Woningmarkt

In de afgelopen jaren kwam bij verschillende woningcorporaties het ene schandaal na het andere naar boven. Het bekendste geval is Vestia, dat door gerommel met derivaten voor bijna 2 miljard euro moest afboeken. De overige corporaties draaiden op voor de schade en berekenden de kosten door aan de huurders. Ook het Rotterdamse Woonbron en het Amsterdamse Rochdale kwamen in het nieuws door schandalen omtrent risicovolle investeringen en graaiende bestuurders. Peter Hendriks volgt het dossier en doet op FTM regelmatig verslag van de ontwikkelingen in deze sector.

170 Artikelen

Statushouders maken Bloks dogma van kleinere corporatiesector onhoudbaar

3 Connecties

Onderwerpen

Stef Blok statushouders

Werkvelden

Woningmarkt
13 Bijdragen

Minister Blok vindt dat de corporatiesector groot genoeg is en zelfs mag krimpen. Sinds zijn aantreden is er echter het nodige veranderd. De uitgangspunten van de minister zijn inmiddels achterhaald door de vluchtelingenstroom en de geleidelijke verarming van de Nederlanders.

Het wil maar niet lukken met de huisvesting van statushouders. In de vier maanden tot en met april 2016 zijn er volgens de officiële cijfers 11.079 mensen uit die groep gehuisvest. Dat betekent dat er in de maanden mei en juni flink aan getrokken moet worden om alsnog de halfjaardoelstelling van 20.000 te halen, plus de opgelopen achterstand van 3400.

Prioriteit

Op zich moet het mogelijk zijn om 23.000 statushouders te huisvesten. In de gereguleerde sector, corporaties en particuliere verhuurders samen, bedraagt de mutatiegraad ongeveer 8 procent. Bij 2,5 miljoen woningen zijn dat 200.000 woningen die per jaar vrijkomen. Blijkbaar geven de gemeenten statushouders bij toewijzing van woningen geen absolute prioriteit. Dat is ook lastig, omdat er veel mensen zijn die al jaren op de wachtlijst staan. Het heeft iets onrechtvaardigs om iedere nieuwkomer meteen een woning aan te bieden en de reguliere woningzoekenden nog maar even in de wacht te zetten. De gemeenten zoeken duidelijk naar een evenwicht bij het verdelen van woonruimte.

Blijkbaar geven de gemeenten statushouders bij toewijzing van woningen geen absolute prioriteit

Er speelt echter meer. Het Platform Opnieuw Thuis, een landelijke organisatie die actief is bij het huisvesten van statushouders, heeft sterk het gevoel dat veel gemeenten liever zo min mogelijk alleenstaanden huisvesten. Ze lijken vaak te wachten met het toewijzen van een woning tot na de gezinshereniging die door veel statushouders wordt beoogd. Het gevolg is dat een groot aantal van deze mensen nog steeds in AZC’s zit. Begin mei waren het er 16.000.

Vluchtelingen ontmoedigen

Een andere remmende factor op de huisvesting van statushouders, is dat de VVD-achterban van minister Stef Blok van Wonen en Rijksdienst over het algemeen vindt dat we alles moeten doen om vluchtelingen te ontmoedigen naar Nederland te komen. De VVD beweert dat het vooruitzicht op een woning een aanzuigend effect heeft op vluchtelingen. Blok weet dat kiezers die zo denken, gemakkelijk overstappen naar de PVV. De minister wil dus liever niet overkomen als de man die ruimhartig woningen toewijst aan statushouders.

Hoe het ook exact zit, feit blijft dat de doorstroming vanuit de AZC’s stagneert. Dat is een probleem. Het is van groot belang dat AZC’s plaatsen vrij hebben voor nieuwe vluchtelingen, en dus moet er linksom of rechtsom meer doorstroming komen. Er zijn daarom twee regelingen bedacht om de druk op de AZC’s te verlichten.

Ten eerste is er de subsidie huisvesting vergunninghouders, een potje met 90 miljoen euro. Sinds 1 februari kunnen woningcorporaties geld uit dat potje aanvragen. Die subsidie wordt verstrekt door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Een merkwaardig loket voor dit soort projecten, maar blijkbaar wordt het in technisch opzicht gezien als een stimuleringsmaatregel voor de bouwsector.

De subsidie geldt alleen voor nieuwbouw en transformatie van panden die voorheen niet voor huisvesting werden gebruikt, zoals kantoren. Het gaat om woonvoorzieningen die minimaal huisvesting bieden aan vier meerderjarige vergunninghouders. De maandhuur per vergunninghouder mag maximaal 145 euro bedragen.

Vakantiewoningen

Een tweede initiatief is het Gemeentelijk Versnellingsarrangement (GVA). Dit arrangement maakt het mogelijk om vakantiewoningen, pensions en hotels in te zetten bij de huisvesting van vergunninghouders. De GVA vloeit voort uit overleg tussen het Kabinet en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Het arrangement loopt tot 1 januari 2017 en de doelstelling is om 10.000 vergunninghouders te plaatsen.

Vroeg of laat ontkom je er niet aan om permanente huisvesting voor statushouders te regelen

Initiatieven genoeg, zou je zeggen, en iedereen lijkt bereid de schouders eronder te zetten. In werkelijkheid zijn de genoemde initiatieven lapmiddelen. De echte oplossing is het bouwen van meer sociale huurwoningen. In 2016 zullen er 46.000 statushouders moeten worden gehuisvest. Een deel kun je natuurlijk best een tijdje plaatsen in vakantiewoningen, of in uit de grond gestampte huisvesting waarin de statushouder één kamer heeft. Vroeg of laat ontkom je er echter niet aan om permanente huisvesting voor statushouders te regelen. Ze gaan echt niet volgend jaar met z’n allen terug naar Syrië, en er zal na verloop van tijd op grote schaal gezinshereniging plaatsvinden.

Wachtperiodes

De wachtperiodes voor sociale woningen zijn sinds jaar en dag in grote delen van het land extreem lang. Volgens Minister Stef Blok van Wonen en Rijksdienst is het probleem niet dat er te weinig sociale huurwoningen zijn, maar eerder dat een aanzienlijk deel ervan wordt bewoond door de verkeerde inkomensgroepen. Hij streeft naar doorstroming en is ervan overtuigd dat 2,5 miljoen gereguleerde huurwoningen meer dan voldoende zijn.

Het ideaal van de minister is zelfs om de corporatiesector, die het overgrote deel van de sociale huurwoningen in bezit heeft, te laten krimpen. Onlangs heeft hij weer herhaald dat het bijbouwen van sociale woningen misschien in bepaalde gebieden een goed idee is, maar per saldo is er volgens de minister geen behoefte aan meer sociale woningen. De golf statushouders heeft niet geleid tot een herijking van zijn visie.

Verslaving

Daar stuiten we op een groot probleem. Als liberaal heeft de minister niet erg veel op met semi-publieke organisaties als woningcorporaties. Liberalen hebben een onwrikbaar vertrouwen in de markt. Of het nu de publieke omroep of de corporatiesetor is, het recept is steeds hetzelfde: kleiner maken en marktpartijen de ruimte geven. In Bloks wereldbeeld zijn marktpartijen altijd te verkiezen boven een hybride vorm tussen markt en overheid in.

In Bloks wereldbeeld zijn marktpartijen altijd te verkiezen boven een hybride vorm tussen markt en overheid in

Misschien kan in een anders ingerichte woningmarkt, de markt inderdaad veel meer woningen met een lage huur aanbieden. Kijk naar Vlaanderen, waar maar 6 procent van de totale woningmarkt in handen is van huisvestingsmaatschappijen, de tegenhangers van onze corporaties. De Nederlandse woningmarkt heeft zich sinds het eind van de Tweede Wereldoorlog echter totaal anders ontwikkeld dan de Vlaamse. Zeker op het moment lijkt het onrealistisch om pogingen te doen, het land te laten afkicken van zijn verslaving aan woningcorporaties. We zitten immers in een fase met een verarmende bevolking, peperdure grond, stijgende prijzen van koopwoningen en een grote groep statushouders die moet worden gehuisvest.

Verarming

Hugo Priemus, emeritus hoogleraar volkshuisvesting, vindt dat de redenering over de woningmarkt van de minister geen hout snijdt. ‘Uit het WoON-onderzoek 2015 blijkt dat 40 procent van de Nederlandse gezinnen een jaarinkomen heeft van minder dan 35.000 euro. Dan heb je het over de doelgroep voor sociale huisvesting. Als je het particuliere gereguleerde bezit en het sociale corporatiebezit optelt, kom je aan 35 procent. Zelfs zonder die zogeheten scheefwoners kun je dus onmogelijk stellen dat er te veel sociale woningen zijn in Nederland. Die 40 procent stijgt bovendien met stip. Nog steeds gaat de verarming door en er blijven voortdurend statushouders bijkomen.’

De analyse van Blok dat de Nederlandse woningmarkt een corporatiewaterhoofd heeft, valt theoretisch te verdedigen. De werkelijk is echter dat er op het moment een schrijnend tekort is aan betaalbare huurwoningen. De markt gaat dat probleem niet oplossen voor de minister. De enige effectieve aanpak lijkt de verhuurdersheffing afschaffen, of desnoods halveren. Dat zou de corporaties weer investeringsruimte geven. Zolang de corporaties qua prijs en kwaliteit onder de aftoppingsgrens bouwen, is er geen enkel risico dat marktpartijen oneerlijke concurrentie wordt aangedaan. De bouwsector zou er bovendien volop van profiteren.

‘Zelfs zonder de zogeheten scheefwoners kun je onmogelijk stellen dat er te veel sociale woningen zijn in Nederland’

Dogmatisch

De minister houdt vooralsnog dogmatisch vast aan zijn ingezette koers, terwijl de nieuwe werkelijkheid juist vraagt om het verzetten van de bakens. Blok heeft zich de afgelopen jaren een doortastende bestuurder betoond en daar was na jaren van slap woningmarktbeleid behoefte aan. Zijn doctrine is echter zo rigide, dat hij er op het moment meer problemen mee veroorzaakt dan oplost. Je kunt niet volhouden dat de patiënt er best goed voor staat als hij al tijden met hoge koorts te bed ligt.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Peter Hendriks
Peter Hendriks
Redacteur Woningmarkt. Signaleert en analyseert problemen waarmee Nederlanders op zoek naar woonruimte worden geconfronteerd.
Gevolgd door 1451 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren