Stef Blok draait door

2 Connecties

Onderwerpen

Stef Blok Buitenhof
1 Reacties

De leugen regeert voort in huize VVD.

Vorige week controleerde FTM een drietal beweringen (opgedreund in minder dan 10 seconden) van VVD fractieleider Stef Blok in het programma Buitenhof. Blok beweerde dat de Griekse crisis voortkwam uit de te grote vakbonden, de te grote overheid en de te lage pensioenleeftijd. FTM liet vervolgens zien dat op deze drie punten sommige succesvolle Europese landen er een stuk ‘slechter’ voorstonden. 

 

Het duurde niet lang of de persvoorlichtster van Blok, Laura Huisman, stuurde FTM een mail, waarin zij de nobele taak op zich nam om te laten zien dat haar baas niet opportunistisch uit zijn nek kletste. Blok zou zich wel degelijk op feiten hebben gebaseerd. Ter ondersteuning stuurde ze onderstaande tabel.

 

 
In Huismans tabel is duidelijk te zien dat de arbeidsparticipatie onder 55-64 jarigen lager ligt dan in Nederland en dat Nederlanders meer arbeidsjaren werken. Had Blok dan toch gelijk over de pensioenleeftijd in Griekenland?
 
Is het de pensioenleeftijd?
Wie wat dieper in de gegevens duikt komt al snel tot de conclusie dat de lagere arbeidsparticipatie en het lagere aantal gewerkte arbeidsjaren in Griekenland weinig te maken hebben met de pensioenleeftijd. Het probleem is dat vrouwen in Griekenland veel minder werken dan in de rest van Europa. 
 
Grafiek 1: Gemiddeld aantal arbeidsjaren werk naar geslacht (Bron: Eurostat)

 
De duur van het arbeidsleven van Griekse mannen is helemaal niet zoveel lager dan in bijvoorbeeld het succesvolle Finland. De arbeidsparticipatie onder vrouwen ligt echter aanzienlijk lager, waardoor het gemiddelde sterk omlaag wordt getrokken. 
 
Het is bovendien misleidend om alleen naar het aantal arbeidsjaren te kijken. Grieken werken veel meer uren per jaar dan hun Noordwest Europese collegae, waardoor het misschien niet zo vreemd is als ze eerder met pensioen gaan. 
 
Grafiek 2: Gemiddelde aantal werkuren per jaar (Bron: OESO) 
 
Het hoge aantal werkuren en de lage arbeidsparticipatie van vrouwen zijn ook met elkaar verbonden. In Nederland was, tot de opkomst van parttime werk in de jaren ’80, de arbeidsparticipatie onder vrouwen erg laag. Door parttime te werken konden vrouwen, die nog altijd het grootste deel van de huishoudelijke taken uitvoeren, loondienst combineren met huishoudelijk werk, waardoor de arbeidsparticipatie enorm toenam. Een goede kinderopvang, zoals in Finland en andere Scandinavische landen, is ook afwezig in Griekenland. Deze economische factoren, naast natuurlijk culturele factoren, zorgen ervoor dat de arbeidsparticipatie onder vrouwen structureel lager ligt in Griekenland. 
 
Dit -en niet de pensioenleeftijd- is de reden waarom Griekenland een lagere arbeidsparticipatie heeft  dan elders. Dat de pensioenleeftijd niet het probleem is komt, hoewel het haar niet lijkt te zijn opgevallen, ook goed naar voren in de tabel van de VVD woordvoerster. Hoewel de arbeidsparticipatie in absolute zin lager ligt in Griekenland dan in Nederland, is de terugval van de arbeidsparticipatie bij 55-64 jarigen in Griekenland relatief kleiner dan in Nederland. Grieken stoppen dus minder snel met werken bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Reden hiervoor is ondermeer dat de Griekse pensioenen zijn gekoppeld aan het inkomen over de laatste 5 jaar van het werkende leven, waardoor het voordelig is om zo lang mogelijk te blijven werken. 
 
Een te grote staat
Voorlichtster Huisman wijst in haar e-mail ook op de grote inefficiëntie van het Griekse overheidsapparaat. “De ECB wees in 2003 in een studie naar ‘public sector efficiency’ dat de Griekse overheid het minst efficiënt is van Europa. Dit blijk ook uit het Global Competitiveness Report van het World Economic Forum waarin Griekenland internationaal zeer slecht scoort op ‘burden of government regulation’ en ‘wastefulness of government spending’ (evenals op labor market efficiency),” schrijft Huisman. 
 
Niemand zal ontkennen dat het overheidsapparaat in Griekenland knap waardeloos is. Een inefficiënte overheid is echter niet per definitie een teken dat de overheid te groot is, net zo min als het feit dat de meeste mannen geen bobbel in de broek krijgen van Anita Meyer geen teken van grootschalige impotentie is. A volgt niet uit B. 
 
Huisman wijst er ook op dat FTM alleen gebruik maakte van gegevens m.b.t. de werkgelegenheid in de overheid, maar niet van de gegevens m.b.t. de overheid en publieke ondernemingen. Pardon! Bij deze: 
 
Grafiek 3: Werkgelegenheid als % van beroepsbevolking in de publieke sector (Bron: OECD – Government at a Glance 2011) 
 
Nog steeds geen wezenlijke ondersteuning voor de hypothese dat de grootte van de overheid van doorslaggevend belang is in deze schuldencrisis. 
 
Vakbonden
Huisman zegt dat in Griekenland de bonden sterk geconcentreerd zijn in de overheidssector. “In Griekenland is er een groot verschil tussen de publieke (hoge vakbondvertegenwoordiging) en de private sector (relatief grote informele economie),” schrijft Huisman. 
 
Probleem bij deze bewering van Huisman is dat gegevens over de mate van vakbondlidmaatschap in de publieke sector niet systematisch worden verzameld door statistische bureaus. De beschikbare gegevens zijn daarom lastig vergelijkbaar doordat andere methodes worden gebruikt en doordat de gegevens afkomstig zijn uit verschillende tijdsperioden. Desondanks, hierbij toch een poging om de omvang van het vakbondlidmaatschap in de Griekse publieke sector enigszins te vergelijken met het vakbondlidmaatschap elders.
 
Tabel 1: Privaat en publiek vakbondlidmaatschap als % van totale werkenden (Bron: Visser (2003) en Robolis (2004))

 
Uit deze tabel blijkt dat het vakbondlidmaatschap eigenlijk altijd hoger ligt in de publieke dan in de private sector. Wat dit betreft is Griekenland geen uitzondering. Bovendien is het  vakbondlidmaatschap in de publieke sector ook niet uitzonderlijk groot in Griekenland. 
 
Conclusie
Iedereen wil zijn vooroordelen bevestigd zien worden, maar laat daar dan wel een basis voor zijn. Blok deed drie beweringen die simpelweg niet feitelijk zijn onderbouwd. De persvoorlichtster geeft een aantal alternatieve manieren om de beweringen van Blok te meten. Soms komt nog steeds hetzelfde beeld naar voren uit deze alternatieve maatstaven (zie grote van de overheid), soms zijn de maatstaven geen goede indicatoren van wat werd beweerd (zie pensioenleeftijd). De reactie van de woordvoerder slaagt er dus niet in om recht te praten wat krom is. 
 
‘When the facts change I’ll change my mind. What do you do, sir?,’ zei John Maynard Keynes ooit in reactie op een journalist die hem betichtte van gedraai. We kunnen alleen maar hopen dat Blok –en politici in het algemeen- toch nog wat Keynesiaans pragmatisme in zich hebben wanneer de feiten iets anders uitwijzen dan hun ideologie. 

Literatuur:
 
Visser, J. (2003), “Unions and unionism around the world”, in J. Addison and C. Schnabel (eds.), The International Handbook of Trade Unions, Cheltenham: Edward Elgar, pp. 366-413.
 
Robolis, S. (2007), “The Trade Union Movement in Greece – Characteristics, Organisation, Prospects” The Future of Trade Union Structures and Strategies. Brussel: Trade Union-related Research Institutes 
 

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Jesse Frederik

In de zomer van 2011 ontvingen we per email een open sollicitatie van de 22-jarige Jesse Frederik uit Nijmegen die zichzelf o...

Volg Jesse Frederik
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren