'Supermarktconcerns zijn too big to fail’

    Europese supermarktketens maken misbruik van hun marktmacht en de toegezegde zelfregulering van de sector faalt volledig. De voedselzekerheid komt daardoor onder druk te staan. Dat zegt EU-rapporteur Igor Šarmír in een interview met Follow The Money. Hij pleit voor een keiharde aanpak om de macht van de supermarkten in te perken.

    ‘Helaas zijn eerlijke en fatsoenlijke arbeidsomstandigheden geen norm in de voedselproductie (…) Cruciaal element is het commitment van de retailers.’ Dit schrijven begin april vakbond FNV, ngo FairWork en de Rural Sociology Group (gelieerd aan Wageningen Universiteit) in een open brief aan het Nederlandse supermarktconcern Ahold.

    De drie partijen roepen Ahold op om zich aan te sluiten bij het Amerikaanse Fair Food Program (FFP) waarmee leveranciers en hun werknemers iets meer betaald krijgen en zo een beter bestaan kunnen opbouwen. Amerikaanse vakbonden, consumenten, pensioenfondsen en uitgebeende leveranciers hebben de druk op supermarkt- en fastfoodketens om maatschappelijk verantwoord in te kopen sterk opgevoerd. Dat begon enkele jaren geleden als een actie om tomatenplukkers een beter loon te kunnen geven. Ketens zoals Chipotle, Taco Bell en zelfs WalMart hebben zich intussen gecommiteerd om een penny per pound meer te betalen voor hun tomaten.

    Het actieprogramma breidt zich nu uit naar de gehele inkoop van de reusachtige ketens. Bij de ingang van menige supermarkt worden folders uitgedeeld. Ook op sociale media wordt stevig actie gevoerd door middel van naming and shaming. Door hun enorme inkoopmacht en gebrek aan alternatieve verkoopkanalen zijn ze in staat om prijzen eenzijdig aan leveranciers op te leggen. Het FFP beoogt vooral de prijzen iets te verhogen, zodat het loon van loonwerkers in de landbouw omhoog kan. Maar lost zo'n vrijwillige pledge het fundamentele probleem van ongelijk verdeelde marktmacht eigenlijk wel op? Is het Amerikaanse initiatief een voorbeeld voor Europa? Of is het niet meer dan een doekje voor het bloeden?  

    De discussie over de macht van supermarktketens zal de komende tijd ook in Europa oplaaien. De concentratie van supermarktketens is sinds het verschijnen van een verontrustend rapport in 2012 over het misbruik dat ze maken van hun marktmacht alleen maar toegenomen. Vage toezeggingen vanuit de sector om verantwoord in te kopen hebben niet tot resultaat geleid. Integendeel, constateert EU-rapporteur Igor Šarmír.  ‘Met programma's zoals het Amerikaanse FFP is op zich niets mis. Maar meestal werkt deze vorm van zelfregulering binnen de voedingssector eenvoudigweg niet,’ zegt Šarmír tegen Follow The Money.

    Marktmacht van de supermarkten

    De discussie over de macht van supermarktketens, die vooral ten koste gaat van hun leveranciers, wordt al langer gevoerd. Leveranciers van supermarkten, waaronder boeren en tuinders, klagen over het enorme verschil in onderhandelingsmacht dat zij al vele jaren ondervinden. Het spel wordt keihard gespeeld. Wie niet meegaat in de neerwaartse druk op de prijzen, komt niet meer in het schap te liggen. Tegenover de gebalde vuist van de supermarkten kunnen de verdeelde, vaak kleine leveranciers weinig inbrengen. Omdat het aantal inkooporganisaties door fusies en overnames sterk is afgenomen, is er in de praktijk vrijwel geen mogelijkheid om producten elders aan te bieden.

    Supermarkten zeggen niets te begrijpen van die kritiek. Meer toezicht op handelspraktijken is in ieder geval niet nodig volgens Marc Jansen van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL), belangenorganisatie voor retailers in Nederland. Er zou sprake zijn van een normaal onderhandelingsproces tussen leverancier en inkoper. En uiteindelijk is het de consument die bepaalt wat hij voor een product wil betalen. Daar kan een supermarkt ook niets aan doen, luidt de redenering. Die brengt louter vraag en aanbod bij elkaar. En wie verbiedt de boeren en tuinders trouwens om ook samen te werken?

    Hier denkt de Slowaak Igor Šarmír beslist anders over. Hij vervult binnen de discussie over de macht van de retailers een belangrijke rol. Šarmír adviseert namens het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) het Europees parlement en de Europese commissie over voedsel en landbouw aangelegenheden.

    De retail maakt volledig de dienst uit en is een ‘illegaal oligopolie dat de markt verstoort’

    In 2012 schreef Šarmír over de relatie tussen voedingsleveranciers en de grote retailers. De conclusies van zijn rapport logen er toen niet om: de aangenomen contractuele vrijheid voor leveranciers is een farce. De retail maakt volledig de dienst uit en is de facto een ‘illegaal oligopolie dat de markt verstoort’. Het rapport toonde aan dat 84 procent van de Europese tuinbouwbedrijven te maken had gehad met contractbreuk. Van alle leveranciers had 77 procent weleens het dreigement gehoord van de inkooplijsten te worden geschrapt als er niet goedkoper zou worden geleverd. De supermarktketens maken zich schuldig aan een vorm van power play die niets te maken heeft met het spel van de vrije markt, aldus het EU-rapport.

    'Onthutst'

    Zelfs landbouworganisatie LTO toonde zich destijds 'onthutst' over de conclusies. Boeren hebben over het algemeen weinig moeite om een onderwerp te vinden waarover ze kunnen klagen. Maar dat het écht zo erg was als zij beweerden, kwam als een schok. Wat inkopers afdeden als gejammer, werd nu bevestigd in het grootschalige onderzoek van Šarmír c.s. De kleine en middelgrote land-en tuinbouwbedrijven voelen zich veelal machteloos: met hun klachten vinden ze maar weinig gehoor bij mededingingsautoriteiten zoals de NMa. De kwestie heeft bovendien ingrijpende gevolgen.

    Op den duur zou aan het misbruik van inkoopmacht wel eens een hoog prijskaartje kunnen komen te hangen. Een van de gevolgen is bijvoorbeeld dat de Europese land- en tuinbouwsector vervalt. De faillissementsgolf van de afgelopen jaren in de Nederlandse tuinbouw is niet alleen toe te schrijven aan de recessie of financieringsproblematiek. Het EU-rapport concludeert dat er een duidelijk verband bestaat tussen de concentratie van supermartketens en de teloorgang van land- en tuinbouwsector in sommige lidstaten. Het verschijnsel van uitscheidende boeren en tuinders doet zich in heel Europa voor. De Europese Commissie erkent het probleem en heeft in 2014 verschillende programma's in het leven geroepen om jonge boeren en tuinbouwers te ondersteunen. Op die manier betaalt de Europese belastingbetaler alsnog. De steun heeft veel weg van een verkapte subsidie aan de grote supermarktketens die zo verzekerd blijven van voldoende aanbod. De oproep van Šarmír aan de Europese Commissie om eenduidige regels op te stellen heeft tot nog toe geen merkbaar resultaat gehad. Follow The Money interviewde Šarmír over deze frustrerende kwestie. Hij pleit voor hard ingrijpen in de mededingingswetgeving.  

    Hoe is momenteel de relatie tussen grote retailers en leveranciers van voedingsmiddelen in Europa? ‘De huidige situatie is het resultaat is van een ontwikkeling die twintig jaar geleden is ingezet. De concentratie van retailers heeft geleid tot nieuwe machtsposities. Deze supermarktbedrijven zijn intussen ‘too big to fail’. Zowel de nationale overheden als Europa beschikken niet over de juiste instrumenten om die ontwikkeling een halt toe te roepen.’

    Een verontrustende boodschap, maar waarom is die schaalvergroting van supermarkten daadwerkelijk zo’n groot probleem? ‘Er zijn binnen de Europese voedselketen een beperkt aantal grote retailers, vaak tien of minder per land. Hier tegenover staan tienduizenden leveranciers. Grote retailers zijn hierdoor in staat leveranciers uit te kiezen die ze ‘geschikt’ achten. Geschikte leveranciers zijn leveranciers die de lastige omstandigheden accepteren. Een voorbeeld is de situatie waarbij grote retailers enorme volumes eisen van hun leveranciers in ruil voor een tweejarig contract. Die situatie maakt de retailers enorm machtig.'

    ‘Sinds het rapport uit 2012 zie ik nog geen enkele vooruitgang’

    Is er na het adviesrapport uit 2012 aan de Europese Commissie, waarin u de noodklok luidde over de relatie tussen retail en leveranciers, iets gebeurd om de situatie te verbeteren? ‘Ik zie nog geen enkele vooruitgang. Ondanks herhaaldelijk verzoek wacht de Commissie de resultaten van het Supply Chain Initiative af.’

    Is de deelname van grote retailers aan het Supply Chain Initiative niet juist een positieve stap om een betere relatie tussen retail en leverancier te bewerkstelligen? ‘Deelname aan dit initiatief is op vrijwillige basis. Ik beschouw iedere poging om tot zelfregulering te komen als volkomen zinloos. Waarom? Zelfregulering in deze sector betekent niets anders dan een vrijwillige inzet om haar eigen winstgevendheid en aandeelhoudersdividend te verminderen, en die vermindering gaat dus niet plaatsvinden.’

    'Ik beschouw iedere poging om tot zelfregulering te komen als volkomen zinloos'

    Het Supply Chain Initiative als zelfreguleringstool voor de retailsector werkt dus niet?  ‘Het Supply Chain Initiative is een voorbeeld van zelfregulering die niet in staat is de gewenste situatie te bepalen die oneerlijke handelspraktijken uitbant. Het Supply Chain Initiative is nu enkel een poging lastige regelgeving te voorkomen.’

    Moeten we niet simpelweg de prijzen van levensmiddelen iets verhogen om zo de positie van leveranciers te verbeteren? ‘De prijzen van levensmiddelen verhogen is niet de oplossing. Daar ligt de kern van het probleem niet. Op dit moment werkt het in de retail zo: hogere prijzen gaan nooit ten koste van de eigen marge, maar altijd ten koste van de leveranciers.’

    Wat zou wél een goede aanpak om een eerlijkere situatie tussen grote retailers en leveranciers te bewerkstelligen?  ‘Ik zie geen enkele andere oplossing dan het grondig herstructureren van de Europese mededingingswetten. Alleen op die manier kan een van de grootste problemen die we binnen Europe hebben op het gebied van onze voedselvoorziening worden opgelost.’

    Het Supply Chain Initiative

    Het Supply Chain Initiative (SCI) is in september 2013 gestart door zeven Europese lobbyorganisaties om gezamenlijk te streven naar betere en vooral eerlijke handelspraktijken. Alle bedrijven, zowel retail als leverancier kunnen lid worden. In juli 2014 sprak de Europese Commissie haar steun uit voor het initiatief. Het bestuur van het Supply Chain Initiative bestaat uit de leden van de zeven verschillende lobbyorganisaties die het initiatief starten in 2013. Dit zijn FoodDrinkEurope, de overkoepelende Europese lobbyist voor alle voedsel en dranken fabrikanten. AIM lobbyist voor alle grote merken. ERRT (de European Retail Round Table), waarvan alle grote retailers lid zijn. EuroCommerce, een Europese lobbygroep voor retail en groothandel. EuroCoop, de lobbyorganisatie voor de verschillende Coop retailers. UGAL, de Europese lobbyorganisatie voor onafhankelijke retailers. En CELCAA de Europese lobby voor handel in landbouwproducten en levensmiddelen.

    En gij, Ahold? 

    Ahold, de grootste Nederlandse supermarktketen met vestigingen in enkele staten in het oosten van de VS, zal binnenkort ook gaan toetreden tot het Fair Food Program. ‘Hier is op korte termijn positief nieuws over te melden,’ zei een woordvoerder tegen Follow The Money. De CEO van Ahold Dick Boer wees onlangs tijdens de jaarlijkse aandeelhouders vergadering al op de huidige normen die Ahold hanteert: ‘Ahold is een sociaal bedrijf. En daarbij kijken we verder dan onze eigen winkels. Wij toetsen onze leveranciers voortdurend aan onze standaarden, die eisen dat ze hun medewerkers goed en met respect behandelen en fatsoenlijk belonen.’ Ahold bezit in de Verenigde Staten verschillende grote supermarktformules, zoals de online-supermarkt Peapod, en de ketens Giant en Stop&Shop. Aholds voornaamste concurrent Wal-Mart sloot zich in 2014 al aan bij het Fair Food Program. In Europa is Ahold eigenaar van onder meer Albert Hein, met supermarkten in Nederland, België en Duitsland.

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid