Aardgas in Groningen

Naar aanleiding van tips van lezers is Follow the Money gedoken in de ondoorzichtige wereld van de Groningse gaswinning en de bijbehorende bevingsschade. Welke financiële belangen spelen er? Wat betekenen de aardbevingen voor bewoners? En wie profiteert hier eigenlijk van?

Komt u zelf uit Groningen en/of heeft u tips voor ons onderzoek, neem dan contact op met de redactie.

Dit onderzoek is mede mogelijk gemaakt door de steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (www.fondsbjp.nl).

54 Artikelen

Beeld © Fenna Jensma

Sociaal psycholoog Tom Postmes: ‘Rekenwerk en rapporten zijn schijnoplossingen voor Groningers’

De gaswinning in Groningen zorgt niet alleen voor schade aan huizen, maar heeft ook grote maatschappelijke impact. Mensen worden er zelfs ziek van. Hoogleraar sociale psychologie Tom Postmes ziet dat Groningers zich niet veilig voelen. ‘Niet uit angst dat hun huis instort, maar omdat hun toekomst totaal onzeker is.’

Dit stuk in 1 minuut
  • In het gasdossier in Groningen heeft de overheid steeds de maatschappelijke gevolgen van haar keuzes genegeerd. Daardoor zijn niet alleen huizen kapot, maar ook mensen hebben schade geleden. Ze zijn bang, onzeker en hebben lichamelijke klachten.
  • ‘Groningers zijn niet bang dat hun huis instort, maar voor hun toekomst,’ zegt hoogleraar sociale psychologie Tom Postmes van de RUG die al jarenlang onderzoek doet naar de maatschappelijke impact van het aardbevingsdossier.
  • De overheid leunt te zwaar op kennis en rapporten, maar steeds veranderende regels zorgen juist voor onzekerheid.
  • Het vertrouwen in de overheid kan volgens Postmes alleen worden hersteld, als Groningers actief bij de oplossing van het gasdossier en bij de toekomstplannen voor hun provincie worden betrokken.
Lees verder

‘In Groningen heeft de overheid de maatschappelijke impact van haar beleidskeuzes volledig miskend. Op sleutelmomenten in het aardbevingsdossier heeft ze de verkeerde afslag genomen, vaak om technische of financiële redenen.’ Hoogleraar sociale psychologie Tom Postmes van de Rijksuniversiteit Groningen doet al jaren onderzoek naar de maatschappelijke gevolgen van de aardbevingsproblematiek. ‘Juist door de maatschappelijke kant te negeren werd de afhandeling van het dossier uiteindelijk erg duur,’ concludeert hij.

Vanaf 2016 leidde Postmes samen met collega Katherine Stroebe het onderzoek Gronings Perspectief dat in opdracht van de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) de veiligheidsbeleving, gezondheid en het toekomstperspectief van Groningers in kaart bracht. In februari is hij overgestapt naar het onafhankelijke Kennisplatform Leefbaar en Kansrijk Groningen, waar hij als wetenschappelijk directeur onderzoek leidt naar de toekomst van de provincie.

De nieuwsgierigheid van de wetenschapper gaat bij Postmes gepaard met medeleven met zijn provinciegenoten. Hij is niet de afstandelijke hoogleraar in de ivoren toren, maar staat met zijn poten in de Groningse klei, soms letterlijk. De bezoeken aan dorpen en gesprekken met Groningers vindt hij een van de mooiste onderdelen van zijn werk. 

Dat werk werd hem niet altijd in dank afgenomen. ‘Het onderzoek benadrukte steeds weer wat er niet goed ging, dat vonden sommige bewoners en uitvoerende instanties niet leuk om te horen, maar ik vond het belangrijk om te vertellen welke impact het slechte beleid heeft op Groningers.’

Op een zonnige middag praat hij in het Groningse Noorderplantsoen over zijn onderzoek.

U doet onderzoek naar de maatschappelijke impact die volgens u jarenlang is genegeerd. Hoe is dat onderzoek ontstaan?

‘Ik doe veel onderzoek naar maatschappelijke onrust en praat erover in het hele land. Rond 2013 groeide ineens de onrust rond de gaswinning hier in Groningen, dus dat wilde ik niet laten lopen. Samen met collega’s uit mijn team aan de RUG vroeg ik me af waarom er zo weinig gezamenlijke protesten waren. De eerste conclusie was: we snappen er niks van.’

‘Als je je machteloos voelt, ga je niet met de grote toeter naar het Malieveld’

Begrijpt u inmiddels beter waarom de Groningers niet massaal in opstand kwamen?

‘Mensen waren enorm van streek en we vermoedden dat dat kwam door een verlies van vertrouwen, gevoelens van onrecht en verontwaardiging. Normaal zie je bij onrecht protest ontstaan.

Dat kwam er ook wel, maar we hadden een belangrijk element gemist, namelijk de onzekerheid en angst bij de bewoners. Die waren veel groter dan de verontwaardiging. Als je onzeker bent, voel je je machteloos. Dan durf je niets te doen, ga je niet met de grote toeter naar het Malieveld.’

Wat veroorzaakt die angst en onzekerheid: de aardbevingen?

‘De oorspronkelijke theorie was: je huis is een soort warme cocon, dus als die kapot is, zullen mensen zich zorgen maken. Maar het zit complexer in elkaar. Mensen voelen zich niet veilig. De meesten zijn niet direct bang dat hun huis instort, maar de mogelijkheid dat dat gebeurt is er ineens wel, want het huis is toch beschadigd. Die mogelijkheid doet mensen twijfelen en maakt ze onzeker. Ze weten niet of, hoe en wanneer hun problemen worden opgelost. Hun toekomst is onzeker. Mensen piekeren en verlangen dat anderen ze zekerheid verschaffen. Juist die zekerheid hebben ze heel lang niet gekregen van instanties.’

U praat over systeemslachtoffers, niet aardbevingsslachtoffers. Waarom?

‘Om duidelijk te maken dat het geen slachtoffers zijn van aardbevingen of aardbevingsschade. Veel mensen denken bij Groningen nog steeds aan een ingestort huis, maar dat is het verkeerde beeld. Je kan beter een foto maken van iemand met heel veel ordners achter zich. Daar komt de druk voor veel mensen vandaan, dat is een juistere weergave.’

‘Journalisten uit de Randstad wilden de echte Groninger zien: huilende of juist woeste mensen’

In het begin kreeg Groningen te weinig aandacht, nu overheerst in de landelijke media een beeld van grote ellende. Terecht?

‘In het begin van ons onderzoek kregen we veel journalisten uit de Randstad over de vloer, die wilden de echte Groninger zien. Ze zochten mensen die aan het huilen waren of juist zo woest waren dat ze iets stuk wilden slaan. Maar er zitten twee kanten aan het verhaal: enerzijds zijn in de afgelopen drie jaar enorme verbeteringen geboekt. Het is belangrijk om dat te benoemen. Voor veel Groningers zijn de aardbevingen een onderdeel van het leven, waar men af en toe over praat. 

Anderzijds is er een groep ‘complexe gevallen’ wiens leven door de schadeafwikkeling wordt bepaald. Dat is de groep waar ik me zorgen over maak en waar de aandacht naartoe moet gaan.’

Uit uw onderzoek blijkt dat deze groep gezondheidsklachten krijgt. Stressklachten, zoals hartkloppingen of duizeligheid. Hoe groot is die groep?

‘Dat is moeilijk te zeggen. Niet één overkoepelende instantie is verantwoordelijk voor het welzijn van die burger. Een deel van die ordners komt misschien uit de printer van het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG), een ander deel van de Nationaal Coördinator (NCG), een derde pak ordners van de gemeente.

Bovendien zijn de gegevens niet compleet. In ons onderzoek hebben we een schatting gemaakt. We gaan uit van ongeveer 100.000 mensen met eenmalige aardbevingsschade, 100.000 mensen met meervoudige schade. Van die laatste groep ervaart ongeveer 10 procent een significante dip in hun gezondheid, dat zijn dus zo’n 10.000 mensen. Maar niet al die mensen hebben zorg nodig.’

Hoe kun je de mensen bereiken die zorg nodig hebben?

‘Door het om te draaien. Niet achteraf proberen te turven wie zorgbehoevend is, maar meteen bij de intake signaleren of er complexere problemen zijn ontstaan die je met de technische afhandeling van de schade niet wegneemt. Je moet ambtenaren die bij de mensen langskomen trainen in het signaleren en doorvragen. Dat is lange tijd niet gebeurd.’ 

Is dat geen onmogelijke opgave voor een bouwkundige of een ambtenaar?

‘Een concreet voorbeeld. Toen de gemeente Groningen in Woltersum aan de slag ging, hebben ze in het begin ook aan bewoners gevraagd: “Wat zou volgens u de aanpak moeten zijn? En hoe urgent is dat?” Dat vind ik humane en fijne vragen om te beginnen. Die vragen kan iedere ambtenaar stellen.

Vervolgens moet je de urgente gevallen naar voren durven halen. Bijvoorbeeld door een soort top-2000-aanpak: dit zijn de zwaarste gevallen, die geven we voorrang. Ambtenaren moeten leren verschil aan te brengen tussen de gedupeerden.’

Overheden en schade-instanties proberen grip te krijgen op de problematiek door meer technisch onderzoek en nieuwe regelingen. Helpt dat?

‘De enorme afhankelijkheid van technische kennis valt me op aan dit dossier. Iedereen wil het juridisch helemaal keurig doen en correcte procedures volgen. 

Dat is ook de conclusie van het rapport Kennis, Aardbevingen en Groningen dat onderzoekers voor ons platform onlangs hebben uitgebracht: we vertrouwen te veel op kennis. Dat geldt niet alleen voor Groningen, denk ook aan de coronapandemie en het blindstaren op het R-getal.

De vele rapporten en onderzoeken zijn ook een middel om geen ingewikkelde politieke keuzes te hoeven maken. Het dogma ‘ik moet het wel zeker weten’ leidt ertoe dat men wetenschappers en ingenieurs overvraagt. Terwijl er enorme foutmarges zitten in de berekeningen. Dat heeft niets meer met veiligheid te maken.

‘Ik snap niet waarom beleidsmakers denken op alles een antwoord te moeten hebben’

Als wetenschapper word ik er nooit op afgerekend als ik zeg iets niet zeker te weten. Dan vindt men je tenminste eerlijk. Daarom snap ik niet waarom beleidsmakers denken op alles een antwoord te moeten hebben.’

Wat is het nadeel van blindvaren op wetenschap, kennis en berekeningen?

‘De Rekenkamer wees er laatst op dat de doorrekening van een versterking per huis gemiddeld 50.000 euro kost, een belachelijk bedrag! Zo’n berekening duurt bovendien één tot twee jaar. Al die tijd zitten de mensen te wachten op duidelijkheid. Dat is heel frustrerend. En aan het einde van dat traject is er vaak nog steeds geen duidelijkheid, want dan ontstaat er discussie over dat advies. Dus dat rekenwerk is aan alle kanten een schijnoplossing.’

Werken steeds nieuwe regels die de schadeafhandeling moeten verbeteren averechts?

‘Mensen hebben er last van. Niet alleen bewoners, maar ook mensen in de uitvoering. Zowel voor de bewoners als voor hun bewonersbegeleiders was onduidelijk wat er op een hoger niveau, bij de ministeries gebeurde. Het was een soort spook onder het bed. De bewoners en begeleiders konden het over het algemeen goed met elkaar vinden. Geen conflict, het probleem lag elders.

Bewoners dachten dat er iets op de achtergrond speelde waardoor de versterking maar niet van de grond komt, zoals geld. Tot mijn verbazing schetsten sommige begeleiders hetzelfde beeld.’

Dus mensen op de werkvloer, die Groningers zouden moeten helpen, kunnen het beleid ook niet meer volgen?

‘De mensen op de werkvloer werken zich helemaal de blubber en zetten zich met ziel en zaligheid in voor de bewoners. De organisaties NCG en IMG zijn in heel korte tijd onder stoom en kokend water uit de grond gestampt. Al die tijd was het crisis. Dus je maakt een plan en dan ga je heel hard rennen. Maar dan blaast er ineens iemand op een fluitje en moet de helft van het team de andere kant op rennen. Dat zorgt voor heel veel frustratie op de werkvloer. Dat zag je ook bij het coronavaccinatiebeleid: er is een plan en vervolgens moet het ziekenhuispersoneel eerst gevaccineerd worden, vervolgens fietsen de huisartsen er tussendoor.’

‘Hoe hoger je in de organisatie komt, hoe minder men beseft welke consequenties ogenschijnlijk kleine beleidsveranderingen hebben voor die bewoner’

Staat Den Haag te ver af van de uitvoerders en de Groningers?

‘Het paradoxale aan dit hele systeem is dat iedereen die bewoner heel erg op het netvlies heeft staan, ook politici en ambtenaren bij de ministeries. Maar hoe hoger je in de organisatie komt, hoe minder men beseft welke consequenties ogenschijnlijk kleine beleidsveranderingen hebben voor die bewoner.

Het dieptepunt in deze hele saga deed zich voor in 2018: toenmalig minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) Eric Wiebes kondigde aan dat hij de pauzeknop ging indrukken bij de versterking. Vanuit zijn positie een logische stap. Voor Groningers een ramp. Vanuit onze onderzoekspositie konden we toen zien hoe een keten van ontreddering zich ontvouwde. Bij de lagere overheden, de uitvoerende instantie, bij bewoners.

Mensen waren ontdaan. Ze dachten eindelijk het heft in eigen handen te hebben en dat werd voor onbepaalde tijd stopgezet. Voor sommige mensen was dit de druppel om de provincie te verlaten. Burgemeesters zaten overal in de provincie met boze en huilende bewoners in zaaltjes. Dat was een afschuwelijke tijd. EZK had geen besef van de impact van een in hun ogen volkomen logisch en rationeel besluit.’

Iedereen heeft de bewoner voor ogen en toch gaat het mis. Komt daar het wantrouwen van bewoners vandaan?

‘Iedereen wil het goed doen, juridisch, technisch, onderbouwd met harde cijfers, en juist daarom lukt het niet. Doordat iedereen het op alle vlakken uitstekend wil regelen, kom je niet meer tot de kern van de zaak. Dat is een beangstigend idee. Ik snap daarom goed dat mensen naar complottheorieën grijpen. Zo’n theorie heeft iets geruststellends, want dan is tenminste nog iemand in control.’

‘Iedereen wil het goed doen en juist daarom lukt het niet. Dat is een beangstigend idee’

Hoe kunnen bewoners weer zekerheid krijgen?

‘Het vertrouwen bij de burgers dat de Rijksoverheid het beste met hen voor heeft, moet worden hersteld. Veel van de angsten en onzekerheden zitten in de zorg dat het Rijk straks de andere kant op kijkt en Groningen vergeet. Die angst zit niet alleen bij bewoners, maar ook bij gemeenten en uitvoerende instanties.’

Verlies van vertrouwen in de overheid speelt niet alleen in Groningen, maar ook bij de toeslagenaffaire of de aanpak van corona. Is die vertrouwensbreuk niet een veel groter probleem?

‘Het vorige regeerakkoord heette Vertrouwen in de toekomst, typerend voor deze demissionaire regering. Als je de troonredes van de afgelopen jaren terugleest, spreekt daar verbazing uit. We komen uit de economische crisis, maar nog steeds is er een grote groep mensen die ons niet vertrouwt. Hoe kan dat nou?

De regering had het idee dat als het herstel de loonstrookjes bereikte, we er weer zouden zijn. Maar dat de overheid de burger anders moet bejegenen, dat de omgangsvormen minder bureaucratisch moeten worden, dat heeft men totaal gemist. Dat vertrouwen herstellen vergt enorm veel werk. Het regeerakkoord had ‘Werken aan vertrouwen’ moeten heten.’

Kan het vertrouwen van de burger in de overheid worden hersteld?

‘Je ziet bij de recente schadeafhandelingen van het IMG dat waar de afhandeling wel goed gaat, het vertrouwen in korte tijd omhoog schiet. Dus het kan wel. Alleen zal het niet overal zo makkelijk gaan, want bij de mensen die al jaren in de problemen zitten, is veel meer werk te verrichten.’ 

Hoe herstel je dat vertrouwen van de Groningers?

‘Iedereen is nu gefocust op materiële genoegdoening en herstel, maar dat is niet het doel, slechts een middel. Uiteindelijk gaat het om herstel van de relaties. 

De groep die het vertrouwen in de overheid totaal kwijt is, is er het meeste bij gebaat dat men nu naar ze luistert. Vraag wat er is gebeurd en betrek hen bij wat er moet gebeuren. Maar dat moet je dan wel durven. Mensen in de uitvoering durven weinig meer te beloven, ze zijn bang geen rugdekking te krijgen of weer nieuwe regels opgelegd te krijgen. Ook hun vertrouwen in de overheid moet hersteld worden.’

‘Mensen moeten zelf de snelheid van die veranderingen bepalen en geen tijdspad opgelegd krijgen vanuit Den Haag’

Valt dat wel te combineren? Luisteren naar de individuele burger en tegelijkertijd van bovenaf controleren of alles juridisch en financieel klopt?

‘Op landelijk niveau is dat lastig. Neem daarom de wijk als uitgangspunt. Wij hebben voor ons onderzoek zes gemeenschappen bezocht en dan zie je dat ze opveren als ze mogen meepraten. Het gaat ineens niet meer alleen maar over de dagelijkse problematiek, maar ook over de toekomst en hoe hun wijk eruit zal zien. Mensen moeten zelf de snelheid van die veranderingen bepalen en geen tijdspad opgelegd krijgen vanuit Den Haag.’

Hoe lang gaat het nog duren?

‘Mijn zorg is dat men nu weer die stomme fout gaat maken om op alles een antwoord te willen hebben en zal zeggen: het gaat de goede kant op, problem solved. Er is niets dat erop wijst dat we binnen vijf jaar klaar zijn. Het gaat zeker nog tien tot twintig jaar duren.

Dat herstel van vertrouwen heeft tijd nodig. Dus politici moeten durven zeggen: “We hebben een enorm probleem, het is een enorme opgave en we zijn gemotiveerd die op te lossen. Maar we weten niet hoe lang dat nog gaat duren.”’

Dossier

Aardgas in Groningen

Welke belangen spelen in de ondoorzichtige wereld van de Groningse gaswinning en de bijbehorende bevingsschade? Wat betekenen de aardbevingen voor bewoners? En wie profiteert hier eigenlijk van?

Burgerparticipatie klinkt mooi, maar hoe realistisch is dat? Het wordt vaak beloofd en als puntje bij paaltje komt heeft de burger toch niks te zeggen.

‘Er zijn talloze voorbeelden in het noorden waar dat fout is gegaan. Maar een alternatief is er niet meer. Dit is de enige weg voorwaarts. De overheid heeft een situatie gecreëerd waarin alleen nog in samenspraak een oplossing kan worden gevonden.’

Dreig je met zo’n focus op de toekomst niet die huidige complexe gevallen uit het oog te verliezen? 

‘Als ik naar de toekomst van Groningen kijk, dan gaan we een periode tegemoet, waar sommige mensen nog volop strijden met instanties om geld, genoegdoening en gelijk krijgen. Ondertussen is het zaak dat we met z’n allen constructief nadenken over hoe we de provincie in de toekomst willen inrichten. Nationaal Programma Groningen kijkt het liefst naar voren, IMG en NCG zijn bezig met het verleden en herstel. Uiteindelijk is de opgave om die dingen te integreren.’