Streng DNB laat beheerders pensioenvermogen volkomen vrij

    DNB laat zich gelden als strenge toezichthouder, ook tegenover pensioenfondsbestuurders: 'De wapens die wij ter beschikking hebben, houden we schoon en goed gesmeerd.' Intussen wordt ons pensioengeld beheerd zonder enig toezicht – bestuurders zijn machteloos, vermogensbeheerders maken de dienst uit.

    De machtsverhoudingen in de pensioensector zijn niet terstond helder. Het fondsbestuur – grotendeels bestaande uit representanten van de sociale partners die de pensioenovereenkomst afsluiten – is het meest zichtbaar. Dat besteedt de werkzaamheden van het fonds, zoals daar zijn vermogensbeheer, toezicht en administratie, uit aan grote organisaties als PGGM en APG. Organisaties met duizenden werknemers. Deze beheerders beleggen het geld, in de frauderende bank HSBC bijvoorbeeldof besteden de werkzaamheden ook weer uit. Bijvoorbeeld aan Goldman Sachs. Een fondsbestuur wordt geacht om met de hulp van enkele medewerkers dit amalgaam van beleggingsconstructies en belangenverstrengelingen in het oog te hebben. Quod non, het is dan ook een publiek geheim dat pensioenfondsbestuurders weinig macht hebben. Zij krijgen publiekelijk wel de volle laag als het fout gaat en zij vormen daarmee het stootkussen tussen deelnemers en vermogensbeheerders.

    Machteloos

    Ondertussen houdt DNB krachtens het z.g. Financieel Toetsingskader, een onderdeel van de pensioenwet, prudentieel toezicht. DNB beoordeelt verder  competentie van potentiële bestuurders. Dat is gezien het hoge gehalte aan politieke benoemingen in de sector niet nutteloos (maar ook niet vrij van ironie, gelet op de rol van DNB inzake ABN AMRO, SNS Reaal en DSB).
    DNB doet weinig moeite te verhelen dat bestuurders machteloos zijn
    Hoe dat ook zij, DNB doet inmiddels weinig moeite te verhelen dat bestuurders machteloos zijn. Ter adstructie het volgende. Op 21 mei j.l. hield DNB-directielid Elderson een toespraak op het symposium Pensioen, Bestuur en Management. De geadresseerden waren pensioenfondsbestuurders. Zij werden toegesproken op de manier waarop schoolmeesters in de jaren ’50 schoolkinderen nog durfden toe te spreken. Na een inleiding stelt Elderson dat  hem opgevallen is dat: 'Er is daarom veel onderling contact, ook over zaken die men bij andere financiële instellingen nooit met anderen zou delen.' Dat is een betwistbare stelling, gelet op de Nederlandse Vereniging van Banken, waarin grootbanken eendrachtig lobbyen (onder andere bij DNB zelf). Vervolgens worden banken ook expliciet aan fondsen als voorbeeld gesteld: 'Als wij ´s ochtends bij een pensioenfonds op bezoek gaan met de nare boodschap dat DNB overweegt in te grijpen, komt het voor dat wij ´s middags worden gebeld door een ander fonds met de vraag: "Wat u bij pensioenfonds X van plan bent, kunnen wij dat ook verwachten?” Dat zie ik bij een bank niet zo snel gebeuren!' Banken tot voorbeeld stellen is ongelukkig. De Rabobank werkte met andere banken samen in de Libor-fraude. Even later stelt Elderson: 'Wij houden toezicht op de vraag of ú zich aan de wettelijke regels houdt. En dat doen we op indringende en vasthoudende wijze.' Vervolgens wordt gesteld: 'De Pensioenwet (..) laat u enerzijds veel beleidsruimte - bijvoorbeeld ten aanzien van het beleggingsbeleid - maar stelt anderzijds ook strakke financiële eisen, zoals aan buffers. En voor dat naleven geldt dus dat niet wij primair verantwoordelijk zijn, maar de fondsbestuurders zelf. Dat is úw rol. Als u uw verantwoordelijkheid neemt en zich aan de regels houdt, zult u van De Nederlandsche Bank weinig last hebben.' (mijn onderstreping.) Je zal maar zo toegesproken worden.

    Maatregelen

    De volgende cryptische zinnen klinken onheilspellend voor bestuurders: 'Ook in het kader van het nieuwe FTK blijft het prudent person beginsel een open norm, waar pensioenfondsen zélf invulling aan moeten geven. DNB legt alleen uit hoe zij die open norm interpreteert. Dit creëert duidelijkheid en verstevigt zo de relatie tussen pensioenfonds en toezichthouder.' Zoals Reve ooit aan Carmiggelt schreef: 'Je moet doen wat jij wilt, maar doe maar wat ik zeg'.
    Zoals Reve ooit aan Carmiggelt schreef: 'Je moet doen wat jij wilt, maar doe maar wat ik zeg'
    Of in de woorden van  Elderson: 'Maar als wij zien dat u uw verantwoordelijkheid niet of onvoldoende neemt, dan komen we in actie. Daarvoor kunnen wij ons bedienen van een waaier aan instrumenten, variërend van informele maatregelen – en dan denk ik aan het ‘norm-overdragend gesprek’ en de ‘waarschuwingsbrief’ voor lichte overtredingen – tot aan de zwaardere, formele maatregelen. En dan doel ik op een aanwijzing, boete of last onder dwangsom.' Dat zou een bestuurder als lichtelijk dreigend kunnen ervaren. Het is nauwelijks geruststellend dat daaraan toegevoegd wordt: 'Wij zullen die instrumenten alleen inzetten als wij geen andere weg zien, en streven er daarbij naar nooit een zwaarder middel te kiezen dan strikt noodzakelijk is. Vriendelijk waar het kan, streng waar het moet.'

    Disciplineren met oorlogsdreiging

    De disciplinerende werking van DNB werkt: 'We zien dat pensioenfondsen zélf actief bezig zijn hun rol zo goed mogelijk in te vullen. Hoe meer u dat zelf doet, hoe minder last u heeft van ons.' Er is zelfs sprake van internalisering: 'DNB heeft in 2013 het initiatief genomen om zwakke fondsen te benaderen voor een goed gesprek over hun kansen en bedreigingen. Aanvankelijk heerste er scepsis, maar gaandeweg zag men dat dit zo’n slecht idee nog niet was. En nu zijn er fondsen die zichzelf uit eigen beweging voor zo’n gesprek aanmelden. Dat getuigt van volwassen bestuurdersgedrag'. Zo spreek je kinderen toe, of liever: kinderen pikken dat al niet meer. In een Foucaultiaanse tournure stelt Elderson op de valreep: 'De keerzijde hiervan is het risico dat het beleid van pensioenfondsen een "afvinkoperatie" wordt. “Wanneer we voldoen aan alle informatie die DNB ons geeft, zal het wel goed zijn.” Echter, wij vinden het vooral belangrijk dat pensioenfondsen zelf vorm geven aan hun beleid.' Fondsen moeten het dus toch weer zelf doen, is de boodschap, waar echter meteen aan toegevoegd wordt: 'Uiteraard moet dit voldoen aan de wettelijke eisen – en daar zien wij op toe'. Of de badinerende houding niet duidelijk genoeg is, wordt afgesloten met: 'Stimuleren waar nodig, maar ook kritisch en, waar nodig, streng. Soms leidt dat dan tot een opgetrokken wenkbrauw – soms tot hardere maatregelen.
    DNb: De wapens die wij ter beschikking hebben houden we schoon en goed gesmeerd – maar we gebruiken ze liever niet
    De wapens die wij ter beschikking hebben houden we schoon en goed gesmeerd – maar we gebruiken ze liever niet. Het heeft onze sterke voorkeur dat u zelf uw verantwoordelijkheid neemt. Dus alleen als ’t móet, gaan wij over tot formele handhavingsmaatregelen.' De wapen-metafoor – tot dan toe werd van instrumenten gesproken – is interessant. DNB is in de pensioensector kennelijk op oorlogspad. De oorlog is nochtans nu de invasie van de VS in Granada gelijk. Fondsbestuurders zijn namelijk ook hier geen partij.

    Geen toezicht vermogensbeheer

    DNB zou de ‘wapens’ moeten inzetten tegen vermogensbeheerders. Dat de middelen daartoe vooralsnog beperkt zijn, moge zo zijn, maar juist dan zou het vermogensbeheerders publiekelijk moeten ringeloren, zoals het nu doet met bestuurders. DNB verzwakt nu de positie van bestuurders verder. En dat is hoe dan ook slecht nieuws, daar het bestuur – met alle kritiek die ook ik op hen heb – de enige partij is die deelnemers tenminste nog enigszins vertegenwoordigt. De dienst wordt echter uitgemaakt door vermogensbeheerders die zonder toezicht, zonder democratisch mandaat en zonder marktdiscipline opereren. Het mag dan ook niet verbazen dat de kosten in de sector jaarlijks stijgen (inmiddels geschat op 5.7 miljard), waarbij het grootste deel toevloeit naar vermogensbeheerders die miljoenen verdienen over de rug van pensioenfondsdeelnemers. Het wordt hoog tijd dat DNB, mét de AFM, daar alle pijlen op richt – en daarbij samen optrekt met bestuurders.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    David Hollanders

    Docent politieke economie aan de Universiteit van Amsterdam.

    Volg David Hollanders
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren