De Nederlandse militaire missie in Mali is binnen de krijgsmacht bepaald niet onomstreden. Militairen beklagen zich over strategische en operationele kortzichtigheid en over gebrek aan materieel en munitie. Welke politieke afwegingen liggen aan de operatie in Mali ten grondslag? En welke toekomst heeft de missie? Deel 1 van een serie over het strategische tekort op defensiegebied.

Het kabinet zou afgelopen juni beslissen over verlenging van de Nederlandse bijdrage aan de VN-missie in Mali. De vraag is of de uitgeholde krijgsmacht in staat is deze missie nog voort te zetten zonder materieel en personeel te kannibaliseren, en wat deze missie Nederland oplevert. Als je Den Haag moet geloven, zijn er grote belangen mee gemoeid. Zo is de missie volgens premier Rutte in het ‘directe belang’ van Nederland. Het kabinet ziet zich hierin gesteund door HCSS, de Haagse denktank van Rob de Wijk. DDie schreef dat de missie in het Nederlandse belang was en waarschuwde voor Mali als ‘jihadistische springplank naar Europa’. In aanloop naar de missie meldde minister Hennis van Defensie dat ‘als er een stevig bestuur is en het land geen vrijhaven meer is voor terroristen en...

Om dit artikel te kunnen lezen moet je lid zijn.

Word lid of Log in