes in lokale restaurants, waar klanten gedurende een periode van zes weken bij de rekening een euro extra kunnen doneren. Dat geld wordt vervolgens in zijn geheel gebruikt om ontmoetingen voor ouderen in dezelfde restaurants te organiseren. Het lokale karakter van de ontmoetingen is voor Van Geel essentieel: ‘Zo geven we ouderen de mogelijkheid om vriendschappen te sluiten met buurtbewoners.’

    De eenzame ouderen worden met hulp van thuiszorg en huisartsen opgespoord. Tevens helpen lokale professionals de stichting om hun impact in kaart te brengen: ‘We horen heel vaak van de thuiszorg dat het welzijn van de ouderen door het contact verbetert. Mensen hebben weer het gevoel dat ze er toe doen.’

    In de zorg staat geen enkel probleem op zichzelf

    Ondanks dat Met je Hart op papier geen onderneming is, wordt deze door HeldCare wel als zodanig gezien: ‘Er zit enorm veel ondernemerschap in de stichting,’ legt Van Geel uit. ‘Zo werken we uitsluitend samen met ondernemingen om de kosten van de ontmoetingen te dekken.’ De komende jaren wil Met je Hart haar impact opschalen: ‘Op dit moment zijn we in 21 gemeentes actief, in 2020 moeten dit er 50 zijn.’

    Een holistische aanpak

    In de zorg staat geen enkel probleem op zichzelf. Ouderen die hun zelfredzaamheid zijn verloren worden eenzaam — en andersom. Sociaal ondernemers zijn veelal bereid om samen te werken, innovaties te delen en decentraal te groeien. Het maatschappelijke resultaat staat immers voorop. Dit maakt hen volgens Verloop bij uitstek geschikt om de problemen in de ouderenzorg aan te pakken: ‘De sociale ondernemingen die hier vandaag zijn zoeken allemaal naar mogelijkheden om samen te werken en hun impact te vergroten.’

    Toch blijft het financieren van de innovaties voor de sociaal ondernemers een uitdaging. Zo werkt Stichting Met je Hart vooral met vrijwilligers; ook GeneratieThuis is constant op zoek naar de juiste balans tussen onafhankelijkheid en rendabiliteit. 

    Het verenigen van maatschappelijke impact en een duurzaam businessmodel is in een tijd waarin financieel winstbejag de boventoon voert immers geen vanzelfsprekendheid; het vereist creativiteit en doorzettingsvermogen. Gelukkig lijkt dat in ieder geval ruim voorradig te zijn.

    Over de auteur

    Nadine Maarhuis

    Gevolgd door 170 leden

    Schrijft voor Follow the Money over Het Nieuwe Ondernemen.

    Lees meer

    Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg deze auteur
    Over de auteur

    Jeffrey Stevens

    Gevolgd door 459 leden

    Jaagt op mensen en systemen die de Nederlandse zorg schade toebrengen.

    Lees meer

    Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    Het Nieuwe Ondernemen

    Gevolgd door 233 leden

    Puur en alleen ondernemen om financieel rendement te behalen is op de lange termijn onhoudbaar. Het nieuwe ondernemen - waarb...

    Lees meer

    Volg dit dossier en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg dossier
    Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteurs Annuleren