© Rosa Snijders

Jeugdzorg in het rood

De gemeenten zouden jeugdzorg goedkoper en beter regelen. Het tegenovergestelde is gebeurd. Wat ging er mis? Lees meer

Eén op de tien Nederlandse kinderen ontvangt een vorm van jeugdzorg: een onwaarschijnlijk hoog aantal. Vijf jaar geleden kregen gemeenten de taak jeugdzorg dichterbij, efficiënter en uiteindelijk ook goedkoper te regelen. Maar zowel het aantal aanbieders als het aantal kinderen als de uitgaven zijn ontploft. Afgelopen zomer was voor veel gemeenten de maat vol. Ze geven zoveel geld aan jeugdzorg uit, dat zij dit financieel niet meer kunnen bolwerken. Den Haag moet met meer budget over de brug komen, is hun boodschap. Follow the Money onderzoekt of geld wel het probleem is.

17 Artikelen

Stuurloze jeugdzorg in Zaanstad nekt kinderen, spekt zorgondernemers

Bijna de helft van de gemeenten schrijft rode cijfers door de oplopende kosten van jeugdzorg. Zo ook Zaanstad. Er ging alleen al naar specialistische jeugdhulp ruim 34 miljoen euro meer dan oorspronkelijk begroot – terwijl niemand weet voor hoeveel kinderen precies. Nu is het geld op en krijgt niet meer ieder kind de hulp die het nodig heeft. De wethouder ziet maar één remedie: Den Haag moet bijspringen. De eigen Rekenkamer oordeelt dat Zaanstad de kosten voor jeugdzorg vooral zélf uit de hand liet lopen.

Dit stuk in 1 minuut
  • Sinds 2015 moeten gemeenten de jeugdzorg ‘dichterbij, efficiënter en goedkoper’ organiseren. Toch zijn de kosten geëxplodeerd, net als het aantal kinderen dat hulp nodig heeft. Follow the Money onderzoekt de geldstromen in de jeugdzorg.
  • Zaanstad – in de zorgregio Zaanstreek-Waterland – kampt net als veel andere gemeenten met miljoenentekorten op de post jeugdzorg. De zorgregio trok daarom deze zomer aan de noodrem door een cliëntenstop in te voeren. Hierdoor kunnen instellingen geen nieuwe kinderen meer opnemen. Eerder al zetten Almere en Amsterdam deze stap.
  • In Zaanstreek-Waterland geldt nu een cliëntenstop voor dertien van de 36 instellingen voor jeugdzorg. Samen met het Noordhollands Dagblad onderzocht Follow the Money hoe het zover kon komen. 
  • In vier jaar tijd gaf Zaanstad 34,1 miljoen meer uit aan specialistische jeugdhulp dan in eerste instantie begroot. Zelf wijt de gemeente dat aan een stijgend aantal kinderen in steeds duurdere jeugdzorg. Deze argumentatie staat lijnrecht tegenover bevindingen van de Rekenkamer Metropool Amsterdam, die in maart concludeerde dat de tekorten juist zijn ontstaan door het eigen handelen van de gemeente.
  • Volgens de Rekenkamer beschikt Zaanstad niet over betrouwbare gegevens; weet ze op dit moment niet hoeveel cliënten er jeugdzorg ontvangen; monitort ze slecht hoe ze het jeugdzorgbudget uitgeeft; en staat ze toe dat zorgaanbieders hun cliënten te laat aanmelden bij de gemeente. Hierdoor is Zaanstad stuurloos op jeugdzorgbeleid en kunnen kosten ‘ongebreideld’ toenemen. 
  • De Rekenkamer oordeelt dat de gemeenteraad voor een groot deel buitenspel stond: Er werd ‘steeds andere informatie’ gedeeld. Volgens raadslid Annemarie van Nieuwamerongen (VVD) heeft wethouder Songül Mutluer de raad onjuist geïnformeerd. 
Lees verder

Met zijn Zwitsalkuifje, helderblauwe ogen en altijd een lach op zijn gezicht is Mano (bijna 3) een prachtig kind. Veel te aardig voor zijn zusjes, ‘de haaibaaien’, zoals zijn moeder Tessa Berenschot haar meiden met een knipoog noemt. Mano heeft niet veel nodig. Het liefst schroeft hij de hele dag deksels op en van potjes.

Wat Mano wel nodig heeft, is hulp. ‘Nog altijd kan hij niet zittend drinken en niet praten’, zegt Tessa. Ook lopen gaat moeizaam. ‘Hij valt vaak en struikelt nog over een zandkorrel. Zijn spierspanning is laag en zijn evenwichtsorgaan is niet in orde, zoveel is duidelijk. Maar waar dat aan ligt, weten we niet precies. Eigenlijk moet hij zo snel mogelijk naar een orthopedagogisch dagcentrum. Daar kunnen de behandelaars uitzoeken wat hem mankeert. En hem helpen zijn achterstand op leeftijdgenootjes in te halen.’

Om dat in gang te zetten, vraagt Tessa maart 2020 hulp aan bij de gemeente Zaanstad. In februari, na een rondleiding bij de specialistische jeugdzorginstelling Odion zijn zij en haar partner zo enthousiast dat ze hun zoon meteen inschrijven. In juli volgt een gesprek bij Odion. Tot hun schrik horen zij dat Mano ‘op zijn vroegst’ in 2021 naar de instelling kan. Juist die zomermaand heeft de zorgregio Zaanstreek-Waterland bij dertien van de 36 specialistische jeugdzorginstellingen een cliëntenstop afgekondigd. Het geld is op. 

Het uitstel druist in tegen de Jeugdwet, want het betekent dat Zaanstad haar zorgplicht jegens haar jongste inwoners niet naar behoren vervult. De wet is althans ‘volstrekt helder’, zei oud-staatssecretaris van Volksgezondheid Martin van Rijn vier jaar geleden over een soortgelijke casus in Almere: ‘Het enkele feit dat het gemeentelijk budget voor jeugdhulp overschreden dreigt te worden, doet niets af aan de jeugdhulpplicht van gemeenten. Daarnaast beperkt de jeugdhulpplicht zich niet tot acute hulpvragen.’ Een woordvoerder van minister Hugo de Jonge zegt desgevraagd dat ‘de quote van Van Rijn in ieder geval nog steeds geldt’.

Dossier: Jeugdzorg in het rood

In 2015 kregen gemeenten de taak jeugdzorg dichterbij, efficiënter en uiteindelijk ook goedkoper te regelen. Het tegenovergestelde gebeurde: het aantal aanbieders is explosief gestegen, net als het aantal kinderen in het systeem en de uitgaven. Follow the Money onderzoekt wat er misgaat.

Lees verder Inklappen
Inschrijven

Het Zaanse college van burgemeester en wethouders toont zich in antwoorden op raadsvragen al in 2019 zeer bewust van de gevolgen van cliëntenstops. ‘Dit zal leiden tot inefficiënte hulp, verergering van problematiek en een verhoogd risico op calamiteiten. Daarnaast raken dergelijke maatregelen aan de leveringsplicht van de gemeente om jeugdigen passende hulp te bieden.’ Hierdoor besluit het college in dat jaar geen cliëntenstop in te voeren. Een jaar later gebeurt dat wel, en stelt Zaanstad dat ze haar zorgplicht wél vervult, omdat de gemeente alternatieven biedt en in schrijnende situaties toch garant staat voor budget. 

Hoeveel kinderen als Mano op jeugdzorg wachten is onduidelijk, er zijn geen eenduidige gegevens over wachttijden

Het alternatief dat Zaanstad Mano biedt, is 2,5 uur orthopedagogische thuisbegeleiding per week. Moeder Tessa noemt dit ‘lang niet voldoende’, omdat zowel jeugdzorginstelling Odion als het sociaal wijkteam van de gemeente hebben gezegd dat Mano minimaal drie volle dagen orthopedagogische zorg nodig heeft. Bijna tien keer zoveel dus als het Zaanse ‘alternatief’. En als hij in oktober 2021 vier jaar wordt, moet hij naar het speciaal onderwijs. Voor die tijd moet hij zijn achterstand op leeftijdgenoten inhalen, maar door de Zaanse toestanden heeft hij daar hooguit tien maanden voor. Terwijl hij wacht, gaat kostbare tijd verloren. ‘Hoe kunnen we ervoor zorgen dat hij klaar is voor school, als we nog niet eens weten of hij in januari terechtkan?’ vraagt zijn moeder Tessa. ‘Hij heeft dringend orthopedagogische hulp nodig.’ 

Hoeveel kinderen als Mano op jeugdzorg moeten wachten, is onduidelijk. Niet alleen in Zaanstad, in het hele land zijn geen eenduidige gegevens over wachttijden beschikbaar. Gemeenten houden ze niet bij, en lang niet alle instellingen zetten online hoe lang een kind moet wachten om er terecht te kunnen. Het laatste landelijke onderzoek is van het Nederlands Jeugdinstituut en dateert uit 2017. Dat constateert dat er ‘geen bronnen’ zijn met gegevens over wachttijden per gemeente of per jeugdhulpregio. Wel is duidelijk dat er in het verleden meer cliëntenstops zijn geweest, zoals in gemeenten als Almere en Amsterdam.

‘Jongens, dit kan zo niet langer’

De enige manier waarop Mano in Zaanstad op tijd geholpen kan worden, is als het Rijk met meer geld over de brug komt, stelt de verantwoordelijke wethouder Songül Mutluer. Voor de camera’s van NH Nieuws gaat ze in op de cliëntenstop in de regio. ‘Het is niet meer dan logisch dat het budget al na een half jaar op is, want we moeten jeugdhulp uitvoeren met te weinig geld vanuit het Rijk.’ Meer zorgregio’s kampen met hetzelfde probleem, voegt ze eraan toe. Met nadruk spreekt ze de landelijke overheid aan: ‘Jongens, dit kan zo niet langer.’ 

Het is niet voor het eerst dat Mutluer een landelijk probleem zonder meer van toepassing verklaart op Zaanstad. In de raad, in brieven aan de raad, in antwoord op schriftelijke raadsvragen, in de media, en op de website van de gemeente stelt Mutluer keer op keer dat er tekorten ontstaan omdat het Rijk bezuinigt en het aantal jongeren in jeugdzorg toeneemt.

Mutluers zienswijze gaat in tegen de hoofdconclusie van de onderzoekers van de Rekenkamer Metropool Amsterdam. Raadsleden verzochten de Rekenkamer onderzoek te doen, omdat ze zich zorgen maakten over de oplopende tekorten. De onderzoekers concluderen in hun rapport Jeugdhulp in Zaanstad dat er voldoende budget was, dat tot en met 2018 zelfs met 3,6 miljoen euro steeg, terwijl het aantal jongeren in specialistische jeugdhulp, daar waar de enorme tekorten ontstonden, met 13 procent afnam. 


Erik Oppenhuis, onderzoeker Rekenkamer

"Zo bezien is de cliëntenstop in Zaanstad een logisch gevolg van niet scherp genoeg zijn op wat er gebeurt"

Hoewel de gemeenteraad ‘meerdere keren’ en ‘hardnekkig’ te horen kreeg dat de tekorten ontstonden door een toename [van jongeren die hulp nodig hebben, red.], lieten de cijfers ‘een duidelijke daling’ zien, schrijft de Rekenkamer. ‘Wat ik opvallend vond,’ licht Rekenkamer-onderzoeker Erik Oppenhuis toe, ‘is het gemak waarmee zonder onderzoek een landelijk beeld als verklaring dient voor ‘Zaans-specifieke’ zaken.’ 

Het Rekenkamerrapport landde niet goed in het Zaanse stadhuis. ‘De onderzoekers van de Rekenkamer snapten het allemaal niet, was de eerste reactie,’ zegt VVD-raadslid Annemarie van Nieuwamerongen. Dat verbaast Rekenkamer-onderzoeker Oppenhuis niet. ‘De ambtelijke organisatie dacht dat de genomen maatregelen effect hadden. Ook na ons rapport waren ze er nog steeds van overtuigd dat het gewoon de goede kant op ging. Wij zagen dat niet in de feiten.’ 

Zo bezien is de plotselinge cliëntenstop in Zaanstad een logisch gevolg van ‘niet scherp genoeg zijn op wat er gebeurt’, zegt Oppenhuis. Rekenkamer-directeur Jan de Ridder vult aan: ‘Er was in de raadsvergadering discussie over conclusies. De stelling dat de tekorten kwamen door het Rijk zagen wij niet goed onderbouwd. Dat vond de wethouder natuurlijk niet prettig.’

Uiteindelijk nam Zaanstad alle aanbevelingen van de Rekenkamer over. Volgens de gemeente is de analysefase inmiddels afgerond, en is er een begin gemaakt met verbeteringen. Het stemt De Ridder optimistisch. ‘Ik heb nu wel het idee dat ze een hele positieve houding hebben om ermee aan de slag te gaan, maar het kost tijd voordat je de boel echt een beetje op orde hebt.’

Cliëntenstop als koevoet

Wethouder Songül Mutluer lijkt liever niet te veel ruchtbaarheid aan het (volledig openbare) Rekenkamerrapport te willen geven, zo valt op te maken uit een mailwisseling tussen haar woordvoerder en het Noordhollands Dagblad. De krant wil in een artikel over de cliëntenstop twee zinnen opnemen over het Rekenkamerrapport. Zaanstad is dan net aangehaakt bij de lobby van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, die beoogt 2 miljard euro extra bij het Rijk los te krijgen om de ontstane tekorten bij de gemeenten aan te vullen. 

De door Zaanstreek-Waterland ingestelde cliëntenstop dient voor de VNG-lobby als een koevoet, blijkt uit de mail aan de journalist van het Noordhollands Dagblad: ‘Belangrijk is dat deze REGIONALE cliëntenstop doordringt bij het Rijk en daarvoor gaat het niet helpen om de boodschap toe te voegen dat een van de individuele gemeenten (in het verleden) ‘geen realistische begrotingen’ had. (...) Mocht je het stukje van Rekenkamer willen vervangen om iets meer body te kunnen geven aan de oproep richting Rijk, staat ons aanbod nog steeds dat Songül je persoonlijk nog even belt om die oproep toe te lichten.’ 

De woordvoerder geeft in de mail ook aan dat op aandringen van Zaanstad Kamervragen worden gesteld en noemt het verder ‘verwarrend’ dat de cliëntenstop een maatregel is van de regio en de gemeenten samen, terwijl het rapport over (het verleden van) Zaanstad gaat. Wethouder Mutluer belt de journalist om te melden dat publicatie ‘niet zou helpen met haar missie’, doelend op de lobby. Tevergeefs. Het Noordhollands Dagblad, waarmee Follow the Money samenwerkte voor dit artikel, laat de twee zinnen staan. 

‘Heel erg,’ noemt Rekenkamerdirecteur Jan de Ridder de handelswijze van de gemeente. ‘Ik geloof heilig in transparantie als een betere lobby. De eigen problemen maskeren, helpt niet. Gemeenten die hun zaken wel voor elkaar hebben, en daar zijn hele goede voorbeelden van, laten zien dat jeugdzorg ook voor hen een groot probleem is. Zeg gewoon: wij hebben het als gemeente nog niet zo heel erg op orde. Dat jeugdzorg een enorm ingewikkelde klus is voor gemeenten is nog steeds verdedigbaar.’

Lees verder Inklappen

Hoe zit het dan wel in Zaanstad? Duidelijk is dat de gemeente van 2017 tot en met 2020 34,1 miljoen euro méér uitgaf aan specialistische jeugdzorg dan aanvankelijk begroot. Besteedde de gemeente in 2016 nog 24,2 miljoen euro aan deze vorm van zorg, in 2020 wordt dit naar verwachting 40,3 miljoen.

De Rekenkamer geeft in het rapport een schier eindeloze opsomming van kosten opdrijvende factoren. Zo betaalde de gemeente voor sommige zorgtrajecten voorschotten aan meerdere zorgaanbieders; mocht de instelling bij bepaalde vormen van zorg de hele begin- en eindmaand van een behandeltraject volledig declareren; en werd er ‘bij het minste of geringste’ naar dure specialistische zorg verwezen, zonder dat de gemeente dit in de gaten had. 

Ook schafte Zaanstad bij specialistische jeugdhulp de budgetplafonds af, waardoor de mogelijkheid ontstond dat instellingen meer hulp inzetten dan nodig en dat de gemeente ze hiervoor betaalde. ‘Doordat tegelijkertijd het verwijsproces niet voldoende op orde was (…) konden de kosten vrijwel ongebreideld oplopen,’ staat in het rapport. Volgens VVD-raadslid Van Nieuwamerongen hebben zorgaanbieders in de gemeente ‘vrij spel’ omdat het voor politieke partijen niet bespreekbaar is om op zorg voor kinderen te bezuinigen. ‘Zorgaanbieders hebben door dat de meerderheid [van de partijen, red.] de duurdere rekeningen toch wel accepteert.’

‘Gegeven onze eerdere ervaringen verwachten we niet op korte termijn een bevredigend antwoord te krijgen’

De Rekenkamer is ‘maanden bezig’ om van Zaanstad een volledig overzicht te krijgen van begrote en gerealiseerde kosten voor specialistische jeugdhulp. Cijfers zijn ‘totaal inconsistent, moeilijk te achterhalen en versnipperd’, concludeert de Rekenkamer. Dit beperkt zich niet tot Zaanstad. Follow the Money is bezig met een groot data-onderzoek naar de tekorten in jeugdzorg. Hiervoor werden 149 gemeenten benaderd, waarvan er tot nu toe zeven een compleet ingevuld databestand aanleverden. Veel gemeenten zeggen niet mee te kunnen doen omdat het te moeilijk, of onmogelijk, voor ze was om de gevraagde gegevens te verzamelen.

In Zaanstad bestaat ook over de laatst opgegeven cijfers (november 2019) onduidelijkheid. ‘Zijn de gecorrigeerde bedragen voor verleende hulp in eerdere jaren correct en in hoeverre zijn deze kosten dan nog vergelijkbaar met eerdere jaren?’ vraagt de Rekenkamer zich af. ‘We hebben deze vragen niet meer gesteld, omdat we gegeven onze eerdere ervaringen niet verwachten daar op korte termijn een bevredigend antwoord op te krijgen.’ 

De dashboards die jeugdhulp moeten monitoren, zijn ‘beperkt bruikbaar’ en niet geschikt voor trendanalyse. Begrotingscijfers voor 2015 en 2016 zijn volgens de Rekenkamer ‘in het geheel niet beschikbaar’ en de gemeente kan cijfers voor specialistische jeugdhulp in 2016 en 2017 ‘niet reconstrueren’. Dat komt in belangrijke mate door ‘spookjongeren’, die meer dan drie jaar door de gemeentebestanden zweefden. Dit zijn jongeren die ooit bij een instelling zijn aangemeld, maar aan wie al jaren geen zorg meer is verleend. De onderzoekers vragen zich af waarom er pas in 2019 is besloten naar de cijfers te kijken, terwijl al in 2015 vermoedens bestonden van spookcliënten en afwijkingen ten opzichte van CBS-cijfers. ‘Men had de onjuistheid van de cijfers voor specialistische jeugdhulp al veel eerder kunnen signaleren’, staat in het rapport.

Volgens Rekenkamerdirecteur Jan de Ridder is monitoren een ‘minimale voorwaarde’ om risico’s te beheersen en kosten onder controle te krijgen. Onderzoeker Erik Oppenhuis zegt dat hiervoor in Zaanstad ‘geen enkele infrastructuur’ bestond, terwijl de informatie wel gewoon aanwezig was. Verder kon de gemeente aanbieders via contracten niet dwingen tot volledigheid, juistheid en het tijdig aanleveren van informatie. ‘De gemeente kan kijken of zij bij nieuwe contracten sanctiebepalingen kan opnemen als dit niet op orde is of blijft’, aldus onderzoeker Oppenhuis.

Over deze kritische conclusies stellen Follow the Money en het Noord-Hollands Dagblad vragen aan wethouder Mutluer. Onderschrijft zij deze, waar ging het mis? Ondanks meermaals aandringen weigert de wethouder onze vragen te beantwoorden. Zaanstad is immers bezig de boel te verbeteren: ‘Daar ligt voor ons de prioriteit. Met al het werk wat verzet wordt, en moet worden op dit onderwerp [jeugdzorg, red.], om de gewenste resultaten te halen die we aan de gemeenteraad hebben toegezegd, hebben we deze keuze gemaakt,’ meldt haar woordvoerder.

Daarbij vindt zij onze vragen ‘op veel onderdelen meer technisch dan bestuurlijk’ en kunnen we voor antwoorden ook filmpjes van ambtenaren bekijken, gemaakt tijdens bijeenkomsten met de raad. Hebben we daarna nog vragen, dan stelt de woordvoerder ‘een bestuurlijk gesprek’ voor met de wethouders van de zorgregio. Maar het Rekenkamerrapport gaat over Zaanstad, niet over de zorgregio, en daarbij presenteert wethouder Mutluer consequent conclusies die tegen het Rekenkamerrapport ingaan. Wij zien graag op schrift waarop zij haar beweringen baseert. Maar het uitschrijven van alle antwoorden op de hele vragenlijst over het Rekenkamerrapport ‘vergt een hoop dubbel werk’, meldt de woordvoerder.

In de raadsvergadering van september schetst Zaanstad opnieuw een beeld van meer en meer jongeren in steeds zwaardere jeugdzorg, dit keer over de jaren 2019-2020. ‘Dit gaat gepaard met een kostenstijging, waarvoor de bijdrage vanuit het Rijk niet voldoende is,’ stelt Mutluers woordvoerder. ‘Deze ontwikkeling zien we in het hele land. Dit rechtvaardigt de oproep richting het Rijk voor een hogere bijdrage voor de jeugdzorg.’ 

Deze voorstelling van zaken lijkt op hoe de gemeente eerder in een ‘bestuurlijke reactie’ reageerde op het Rekenkamerrapport. ‘Ze beweren dit wel, maar hebben het niet onderzocht,’ zegt onderzoeker Oppenhuis over die bestuurlijke reactie. ‘Wij constateren dat er duurdere en zwaardere zorg is ingezet. In welke mate er werkelijk zwaardere zorg nodig is, of dat het te maken heeft met de wijze van indiceren, is volstrekt niet helder.’

‘We weten niet hoeveel jeugdigen op dit moment zorg krijgen’

In maart meldden de wethouders ook in hun bestuurlijke reactie dat Zaanstad in 2018 ‘scherp geacteerd heeft op de monitoring van stijgende kosten’. Toch is ook in 2020 het databeheer niet op orde. Dat komt onder meer aan de oppervlakte als Follow the Money de gemeente vraagt deel te nemen aan een landelijk data-onderzoek naar de tekorten in jeugdzorg. ‘We zouden wel willen, en kunnen ook zeker de inzichten gebruiken, maar hebben niet genoeg capaciteit op dit moment om met de data aan de slag te gaan.’ Niet voor niets heet dit gemeentelijke project ‘De basis op orde’: ‘We moeten eerst zelf een aantal verbeterslagen in de datakwaliteit maken (...) Als ik heel eerlijk ben denk ik dat het niet realistisch is om voor het einde van het jaar te voldoen aan jullie vragen,’ meldt een gemeentewoordvoerder.

Op dit moment kan Zaanstad ‘nooit een actueel klantenbestand hebben’, zo blijkt uit een filmpje dat een ambtenaar recent opnam om de gemeenteraad te informeren. Zorgaanbieders doen er in Zaanstad zo’n 79 dagen over om het begin van een zorgtraject aan te melden bij de gemeente. ‘Wij weten niet hoeveel jeugdigen op dit moment zorg krijgen,’ zo krijgt de raad te horen. Terwijl dat wel op orde moet zijn, wil Zaanstad het beleid kunnen bijsturen. Nu kunnen ambtenaren op hun dashboards niet zien hoeveel jeugdigen een bepaald type zorg krijgen en wanneer die zorg begint. Zo is vooraf onmogelijk te zien welke kosten uit de hand lopen. 

Ook aan het einde van een boekjaar kan de gemeente verrast worden door veel hogere kosten. Vanwege een openeindregeling kan een zorgaanbieder aan het eind van het jaar anderhalf miljoen aan kosten opvoeren voor twintig kinderen, zonder bij de gemeente te hebben gemeld dat deze jeugdigen ook daadwerkelijk zorg krijgen. ‘Het tekort van 3,8 miljoen dat nu [voor dit jaar, red.] genoemd wordt, kan daarom ook zomaar weer anders zijn,’ zo wordt in het filmpje uitgelegd. 

Ook VVD-raadslid Van Nieuwamerongen heeft moeite om van de gemeente actuele cijfers te krijgen. ‘Ik hoef ze eigenlijk niet echt per maand in te kunnen zien, per kwartaal vind ik ook goed. Nu lijkt dit overzicht er zelfs op jaarbasis niet echt te zijn. Als ik wethouder geweest was, had ik iedere maand een exact overzicht willen hebben van hoeveel jeugdigen de afgelopen maand welke soort zorg kregen, wie de doorverwijzers zijn, wat de kosten zijn, wat de mutaties ten opzichte van de afgelopen maand(en) zijn en of de gemeente nog in de pas loopt met het totale budget. Maar dat is er dus niet.’

Rekenkamer: Gemeenteraad buitenspel

Volgens Rekenkamerdirecteur Jan de Ridder en onderzoeker Erik Oppenhuis stond de gemeenteraad voor een groot deel buitenspel. Er werd immers ‘steeds andere informatie’ gedeeld, waardoor het ‘voor de raad absoluut niet duidelijk was wat er aan de hand was met jeugdzorg’. Een politieke doodzonde, oordeelt raadslid Annemarie van Nieuwamerongen. ‘De raad fout informeren, betekent vrijwel altijd het vertrek van de wethouder.’

Tot nu toe antwoordde het college op kritische raadsvragen over de toereikendheid van het budget voor jeugdzorg, dat dit een ‘politieke vraag’ is. ‘De raad gaat over de begroting en bepaalt welk budget voor zorgkosten beschikbaar wordt gesteld,’ kreeg Van Nieuwamerongen te horen. ‘Als ik in de beraden of raadsvergaderingen toch weer de kosten voor jeugdhulp aankaart, gaan andere partijen zuchten of maken ze non-verbaal duidelijk dat ze hier niet op zitten te wachten. De wethouder weet dat de meerderheid me niet steunt en dat ze daardoor niet rigoureus hoeft te snijden in het budget of de hulp.’ 

Ook Rekenkamerdirecteur Jan de Ridder omschrijft een soms te innige tango tussen raad en college. ‘Vier of vijf jaar geleden verliep de communicatie nogal informeel. De raad vond dat prettig, want die werd regelmatig bijgepraat. Het had alleen als bijwerking dat de organisatie niet gedwongen werd om nette rapportages te maken. De raad had zelf wat explicieter actief kunnen zijn in het zich laten informeren.’ Volgens De Ridder hadden rapportages ervoor gezorgd dat er minder inconsistenties waren en dat deze sneller werden ontdekt. ‘We hebben de raad ook aangesproken op het feit dat dit wel wat steviger had gekund.’

Lees verder Inklappen

De Zaanse jeugdzorgmalaise kan niet louter aan Songül Mutluer worden toegeschreven. Ze werd wethouder in juni 2018, terwijl het rapport van de Rekenkamer voor een belangrijk deel over de jaren daarvoor gaat. Al in 2015 adviseerde de Rekenkamer dat het risicomanagement beter moest. Ook de raad stond erop dat dit gebeurde, maar Zaanstad nam dat niet over. 


Jan de Ridder, directeur Rekenkamer

"In al die jaren waar het onderzoek over ging, zagen wij dat risicomanagement ontbrak"

Destijds waren wethouder Jeroen Olthof en burgemeester Geke Faber (beiden van de PvdA, net als Mutluer) verantwoordelijk. Faber zegt nu ‘niet te kunnen reageren’ op de vraag waarom Zaanstad dat advies links liet liggen. ‘Het gaat over een piepklein onderdeel van een rapport van vijf jaar geleden, waarvan ik de context niet paraat heb. Ik was daarvoor niet eindverantwoordelijk, dat was de wethouder van toen.’ Olthof, wethouder van toen, wil geen vragen beantwoorden. Zijn woordvoerder: ‘Omdat deze vragen aan het ambt vasthangen en hij dit ambt niet meer bekleedt.’

Dat Zaanstad zo verrast werd door de tekorten, bewijst dat de Rekenkamer destijds gelijk had, meent directeur De Ridder. ‘In al die jaren waar het onderzoek over ging, zagen wij dat risicomanagement ontbrak. Terwijl de raad nadrukkelijk onderstreepte hoe belangrijk hij dit vond, is er niks gebeurd.’ 

Dit keer heeft De Ridder goede hoop dat het anders verloopt. ‘In het begin proefden wij bij het college enige weerstand tegen het transparant maken van de problemen. Ik heb er vertrouwen in dat de houding nu meer gericht is op leren.’ 

Omdat het geld in het Zaanse stadhuis niet tegen de plinten klotst, is dat belangrijk. De gemeente heeft in totaal 700 miljoen euro schuld. Financieel is ‘de afgrond in zicht’, schreef het Noordhollands Dagblad een paar maanden geleden.

Kinderen als Mano betalen daar duur voor. En dat is ‘bizar, idioot, belachelijk’, zegt zijn moeder Tessa. ‘Ik heb een vrolijk kind en wil dat zo houden. Juist in deze levensfase, is het belangrijk dat we erachter komen wat Mano heeft en dat hij hulp krijgt. Verschrikkelijk dat dit door een budgetkwestie maandenlang niet kan.’ 

Dit artikel kwam tot stand op basis van gezamenlijk onderzoek met het Noordhollands Dagblad. Deze krant publiceert vandaag eveneens over de zaak Zaanstad. 

Het onderzoek is mede mogelijk gemaakt dankzij het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek.

Daan Appels
Daan Appels
Onderzoeksjournalist die zich onder meer richt op zorg en voedsel (ondanks beperkte kookkunsten).
Gevolgd door 304 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Virginia Groenendijk
Journalist bij het Noordhollands Dagblad
Gevolgd door 12 leden