In het denken van de jaren zestig en zeventig bestond er maar één bedreiging voor een open, democratische meningsvorming: censuur, het verstoppen of achterhouden van informatie. Gaandeweg kregen we door dat manipulatie en framing eenzelfde effect hebben. Maar Big Tech weigert nog steeds zich daarvan rekenschap te geven, zegt jan Kuitenbrouwer.

    ‘Het internet interpreteert censuur als schade en werkt er omheen,’ zei John Gilmore in 1993. Gilmore was medeoprichter van de Electronic Freedom Foundation, een van de eerste internet-thinktanks. Dat was het internet in de romantische visie van de pioniers: een soort natuurlijk organisme met zelfgenezende krachten. Een wond die vanzelf dichtgroeit, een inktvis die altijd weer nieuwe tentakels genereert. Bill Clinton vergeleek het internet met drilpudding: probeer daar maar eens greep op te krijgen.

    In het denken van de jaren zestig en zeventig bestond er maar één bedreiging voor een open, democratische meningsvorming: censuur. Manipulatie, een schijnbaar vrij en open debat waarvan de uitkomst ongemerkt wordt gestuurd, wordt door het internet niet als schade geïnterpreteerd, dus daar hoorde je niemand over. Wellicht dat zulke manipulatie daardoor kon floreren: we keken naar de deur, maar de dief kwam door het raam.

    Volledige vrijheid van meningsuiting is geen enkele garantie voor een transparant publiek debat, Noam Chomsky schreef het al in Manufacturing Consent (1988) en toen moest het wondermiddel voor die fabricage nog op de markt komen. Toen het internet ontstond, werd het gezien als een werkelijk democratische (‘machtsvrije’) tegenhanger van het politiek geïnfiltreerde mediasysteem, maar inmiddels steekt dat, met al z’n makkes, behoorlijk transparant af bij de nieuwe media. Zoals Chomsky liet zien manipuleren de oude media ook, met of zonder opzet, maar zij zijn in elk geval aanspreekbaar. Veel lezers van Chomskys boek zouden nooit meer met dezelfde ogen de krant lezen of naar het nieuws kijken – maar zijn ideeën werden door alle serieuze nieuwsmedia gesignaleerd en besproken, een vorm van belangeloze zelfreflectie waarvoor de nieuwe media tot nu toe geen aanleiding zagen.

    De schade die Facebook heeft berokkend aan het vertrouwen in de nieuwsmedia is enorm

    De Europese Commissie maakte vorige week bekend dat Facebook ook bij de afgelopen Europese verkiezingen weer intensief gebruikt werd door Russische actoren voor de verspreiding van desinformatie en het ontmoedigen van kiezers om naar de stembus te gaan. De schade die alleen Facebook al heeft berokkend aan het vertrouwen van het publiek in de nieuwsmedia, is enorm. Maar: met de willige medewerking van de oude media, die hun lezers achterna liepen naar het digitale pretpark. Nu die media zich beginnen te verweren, door eisen te stellen aan het gebruik van hun content, begint het bij Facebook eindelijk te dagen dat zij echt met ze moeten samenwerken. Mark Zuckerberg en Mathias Döpfner, de ceo van Axel Springer, werken inmiddels opzichtig aan een bromance. Als Mark Mathias interviewt trekt Mathias een t-shirt aan, als Mathias Mark een award geeft, draagt Mark een jasje.

    Zo groeien de digitale en de analoge wereld stukje bij beetje naar elkaar toe. Enfin, dat is míjn framing. Internet-romantici beklagen de teloorgang van het anarchisme van het oorspronkelijke internet, en de gestage opmars van het ‘Splinternet’ – een internet met regels, grenzen en hekken, al dan niet tastbaar. Want het internet mag dan een zelfregenererend weefsel zijn: dat zijn tentakels zich door niets laten tegenhouden is een mythe gebleken. Je kunt het internet prima kortwieken, temmen en dresseren, en dat gebeurt steeds vaker. Nooit eerder hebben zoveel overheden actief internettoegang gefilterd of geblokkeerd als op dit moment, claimt TechCrunch, en het eind is niet in zicht.

    Het internet ‘balkaniseert’

    De legendarische tech-tsaar die het Chinese internet in een paar jaar tijd wist af te grendelen, Lu Wei, zit een lange gevangenisstraf uit wegens verregaande zelfverrijking, maar zijn levenswerk, The Great Firewall, wordt nog dagelijks geperfectioneerd – onlangs werden weer 100 nieuwe content-categorieën in de ban gedaan. Intussen probeert Beijing haar recept voor ‘internet-soevereiniteit’ in de regio aan de man te brengen. ‘De Chinese firewall zal uiteindelijk leiden tot twee gescheiden internetten, het Westerse, gedomineerd door Amerika, en het Oosterse, gedomineerd door China,’ zegt Eric Schmidt, oud-ceo van Google. Vladimir Poetin streeft voor Rusland eveneens naar internet-soevereiniteit en voerde onlangs een nieuwe wet door die het Kremlin nog verdergaande bevoegdheden geeft om ongewenste content te blokkeren. Saoedi-Arabië, Jemen en Syrië doen aan zware politieke filtering, en ook in Cuba, Iran en Turkije wordt gepleit voor ‘informatie-souvereiniteit’.

    Ondanks hun glossy teksten over de vrijheid van meningsuiting en het verbinden van mensen, stellen de grote platforms zich in dit soort situaties pragmatisch op. Google ging aanvankelijk mee in de restricties die het in China kreeg opgelegd en pas toen het niet lukte om van die moeilijke markt een substantieel deel te veroveren, trok het zich terug met een beroep op de vrijheid van meningsuiting, mensenrechten, enzovoorts. Om vervolgens onder een andere naam (‘Dragonfly’) alsnog een gecensureerde zoekmachine op de Chinese markt te brengen. Facebook ziet er zoals bekend geen been in om de regering van Myanmar te assisteren bij het vervolgen en uitmoorden van de Rohingya-minderheid. Ook in Libië, India en de Filipijnen wordt Facebook ‘verwapend’ door ‘toetsenbordlegers’.

    De belofte van het internet wordt stukje bij beetje verder afgezwakt en bijgesteld. En dus versplintert het internet

    Maar het zijn niet alleen (semi-)dictaturen die greep willen krijgen op wat hun burgers online horen, zien en zeggen. Zuid-Korea filtert, censureert en blokkeert Noord-Koreaanse persbureaus. Na een terreuraanslag sloot de regering van Sri Lanka onlangs Facebook, YouTube en andere sociale media af. In Nieuw-Zeeland staat een man voor de rechter voor het delen van de livestream van de terrorist die in Christchurch 51 mensen doodschoot. Engeland en Australië hebben wetten aangenomen om makkelijker toegang te krijgen tot de data van internetgebruikers. De Franse overheid procedeerde tegen Google vanwege het ‘recht om vergeten te worden’, Google verloor en moet nu iedereen in de Europese Unie die daarom verzoekt digitaal uitgummen. In Latijns-Amerika is fel verzet tegen een vergelijkbare regel. Het recht van een tiener die niet achtervolgd wil worden door een stommiteit is ook het recht van een oorlogsmisdadiger om zijn sporen uit te wissen en de geschiedenis te retoucheren.

    Het internet wordt volwassen, de age of innocence is over. Steeds duidelijker tekent het karakter van dit wonderlijke nieuwe medium zich af, met al zijn deugden, verdiensten en onverwachte bijwerkingen. En stukje bij beetje wordt het getemd en zindelijk gemaakt, afgericht en opgevoed, aan de ketting gelegd en, zo nodig, gemuilkorfd. De belofte van het internet wordt stukje bij beetje verder afgezwakt en bijgesteld. En dus versplintert het internet. Van één allesomvattend netwerk naar een geschakeerde verzameling, van open en democratisch tot duister en autoritair.

    Vorig jaar bond de Europese Unie de strijd aan met ‘desinformatie’ en lanceerde het platform EUvsDisinfo.eu, dat overduidelijk een Brusselse propaganda-outlet was en met onafhankelijke publieksvoorlichting weinig te maken had.

    Het censuur-averse karakter van het internet is voor ondemocratische regimes een reden om het aan banden te leggen, terwijl datzelfde karakter in democratische landen een vals gevoel van veiligheid creëerde en als afleiding diende voor de stille, onzichtbare vormen van manipulatie die Big Tech intussen ontwikkelde, en die door allerlei mogendheden dankbaar worden benut.

    Maar de reactie is in beide gevallen min of meer hetzelfde: beheersing, controle. Ondemocratische regimes doen dat in het belang van de staat, dat is geen mysterie, maar welk belang dienen zulke maatregelen in democratische landen precies? Die van de burger? De consument? Of misschien óók die van de staat? In dat geval raken wij met de gewestelijke indeling van het internet alleen maar verder van huis.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jan Kuitenbrouwer

    Gevolgd door 407 leden

    Journalist, schrijver en presentator. Auteur van het boek 'Datadictatuur, hoe de mens het internet de baas blijft'.

    Volg Jan Kuitenbrouwer
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Datadictatuur

    Gevolgd door 800 leden

    2018 was het jaar van de Grote Internet Ontnuchtering. Voor het eerst zagen we de techindustrie met haar datahonger als een G...

    Volg dossier