Het Eerste Kamer-debat over vrije artsenkeuze legde maandag en dinsdag de grote weerstand onder bloot onder het publiek tegen de inperking van artikel 13. Dat brengt sommige partijen in een lastig parket.

    De Eerste Kamer debatteerde maandag en dinsdag over belangrijke wijzigingen in de Zorgverzekeringswet, waaronder het aanpassen van Artikel 13 - waarmee de vrije artsenkeuze de facto ingeperkt wordt - en het toestaan van winstuitkering aan aandeelhouders door zorginstellingen. De discussie in de senaat maakte vooral duidelijk hoeveel weerstand er onder beroepsorganisaties, zorgverleners en patiënten bestaat tegen de plannen. Dat zorgde voor een aantal ongemakkelijke momenten. Het begon al met het aanbieden van een manifest tegen de wijziging van artikel 13 door een kleine zeventig zorgorganisaties, mede ondertekend door zeventien hoogleraren en ruim 160.000 burgers. Achter het initiatief stonden onder meer de Consumentenbond, dienstverlener in de zorg VVAA, vakbond Abvakabo/FNV, het Reumafonds en Buurtzorg, maar ook zorgverzekeraars DSW en Anno12 ondertekenden het. Toen D66-senator en Menzis-topman Roger van Boxtel onder de vertegenwoordigers van de organisaties ook collega Chris Oomen ontdekte, kon hij aldus een verslaggever van De Telegraaf zijn woede niet meer onder stoelen of banken steken. Van Boxtel liet zich volgens de krant openlijk verontwaardigd uit over de aanwezigheid van 'luis in de pels' Oomen. Pijnlijk detail: ook de brancheorganisatie GGZ Nederland - aan wiens steun minister Schippers onder andere de legitimiteit van het voorstel ontleent - ondertekende het manifest. De GGZ wordt namelijk onevenredig hard getroffen met de wetswijziging, stelt de koepelorganisatie. Daarmee werd duidelijk dat zelfs een belangrijk deel van de veldpartijen die akkoord zouden zijn met het wijzigen van artikel 13, daar nu heel anders over denken.

    Lastig parket

    Wat het debat in ieder geval duidelijk maakte is dat een aantal partijen voor een flink dilemma staan in de stemming vanwege een conflict tussen hun belofte aan de kiezer en een stem voor de wetswijzigingen. Daar hielpen verschillende senatoren hun collega's Kuiper (CU), Beuving en Postema (PvdA) met smaak aan herinneren. Kuiper manoeuvreerde zich eromheen door zich op de vlakte te houden ondanks zijn toegezegde steun, en een amendement in te dienen dat leden meer zeggenschap in de zorgverzekeraar moet geven. Beuving en Postema wrongen zich in de vreemdste bochten om de steun van de PvdA aan het wetsvoorstel in lijn te brengen met de leus 'Stop de marktwerking in de zorg' uit het verkiezingsprogramma van de partij. Senator Flierman had gedreigd de steun van zijn CDA-fractie terug te trekken. Na een opsomming van principiële en praktische bezwaren liet hij doorschemeren alsnog niet per se tegen te stemmen. Als de minister bereid zou zijn artikel 13 nog wat aan te passen , zou het CDA zelfs bereid zijn het wetsvoorstel voor winstuitkering te steunen. Die vlieger ging niet op, liet minister Edith Schippers van VWS weten.  Zij besloot onverwacht ook het voorstel tot winstuitkering aan te houden.

    Bezwaren

    De meeste bezwaren tegen het op onderdelen inperken van vrije artsenkeuze waren niet nieuw. In de kern: zorgverzekeraars krijgen flink wat meer macht in hun onderhandelingen met zorgverleners. Dat is ook precies wat het wetsvoorstel beoogd. Senatoren Ganzenvoort (GroenLinks), Slagter (SP), Frijters (PVV), Flierman (CDA) en De Lange (OSF) stelden dat we niet blij moeten zijn met die extra macht van verzekeraars; er is volgens hen weinig borging in het wetsvoorstel tegen misbruik van die macht. Omdat verzekeraars nauwelijks een reëel beeld hebben van kwaliteit van zorg, liggen prijsselectie en zogenoemde 'papieren' kwaliteit, op basis van lijstjes, op de loer. Daarnaast wordt het voor nieuwe zorgverleners lastig om toegang te krijgen tot de markt en dreigt er onder verzekerden een tweedeling tussen mensen die zich een restitutiepolis kunnen veroorloven en mensen die dat niet kunnen. Volgens voorstanders Scholten (D66), Beuvink (PvdA) en Kuipers (CU) is de macht van de zorgverzekeraar dankzij de NZa en de kritische consument goed te controleren en levert selectieve inkoop juist voordelen op. Scholten voegde nog toe: 'Vrije artsenkeuze blijft gewoon gewaarborgd. Mensen moeten daar dan wel een restitutiepolis voor afsluiten.'
    'Je kunt betogen dat het huidige artikel 13 een grotere incentive tot volumebeheersing voor de verzekerde betekent'
    Verrassend was nog wel de redenering van senator Flierman die stelde dat een gewijzigd artikel 13 juist geld zou kosten in plaats van opleveren. Zijn redenatie: de zorg die op dit moment ongecontracteerd geleverd wordt, wordt voor minimaal 20 procent door de patiënt zelf bijbetaald. Door artikel 13 te wijzigen, zal de verzekeraar voor meer zorg 100 procent moeten betalen. Er is namelijk geen reden aan te nemen dat de zorgvraag daalt. 'Zo bezien valt het met de nadelen van artikel 13 in de huidige vorm nog wel mee. Sterker nog, je kunt betogen dat de huidige tekst een grotere incentive tot volumebeheersing van de zijde van de verzekerde betekent dan de voorgestelde wijziging.'

    Concurrentievoordeel buitenlandse aanbieders

    Waar zowel voor- als tegenstanders van de wetswijziging nog vragen bij hadden, is het feit dat de wetswijziging mogelijk niet strookt met het Europese recht. De Raad van State was naar een advies gevraagd en gaf een bijzonder dubbelzinnig antwoord: de wijziging zou in strijd kunnen zijn met de Europees recht, maar het zou ook kunnen dat dit geen enkel probleem zou vormen. Dat bleef voor verschillende fracties een punt van zorg. Het probleem zit hem voor een belangrijk deel in de Europese Patiëntenrichtlijn. Daarin wordt geregeld dat EU-burgers in het buitenland terecht kunnen voor zorg en dat zorgverleners vergoed moeten kunnen worden in het land van herkomst. Met de wijziging van artikel 13 zou de situatie kunnen ontstaan dat patiënten voor een Nederlandse zorgaanbieder zonder contract geen vergoeding krijgen, maar voor een Duitse of Belgische aanbieder wel 100 procent vergoed krijgen. Dat dus een concurrentievoordeel opleveren voor buitenlandse aanbieders.

    Wat stemmen Roger, Frank, Marleen en Guusje?

    Een aantal senatoren zit persoonlijk klem tussen functies in de zorg en hun rol in de Eerste Kamer. Dat geldt niet voor Roger van Boxtel. Zowel zijn werkgever Menzis en zijn vereniging ZN als zijn partij D66 zijn allemaal fel voorstander van de wetswijziging van artikel 13. Geen belangenconflict daar dus - en het is geen mysterie wat de D66-senatoren zullen stemmen. Maar wat te denken van Frank de Grave? Als voorzitter van de Orde van Medisch Specialisten kon hij eerder al weinig bereiken om een nieuw bekostigingssysteem voor specialisten te voorkomen. Nu tekent hij als VVD-er voor de wetswijziging die zijn eigen achterban letterlijk raakt. De Grave zegt op de website van De Orde dat de verzekeraar niet op de stoel van de dokter moet gaan zitten, maar tekent als VVD'er voor juist dat wetsvoorstel waarmee de verzekeraar die macht wel krijgt. Moeilijk te verkopen. Guusje ter Horst komt ook in conflict met de vereniging waarvan ze voorzitter is geworden, de fysiotherapeutenbond KNGF. Die vereniging is - en blijft - fel tegen de wetswijziging, terwijl Ter Horst in de problemen komt met haar partij als ze tegen zou stemmen. Ter Horst maakte het zichzelf niet makkelijker door op het congres Ziel in de Zorg te verkondigen dat de Eerste Kamer 'waarschijnlijk toch wel akkoord' zou gaan met de inperking van vrije artsenkeuze. De achterban zal zich in elk geval achter de oren gekrabt hebben; Ter Horst zelf heeft immers een potentieel beslissende stem. Een woordvoerder van de KNGF vindt dat Ter Horst als voorzitter haar eigen keuzes moet kunnen maken: 'Er zit wel een spanning tussen die twee functies, maar daar gaat zij zelf over. Wij zijn wel tegen de wijziging van artikel 13, maar voor de fysiotherapie maakt het niet meer uit. We zijn immers uitgezonderd.' Marleen Barth zit in eenzelfde soort spagaat als voorzitter van de KNMP, de vereniging van apotheken. De apothekers protesteerden aanvankelijk tegen de wijziging van artikel 13, die zou onder meer in strijd zijn met het Europees recht. Inmiddels is de buit voor de apothekers binnen, volgens de KNMP. Barth was eerder voorzitter van GGZ Nederland. Edith Schippers bedankte collega Barth tijdens haar afscheid voor haar inzet en de steun voor het wijzigen van artikel 13: 'Tijdens jouw voorzitterschap – vanaf 2008 - heeft de GGZ enorme stappen gezet. Er zijn inmiddels twee akkoorden gesloten met belangrijke inhoudelijke en financiële afspraken en dit jaar is het DBC-systeem ingegaan.' Inmiddels sputtert GGZ Nederland tegen, de koepel is niet blij met het effect van de wijziging op de GGZ. De stemming over de wijzigingen in de Zorgverzekeringswet vinden volgende week dinsdag plaats. Ondanks de stelligheid waarmee onder meer verslaggevers van Trouw en De Volkskrant beweren dat de Eerste Kamer voor zal stemmen, wordt het nog een spannende week; iedere tegenstem kan beslissend zijn.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Eelke van Ark

    Gevolgd door 1079 leden

    Eelke vond vanuit de Achterhoek de weg naar Follow the Money. Ze heeft zich vastgebeten in het Nederlandse zorgstelsel.

    Volg Eelke van Ark
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    De macht van de zorgverzekeraars

    Gevolgd door 835 leden

    Meer vrijheid was misschien wel de belangrijkste belofte bij de introductie van marktwerking in de zorg. Vrijheid voor nieuwe...

    Volg dossier