Een Zeeuws proefproject om tong te kweken in vijvers kreeg miljoenen aan subsidie uit Den Haag, Middelburg en Brussel. Maar auditoren uit Nederland en Europa waren kritisch op de gedeclareerde kosten. Uiteindelijk betaalde Den Haag. De droom dat er jaarlijks 15 miljoen kilo aan kweektong geproduceerd zou worden, is ondertussen nog ver weg.

Dit stuk in 1 minuut
  • Zowel de Europese Commissie als de Nederlandse Auditdienst Rijk hadden grote bezwaren tegen kosten die uit naam van het project Zeeuwse Tong werden gedeclareerd bij het Europees Visserijfonds. Bijna 1 miljoen euro aan bonnetjes betrof aankopen die in strijd waren met de Europese aanbestedingsregels. De Commissie had ook kritiek op hoe de Nederlandse regering dit project überhaupt had geselecteerd voor subsidie. 
  • Toch kreeg het project uiteindelijk de volledige 6,5 miljoen euro die bij aanvang was beloofd, na creatief geschuif tussen nationale en Europese potjes. Op het laatst was de Nederlandse overheid zelfs bereid extra kosten te vergoeden bovenop de subsidie, om te voorkomen dat er ‘publicitaire schade’ zou ontstaan; dat de relatie met de provincie Zeeland zou worden beschadigd; en dat de overheid een claim aan zijn broek gesmeerd kreeg ‘waarbij wordt ingeschat dat die negatief zal uitpakken voor EZ’, het ministerie van Economische Zaken. 
  • Terwijl Kamerleden zich zorgen maken over de besteding van Europese subsidies in Oost-en Zuid-Europa, laat de casus Zeeuwse Tong zien dat er ook in Nederland rare dingen kunnen gebeuren met subsidies uit Brussel.
Lees verder
2006
2007
2008
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
1 NOV
2005
11 OKT
2006
2 JUL
2009
1 JUN
2010
28 JUL
2010
DEC
2010
11 OKT
2011
20 DEC
2012
24 DEC
2013
JUN
2014
MRT
2015

Er is nog geen kritische vraag gesteld over de miljoenensubsidie die het aquacultuurproject Zeeuwse Tong heeft ontvangen, of de oud-bestuursvoorzitter van het project trekt al van leer tegen de ‘wantrouwenssamenleving’ die volgens hem is gecreëerd. 

‘We zijn volledig gejuridificeerd in onze samenleving. Dat kost handenvol met geld,’ zegt de gepensioneerde ondernemer Rinus Platschorre tegen Follow the Money aan het begin van een twee uur durend gesprek in het Zeeuwse Colijnsplaat, waar tussen 2009 en 2015 in een proefbedrijf de vissoort tong werd gekweekt.

‘Ik doe wat voor jou, dan doe jij wat voor mij terug. We schrijven dat niet op maar we weten het van elkaar’

‘Extra regels, extra controle. Zo gaan we met elkaar om in dit leven.’ Die controles maken het steeds minder aantrekkelijk om subsidie aan te vragen en zijn volgens Platschorre het gevolg van wantrouwende auditors – en onderzoeksjournalisten. ‘Het is zo ingewikkeld gemaakt, onder andere door mensen als u die voortdurend zitten te wroeten: wat is er met die subsidie gebeurd?’

Raszakenman Platschorre, met ruim vier decennia ervaring in de bouwwereld, spreekt met lichte bewondering over een andere benadering, die hij naar eigen zeggen in de jaren negentig tegenkwam bij het zakendoen in China. ‘Die hadden een heel simpel systeem: ik doe wat voor jou, dan doe jij wat voor mij terug. We schrijven dat niet op maar we weten het van elkaar. En als je het niet doet, dan lijd je gezichtsverlies.’

‘Tjongejonge dat was me wel een toestand, voordat het allemaal voor elkaar was’

Die instelling botst keihard met de wereld van Europese subsidies, waarin van ontvangers wordt verwacht dat ze hun gedeclareerde kosten duidelijk verantwoorden en zich aan Europese aanbestedingsregels houden. Lang nadat het subsidieproject inhoudelijk was afgerond, had Platschorre nog gesprekken met de overheid over de bonnetjes. ‘Tjongejonge dat was me wel een toestand, voordat het allemaal voor elkaar was.’

Een toestand, dat is nog zachtjes uitgedrukt. Het ministerie van Economische Zaken (EZ) wilde zoveel mogelijk bonnetjes vergoeden uit het Europees Visserijfonds, maar de Europese Commissie had grote bezwaren tegen een deel van de overheidsbijdrage die EZ aan het project had betaald. Ook de Auditdienst Rijk was zeer kritisch, blijkt uit interne overheidsdocumenten die Follow the Money kon inzien.

Uit deze vertrouwelijke stukken en gesprekken met betrokkenen volgt een reconstructie van een politiek prestigieus subsidieproject waarover auditoren grote twijfels hadden, maar dat uiteindelijk toch het volledige subsidiebedrag ontving: het werd de op een-na-grootste ontvanger van geld uit het Europees Visserijfonds (2007-2013). Zeeuwse Tong mocht simpelweg niet eindigen in een fiasco.

Dossier

Blijf op de hoogte

Wil je alle verhalen van Bureau Brussel in je mailbox? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.

Volg Bureau Brussel

Delicatesse op de menukaart

Start scrollchart linkHet verhaal van Zeeuwse Tong begint in november 2005 met een mogelijke oplossing voor een groeiend probleem. Akkerbouwers in de Zeeuwse regio worden geconfronteerd met grond die steeds verder verzilt. Onderzoekers van Wageningen University & Research (WUR) komen op het idee dat boeren misschien kunnen overstappen op binnendijkse kweek van zoutwatervissen: niet meer vechten tegen de verzilting, maar ervan profiteren.

Samen met de provincie Zeeland organiseert WUR een workshop in het provinciehuis in Middelburg over een plan getiteld ‘Zeeuwse Tong’. Ze besluiten om in een pilotproject de kweek van tong te onderzoeken.End scrollchart link

‘Zeeuwse Tong is een delicatesse die op de menukaart van ieder zichzelf respecterend restaurant prijkt’

Het initiatief komt in juni 2006 terecht in een enthousiaste nota van de provincie Zeeland, die beschrijft hoe de wereld er in mei 2015 uit moet zien: ‘Zeeuwse Tong is een delicatesse die op de menukaart van ieder zichzelf respecterend restaurant in binnen- en buitenland prijkt.’ WUR-onderzoeker Jan Ketelaars wordt geciteerd met de verwachting dat er na de ‘blauwe revolutie’ ongeveer 15.000 ton tong per jaar gekweekt zal worden.

Start scrollchart linkToenmalig minister Cees Veerman (CDA, Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) is gecharmeerd van het idee. Hij stuurt op 11 oktober een brief naar de commissaris van de Koningin van Zeeland, partijgenoot Wim van Gelder. Veerman prijst het ‘innovatief en duurzaam productiemodel’ dat de kweek van tong combineert met die van zagers, zilte gewassen en schelpdieren.

Veerman wil 7,5 miljoen euro beschikbaar stellen, waarvan 2,5 miljoen uit het Europees Visserijfonds (EVF). De CDA-minister wil het geld echter alleen beschikbaar stellen als de provincie Zeeland en private partijen eenzelfde bedrag toezeggen. Dat lijkt al afgestemd te zijn. Op dezelfde dag als de dagtekening van Veermans brief houdt het Zeeuwse college van Gedeputeerde Staten een bespreking van de najaarsnota, waarin wordt besloten 1 miljoen euro te reserveren voor Zeeuwse Tong. In de nota aan Provinciale Staten licht GS de post toe. Ze herhaalt de verwachte jaarproductie van 15.000 ton zeetong ‘met een handelswaarde van 150 miljoen euro’ en werkgelegenheid voor 150 bedrijven.End scrollchart link

Het ministerie kent in 2006 een miljoen euro toe aan Wageningen University & Research voor de eerste fase van het project.

Gepensioneerde netwerker

Ergens in 2006 raakt ook de bekende Zeeuwse oud-bouwtopman Rinus Platschorre bij het project betrokken. Hij vervulde topfuncties bij bouwbedrijven als TBI en BAM, was voorzitter van de cementbranchevereniging VNC en was lid van het dagelijks bestuur van VNO-NCW. Platschorre bleef na zijn pensionering een echte netwerker en werd naar eigen zeggen ‘benaderd door Wim van Gelder’, de toenmalige commissaris van de Koningin. ‘Die zei: “Rinus, zou jij hier een project van willen proberen te maken?” Ik vond dat leuk. Oké, dat doe ik.’ Hij betrekt aquacultuurbedrijven en kennisinstellingen bij het project.

Platschorre krijgt de voorzittersfunctie toegeschoven zonder enige benoemingsprocedure

In juni 2007 richt Platschorre met Peter de Koeijer, bestuurder bij de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO), de stichting Zeeuwse Tong op. Platschorre wordt met steun van de provincie voorzitter van de stichting, die de subsidies zal aanvragen. Platschorre declareert voor zijn werkzaamheden en onkosten 22.500 euro per kwartaal. Hij krijgt de functie toegeschoven zonder enige benoemingsprocedure. 

Start scrollchart linkIn 2009 schrijft Gerda Verburg (CDA), minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, aan Platschorre dat de stichting een subsidie krijgt van maximaal 6,5 miljoen euro waarvan 1,3 miljoen zal worden gefinancierd uit het EVF. End scrollchart link

Start scrollchart linkOp 1 juni 2010 opent Verburg het proefbedrijf officieel. Aan de voet van de Zeelandbrug tussen Schouwen-Duiveland en Noord-Beveland komen grote vijvers waarin de tong wordt gekweekt. Op de dag van de opening besluit het Zeeuwse college van Gedeputeerde Staten om nog eens anderhalf miljoen euro subsidie beschikbaar te stellen aan het project, uit een pot voor landbouwontwikkeling. 

Sinds de vorige provinciesubsidie (van 1 miljoen) was er wel iets veranderd: de echtgenote van Platschorre, oud-minister Verkeer en Waterstaat Karla Peijs (CDA), was ondertussen commissaris van de Koningin van Zeeland geworden. Peijs was dus voorzitter van het college van Gedeputeerde Staten dat besloot subsidie te verlenen aan een stichting waarvan haar man de voorzitter was.End scrollchart link

Een woordvoerder van de provincie zegt dat Peijs ‘bij het inhoudelijke besluit [..] niet betrokken is geweest’. Ook Platschorre benadrukt dat bij de subsidieverlening de gedeputeerde politiek verantwoordelijk was. Het besluit wordt door het college slechts ‘afgetikt’. ‘Daar speelt de commissaris geen beslissende rol. Dat is qualitate qua. Het is een volledige misvatting dat Karla ook maar enige invloed had,’ aldus Platschorre.

Zeeland noemt de toewijzing van anderhalf miljoen euro aan Zeeuwse Tong een ‘formalisering’ van een advies van een stuurgroep. Die stuurgroep Natuurherstel Westerschelde bestond uit vier leden, onder wie Peter de Koeijer namens landbouworganisatie ZLTO. De Koeijer was tevens medeoprichter van de stichting Zeeuwse Tong – ontvanger van de subsidie die de stuurgroep voorstelde.

ZLTO of De Koeijer lijken geen maatregelen te hebben genomen om (de schijn van) belangenverstrengeling te voorkomen. ZLTO benadrukt dat bestuurslid van de stichting Zeeuwse Tong een ‘onbezoldigde functie’ betrof.

Vijvers worden massagraf

Deze vraagstukken leken destijds nauwelijks te spelen. Wel kreeg het project veel kritiek van lokale vissers, zegt Sander Ruizeveld de Winter. Hij kwam als onderzoeker van Wageningen University & Research en werd locatiemanager van het proefbedrijf Zeeuwse Tong. ‘Joh, ik kon niet eens in de kroeg in Yerseke komen op een gegeven moment, dan kreeg ik gewoon ruzie als ze wisten wie ik was. “Het is allemaal weggegooid geld en het kan allemaal niet,” zeiden die vissers.’ Toch heeft het project volgens Ruizeveld de Winter veel nieuwe kennis opgebracht voor de aquacultuur.

‘Het is allemaal weggegooid geld en het kan allemaal niet’

Start scrollchart linkHij vertelt er in juli 2010 over in de Provinciale Zeeuwse Courant. De vissen groeien prima, maar er is nog genoeg dat moet worden onderzocht, vertelt Ruizeveld de Winter. ‘Waarom is het water in de ene vijver troebeler dan in de andere, terwijl de omstandigheden precies gelijk zijn? En we weten nu dat we zomerse temperaturen aankunnen. Maar hoe gaat het straks bij strenge vorst?’End scrollchart link

Start scrollchart linkDie laatste vraag wordt vijf maanden later treurig genoeg beantwoord. Ruim 90 procent van de kweektongen blijkt niet bestand tegen snel intredende kou en duizenden dieren vriezen dood.End scrollchart link

Start scrollchart linkOndanks kritiek van enkele statenfracties houdt de provincie vertrouwen in het project. ‘Wij beschouwen dit enerzijds als een betreurenswaardig incident, maar anderzijds als een zeer bruikbaar leermoment in een innovatief project. Op basis van deze ervaring is het winterverblijf aangepast,’ schrijven Peijs en provinciesecretaris Viek Verdult namens het college.End scrollchart link

‘Niet-subsidiabel’, althans in theorie

Start scrollchart linkIn Den Haag komt het project ondertussen in de schijnwerpers te staan. De Auditdienst Rijk trekt aan de bel: het ministerie had de stichting Zeeuwse Tong bij de subsidieverlening moeten aanmerken als publiekrechtelijke instelling. Gevolg van die classificatie is dat de stichting zich bij het aankopen van leveringen en diensten aan de Europese aanbestedingsregels moet houden. Die regels hebben als doel om concurrentie te bevorderen en ervoor te zorgen dat er geen bedrijven oneerlijk worden voorgetrokken.End scrollchart link

Platschorre krijgt eind 2012 een nieuwe brief van EZ die hem hierover informeert. EZ schrijft dat de vaststelling dat de stichting een publiekrechtelijke instelling is, betekent dat opdrachten die de Europese drempelwaarde overschrijden (in 2012 is die vastgesteld op 200.000 euro), moeten worden aanbesteed. Voor opdrachten voor ‘werken’ was Platschorre al geïnformeerd, maar nu blijken ook opdrachten voor leveringen en diensten onder de aanbestedingsregels te vallen. Kosten die niet zijn aanbesteed, zijn nu ‘niet-subsidiabel’ geworden. Althans, in theorie.

De Auditdienst Rijk vond bij Zeeuwse Tong in totaal 891.333,76 euro aan kosten die niet waren aanbesteed

Want leidde die wijziging ertoe dat Zeeuwse Tong nu bepaalde kosten niet meer kon declareren? ‘Niet dat ik weet,’ zegt Platschorre. Een van de opdrachten die meer waard was dan de drempelwaarde, waren de diensten die Platschorre via zijn bv declareerde bij de stichting. Hij declareerde voor zijn werkzaamheden en onkosten een lumpsum van 22.500 euro per kwartaal exclusief btw. Dat komt neer op 360.000 euro in vier jaar – ruim boven die drempelwaarde van 200.000 euro. Maar Platschorre heeft ‘nooit problemen’ gehad met het feit dat zijn functie nooit is aanbesteed. ‘Daar hebben ze mij nooit mee lastig gevallen,’ aldus Platschorre. Volgens het ministerie is dat omdat de diensten van Platschorre ‘de plaatsing van personeel’ betreft. ‘Dat is pas sinds 2016 aanbestedingsplichtig geworden.’

De Auditdienst Rijk vond volgens interne documenten bij Zeeuwse Tong in totaal 891.333,76 euro aan ‘onregelmatigheden’ – kosten die niet waren aanbesteed. Het ministerie deed hier melding van bij de Europese antifraudedienst OLAF. Een woordvoerder van OLAF bevestigt dat het die melding heeft ontvangen, in november 2015, maar dat Nederland die melding later weer heeft afgesloten. Dit duidt er volgens OLAF op dat de kosten volledig uit nationaal publiek geld zijn vergoed ‘en er geen Europese financiële belangen op het spel stonden’. 

Het ministerie van Landbouw, Natuur & Voedselkwaliteit bevestigt dat deze kosten nationaal zijn gefinancierd, om de stichting ‘tegemoet te komen’. Tegen de tijd dat het ministerie de brief eind 2012 verstuurde, ‘was het project echter al bijna afgerond, de uitgaven waren al gedaan, en daarom kon SZT de aanbestedingsplicht niet meer invullen’.

‘Rare zaak’ 

Start scrollchart linkEind 2013 krijgt de voorzitter van de stichting nog zo’n brief van de overheid die in de praktijk geen gevolgen bleek te hebben. Het ministerie laat Platschorre kort voor Kerst weten dat ook was geconstateerd dat de projectduur moest worden verkort naar vier jaar. In de brief van minister Verburg uit 2009 was die periode aanvankelijk vastgesteld op 4,5 jaar. De Auditdienst Rijk had bezwaar gemaakt tegen die langere projectduur, omdat die niet zou zijn toegestaan zonder goedkeuring van de Tweede Kamer. Het ministerie spreekt dit nu tegen: ‘De Kamer hoeft niet geïnformeerd te worden over een langere projectduur.’

De wijziging van de projectduur ging grotendeels met terugwerkende kracht: De einddatum van het project werd per brief van 24 december 2013 verlegd van 31 december 2013 naar 1 juli 2013. In theorie betekende dit dus ook dat kosten die Zeeuwse Tong in de tweede helft van dat jaar al had gemaakt, niet meer gedeclareerd konden worden. De maximale hoogte van de subsidie bleef verder gelijk.End scrollchart link

‘Het was wel een rare zaak, maar ik ben wijselijk daar niet verder in gaan spitten’

Hoewel Platschorre de brief ‘merkwaardig’ vond, veranderde er volgens hem in de praktijk niets. Kosten die na 1 juli 2013 zijn gemaakt, werden ‘gewoon betaald’. Platschorre: ‘Het was wel een rare zaak, maar ik ben wijselijk daar niet verder in gaan spitten. Het project eiste alle aandacht.’ LNV zegt desgevraagd dat kosten die zijn gemaakt na 1 juli 2013 niet zijn vergoed, maar dat er ook in de verkorte periode ‘voldoende projectkosten’ waren gemaakt om het maximale subsidiebedrag uit te keren.

Start scrollchart linkIn juni 2014 dient de stichting de aanvraag in voor de eindafrekening. Toen begon de ‘toestand’. End scrollchart link

In juni 2014 begon de ‘toestand’

Volgens Platschorre heeft het ministerie geprobeerd om het deel van de subsidie dat betaald zou worden uit het Europees Visserijfonds te vergroten. ‘Ze vonden niet lekker dat ze dat op hun eigen begroting hadden, ze wilden Europees geld.’ Maar dan moeten de uitgaven wel voldoen aan de Europese regels.

Start scrollchart linkDat was geen sinecure. ‘Er zijn te veel kosten waarvan we met zekerheid weten dat deze niet conform de EVF-richtlijnen zijn verantwoord, of waarvan we niet kunnen controleren of dit zo is,’ aldus uitvoeringsorganisatie RVO in een document uit maart 2015. Volgens een ander stuk, een nota van EZ, is RVO acht maanden bezig geweest ‘om administraties van samenwerkende partijen door te spitten om voor zoveel mogelijk te komen tot een EU-conforme verantwoording’ – oftewel kijken hoe de kosten zoveel mogelijk in Brussel konden worden neergelegd. End scrollchart link

Het ministerie van Economische Zaken concludeert in die nota dat er ‘in de opstartfase in 2009 soepele afspraken [zijn] gemaakt over de verantwoording van de kosten die (destijds) pasten binnen de nationale regels voor onderzoek, maar die niet EU-conform zijn’. De financiële afwikkeling is ‘een moeizaam traject geworden vanwege auditbevindingen en geconstateerde fouten’.

Gebrekkige boekhouding

In interne documenten kwalificeren ambtenaren van EZ en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit de administratie van Zeeuwse Tong als ‘gebrekkig’ en ‘erg slordig’. Jaarverslagen ontbraken; het archief was ‘niet volledig’. De stichting declareerde een afscheidsdiner waarvan de kosten ‘niet direct te relateren aan het project’ zijn, een rondleiding en zelfs lullige bedragen voor een bosje bloemen.

Platschorre reageert aanvankelijk verbaasd over de negatieve kwalificatie van de administratie, maar kaatst de bal dan door naar landbouworganisatie ZLTO, dat verantwoordelijk was voor de boekhouding. Hij herinnert zich nog dat ZLTO een ‘nieuwe man’ voor die taak had aangesteld. ‘Ik kwam er pas een halfjaar later achter dat hij gewoon niets gedaan had. Dat is verschrikkelijk geweest, ik heb ze later daar nog behoorlijk op aangesproken.’

ZLTO bevestigt dat door ‘verdrietige persoonlijke omstandigheden’ de functie ‘weleens van persoon [is] gewisseld, wat natuurlijk niet optimaal is’, maar stelt dat zij de administratie ‘altijd professioneel ter hand’ heeft genomen.

‘Je moet wat doen. We kunnen niet Zeeuwse Tong failliet laten gaan. Dat is een drama’

Hoewel ambtenaren kritiek hadden op de rommelige administratie, erkent RVO intern in maart 2015 ook dat de uitvoeringsorganisatie ‘in de afgelopen jaren steeds zwaardere eisen aan de administratie en verantwoording ging stellen’. Dat leidde ertoe dat de stichting langer moest wachten op vergoeding van de gemaakte kosten, in kasproblemen kwam en begin 2015 ‘nagenoeg failliet’ was.

En dat kon niet, vanuit pr-oogpunt. ‘Dat hele beeld moesten we niet hebben,’ zegt Platschorre. Hij regelt ‘een persoonlijk gesprek met de directeur-generaal in Den Haag’ en zegt tegen hem: ‘Je moet wat doen. We kunnen niet Zeeuwse Tong failliet laten gaan. Dat is een drama.’ 

Platschorre dreigt met een claim. ‘Ik heb op gegeven moment gezegd: er moet betaald worden.’ Het ministerie is gevoelig voor die druk, blijkt uit de eerder genoemde nota uit maart 2015. Daarin waarschuwt de EVF-beleidscoördinator voor ‘publicitaire schade’ als de stichting Zeeuwse Tong failliet zou gaan. Dit zou ook ‘de relatie met de provincie Zeeland onder druk’ zetten. Bij verder uitstel van uitbetaling ‘zal zeker een juridische procedure volgen waarbij wordt ingeschat dat die negatief zal uitpakken voor EZ’ aldus de nota.

De beleidscoördinatorvraagt zijn directeur-generaal toestemming om te onderhandelen over een schadevergoeding ‘in de ordegrootte van 50.000  –  90.000 euro’ bovenop de gedeclareerde kosten. Een woordvoerder van het ministerie zegt desgevraagd dat de schikking uiteindelijk 121.000 euro betrof.

Ook komt de beleidscoördinator met een oplossing voor de kosten die niet aan de EU-normen voldeden: die rekening zou EZ dan oppikken. ‘Dit is ongewoon, maar juridisch een mogelijkheid,’ schrijft hij. Het project krijgt de maximale subsidie 6,5 miljoen toegekend, waarvan ruim 3 miljoen uit Brussel.

‘De subsidieontvanger was niet volledig geïnformeerd over verplichtingen die horen bij EU-subsidies. Om tegemoet te komen aan de beginselen van behoorlijk bestuur heeft LNV hier verantwoording voor genomen door met een oplossing te komen,’ zegt het ministerie.

Zeeuwse Tong blijkt geen uitzondering. Er waren meer gevallen waarbij LNV een ‘verschil van inzicht’ had met de Nederlandse en de Europese auditoren over de ‘subsidiabiliteit’ van kosten, erkent een woordvoerder

Ondertussen is de toekomstdroom van gekweekte tong als internationaal erkende Zeeuwse delicatesse niet uitgekomen. Restaurantbezoekers zullen vergeefs op de menukaart zoeken naar gekweekte tong – laat staan specifiek Zeeuwse tong. Van de verwachte jaarlijkse productie van 15.000 ton tong in 2015 is al helemaal niets terechtgekomen. De totale hoeveelheid kweekvis lag volgens het CBS vorig jaar iets boven de 5.000 ton. Daar zit geen tong tussen.

Van de verwachte jaarlijkse productie van 15.000 ton tong in 2015 is niets terechtgekomen

De verwachting dat een tongkwekerij een interessant alternatief zou zijn voor door verzilte grond getroffen akkerbouwers bleek evenmin uit te komen. ‘Een landbouwer is gewend zijn aardappelen in de grond te zetten en aan het einde van het jaar te kijken wat eruit moet. Het idee dat hij ’s nachts zijn bed uit moet om dingen bij te sturen, dat is voor een landbouwer een grote stap,’ zegt Ruizeveld de Winter, de oud-projectleider van het proefbedrijf. ‘Het was keihard werken en altijd standby staan. “Daar begin ik niet aan,” zeiden boeren als ze bij het proefbedrijf langs waren geweest. Dat hadden wij verkeerd ingeschat.’ 

De HZ University of Applied Sciences (voormalige Hogeschool Zeeland) was een van de participanten van het project en ontwikkelde een specifieke opleiding genaamd Zeeuwse Tong. Daar bleek nauwelijks belangstelling voor. De opleiding is slechts één keer gegeven en trok ‘tussen de vijf en tien’ deelnemers, vertelt Jouke Heringa, senior onderzoeker aquacultuur aan de HZ.

‘Er hadden hier net zo goed vliegende kippen gekweekt kunnen worden’

Op de locatie van het voormalige proefbedrijf staat tegenwoordig het bedrijf Kingfish Zeeland, dat de tonijnachtige zoutwatervis Dutch Yellowtail kweekt. Het bedrijf maakt dankbaar gebruik van de zoutwaterleiding die in het kader van Zeeuwse Tong met publiek geld is aangelegd en baseerde de keuze voor de locatie mede op het feit dat er al een bestemmingsplan voor aquacultuur was. Maar aan de ontwikkelde kennis van Zeeuwse Tong heeft het bedrijf niets. ‘Wat dat betreft hadden hiervoor net zo goed vliegende kippen gekweekt kunnen worden,’ zegt ceo Omad Maiman.

Het idee om een kringloopsysteem te ontwikkelen, waarbij de zagers werden gevoerd en de tongen zich voerden met die zagers, werkte technisch prima, zegt zagerkweker Bert Meijering, die ook bij het project betrokken was. Maar het was niet rendabel.

Het concept is wel doorontwikkeld, met een nieuwe subsidie. Viskweker Adri Bout is nog altijd bezig de tongkweek te verfijnen, maar kan geen investeerders vinden om op te schalen. De opbrengsten zijn te onzeker. ‘Ik zou het liefst een tongkwekerij opzetten. De kennis is er, maar ik zit in dubio. Ik durf het niet aan.’

Rinus Platschorre, inmiddels 83, kijkt met plezier terug op het project. ‘Het was een hele interessante tijd,’ zegt hij. ‘Er is kennis gekomen en het besef dat aquacultuur interessant is voor een provincie als Zeeland.’ De volgende stap is dat kweekproducten meer in de Zeeuwse horeca gepromoot zou moeten worden. ‘Daar gaan we wel wat aan doen hier op Noord-Beveland, met de soos.’