Gratis argumenten voor studenten!

    Studenten kunnen economische argumenten gebruiken in hun strijd om het behoud van de basisbeurs. Columnist David Hollanders geeft ze. Gratis.

    Het kabinet PvdA-VVD kort de studiefinanciering. Studenten ageren daar volkomen terecht tegen. Zij gebruiken daarbij deugdelijke buiten-economische argumenten, maar zij kunnen ook economische argumenten gebruiken. Maar eerst de buiten-economische redenen om voor studiefinanciering te zijn. Universitair onderwijs borgen Bildung, intellectuele ontwikkeling, een kritische houding, maatschappelijk bewustzijn en politiek burgerschap. Dat zijn waarden op en in zichzelf, oftewel monetair imponderabel. Dit is voor menigeen genoeg rechtvaardiging voor een bescheiden studietoelage gedurende enkele jaren, mits de student voortgang maakt.

    Paarlen voor de zwijnen

    Maar zoals bekend verzetten buiten-economische overwegingen allang geen bergen meer, hollen geen stenen meer uit, zijn paarlen voor de zwijnen. Beleidsmakers luisteren –als zij luisteren- enkel naar het economische discours, waarin studenten ‘menselijk kapitaal’ zijn, academische vorming ‘output’ is en studiebeurzen verworden zijn tot ‘onderwijsinvesteringen’, waarop ‘rendement’ gemaakt moet worden. En rendement is dan weer verengd tot toekomstige productiviteitsstijgingen, neerslaand bij student (hoger loon), bedrijfsleven (productievere werknemers) en overheid (meer belasting). Welaan! Welke zijn de economische redenen voor studiefinanciering?
    Beleidsmakers luisteren enkel naar het economische discours, waarin studenten ‘menselijk kapitaal’ zijn
    Nu, bedrijven mogen kosten van personeelscursussen –van academische scholing tot cursussen ‘leiderschap’, ‘verander-management’ of ‘innovatie’- aftrekken van hun winstbelasting. Dat wordt alles gezien als investeringen, tot heil van de economie. Ook mogen bedrijven rentebetalingen –mede gevolg van schuld gefinancierde investeringen in menselijk kapitaal- van de winstbelasting aftrekken. Alleen al uit hoofde van consistentie, zou studiefinanciering gehandhaafd moeten blijven of zou tenminste rente op de studieschuld aftrekbaar moeten zijn. Maar consistentie is weer een buiten-economisch argument. Echter, het maakt economisch geen verschil of een werknemer een studie volgt (kosten aftrekbaar) of iemand die (nog) geen werknemer is (kosten niet aftrekbaar). Het maakt –kennelijk- enkel politiek verschil: bedrijven weten hun weg te vinden naar de politiek, studenten hebben die mogelijkheid niet. Maar dat is niet eens het belangrijkste. De redenering van de overheid is dat een student investeert in het eigen menselijk kapitaal en daar – naar verwachting - een positief rendement over heeft in de vorm van een hoger loon. Dat negeert compleet dat bedrijfsleven en overheid ook profiteren van onderwijsinvesteringen; de overheid en bedrijfsleven worden niet moe te benadrukken hoe belangrijk onderwijs ook voor hen is. Dat is ook precies de reden dat de overheid allerhande investeringen, innovatieplatforms en ‘Research & Development’ zwaar subsidieert.

    Toekomstige kosten

    Terug naar de economische theorie. Het is uiteindelijk de vraag of de private afweging van de student om te studeren overeenkomt met de maatschappelijk gewenste uitkomst. In jargon, of de keuze economisch efficiënt is. En daarop luidt het antwoord ontkennend. Een antwoord dat alles te maken blijkt te hebben met overheidswege gegeven subsidies en garanties aan banken, huiseigenaren en exporterende bedrijven. Dat zit zo. Een afgestudeerde dient de lening ook terug te betalen als hij of zij een baan heeft die hij/zij ook zonder studie had kunnen doen; dus ook als de studie geen enkel positief rendement heeft. Alleen bij werkloosheid of ziekte hoeft een afgestudeerde niet terug te betalen, maar in dat geval heeft hij/zij ook niets aan de studie. Een student heeft dus af te wegen de toekomstige kosten (rente en aflossing) die hij/zij zeker maakt (tenzij ziek of werkloos –maar dan dus ook geen baten) tegen onzekere baten. De baten zijn hoogst onzeker want worden bepaald door (i) de kans dat de student afstudeert, (ii) de kans op een beter betaalde baan als gevolg van de studie en (iii) het extra loon in dat geval. De kans op een (goede baan) is daarbij sinds 2008 drastisch geslonken, mede door overheidsbezuinigingen. De verwachte baten zijn onzeker. De kosten zijn evenwel zeker en stijgen bovendien al jaren. Maar wat heeft de rest van Nederland ermee te maken dat studenten hoge kosten hebben en mogelijk geen baten? Nu, dit alles maakt niet alleen voor de student uit, maar ook voor de samenleving.
    Om precies dezelfde reden garandeert de overheid hypotheken, banken, exportkredieten
    Indien studenten risicomijdend zijn –en dat is om goede economische redenen iedereen-, dan zullen zij alleen studeren als de verwachte baten aanzienlijk hoger zijn dan de kosten. Het is evenwel maatschappelijk optimaal als iedereen gaat studeren zodra de verwachte baten ook maar een fractie hoger zijn dan de kosten. Om precies dezelfde reden garandeert de overheid hypotheken, banken, exportkredieten –om te voorkomen dat risicomijdende bedrijven, banken en huizenkopers nalaten investeringen te doen die in verwachting positief zijn. Al die garanties verschuiven risico van marktpartijen naar de overheid, die geacht wordt deze beter te kunnen dragen. Het is dus economisch volledig gerechtvaardigd dat er wel studiefinanciering is. Studiefinanciering voorkomt ook nog dat vooral mensen met rijke ouders studeren. En het voorkomt dat mensen vooral kiezen voor lucratieve studies –als rechten en economie-, wat diversiteit en creativiteit ten goede komt. Al zijn dit dan weer buiten-economische overwegingen, waarbij beleidsmakers subiet afhaken. Resteert de vraag waarom er door dit kabinet bezuinigd wordt op studiefinanciering. Wellicht is het onbegrip, wellicht is het bezuinigingsfetisjisme. Het is hoe dan ook even economisch invalide als intellectueel kreupel. En het is zaak dat studenten alle argumenten inzetten om studiefinanciering in stand te houden.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    David Hollanders

    Docent politieke economie aan de Universiteit van Amsterdam.

    Volg David Hollanders
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren