Beeld door Casual Workers Advice Office

Staking bij Heineken in Zuid-Afrika tegen ‘goedkope zwarte arbeid’

    Heineken groeit razendsnel in Zuid-Afrika, maar op personeel wordt juist zoveel mogelijk bespaard. Honderden ontevreden medewerkers zijn gisteren in staking gegaan. Heineken claimt geen idee te hebben hoe het er in de eigen brouwerij aan toe gaat.

    Om vier uur uur ’s ochtends ging de wekker bij Martha Xakaza (53) en maakte ze zich klaar om drie gedeelde taxi’s te nemen. Van haar township nabij Johannesburg reisde ze iedere ochtend naar de Zuid-Afrikaanse Heineken-brouwerij, ruim vijftig kilometer verderop. Daar werkte de alleenstaande moeder sinds 2011 als sorteerder: ze moest ervoor zorgen dat elke krat uitsluitend de flessen van het bijbehorende merk bevatte (Heineken produceert in Zuid-Afrika ook de merken Amstel en Windhoek Lager).

    Een dagshift begon om zes uur, twaalf uur later was ze klaar en dan kwam ze zo tegen acht uur ’s avonds thuis. Bij een nachtdienst schoof het hele schema twaalf uur op: ‘Zodra ik thuis kwam, wilde ik eigenlijk alleen maar slapen,’ zegt ze.

    Ruim zes jaar lang heeft Xakaza dit werk gedaan voor de Nederlandse bierbrouwer, maar formeel had ze vier verschillende werkgevers, met steeds nieuwe tussenkantoren. Haar loon daalde in die jaren van omgerekend ruim 500 euro naar 350 euro per maand, waarvan ze 50 euro kwijt was aan vervoerskosten om op haar werk te komen.

    In februari dit jaar moest ze voor een interne disciplinaire commissie verschijnen. Ze had de krant Mail & Guardian verteld over de zware werkomstandigheden bij Heineken; dat stelden haar bazen niet op prijs. Eerst werd ze bedreigd: zoiets moest ze niet nogmaals in haar hoofd halen. Vervolgens kreeg ze de beschuldiging collega’s op te ruien en kon ze haar biezen pakken, met een vertrekpremie van iets meer dan honderd euro.

    Medewerkers werden ontslagen, waarna ze voor de helft van hun oude salaris door mochten

    Heineken zegt in een reactie niets over haar geval te kunnen melden, omdat ze niet in vaste dienst was. Ook haar werkgever, het tussenkantoor Imperial Logistics, weigert commentaar.

    Uitbesteding en oproepkrachten

    Het gaat de bierbrouwer voor de wind in Zuid-Afrika. In 2009, een jaar voordat het land het WK voetbal organiseerde, bouwde de huidige nummer twee op de mondiale biermarkt een eigen brouwerij ten zuiden van Johannesburg, waarmee de Nederlanders het oppermachtige South African Breweries (SAB) op de thuismarkt uitdaagden. SAB is onderdeel van AB Inbev, de grootste brouwer ter wereld. In het hol van de leeuw kenden de Nederlanders een stroeve start, maar inmiddels is Zuid-Afrika na Nigeria de belangrijkste Afrikaanse markt van Heineken. En het einde van de groei is nog niet in zicht.

    Om optimaal op kosten te besparen, heeft Heineken ook hier de trend omarmd zoveel mogelijk banen uit te besteden en een beroep te doen op uitzendkrachten. In sommige gevallen zijn directe medewerkers ontslagen, waarna ze voor de helft van hun oude salaris door mochten, maar dan wel in dienst van een onderaannemer.

    Voor een groep van ruim 300 ‘uitbestede’ medewerkers was de maat deze week vol. Ze legden dinsdagochtend het werk neer, tot ontsteltenis van hun werkgever Imperial Logistics. Volgens de advocaat van de stakers kreeg dat bedrijf het voor elkaar de staking diezelfde middag nog te verbieden, onder meer door nieuwe informatie aan te brengen bij de arbeidsrechter.

    ‘Het laat zien dat het steeds moeilijker is om beschermd te staken in Zuid-Afrika,’ zegt Ronald Wesso van de Casual Workers Advice Office (CWAO), die de stakers bijstaat. De groep had de staking al weken geleden aangevraagd en loopt zonder bescherming het risico ontslagen te worden. Heineken en Imperial Logistics weigeren inhoudelijk te reageren op de vraag waarom ze de staking aanvechten.

    Heineken-medewerkers krijgen deels uitbetaald in kratten bier

    De staking volgt op een zaak die een groep van bijna 300 medewerkers eind vorig jaar aanspande bij de Commission for Conciliation, Mediation and Arbitration (CCMA), een tribunaal voor arbeidsgeschillen. Zij vinden dat Heineken zich niet houdt aan de wet die stelt dat oproepkrachten onder dezelfde omstandigheden moeten werken als permanente medewerkers, en recht hebben op een vast contract na drie maanden uitzendwerk.

    Ook wijzen ze op een artikel in de wet dat voorschrijft dat werknemers die voor een onderaannemer (in dit geval Imperial Logistics) hetzelfde werk verrichten als werknemers in vaste dienst (bij Heineken) en onder leiding staan van managers van het hoofdbedrijf (Heineken), recht hebben op dezelfde arbeidsvoorwaarden. Met andere woorden: de Nederlandse multinational zou ze (terug) in vaste dienst moeten nemen. Een uitspraak in die zaak wordt later deze maand verwacht.

    ‘Verklein je aansprakelijkheid’

    De arbeidssituatie in de Heineken-brouwerij is complex, om een understatement te gebruiken. Je hebt een kleine 400 vaste medewerkers met een contract bij Heineken South Africa. Zij worden redelijk betaald en hebben doorgaans goede secundaire arbeidsvoorwaarden.

    Opmerkelijk is wel dat ze deels krijgen uitbetaald in kratten bier, wat in Zuid-Afrika pijnlijke historische associaties oproept: blanke wijnboeren betaalden hun zwarte personeel lange tijd ook grotendeels uit in ‘doppen’ (bekertjes goedkope wijn). Niet alleen was dat voordelig voor de boer, het leidde ook tot verslaving en afhankelijkheid van landarbeiders. Dit stond bekend als het ‘dopsysteem’. Volgens Heineken gaat het om een bijkomend voordeel, geen onderdeel van het salaris, en krijgen medewerkers in Nederland ook coupons voor gratis bier.

    Daarnaast heb je ook zo’n 400 medewerkers die in dienst bij Imperial vaak dezelfde taken verrichten als het Heineken-personeel. En je hebt dagloners, die onder meer werken voor LSC Masakhe, dat weer een dochter is van Imperial Logistics. ‘Verklein je aansprakelijkheid door je personeel uit te besteden,’ prijst LSC Masakhe zichzelf aan. En: ‘Uitbesteding betekende lange tijd een team op een andere locatie, maar nu kun je werken met je een eigen uitbestede personeel.’ Dat leidt volgens het bedrijf tot veel lagere kosten en een hoge mate van flexibiliteit.

    Tot voor kort werkte Heineken ook met CJK, dat weer een dochter was van LSC Masakhe. Daar kregen dagloners niet per uur betaald, maar voor verrichte arbeid. Het kwam voor dat ze werden opgeroepen, maar dat er nauwelijks werk was, waarna ze met 24 rand (1,50 euro) weer naar huis konden. Trek daar de transportkosten vanaf, en je hebt dagloners die moesten toeleggen op hun werk voor Heineken.

    ‘Het is nog steeds een extreme vorm van uitbuiting’

    Bovendien was de rekrutering bij CJK omstreden te noemen. Mannen dienden volgens Meme Makhaula van CWAO hun teamleider 700 rand (40 euro) te betalen en vrouwen moesten met hem naar bed. ‘Meer dan twintig vrouwen hebben me dit bevestigd,’ zegt ze. Volgens haar speelt dit probleem ook elders bij Heineken in Zuid-Afrika. Heineken zegt de zaak niet te kennen en belooft het uit te zoeken.

    Het contract met CJK heeft Heineken eerder dit jaar na de klacht bij de CCMA al opgezegd, maar daarmee is er volgens de stakers nog geen einde gekomen aan onbetaald werk. Het komt volgens hen nog steeds voor dat dagloners naar de brouwerij worden geroepen en er geen werk blijkt te zijn. Ze kunnen dan uren onbetaald wachten totdat er wel werk is. Heineken zegt in een reactie dat het niet in staat is dit te verifiëren. Het bedrijf zegt evenmin te weten hoeveel uitbestede banen er precies zijn op brouwerij en hoeveel oproepkrachten worden ingezet.

    Voortzetting apartheid

    ‘Misschien is dat ook wel echt zo,’ zegt Wesso. ‘Het uitbesteden is een strategie om bewust onduidelijkheid te creëren. Heineken richt het op zo’n manier in dat het bedrijf zelf niet alles weet en niet verantwoordelijk kan worden gehouden.’

    Voor Martha Xakaza is het beleid van Heineken en Imperial Logistics een voortzetting van apartheid. ‘Het is nog steeds een extreme vorm van uitbuiting, met het verschil dat je nu vaak zwarte directeuren boven je hebt. Maar de enorme verschillen in inkomsten en leefomstandigheden zijn onveranderd en de winst vloeit weg, overzee.’

    Uit statistieken blijkt inderdaad dat Zuid-Afrika tot de landen met de grootste inkomensongelijkheid ter wereld hoort en dat de verschillen sinds het einde van de apartheid in 1994 verder zijn toegenomen. ‘Verschillende landen ontwikkelen zich op verschillende manieren,’ zegt Wesso. ‘In Zuid-Afrika heeft de winstgevendheid van het bedrijfsleven altijd samengehangen met goedkope arbeid – om historische redenen was dat cheap black labour. Ik had een verbetering verwacht na 1994, maar die is er op dit vlak niet gekomen. Zuid-Afrika kan blijkbaar alleen draaien op dit model. Constructies zoals bij Heineken zijn een voortzetting van cheap black labour en van apartheid.’

    HEINEKEN ONDER APARTHEID

    Heineken was ook tijdens de apartheid (1948-1990) actief in Zuid-Afrika. Het bedrijf kwam voor het eerst in 1963, samen met de Britse partner Whitbread. Het was kort na een eerste oproep van de Verenigde Naties tot een handelsboycot en Heineken besefte volgens de eigen archieven dat het om een omstreden investering ging, ‘gezien de reputatie welke dit land internationaal op het ogenblik geniet in verband met rassendiscriminatie.’

    Heineken stemde de bouw van de brouwerij volledig af op de richtlijnen van apartheid. Er kwamen gescheiden kantines, medische hulpposten en kleedkamers. De wc-blokken werden in drieën gesplitst: blanke mannen, blanke vrouwen en zwarten. Blanken verdienden veel meer dan zwarten; ‘Voorzichtig zijn niet te handelen in strijd met letter en/of geest apartheid!’ benadrukte de directie in 1965.

    Het werd geen commercieel succes en Heineken droop uiteindelijk af, maar toch bleef de brouwer zakendoen in Zuid-Afrika, doordat South African Breweries (SAB) het merk Amstel, in het bezit van Heineken, onder licentie bleef produceren. Zo droeg Heineken alsnog bij aan de fiscale inkomsten en – volgens critici – de internationale acceptatie van het regime. Met opzet noemden de Nederlanders de licentie niet in jaarverslagen, om er zo min mogelijk aandacht op te vestigen.

    Voor de Wereldraad van Kerken was het aanleiding Heineken op een zwarte lijst te plaatsen en vakcentrale FNV stootte beleggingen in het concern af. In 1987 gaf Heineken zich bijna gewonnen: het bedrijf overwoog de licentie op te zeggen of de inkomsten voortaan over te maken aan een goed doel. Maar uiteindelijk achtte Heineken het toch een verantwoord risico bij SAB te blijven brouwen.

    Lees verder Inklappen

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Olivier van Beemen

    Gevolgd door 173 leden

    Olivier van Beemen was correspondent in Frankrijk en deed de afgelopen jaren onderzoek naar Heineken in Afrika.

    Volg Olivier van Beemen
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren