De Nederlandse militaire missie in Mali is binnen de krijgsmacht bepaald niet onomstreden. Militairen beklagen zich over strategische en operationele kortzichtigheid en over gebrek aan materieel en munitie. Welke politieke afwegingen liggen aan de operatie in Mali ten grondslag? En welke toekomst heeft de missie? Deel 1 van een serie over het strategische tekort op defensiegebied.

    Het kabinet zou afgelopen juni beslissen over verlenging van de Nederlandse bijdrage aan de VN-missie in Mali. De vraag is of de uitgeholde krijgsmacht in staat is deze missie nog voort te zetten zonder materieel en personeel te kannibaliseren, en wat deze missie Nederland oplevert. Als je Den Haag moet geloven, zijn er grote belangen mee gemoeid. Zo is de missie volgens premier Rutte in het ‘directe belang’ van Nederland. Het kabinet ziet zich hierin gesteund door HCSS, de Haagse denktank van Rob de Wijk. Die schreef dat de missie in het Nederlandse belang was en waarschuwde voor Mali als ‘jihadistische springplank naar Europa’. In aanloop naar de missie meldde minister Hennis van Defensie dat ‘als er een stevig bestuur is en het land geen vrijhaven meer is voor terroristen en criminelen,’ de missie ten einde zou zijn.

    FTM sprak diverse (ex-)militairen wier naam en rang bij de redactie bekend zijn. Zij zetten grote vraagtekens bij het politieke optimisme over de Mali-missie en zien dergelijke Haagse uitspraken als window dressing voor individuele politieke aspiraties van, in dit geval, minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders. Tegenover FTM spreken zij hun frustratie uit over de systematische neiging van de Nederlandse politiek om hen onvoldoende uitgerust en met onuitvoerbare opdrachten op pad te sturen. Een aantal (ex-)militairen heeft advocaat Sébas Diekstra benaderd om via hem hun verhaal te kunnen doen. Voor enkele bronnen heeft FTM via de raadsman contact gelegd.

    In dit eerste deel in een serie over het strategische tekort op defensiegebied maakt FTM een dwarsdoorsnede van de Nederlandse bijdrage aan de missie in Mali rond de volgende vragen. Waarom zitten wij er precies? Wat doen wij er precies? En staat het ‘doel’ in verhouding tot de middelen?

    Spulletjes uitdelen

    ‘We hebben helemaal niets aan anti-terreur gedaan,’ aldus een bezorgde ex-militair. ‘Nederland is heel trots op de “3D-aanpak” met de D van Diplomatie voorop, maar aan leuke spulletjes uitdelen in dorpjes in de buurt heb je op de lange termijn helemaal niets.’ Het ministerie van Defensie bevestigt dat er, ondanks het politieke narratief, in Mali niets tegen terreur wordt gedaan, want ‘[antiterreur] is geen taak van de Nederlandse eenheden en maakt geen onderdeel uit van het mandaat van MINUSMA’. Een andere militair vertelt: ‘De Nederlandse politiek denkt echt veel te lief. In Afghanistan moesten er politieagenten worden opgeleid om met een fluitje op een kruispunt te staan terwijl de algemene situatie in het land in ons nadeel escaleerde. Nu in Mali verzamelen we inlichtingen die ergens bovenin bij de Verenigde Naties blijven hangen. Hierdoor blijven onnodig veel inlichtingen ongebruikt liggen en doe je domweg tijdens je volgende uitzending dubbel werk. Dan ga je je toch afvragen waarvoor je het allemaal doet.’ Een derde militair begrijpt de frustratie onder zijn collega’s en concludeert: ‘Er heerst in Nederland strategische armoede en de politiek heeft eigenlijk geen idee hoe zich precies te positioneren binnen de geopolitiek. Hierdoor weet Den Haag ook internationale instituties, zoals de VN, niet optimaal te instrumentaliseren om het nationale belang te dienen. Deze moeten meer voor dan tegen je werken.’

    Het ministerie van Defensie bevestigt dat er, ondanks het politieke narratief, in Mali niets tegen terreur wordt gedaan

    Grondstoffen

    De interventie in het West-Afrikaanse Mali is onderdeel van een brede Franse campagne ter behoud van de eigen invloedssfeer in de Afrikaanse regio. De grote Franse interesse in Mali, die er niet is voor een willekeurig ander voormalig Franse kolonie in de Afrikaanse Sahel-regio, wordt bepaald door een afweging van strategische belangen. Lees: grondstoffen. Zeggenschap in een olie- en uraniumrijk gebied als de Malinese regio is van vitaal belang voor Frankrijk. Daarbij moet ook het gasrijke buurland Algerije, eveneens een voormalige Franse kolonie — een voormalige Franse provincie zelfs — niet uit het oog worden verloren. Die belangen worden met name in Mali bedreigd door regionaal invloedrijke stammen die in de afgelopen jaren zijn gearabiseerd. De Arabische islamisten maken dat zowel het gebruik van de Franse taal als de traditie van Franse instituties afneemt in de regio. Dit betekent een erosie van zeggenschap en invloed en, niet geheel onbelangrijk, dat maakt het moeilijker voor de Fransen om zaken in de regio te doen. Kortom: Frankrijk heeft strategische economische belangen te verdedigen in het gebied, en dat ligt aan de basis van zowel de Franse missie Serval (later: Barkhane) als de VN-missie MINUSMA in het land. Deze operaties lopen sinds 2013.

    Individuele ambities

    Is de strategische afweging voor de Fransen evident, bij VN-bondgenoot Nederland is dat allerminst het geval. De politieke rechtvaardiging voor de missie in Mali werd in Den Haag gezocht in de hoek van vluchtelingenstromen en potentiële verhoogde terreurdreiging voor Europa. Strategisch gezien zijn er vraagtekens bij deze beleidsgronden te zetten. Het staat namelijk absoluut niet vast dat er in Mali dingen gebeuren die een bedreiging zijn voor Europa, laat staan voor Nederland. Als we het echt willen hebben over brandhaarden voor terroristen, zijn er slechts twee staten te noemen die al-Qaida openlijk en actief hebben gesteund: Afghanistan ten tijde van de Taliban en Soedan onder de huidige militaire leider en president Omar al-Bashir. In Mali profiteerden de islamisten van een door militairen gepleegde staatsgreep, een opstand door lokale Touareg-rebellen en de chaos die dat vervolgens met zich meebracht. Het tegenhouden van vluchtelingenstromen is een opmerkelijke motivatie voor een militaire interventie, zeker gelet op de Westerse non-interventie in Syrië en de marginale inzet van Nederlandse fregatten in zowel de Frontex-missies als bij het bewaken van Libische zeegrenzen.

    Volgens minister Koenders, oud VN-gezant in Mali, weet ‘iedereen […] dat mijn hart wel verbonden is aan deze missie.’ Deze verbintenis wordt regelmatig in de hoek van zijn individuele ambities en politieke carrière gezocht, zo is zelfs binnen Franse regeringskringen bekend. ‘De Belgen waren een beetje beledigd dat wij voor Nederland hadden gekozen,’ verklaart een hoge Franse regeringsfunctionaris op anonieme basis tegen FTM, ‘maar zij lagen iets te politiek gevoelig. Het ging voor ons tussen de Nederlanders, de Zweden en de Denen. Jullie minister Koenders spreekt vloeiend Frans, kent de regio nog goed als voormalig VN-gezant en kon het thuis goed verkopen omdat het een VN-gemandateerde missie was. Het zou niet vreemd zijn als hij een positie als secretaris-generaal ambieert. De vorige was een Afrikaan, de huidige een Aziaat. Momenteel zijn er geen blanke vrouwen die in het plaatje passen, dus de weg is hier vrij voor een blanke Europese man. Koenders weet dat.’

    Ook een Nederlandse militair koppelt de Nederlandse handelwijze aan het politieke belangenspel in de VN: ‘De besluitvorming over de missie in Mali is niet voor niets uitgesteld: je gaat niet midden in de race voor een zetel [in de VN Veiligheidsraad - red.] je boeltje pakken. Een “nee” ten aanzien van verlenging zou afgelopen juni te vroeg zijn gekomen.’ Dat is logisch: de race om het stoeltje in de Veiligheidsraad, dat Nederland nu met Italië gaat delen, was toen nog niet gelopen. ‘Natuurlijk heeft Koenders een grote hand gehad in deze missie, hij was nota bene zelf representant,’ besluit de militair.

    ‘Een beetje vergezocht’

    Als FTM het ministerie van Buitenlandse Zaken confronteert met deze uitspraken, staat men op het departement niet te springen om een reactie te geven. Als FTM woordvoerder Ahmed Dadou belt op het afgesproken tijdstip (‘Nee, eigenlijk bel je helemáál niet gelegen’) ontstaat er enige verwarring: ‘Ik kan hier niet zoveel mee, wat is je vraag eigenlijk?’ Op de vraag of individuele politieke ambities van minister Koenders een rol hebben gespeeld in de besluitvorming omtrent de Nederlandse deelname in Mali, dan wel in de buitengewoon grote rol die het ministerie speelt, antwoordt de woordvoerder: ‘Dit is allemaal een beetje vergezocht. Nederland heeft een heel goede case gemaakt om de ring van onveiligheid om de grenzen van Europa heen te neutraliseren. Dit komt ook naar voren uit de missies in onder meer Syrië en Libië. Het is een zuiver analytisch verhaal en er zit hier geen dubbele politieke agenda, dus eigenlijk is het een broodje aap. Wat heb je nu opgeschreven? Nee, zet dat broodje aap er maar niet in. Schrijf maar op dat een woordvoerder van Buitenlandse Zaken niet geneigd is hier op te antwoorden.’

    ‘Schrijf maar op dat een woordvoerder van Buitenlandse Zaken niet geneigd is hier op te antwoorden’

    Poreuze grenzen

    Als Nederland er niet zit voor een halve VN-zetel of de politieke ambities van Koenders, is de vraag of wij in staat zijn deze ‘ring van onveiligheid’ adequaat te lijf te gaan. Net als tijdens de interventie in Libië, zijn ook in Mali het sluiten van de grenzen en het tot een minimum beperken van smokkelroutes de grootste uitdagingen. Het land veroveren is namelijk één ding (en gelet op superieure militaire macht ook niet zo heel moeilijk), het gebied onder controle houden is een tweede. Het was immers dankzij poreuze Libische grenzen dat Malinese huurlingen in 2011 de weg terug naar hun thuisland wisten te vinden. zonder inkomen, maar met wapens. Dit resulteerde onder meer in de Toeareg-rebellie van 2012. Internationale organisaties (zoals de VN, de EU) zijn  derhalve op de hoogte van het risico van poreuze grenzen, getuige ook de wirwar aan internationale afspraken, wetten en richtlijnen. Maar eenmaal ‘op de grond’ ontbreekt het de landen in de Sahel aan capaciteiten, en de interveniërende Westerse landen aan politieke wil om deze capaciteiten te leveren. Feitelijk is de grenscontrole in de Sahel-regio geprivatiseerd  en in handen van lokale stammen die goed verdienen aan smokkelroutes. ‘Je herkent de smokkelaars al aan de vrachtwagens waar in ze rijden,’ aldus een Nederlandse militair. ‘Opengewerkte bovenkant [zodat gesmokkelde mensen frisse lucht krijgen, red.] en dichte zijkanten. Ook zie je die lui al met een dik pak dollars voorbij de checkpoints komen — ze kopen gewoon hun doorgang af.’ Resultaat: georganiseerde misdaad en terreurorganisaties kunnen gemakkelijk opereren, rekruteren en netwerken opzetten in en rondom de Sahel, alsook de lokale bevolking omkopen met voorzieningen (zoals basale veiligheid) die de zwakke regeringen in deze regio niet kunnen of willen garanderen. ‘Mali is droog en onherbergzaam,’ aldus een andere Nederlandse militair. ‘De Touareg leven van handel, en wat levert het meeste op? Drugs, mensen en wapens. Daar draait het om in dit conflict. De politieke aspiraties van de Touareg zijn echt bijzaak.’

    Vrijhaven

    Juist door die poreuze grenzen heeft Mali te maken met een terreurprobleem dat niet ophoudt aan de grens. Feitelijk heeft Operation Serval het jihadistische probleem gedeeltelijk doorgeschoven naar buurlanden Niger (dat sinds midden 2013 te lijden heeft onder terreuraanslagen en waar de VS sinds maart van dat jaar honderd man militair personeel heeft in verband met surveillance-drones in het grensgebied), Zuid-Libië (waar lokale stammen — de Tabu en Touareg — elkaar bevechten maar tegelijkertijd vrezen voor overheersing door islamisten) en het noorden van Nigeria (door de mogelijkheid voor Boko Haram-leden om via al-Qaida op training te gaan in Mali). Maar volgens militairen gaat het probleem veel verder dan alleen Mali of de Sahel. ‘Mali is wat dat betreft net als Afghanistan: een proxy. Het is een vrijhaven, en als je hier wat tegen wilt doen moet je de facilitators aanpakken, niet hier en daar een loopjongen,’ aldus een van onze militaire bronnen. ‘Drugskartels gebruiken hetzelfde soort routes als terroristen, dat gaat gedeeltelijk toch wel hand in hand.’

    Toch is de illegale handel bestrijden een ingewikkelde opgave, volgens zijn collega: ‘Voor wat betreft de drugskartels is het simpel: als wij in het Westen gewoon stoppen met cocaïne gebruiken, scheelt het al de helft. Zolang de vraag wordt uitgelokt, zal het aanbod volgen. Je moet er voor kiezen om drugshandel wel of niet te liberaliseren. Kennelijk vinden wij nog altijd dat we drugshandel moeten bestrijden, maar de vraag is hoeveel dat helpt. Een drugsvangst drijft alleen maar de prijs op, dus je pakt ze daar heus niet mee. Wanneer het gaat om mensensmokkel lopen wij tegen eenzelfde muur aan. De stad Gao in Mali is de grote draaischijf van de mensensmokkel, maar hier is de VN via zijn United Nations Police (UNPOL) echt niet mee bezig. Er worden wat lesjes gegeven en de lokale politie wordt begeleid, maar daar houdt het op. Daarnaast moet je beseffen dat West-Afrika een soort Schengengebied is: je ziet grote trucks volgepakt met mensen die allemaal verklaren ‘op reis’ te zijn. Willen wij er ooit iets mee doen, dan begint het toch echt met observeren — en dus met inlichtingen.’

    Geen werkbare koppeling

    Is de Nederlandse (en Franse) inzet een adequaat antwoord op de problemen waar Mali mee kampt? Wat doen wij precies?

    ‘Kennelijk vinden wij nog altijd dat we drugshandel moeten bestrijden, maar de vraag is hoeveel dat helpt’

    ‘Het verzamelen van inlichtingen doen we echt heel goed,’ aldus een militair. ‘We maken gebruik van antropologen, terrein-analisten, geografen, noem maar op. De combinatie hiervan geeft een goede voorspellende waarde dus dat is het probleem niet. Maar zodra je deze info naar binnen moet brengen in het operationele proces in de Verenigde Naties wordt het lastig. De organisatie is hier simpelweg niet op toegerust. Dit gedeelte had de VN veel beter bij de operationele landen kunnen laten.’ De militairen die dien(d)en in Mali bevestigen desgevraagd deze observatie aan FTM, en spreken allen de voorkeur uit om de missie niet via de VN te laten lopen, maar direct te koppelen aan de Franse missie, Operation Barkhane. ‘We hadden veel meer uit deze missie kunnen halen als we de missie tevens anti-terreur hadden gehouden. Ondanks de goede inlichtingen hebben we de netwerken gewoon nog niet voldoende in kaart. Terwijl de VN het wiel opnieuw probeert uit te vinden, wisselen netwerken razendsnel van samenstelling. Ze zijn zeer dynamisch: mensen stappen over van de ene organisatie naar de andere. Zo krijg je situaties waarbij je de ene week iemand spreekt als bron, maar twee weken volgt dan ineens een boos telefoontje van de Fransen omdat ze diezelfde bron hebben gearresteerd op terreurverdenking. En die blijkt dan vanuit de VN garanties over zijn veiligheid te hebben gekregen,’ aldus een ex-militair. ‘Special forces onderling wisselen ook wel dingen uit, maar dat is meer en passant. Zoals waar je bijvoorbeeld op moet letten als je bepaald gebied in gaat. De meer technische uitwisselingen gingen via het hotel in Bamako [de stad waar het MINUSMA-hoofdkwartier is gevestigd, red.], waar toch de bureaucratie overheerst,’ verzucht hij. Volgens een collega-militair is de stroperige bureaucratie ook te wijten aan cultuurverschillen: ‘Zet maar eens een botte Nederlander naast een beleefde Aziaat, en tel daar eens bij op dat wij niet eens een gemeenschappelijk belang dienen bij deze missie.’ Al met al resulteert dit in de onwenselijke situatie dat er geen werkbare koppeling is tussen de hoogwaardige Nederlandse inlichtingenvergaring en de internationale troepen die in de stad Kidal (waar de meeste gevechtshandelingen plaats vinden) de operationele kastanjes uit het vuur halen. Het ministerie van Defensie erkent dat niet alles van een leien dakje gaat: ‘Het inlichtingen-concept dat Nederland samen met Noorwegen een Zweden heeft geïnitieerd is voor de VN uniek. De NAVO doet al decennia aan het verwerven en verwerken van inlichtingen, de VN pas een paar jaar. Een gestroomlijnde inlichtingenketen was dan ook niet meteen te verwachten, maar er zijn inmiddels belangrijke stappen gezet binnen de VN. Zoals de recente internationale evaluatie in New York van VN-lidstaten van het in MINUSMA gebruikte inlichtingenconcept.’

    Marginale ondersteuning

    Om inlichtingen op de grond te verzamelen, zetten zowel Frankrijk als Nederland special forces in, maar ook zij lopen zelfs buiten de poort nog tegen bureaucratie aan. In zowel de zogeheten VN-lijn als in de Franse lijn is de logistiek niet op orde. ‘Frankrijk is voor deze missie bijna volledig afhankelijk van private bedrijven voor aanvoer van materieel,’ aldus de hoge Franse regeringsfunctionaris. ‘Sinds enige tijd wordt er gewerkt met een zero stock policy. Dat betekent dat je pas iets bestelt op het moment dat het op is. Maar door de intensiteit van de missie, de hitte en het zand slijten spullen veel sneller. Dit is niet voldoende ingecalculeerd in de logistieke keten, nog los van de lange aanvoerroutes.’

    "Zet maar eens een botte Nederlander naast een beleefde Aziaat, en tel daar eens bij op dat wij niet eens een gemeenschappelijk belang dienen bij deze missie"

    Het ministerie van Defensie erkent de logistieke problemen: ‘In de beginfase was MINUSMA niet in staat om de missie logistiek te ondersteunen. Dit is later beter geworden, maar het blijft marginaal, zeker gezien het feit dat in Noord-Mali regelmatig aanvallen van terroristische groeperingen op VN-konvooien plaatsvinden.’ Het wekt dan ook geen verbazing dat Nederlandse troepen met name klagen over de VN-logistiek. ‘In het begin hadden we problemen met de afvoerroutes,’ aldus een ex-militair. ‘Die van de VN waren nog niet bruikbaar en die van de Chinezen, die ook actief in zijn Mali, waren ver onder de maat. Natuurlijk durfde niemand dit op papier officieel toe te geven. We konden toen gebruik maken van witte MI-8 transporthelikopters van VN-bondgenoot Oekraïne, die krijgt daar namelijk ook weer een vergoeding voor. Ze wilden alleen niet ’s nachts vliegen en ook niet op dirt road landen. Nu bestaat heel Mali uit dirt road, dus dat was geen optie. Uiteindelijk hebben we een proef ontwikkeld om de afvoer in de VN-lijn te testen. Dit mocht niet omdat we anders weer iemand anders’ VN-ramen zouden ingooien.’

    Voor Nederlandse militairen kan bijvoorbeeld niet altijd medische zorg naar Westerse standaarden worden gegarandeerd

    De consequentie hiervan is dat Nederlandse militairen bijvoorbeeld niet altijd medische zorg naar Westerse standaarden kan worden gegarandeerd, ‘De VN is afhankelijk van VN-lidstaten voor een bijdrage an de missie. Niet alle landen beheersen hetzelfde niveau dat standaard is in de meeste Westerse landen,’ aldus het ministerie van Defensie, met verwijzing naar een speech van minister Hennis waarin zij pleit voor hogere effectiviteit van VN-missies.  ‘Het is onderhand grotendeels opgelost met de Chinooks,’ vervolgt de militair zijn verhaal, ‘en om het dicht te tikken hadden we een direct nummer van de Fransen die ons konden ondervangen. Ze lieten het ook keurig weten als ze niet beschikbaar waren, zodat wij onze operaties er op konden plannen.’

    Hoewel de Chinooks het probleem grotendeels ondervangen, kondigde het ministerie van Defensie onlangs aan deze voor het einde van het jaar terug te trekken. De opmerkingen van VN-woordvoerder Nick Birnback dat de helikopters  essentieel zijn voor de missie en met name voor het medisch vervoer, mochten niet baten. Het lijkt een voorbode om de Nederlandse bijdrage aan de missie in Mali terug te schroeven. Het ministerie van Defensie benadrukt dat ‘het mogelijk terugtrekken van deze capaciteit […] echter niets te maken [heeft] met het standpunt van Nederland aangaande de missie’. Ook laat zij weten dat er ‘geen zaken onderhands [zijn] opgelost. Tussen Frankrijk en Nederland zijn hierover duidelijk afspraken gemaakt. Alle operaties worden gedeconflicteerd [en] officieel aan de voorzijde afgestemd.’ Toch zien militairen het terugtrekken van de helikopters en het mogelijk afschalen van de Nederlandse bijdrage in Mali als een teken aan de wand. ‘Het voortzettingsvermogen is 0,0,’ aldus een militair.

    Alle hens aan dek

    Helaas loopt Den Haag wat het voortzetten van missies betreft wel vaker tegen zijn eigen grenzen aan. Tijdens de Patriot-missie in Turkije diende hetzelfde probleem zich aan: Defensie was feitelijk niet uitgerust om een intensieve operatie zoals Active Fence, de NAVO-luchtdoelbewakingsmissie aan de Turkse grens, voor een langere periode vol te houden. Uiteindelijk is dit wel gelukt, maar wel tegen een prijs. Zo werd er een groter beroep gedaan op het personeel en werd de regelgeving aangepast om een kortere rotatieperiode op vrijwillige basis voor militairen mogelijk te maken. In Turkije zelf waren er drie teams beschikbaar voor 24 uur, wat inhield dat er diensten van twaalf uur werden gedraaid. Omdat het alle hens aan dek was qua personeel, draaiden de instructeurs ook mee in de rotatie waardoor zogeheten readiness training niet kon worden gedaan. Ook kannibaliseerde Defensie tijdens deze missie het eigen materieel. Tijdens de Patriot-missie werden alle operationele systemen ingezet en de faciliteiten in Turkije waren niet voldoende om het gecompliceerdere, maar niet minder noodzakelijke onderhoud, zoals software-updates, uit te voeren. Er komt uiteraard meer bij kijken dan nu en dan een dotje olie en vervanging van de remblokjes. Ook bepaalde generatoren draaiden, net als de missie, 24 uur per dag waardoor zij in twee jaar tijd meer hadden gelopen dan in de voorafgaande tien jaar bij elkaar. Door de intensiteit waren de reserve-onderdelen dan ook binnen de kortste keren op, waardoor er wekelijks transport plaatsvond tussen Nederland en Turkije.

    Niet genoeg munitie

    Den Haag denkt het trucje nog een keer te kunnen uithalen bij de missie in Mali, maar de vraag is ook hier: tegen welke prijs? Zeker nu in Nederland de munitietekorten ook hun tol lijken te eisen op uitzending: ‘De bodem van het magazijn was bij wijze van spreken in zicht,’ aldus een ex-militair, ‘waardoor wij niet meer naar buiten konden met zwaardere wapens. Voor je veiligheid wil je met alle wapens die je ter beschikking hebt naar buiten gaan, maar we moesten soms binnen blijven. Er was niet altijd genoeg munitie voor bepaalde wapensystemen, soms konden we niet teveel oefenen omdat we aan de krappe kant zaten.’ Een andere militair voegt toe: ‘Ons heeft het niet belemmerd de poort uit te gaan.’ Het ministerie van Defensie laat desgevraagd weten zich hier niet in te herkennen: ‘Er is voldoende munitie aanwezig voor operationele- en trainingsactiviteiten. Iedereen die operationeel de poort uit gaat, heeft voldoende munitie bij zich. Dit geldt voor alle wapensystemen.’

    De verhalen vanaf de werkvloer kenmerken zich vooral door frustratie over mogelijk onnodig zand in de militaire machines. Patrouilles en trainingen op missie afblazen wegens munitietekort, militairen voor die geen medische zorg naar Westerse standaarden kan worden gegarandeerd door gebrekkige logistiek, en inlichtingen die met gevaar voor eigen leven worden verzameld maar ergens blijven ‘hangen’ — al deze zaken zorgen voor de nodige onvrede. Het wordt extra zuur als militairen ook nog het idee krijgen dat ze worden weggezet als een stel zeurpieten. ‘Zeker in het begin, toen we nog geen airco hadden, was er sprake van lichamelijke uitputting door de warmte en het stof in de woestijn,’ vertelt een ex-militair. ‘Medisch gezien moet je hier niet te lang blijven, het is ongezond. Speciaal opgeleid personeel doet hier wat minder moeilijk over, maar logistiek personeel bijvoorbeeld heeft daar, vaak ook bewust, niet voor gekozen. Daar mag je best rekening mee houden bij dit soort extra zware omstandigheden. Dit was ook de reden dat wij op missie in Afghanistan en Irak boven een bepaald aantal dagen buiten de poort een gevarentoeslag kregen. Maar in Mali liep de salariëring via de VN. Toen wij hier meer duidelijkheid over wilden, kregen wij nul op het rekest. Het lag politiek gevoelig en het salaris was al uit-onderhandeld met de VN. Dat steekt.’ Het ministerie van Defensie gaat niet in op de gevarentoeslag en de vooraf uit-onderhandelde saliering, maar vermeldt wel dat ‘het militair beroep zich kenmerkt door het presteren onder verzwaarde omstandigheden. Dit is voor alle militairen gelijk, dus ook voor logistiek personeel.’

    Strategische armoede

    Het lijkt een standaard riedeltje te worden: Den Haag zegt ‘ja’ tegen missies die zij eigenlijk niet kan uitvoeren en zadelt Defensie op met een onuitvoerbare taak, maar die durft op haar beurt geen ‘nee’ te zeggen uit angst overbodig te worden gevonden: het was nota bene minister Hennis zelf die in Europese context het adagium use them or lose them’  hanteerde. Dergelijke situaties zijn volgens een militair onwenselijk: ‘Doel en middelen lopen bij Nederlandse missies soms volledig door elkaar, tot het punt dat het middel, militaire interventie, wordt verheven tot doel op zich.’

    ‘Het voortzettingsvermogen is 0,0’

    Dat is bij de missie in Mali extra zuur omdat de prijs voor een bij elkaar gepolderde halve VN-zetel (gedeeld met de Italianen) en een onzeker VN-baantje voor de huidige minister van Buitenlandse Zaken bestaat uit verdere kannibalisering van de krijgsmacht. Hoewel de Nederlandse regering uit haar daden laat blijken dat individuele politieke ambities mogen worden nagestreefd via het militaire apparaat, spreekt zij (inzake Mali) de wens uit om criminele- en (elkaar niet uitsluitende) terreurnetwerken te bestrijden en vluchtelingenstromen in te dammen. Als die ‘gordel van onveiligheid’ de regering zo aan het hart gaat, waarom kiest de Nederlandse regering dan voor deelname aan de VN-missie MINUSMA, waar anti-terreur geen onderdeel uitmaakt van het mandaat? Een missie waarvan ook het ministerie van Defensie, al roeiend met de ene riem die zij nog overheeft, moet erkennen dat deze niet optimaal verloopt? Maar bovenal: hoe is deze mismatch tussen woorden en daden mogelijk? Waar komt deze disbalans tussen doel, plan en middelen vandaan?

    In een aankomende serie artikelen zal Follow the Money de Nederlandse strategische armoede verder ontleden, en de gevolgen van het ontbreken van een heldere strategische veiligheidsagenda binnen een uitgeklede krijgsmacht per onderdeel uiteenzetten.

    Over de auteur

    Dieuwertje Kuijpers

    Gevolgd door 231 leden

    Geopolitiek junkie. Statistiek-pieler. Niet geïnteresseerd in politieke poppetjes, wel in mechanismes die deze voortbrengen.

    Lees meer

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    Kaalslag bij Defensie

    Gevolgd door 204 leden

    Sinds het einde van Koude Oorlog heeft Nederland fors gesneden in Defensie. De opeenvolgende kabinetten gebruikten de kaassch...

    Lees meer

    Volg dossier

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid