Spaarrente naar dieptepunt: waar kunt u wel/niet heen met uw spaargeld?

  • Zullen we wedden dat het depositogarantiestelsel van 100 K geen stand houd

Nu de ECB de rente op 0 procent heeft gezet rendeert uw spaargeld niet meer. Wat te doen? Paul van Straaten van Vermogensmonitor zet enkele alternatieven op een rij. En waarschuwt voor sluwe vermogensbeheerders die op uw geld uit zijn.

De rente op spaargeld blijft maar dalen en vooruitzichten dat daar spoedig verandering in komt zijn er niet. Deze ontwikkeling maakt dat de consument zoekende is naar alternatieven. En alternatieven zijn er genoeg, zelfs meer dan ooit. Verleidingen zijn er ook meer dan ooit. Daar zitten verleidingen van betrouwbare aanbieders tussen die niet geschikt voor u zijn en er zijn verleidingen van aanbieders die u zou moeten wantrouwen. Met gezond verstand kunt u zich een hoop ellende besparen, maar wie omkijkt naar de afgelopen 15 jaar ziet voorbeelden genoeg waaruit blijkt dat het gezond verstand het dikwijls heeft laten afweten. Ik noem: aandelenlease, woekerpolis en de rentederivaten.

Sparen geeft nu onvoldoende rendement, maar er kan niet gesteld worden dat sparen niets oplevert. Spaargeld geeft u namelijk een belangrijke garantie. Een échte garantie, in de vorm van het Depositogarantiestelsel dat banktegoeden tot € 100.000 (per rekeninghouder per bank) 100 procent dekt. Niet één die door derden wordt verstrekt zoals gegarandeerde rendementen door aanbieders van recreatiewoningen (om maar iets te noemen), maar een 100 procent zekerheid.

Spaargeld geeft u één belangrijke garantie: zekerheid. Alleen de vermogensrendements-heffing kalft elk jaar iets van uw spaargeld af

Dat is een belangrijke waarde van spaargeld. De consument die zekerheid zoekt dient de dalende rente voor lief te nemen en zich te troosten met het feit dat de inflatie ook zeer laag is. Vanuit een fiscaal perspectief is er wel nog een dingetje: de vermogensrendementsheffing kalft onder de huidige omstandigheden, ieder jaar iets van uw spaargeld af. Spaarders die dat gecompenseerd willen zien, dienen dan te gaan beleggen om het geheel in stand te houden. Al is het maar met een deel van het spaargeld.

Recreatiewoning: hoe kom je ervan af?

Wanneer u op zoek gaat naar alternatieven voor het aanhouden van liquiditeiten dan gaat u op zoek naar beleggingsmogelijkheden. Al dan niet beursgenoteerd. Ik ga hier voorbij aan niet-beursgenoteerde beleggingsmogelijkheden. Ik volsta met de aanwijzing dat als u belegt in niet-beursgenoteerde waarden u vooral de verhandelbaarheid niet uit het oog mag verliezen. Vraagt u zich af hoe u te zijner tijd de belegging weer kan verkopen? Een prachtig rendement is snel vergeten wanneer de verkoop van de belegging niet of bijna niet mogelijk is.

Ik ken de voorbeelden. Vele tientallen beleggers zitten nog steeds met allerlei vastgoedbeleggingen in portefeuille die ze ook nog eens dwingt om bij de oorspronkelijke aanbieder te blijven omdat geen enkele financiële aanbieder de stukken wil overnemen. Ik mag inmiddels geen namen meer noemen en volsta met deze waarschuwing en wijs op vergelijkbare risico’s als u belegt in recreatiewoningen. Er zitten vele haken en ogen aan de verhuur en het bezit van een recreatiewoning.

Een recreatiewoning in een één-of-ander top park staat stijf van de risico’s

Toevallig weet ik dat uit eigen ervaring. Als zo’n object met een gegarandeerd rendement (tot wel 8 procent) worden aangeboden dan denk ik primair: waarom houden ze die objecten niet zelf als het zo rendabel is?  Een recreatiewoning in een één-of-ander top park staat stijf van de risico’s. Vooral als de aantrekkelijkheid mede afhankelijk is van voorzieningen als een zwembad, restaurant etc. Als de uitbater failleert, hoe gaat het dan verder? U bent gewaarschuwd als u bijvoorbeeld iets geweldigs voorbij ziet komen op Housevision of zo.

De kunst: gepaste risico’s

Ik passeer nu de recreatiewoningen, de spaarrekening en de beleggingen in incourante alternatieven en betreed nu de wereld van beleggen op de beurzen. Een speelveld waaruit ik sinds de krach van 1987 intensief betrokken ben. Als adviseur, maar ook als particuliere belegger.

Beleggen kan zeer lucratief zijn, maar ik ken als geen ander de voorbeelden van hoe het fout kan gaan. Toch is beleggen niet moeilijk. De gepaste risico’s nemen, dat is de kunst. En het beheersen van de emotie is ook een kunst. U bent niet geschikt om zelf te beleggen als een forse koersdaling u tot wanhoop brengt. Het tegenovergestelde gevoel zou u moeten bekruipen: ‘een mooie gelegenheid om bij te kopen!’ En dat kan natuurlijk alleen maar als u niet vol belegd was en nog circa 2/3 in liquiditeiten had liggen.

Partijen zonder bankvergunning kunt u goedkoop en eenvoudig aansprakelijk stellen tot claims van €100.000

Ik ben een zeer groot voorstander van 'zelf beleggen’, maar velen doen er verstandig aan om het te láten doen. U bent dan aangewezen op vermogensbeheerders. In Nederland zijn er tientallen vermogensbeheerders die het overwegen waard lijken. Er zijn grote partijen als Robeco en vele kleine met een handvol personeel.

Vanuit mijn perspectief bezien vallen de meeste partijen af vanwege de beperkte aansprakelijkheid die ze hebben wanneer het tot een geschil komt. Ik vat dit als volgt samen: partijen zonder bankvergunning kunt u goedkoop en eenvoudig aansprakelijk stellen tot claims van € 100.000. Voor banken ligt deze grens op € 250.000. Als u daar meer over wilt weten dan kunt u beginnen met het lezen van het reglement van het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening.

Er zijn ook partijen die voor u kunnen beleggen, maar van u verwachten dat u eerst een risicoprofiel kiest. Zo ook bij Robeco One. U moet dan op de stoel van de specialist gaan zitten zonder dat u de kennis en kunde hebt. Kans op een foute keus is naar mijn oordeel niet gering. Robeco (geen bankvergunning!) is wat mij betreft geen vermogensbeheerder, maar een uitbater van beleggingsfondsen. U kiest uitsluitend de verhouding tussen aandelen en obligaties en vervolgens gaat de fondsmanager aan de slag. Dat kan goed voor u zijn, maar de belangrijkste keus moet u zelf maken. Als u niet zelf gaat beleggen, laat dan ook de vraag over welk risicoprofiel bij uw past, aan derden over.

Pas op

Als beleggers zich (her)oriënteren vragen ze steevast naar de ‘beste vermogensbeheerder’. Ik vraag dan wat ze bedoelen. Dan blijkt dat de beste vermogensbeheerder die partij te zijn die het hoogste rendement haalt. Ja, dat wil iedereen en die vraag kan helaas niet beantwoord worden. Er zijn aanbieders die direct op deze vraagstelling inspelen en geweldige rendementen communiceren op hun website.

De vermogensbeheerder die het hoogste rendement heeft behaald is niet altijd geschikt voor u

Alex Vermogensbank was er zo één. Zij adverteerde tot in 2014 primair de behaalde rendementen die zij voor de verschillende risicoprofielen wist te behalen. Die rendementen leunden sterk op het succesjaar (2008) en in 2014 was het sprookje over. Nu heeft Alex feitelijk niets meer om over op te scheppen en is haar boodschap nu vooral dat zij de belegger werk uit handen neemt en dat een deel van de kosten afhankelijk is van het behaalde rendement (de prestatievergoeding). Over die prestatievergoeding lopen nu tientallen geschillen. Alex valt wat mij betreft dan ook af.

Kosten: ze laag houden is essentieel

Primair dient u de kosten in het vizier te hebben. Het laag houden van de kosten is essentieel om zicht te hebben op een enigszins marktconform rendement. Marktconform rendement? Ja, meer gaat u niet halen omdat niet te voorzien is welke vermogensbeheerder het de komende tijd beter gaat doen dan de markt. Die partijen bestaan wel, maar pas achteraf blijkt wie de gelukkige was en helaas zijn deze partijen doorgaans niet in staat om meerdere jaren achtereen een bijzondere prestatie te leveren.

U gaat dus, als het goed is, een marktconform rendement halen. De vraag is alleen met welk marktconform rendement u rekening kunt houden. Dat hangt af van uw beleggingsdoelstelling en uw beleggingshorizon. Die aspecten zijn onderdeel van het onderzoek dat een vermogensbeheerder uit hoofde van het ken-uw-client-beginsel moet uitvoeren. Als de vermogensbeheerder deze zaken negeert of niet goed voor ogen heeft, dan belandt u  – mogelijk zonder het te beseffen – in een risicocategorie die niet bij u past. Een dergelijke mismatch dient u te voorkomen door het intake-proces te (laten) bewaken.

De omvang van uw kapitaal is wat mij betreft bepalend voor de eerste selectie van een vermogensbeheerder


Als u op zoek gaat naar een passende vermogensbeheerder concludeert u hoogst waarschijnlijk dat de aanbieders moeilijk vergelijkbaar zijn. En dat is ook zo. Bovendien zijn er bijna 140 aanbieders. Maar het is onnodig om alle aanbieders in uw vergelijk om te nemen. Neem eerst een selectiecriterium dat slechts een handje vol aanbieders selecteert en kijk vervolgens naar de kosten en het aanbod. De omvang van uw kapitaal is wat mij betreft bepalend voor de eerste selectie.

Met grote bedragen (meer dan € 100.000) is het verstandiger om uw geld niet te laten beleggen door partijen die onvoldoende verhaal bieden wanneer u onverhoopt in een geschil belandt. U kunt beter procederen tegen een grote partij dan tegen een kleine partij. Die laatste biedt mogelijk weinig juridische weerstand, maar een overwinning behalen op een faillerende partij levert niets op. Dus les één: geen grote bedragen onderbrengen bij kleine partijen. Praktisch betekent dit dat u er verstandiger aan doet om alleen bij partijen met een bankvergunning te beleggen wanneer uw vermogen groter is dan € 100.000.

Meten is weten

Wie zijn huiswerk goed doet belandde tot voor kort op de vergelijkingspagina van KNAB. Daarop stond een tool die de kosten van KNAB, EVI, Alex, ING, ABN Amro de Rabobank vergelijkt. En tot mijn grote verbazing komt KNAB daar NIET als goedkoopste uit! Ik heb tot tweemaal toe navraag gedaan bij KNAB over de uitkomsten. De eerste keer werd me voorgehouden dat KNAB eerlijk en transparant wil zijn en na de tweede keer verdween de link naar de vergelijkingspagina.

KNAB adviseerde beleggers (op basis van kostenvergelijk) met een neutraal profiel die over een periode van 8 jaar met € 35.000 willen beleggen, om bij Evi te beleggen. Op de tweede plaats zou Alex komen, maar ik vermoed dat de ontwikkelaar van de tool de prestatievergoeding van Alex  (10 procent) niet mee heeft genomen. Op de derde plaats komt KNAB. Voor een vermogen van € 100.000 adviseert de bank opnieuw Evi.

Waarschuwing: prestatievergoedingen stimuleren de vermogensbeheerder tot het nemen van meer risico dan nodig

 


Wat mij betreft maakt u een keus tussen KNAB (Aegon) en Evi (Van Lanschot). KNAB is aantrekkelijk omdat zij een onderscheidend product biedt en Evi is aantrekkelijk vanwege de lage kosten (0,7 procent jaarvergoeding voor defensief profiel). KNAB biedt vermogensbeheer aan van drie verschillende beleggingsexperts die op basis van volstrekt verschillende uitgangspunten beleggen (fundamentele, technische- en kwantitatieve analyse). U kunt zo drie verschillende partijen een derde van uw vermogen laten beheren en na verloop van tijd een nadere keus maken door één of twee ‘KNAB-beheerders’ te laten vallen. KNAB en Evi rekenen geen prestatievergoeding en de behaalde rendementen lijken reëel.

Ik waarschuw u in ieder geval voor prestatievergoedingen. Ze stimuleren de vermogensbeheerder tot het nemen van meer risico dan nodig of gepast is en bovendien loopt u de kans een prestatie-vergoeding te moeten betalen terwijl de vermogensbeheerder niet van toegevoegde waarde is geweest.

Zo. U bent weer eens gewaarschuwd.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Paul van Straaten

Vermogenmonitor van Van Straaten is in Den Haag gevestigd. Van Straaten bracht voor honderden klanten zaken tot een bevredige...

Volg Paul van Straaten
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren