© Olivier Heiligers

Geen doel behaald, toch vindt de minister de STAP-regeling een ‘groot succes’

Minister Karien van Gennip was er als de kippen bij om de STAP-regeling tot ‘een groter succes dan gedacht’ te bombarderen. Data in handen van Follow the Money laten zien dat STAP geen enkel doel behaalt.

Minister Karien van Gennip (CDA) van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) was zeker van haar zaak. Al na de eerste aanvraagronde in maart 2022 noemde ze STAP, de regeling die bijscholing beschikbaar moest maken voor werkenden van alle leeftijden en opleidingsniveaus, ‘een groter succes dan ikzelf had gedacht’. 

De vraag is over welk succes de minister het heeft. Uit onderzoek van Follow the Money blijkt dat de STAP-regeling nauwelijks doet wat zij belooft. Volgens Van Gennip bereikte het programma STimulering Arbeidsmarkt Positie veel meer mensen met een lager opleidingsniveau. 

In de eerste aanvraagronde had in totaal ruim de helft van de aanvragers maximaal een mbo-opleiding, tegenover slechts 35 procent bij de voorganger van STAP. Daarmee diende de regeling een ‘overkoepelend collectief belang’, zei de minister, waar de hele samenleving baat bij heeft. 

Fiscale aftrek was te moeilijk

De fiscale aftrek voor scholingsuitgaven, de voorganger van de STAP-regeling, werd relatief veel gebruikt door jongeren, hoogopgeleiden en personen met hogere inkomens. 

Gebruikers konden de helft van de kosten voor de aanschaf van boeken en collegegeld van de belasting aftrekken. Slechts 1,7 procent van de mensen uit de laagste inkomensgroep gebruikte in 2013 deze aftrekpost, zag het CPB in een evaluatie in 2016. Voor de hoogste inkomens lag dat percentage op 3,6 procent. 

Het kabinet-Rutte III wilde dit veranderen. In het regeerakkoord van 2017 stond dat de fiscale aftrekpost moest worden vervangen om meer werkenden aan bijscholing te helpen, ‘in het bijzonder een aantal specifieke groepen, waaronder lager opgeleiden en ouderen’. 

Om STAP toegankelijker te maken, hoeven cursisten het bijscholingsbedrag niet voor te schieten, iets dat hoogopgeleiden makkelijker afgaat dan laagopgeleiden. Bij STAP krijgt de opleider het bedrag rechtstreeks op de rekening. Bovendien is STAP aanvragen eenvoudiger, waarmee de regeling geschikter is voor ‘minder digivaardige burgers’. 

Lees verder Inklappen

Maar het idee dat STAP beter zou zijn in het bereiken van laagopgeleiden, klopt helemaal niet. In de data waarop het ministerie deze uitspraak baseert, zit een flink gat. In een evaluatie van de fiscale voorganger, uitgevoerd door het Centraal Planbureau (CPB), is het opleidingsniveau van een grote groep cursisten onbekend

In werkelijkheid bestaat deze groep ‘vooral uit lager en middelhoog opgeleiden’, erkent het CPB nu. Volgens een ingewijde bestaat ‘het overgrote deel’, ten minste 80 procent, uit laagopgeleiden.

Rekening houdend met die nuance bereikte de fiscale voorganger van STAP in totaal 47,5 procent hoogopgeleiden, tegenover 48,3 procent bij STAP. Méér hoogopgeleiden dus, in plaats van minder. 

Bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) komt men, de categorie 'opleiding onbekend’ buiten beschouwing gelaten, uit op een aandeel van 55 procent. Het ministerie erkent daarbij dat hoogopgeleiden oververtegenwoordigd zijn, maar zegt dit niet te hebben meegewogen. ‘Jullie duiding van de verhouding tussen laag- en hoogopgeleiden is niet formeel door het CPB vastgesteld. Zodoende kan SZW hier niet op ingaan.’

De oververtegenwoordiging van hoogopgeleiden is niet het enige manco van de regeling die meer mensen van alle leeftijden, achtergronden en opleidingsniveaus moest bereiken. Het werden er niet meer, maar juist 133.350 minder. Bereikte STAPs voorganger in 2020 een kleine 348 duizend personen, vorig jaar regelden 214.650 mensen via STAP een opleiding of cursus. 

Wel lijkt de gemiddelde leeftijd van gebruikers op het eerste gezicht flink te zijn toegenomen: die ging van 31,4 jaar voor de scholingsaftrek in 2013 naar 38,3 jaar bij STAP het afgelopen jaar. 

Houdt dat in dat de cursisten ouder zijn? Niet per se. In 2013 trekken veel studenten hun studiekosten af van de inkomstenbelasting. In 2015 worden de regels strenger: ontvang je studiefinanciering, dan mag dat niet langer. Zonder studenten komt de gemiddelde leeftijd voor de scholingsaftrek in 2013 uit op 38,3 jaar volgens het CPB, gelijk aan dat van STAP afgelopen jaar.

Niet zorgwekkend, maar ‘inspirerend’

Sectoren die met grote personeelstekorten kampen, schieten bovendien weinig op met STAP, zo bleek al vanaf het begin. Uit een evaluatie van de eerste aanmeldronde bleek dat een op de vijf cursisten met bijscholing uit de STAP-regeling op dat moment werkzaam was in de zorg: een sector die dringend mensen nodig heeft. 

Geen probleem, aldus Van Gennip. De minister noemde dat cijfer niet zorgwekkend maar ‘inspirerend’. De subsidie was ‘echt gericht op de werknemer’, het was geen ‘instrument om de krapte op de arbeidsmarkt op te lossen’. 

Pretcursussen

Nog geen jaar na de lancering van STAP staat het programma on hold. Het januari-tijdvak is overgeslagen, en het ministerie doet onderzoek naar mogelijk misbruik bij duizenden opleidingen. 

In de media ontstond al gauw na de de aftrap van de nieuwe regeling onrust. 

‘Een cursus Photoshop op kosten van de overheid: is dat de scholing die de arbeidsmarkt nodig heeft?’ kopte Trouw in maart 2022. Dat cursisten de subsidie van maximaal 1000 euro naar eigen inzicht mogen uitgeven, zou het aanbod aan pretcursussen in de hand werken. 

Ruim een half jaar later berichtte RTL Nieuws dat cursisten met STAP-geld een tweedaagse zoektocht naar zichzelf in Amsterdam, Parijs of Antwerpen bekostigden, als ook cursussen ‘manifesteren’ en dropshipping. 

Vele reportages, nieuwsberichten en Kamervragen later besloot het ministerie van SZW een streep door het aanvraagtijdvak van januari 2023 te zetten: eerst moet uitgezocht worden welke opleiders misbruik maken van het STAP-budget. Er loopt een onderzoek naar 3500 opleidingen bij in totaal 200 opleiders. 

Follow the Money besloot toen met de Wet open overheid (Woo) informatie op te vragen over alle STAP-aanvragen in 2022. Een klein aantal opleiders had flink gecasht: 58 procent van het hele budget, 105 miljoen euro, kwam bij de twintig grootste aanbieders terecht. 

Dat waren flinke bedragen. De cursus met de meeste omzet, ‘technische analyse’ van zelfbenoemd ‘Misss Bitcoin’ Madelon Vos leverde haar ruim 2 miljoen euro op. 

Over het misbruik zegt SZW bij navraag: ‘Het kabinet heeft besloten om het aanvraagtijdvak voor het STAP-budget van januari 2023 over te slaan om te voorkomen dat scholing, die niet aan de voorwaarden van STAP voldoet, gevolgd en gesubsidieerd wordt. Ook is er tijd nodig om maatregelen gericht op het terugdringen van misbruik en oneigenlijk gebruik te implementeren.’ 

Lees verder Inklappen

In latere rondes veranderde dat beeld niet: in totaal steeg het aantal zorgmedewerkers dat STAP aanvroeg naar bijna een kwart, 7 procent werkte in het onderwijs. Tot de meest voorkomende beroepen van de aanvragers behoorden zowel verpleger als docent. 

Andersom gebruikte maar een handjevol cursisten STAP om zich te laten omscholen tot een beroep waar veel vraag naar is. Zorg staat op de 21ste plek, onderwijs haalde de top 30 niet eens. Populairder waren opleidingen tot coach (tweede plek), persoonlijke effectiviteit (vierde plek) en uiterlijke verzorging (vijfde plek). 

‘Een cursus job happiness is leuk, maar als maatschappij staan we er niet om te trappelen’

Bijzonder hoogleraar arbeidsmarkt, pensioenen en belasting Bastiaan Starink (Universiteit van Tilburg) vindt het onbegrijpelijk dat het STAP-budget niet gericht is op de kraptes van de markt. ‘De regeling was bedoeld om mensen een betere kans te geven op de arbeidsmarkt. Dan moet je wel zorgen dat je mensen omschoolt naar een beroep waar werk in te vinden is. Een cursus job happiness is leuk, maar als maatschappij staan we er niet om te trappelen.’ 

Voor Tweede Kamerlid Laurens Dassen (VOLT) was dat reden een motie in te dienen om het structurele arbeidstekort in maatschappelijk cruciale beroepen, zoals de techniek en ICT-sector, aan te pakken met STAP. Die motie werd met 122 stemmen aangenomen. 

Meer controle, minder scholingsgeld

STAP werd niet aangekondigd als bezuiniging, maar kreeg toch minder geld dan zijn voorganger. Kostte de fiscale scholingsaftrek in 2021 zo’n 252 miljoen euro, voor de STAP-subsidies kwam een jaar later 180,4 miljoen euro beschikbaar. 

Bovenop deze bedragen komen nog de uitvoeringskosten, die onder de nieuwe regeling veel hoger uitvallen: STAP kost 20 miljoen euro per jaar, de fiscale scholingskorting kostte jaarlijks 1 miljoen euro. 

De Belastingdienst deed dit zoveel goedkoper omdat ze veel minder controle- en uitvoeringstaken hadden. Om informatie over betaalde schoolkosten met de hand te controleren, wat beperkt gebeurde, waren acht medewerkers voltijds bezig. 

Bij STAP is het UWV belast met een veel uitgebreider takenpakket: het hele proces van aanvragen, toekennen en betalen ligt bij de uitvoeringsinstantie. Signalen van oneigenlijk gebruik of fraude geeft de dienst ook door aan het ministerie van SZW. 

Het UWV laat weten dat de uitvoeringskosten waarschijnlijk lager uitvallen dan eerder geraamd. 

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: ‘Er komt een extra potje voor laagopgeleiden’

SZW laat weten STAP ‘breed te hebben opgezet’, zodat iedereen met een band tot de Nederlandse arbeidsmarkt er gebruik van kan maken. 

Komende jaren wil het ministerie STAP die toegankelijkheid verder uitbreiden. Daarbij komt een extra potje voor laagopgeleiden: ‘Streven is om vanaf medio dit jaar de komende vier jaar 125 miljoen aan STAP toe te voegen voor de scholing van burgers met een opleiding op maximaal mbo-4.’ 

Om het bereik te vergroten, zullen bovendien in 2023 ‘kleine pilots’ worden ingezet, aldus het ministerie. ‘Voor STAP geldt specifiek dat UWV ondersteuning biedt voor mensen die minder digivaardig zijn en hiervoor een aparte procedure beschikbaar is.’ 

In het eerste kwartaal van 2023 wordt de Kamer geïnformeerd over de mogelijkheden om STAP gerichter in te zetten op krimpsectoren, ‘zoals onderwijs, zorg, kinderopvang, ICT en techniek. Zoals de motie-Dassen van ons verzoekt,’ aldus de woordvoerder. 

Verder bereikt STAP een brede groep, aldus het ministerie. ‘Bijna de helft heeft een potentieel kwetsbare positie, 20 procent heeft een tijdelijk contract, 15 procent is zzp’er, 12 procent is werkzoekend of werkloos.’ 

Lees verder Inklappen