Foto door Wikipedia-gebruiker Milliped
© CC BY SA

Een duurzame economie

Onze economie is in zijn wezen niet duurzaam. Was ze dat wel, dan zou de wereld er een stuk beter uitzien. Het goede nieuws is dat dat mogelijk is, als de economie een echte wetenschap wordt. Maar daar is nogal wat voor nodig. Een omslag in denken, om te beginnen. En een boek. Lees meer

Onze wereld wordt geteisterd door grote structurele problemen. Klimaatverandering, armoede, instortende economieën, om er een paar te noemen. We beschikken over tal van middelen om deze op te lossen. Dat de problemen desondanks blijven bestaan, is volgens wetenschapper Niko Roorda een kwestie van economie. Vrijwel alle grote tragedies in de wereld, meent hij, zijn er doordat we economisch gezien niet begrijpen wat we doen. We moeten toe naar een economisch systeem dat intrinsiek duurzaam is, en hebben een economische wetenschap nodig die dat ontwerpt en invoert. Hierover schrijft Niko Roorda zijn nieuwste boek, en dat wil hij samen met de lezers van FTM doen.

55 Artikelen

Onze economie is chronisch ziek

In het sluitstuk van zijn tweede hoofdstuk gaat Niko Roorda dieper in op de kwaal waar onze economie mee kampt: systemische perversiteit. Wat is dat eigenlijk?

In voorbije afleveringen schreef ik herhaaldelijk over ‘perversiteiten’. Ik deed dat tot nu toe zonder het woord toe te lichten, vanuit de veronderstelling dat iedereen wel een ruw idee heeft over wat dat woord betekent. Maar aangezien ik van plan ben om het woord in de komende hoofdstukken vaker te gaan gebruiken, zelfs op een manier die consequenties heeft, is het belangrijk dat ik nader uitzoek wat het woord betekent. Dat doe ik vandaag.

Daar blijft het niet bij. Ik laat zien dat, hoewel bepaalde economen (en bepaalde lezers van Follow the Money?) daar anders over denken, geld en financiën een hoofdonderwerp vormen van de economie, en dus van de economistiek (de economische protowetenschap, weet je nog?) 

Vervolgens laat ik zien dat de perversiteiten in het financiële systeem symptomen zijn van een ziekte. Het is niet alleen het financiële systeem, maar ook zelfs het veel uitgebreidere economische systeem waarvan financiën een aspectsysteem zijn, dat aan deze ernstige, chronische ziekte lijdt.

De eindconclusie van hoofdstuk 2 is, dat… enfin, lees zelf maar.

2.9. Systemische perversiteiten

Wat Sergej W. de spelersbus van Borussia Dortmund aandeed (zoals verteld in de vorige aflevering), was uitermate pervers. En bovendien strafbaar. Hoe zit dat met derivaten? Sommige daarvan zijn illegaal, andere niet. Nogal wat derivaten zijn alleen illegaal in bepaalde landen of regio’s, waarbij de EU doorgaans strenger is dan de VS. Maar al is de intensieve handel in derivaten grotendeels legaal, toch is veel ervan pervers.

Die opmerking roept een vraag op: wat is ‘pervers’ eigenlijk? Het wordt tijd om het woord nader te definiëren. Het spreekt vanzelf dat het, zoals hier gebruikt, losstaat van het gedrag van bijvoorbeeld zedendelinquenten — ondanks het veelvuldig gebruik van het woord ‘naakt’. 

Het woord schijnt voor het eerst gebruikt te zijn door Edgar Allan Poe in 1845, in zijn korte verhaal ‘The imp of the perverse’, waarin de hoofdpersoon door een duiveltje (de ‘imp’) wordt verleid tot perverse gedachten. De imp en de perverseling zijn fraai afgebeeld door Arthur Rackham:

Het woord perverse is volgens Van Dale’s Etymologisch Woordenboek afgeleid van de Latijnse woordcombinatie ‘perversus’ (verdraaid, verkeerd, slecht), welke weer afkomstig is van ‘per vertere’ (omverwerpen, van zijn stuk brengen, omkeren). Volgens de ‘Dikke van Dale’ (15e editie), het bekendste Nederlandse woordenboek, zijn er twee betekenissen:

  1. (1)verkeerd, verdorven, tegennatuurlijk, morbide;
  2. (2)optredend als onbedoeld en ongewenst effect van een maatregel of ontwikkeling: de perverse effecten van een economische, financiële maatregel; perverse prikkels die gedrag uitlokken dat men juist wilde bestrijden.

(De cursieve woorden in dit citaat zijn in het woordenboek zelf ook al cursief.)

Het is duidelijk dat het woord niet bedoeld is als een objectieve, wetenschappelijk te verantwoorden term: het is een waardeoordeel. In dit boek is er inderdaad voor gekozen om zulke waardeoordelen te geven, waarbij de beide betekenissen van Van Dale van toepassing kunnen zijn, met een nadruk op ‘verkeerd, verdorven’, in wisselende mate aangevuld met kwalificaties zoals hebzuchtig, egoïstisch, walgelijk, smerig, asociaal.

Het woord kan betrekking hebben op een toestand, een ontwikkeling of een proces. Het kan ook betrekking hebben op instrumenten en methoden, op prikkels, en tenslotte op gedrag van mensen, groepen of organisaties. En op nog iets anders, maar dat komt dadelijk.

Een paar voorbeelden, allemaal reeds besproken in hoofdstuk 1 of 2:

  • Perverse toestanden: in 2016 bezit in de Verenigde Staten de rijkste 1% van de mensen 41,8% van alle eigendommen, terwijl de armste 90% slechts 22,8% bezit. En: In 2017 zijn er 40 miljoen slaven in de wereld. (paragraaf 2.6)
  • Perverse ontwikkeling of proces: de 500 rijkste mensen werden in 2017 23% rijker. (paragraaf 2.6)
  • Perverse prikkel: in het internationale economische stelsel opereren grote en invloedrijke partijen die er alle belang bij hebben dat het andere partijen — die helemaal geen concurrenten van hen zijn — zo slecht mogelijk gaat. (paragraaf 1.1)
  • Pervers gedrag: geld wordt bijna geheel gecreëerd door commerciële banken. Dus door bedrijven die niet gericht zijn op het maatschappelijk belang maar op het maken van winst in de vorm van zo veel mogelijk geld voor aandeelhouders en bonustrekkers. (paragraaf 2.5)
  • Perverse instrumenten en methoden: Dat zijn bijvoorbeeld de volgende, deels legaal, deels illegaal:

Deze beschrijving kan gemakkelijk de gedachte oproepen: is rijk zijn of rijker worden pervers, volgens dit boek? 

Het antwoord is simpel: nee, niet op zichzelf. Indien alle mensen megarijk waren en elk jaar nog eens 23% rijker werden, was dat helemaal in orde. Op voorwaarde, vanzelfsprekend, dat dat niet zou leiden tot verwoesting van het milieu, tot roofbouw op grondstoffen en energie, of tot andere schade of risico’s voor huidige of toekomstige generaties. (Het gaat er nu even niet om of dat realistisch, gewenst of gezond zou zijn, maar slechts of het al of niet immoreel zou zijn.)

Het wordt al wat anders, als sommige mensen megarijk zijn terwijl anderen sterven van de honger of als ouders hun kinderen verkopen teneinde broertjes en zusjes te kunnen voeden. In een van mijn andere boeken stelde ik twee vragen:

  • Stel: je staat op de oever van een rivier. Vlakbij valt er iemand in het water. Deze persoon blijkt niet te kunnen zwemmen. Jij doet niets en kijkt alleen toe. Na een paar minuten verdwijnt het slachtoffer onder water en verdrinkt. Ben je nu strafbaar?
  • Stel: in een ver land komen elke dag mensen om het leven als gevolg van honger. Jij hebt geld over maar je doet niets. Ben je nu strafbaar?

Het antwoord op de eerste vraag is ‘ja’; dat op de tweede is ‘nee’. Dat zijn althans de juridische antwoorden. ‘Pervers’ gaat echter niet over juridische, maar over morele oordelen. In bepaalde landen sterven inderdaad mensen van de honger. Toch gaat het te ver om mensen pervers te noemen die geld hebben en dit laten gebeuren. Als je dat zou doen, zou je bijna de gehele bevolking van de westerse landen pervers noemen, want zelfs iemand met een modaal inkomen is schatrijk in vergelijking met de allerarmsten in de wereld.

Nog anders wordt het, als iemand handelingen verricht of toestanden laat bestaan die hem- of haarzelf veel rijker maken terwijl als gevolg daarvan op een vermijdbare manier anderen aan risico’s of ellende worden blootgesteld of de natuurlijke leefomgeving wordt geschaad. ‘Pervers’ is daarvoor in het algemeen nog een te groot woord; ‘immoreel’ past beter.

Pervers wordt het pas echt, als zulk immoreel gedrag — of het op immorele wijze nalaten van gedrag — op zeer grote, welbewuste en systematische schaal gebeurt. Vooral als dat ten koste gaat van de zwaksten of van het kwetsbaarste: dan zijn betekenissen van ‘pervers’ zoals walgelijk en hebzuchtig zonder meer van toepassing.

Vraag 5b: Kun je een andere perversiteit van het financieel-economische systeem noemen?

Nogmaals: geld

Terug nu naar geld. Het klinkt misschien bizar, maar heel wat macro-economen zijn van mening dat economie weinig of niets met geld te maken heeft. Sommige economen die de plannen voor het huidige hoofdstuk hoorden of delen ervan in concept lazen, gaven als hun mening dat een hoofdstuk over geld niet thuishoort in een boek over macro-economie.

Nogal wat economen denken echt zo. Mervyn King, vooraanstaand macro-econoom en gouverneur van de Bank of England van 2003 tot 2013, merkte in 2001 op: ‘De meeste mensen denken dat economie de studie is van geld, [terwijl] de meeste economen gesprekken voeren waarin het woord ‘geld’ zelden of nooit voorkomt.’ Volgens David Orrell (2017a), die King citeert, is de reden waarom de centrale banken de bankencrisis van 2008 niet hebben voorzien, dat de banken eenvoudig niet in hun modellen voorkomen.

Orrell noemt deze wonderlijke opvatting ‘een gapend gat in de theorie, een blinde vlek in de kennis van de experts, zoiets als zeggen dat de dokters nog niet precies hebben uitgezocht wat de rol van dat rode kleverige spul is zodat ze het voorlopig maar even negeren, hoewel het fijn zou zijn als het ophield met weglekken als mensen worden behandeld.’

Ook anderen verbazen zich. Alejandro Nadal noemt in 2015 geld ‘zonder twijfel het belangrijkste economische object’ en schrijft: ‘Het feit dat geld werd verbannen uit de analyse van marktprocessen toen de discipline werd geboren en dat deze traditie tot op de dag van vandaag wordt gehandhaafd, is een van de meest opmerkelijke feiten van de economische theorie.’

Aan het begin van het hoofdstuk werden vermaarde economen geciteerd die juist wel de rol van geld benadrukken. Wijffels et al. omschrijven geld ‘voor de economisch actieve mens als water voor een vis’. Chang noemt winst hét doel van onze huidige economie; en winst, dat betekent geld. 

Natuurlijk is economie niet identiek aan geld. Economistiek is niet hetzelfde als monetaire theorie. Maar geld is evident een cruciaal element, misschien niet van ieder denkbaar economisch systeem, maar dan toch in elk geval van het onze. Het monetaire stelsel is het ‘bloedvatenstelsel’ van de economie. Zoals de slagaderen en aderen in ons lichaam de zuurstof, de voedingsmiddelen en de energie overal heen transporteren en het afval afvoeren, zo is geld het transportmiddel in het huidige economisch systeem. Het zou dus waanzin zijn om over economie na te denken en daarbij geld buiten beschouwing te laten.

Het is hoog tijd om fundamenteel anders aan te kijken tegen geld en de rol daarvan in de economie. En dus ook tegen eigendom; koop en verkoop; loon en lease; handel, productie en consumptie; mensen, dieren en wouden.

David Orrell, zojuist al geciteerd, stelt voor om ‘geld’ geheel opnieuw te definiëren. Volgens hem dient geld gezien te worden als een kwantumverschijnsel, in de lijn van de kwantummechanica die door de natuurkunde is ontwikkeld. Dat is een fascinerende gedachte, die te ver voert om hier nader uit te werken. Maar zijn idee laat zien dat er heel verrassende mogelijkheden te bedenken zijn om volledig anders over het verschijnsel ‘geld’ te denken.

Bestaat geld nog in 2100? Misschien wel, misschien niet. Het zal hoe dan ook iets totaal anders zijn dan nu. Als iemand van nu het geld van 2100 zou zien, zou hij het vermoedelijk niet eens als geld herkennen.

De ziekte

Wat betekent dit nu allemaal voor de economische theorie? Dat blijkt uit een gedachtenexperiment.

Het antwoord is: Nee, natuurlijk niet. Misschien zou niet iedere verse vervanger een perverse vervanger blijken te zijn, maar velen ongetwijfeld wel. En jij: kun je met volstrekte zekerheid garanderen dat jij niet zou bezwijken voor de verleidingen van een inkomen van miljoenen of zelfs miljarden? Of voor de macht, eer en luxe die daarmee gepaard gaan? Wellicht. Maar dat maakt niet veel uit, want er zullen beslist de nodige mensen zijn die minder gewetensvol zijn dan jij. En het zijn juist deze mensen die zich (met hun ellebogen, als het moet) omhoog werken. Na een poosje is het systeem net zo rot als nu.

Dat komt niet doordat mensen van nature slecht zijn, louter en alleen hebzuchtig en egoïstisch. Zeer weinig mensen zijn van nature door en door pervers. Maar mensen zijn ook niet van nature goed: we zijn allemaal een ingewikkelde mix van meer en minder fraaie karaktertrekken. Als de verleidingen of de pressie maar groot genoeg zijn, zullen de meesten van ons voor de druk bezwijken en perverse dingen gaan doen.

Hoezeer die bewering waar is, is bewezen in enkele psychologische experimenten met afschuwwekkende uitkomsten. Weliswaar hadden die experimenten niet betrekking op beleggingen of financiële speculaties maar op gedrag van mensen onder groepsdruk. Eén ervan is het beroemdeStanford Prison Experiment, waarbij een groep vrijwilligers, studenten, willekeurig opgesplitst werd in een aantal ‘cipiers’ en een aantal ‘gevangenen’. Binnen korte tijd ontwikkelden vrijwel alle ‘cipiers’ en zelfs de meeste ‘gevangenen’ een zodanig pervers gedrag vol geweld en vernedering, dat het experiment na zes dagen voortijdig moest worden afgebroken. Het experiment is in 2015 verfilmd onder de titel The Stanford Prison Experiment, nadat hetzelfde thema ook in 2001 al als film was opgenomen als Das Experiment.

Al eerder, in 1963, werd het al evenzeer beroemde Milgram Experimentuitgevoerd, waarin willekeurige proefpersonen onder druk van gezaghebbend ogende onderzoekers in witte jassen bijna allemaal bereid bleken om andere mensen bij hun ‘leerproces’ te straffen door het toedienen van steeds sterkere elektrische schokken, terwijl ze intussen hun slachtoffer hoorden kermen van de pijn. (De schokken werden niet echt toegediend, maar de proefpersonen meenden van wel.) Ook dit schokkende experiment is als speelfilm uitgebeeld, onder de titel Experimenter.

Beide experimenten bevestigen: bijna iedereen is over te halen tot pervers gedrag, althans onder druk van een situatie of van autoriteit uitstralende mensen. Er lijkt weinig ruimte voor twijfel dat hetzelfde ook geldt als verleidingen op het gebied van geldme, macht en aanzien enorm groot zijn.

Het is om die reden dat het weinig zinvol is om schuldigen aan te wijzen van de economische crises, van de absurde ongelijkheid, of van de handel in verraderlijke derivaten. Want wie zou het met zekerheid beter gedaan hebben? ‘Wie zonder zonden is, werpe de eerste steen.’ Niet de schuldvraag is interessant, maar de vraag naar een structurele oplossing.

Het eigenlijke monetaire probleem is dus niet, hoe we de ‘goede’ mensen aan het stuur krijgen. Het probleem is in werkelijkheid: hoe ontwerpen we het systeem zodanig dat het, met mensen die een beetje goed en een beetje slecht zijn – échte mensen dus – niet ontaardt in perversiteiten, zoals nu?

De huidige dominante stromingen in de economische leer zijn daartoe niet in staat. Die kennen geen echte mensen, maar gaat uit van de homo economicus, een niet-bestaande abstractie waarover in de komende hoofdstukken meer volgt. Gelukkig zijn er ook binnen de economische discussies steeds meer initiatieven om deze mythe aan de kant te schuiven; zie bijvoorbeeld Thaler.

Het zijn dan ook niet de mensen die pervers zijn. Het is het systeem. De perversiteiten zijn systemisch van aard, dat wil zeggen, ze zijn grondig ingebakken in het wereldwijde economische systeem en komen voort uit de structuur daarvan. De bovengenoemde monetaire perversiteiten die mensen in hun activiteiten vertonen zijn niet het gedrag van zieke mensen; het zijn symptomen van een ziekte van het systeem. Het geld, de bloedsomloop van de wereldeconomie, is ziek. 

Ook tal van andere delen van de wereldeconomie zijn ziek, zoals het volgende hoofdstuk zal laten zien aan de hand van meer perversiteiten. 

Aangezien elke ziekte een naam moet hebben, krijgt ook deze er een: pervertitis economicus.

Het bestaan van deze ziekte is niet zo verbazingwekkend. Eerder in het hoofdstuk werd beschreven hoe ons economische systeem niet ontworpen is maar spontaan gegroeid, zoals een schimmelcultuur groeit. Of zoals de stad Amsterdam, die door de eeuwen heen groeide volgens een spontaan, goeddeels ongepland proces. Dat zie je bijvoorbeeld aan het wegenstelsel van de Amsterdamse binnenstad: vanuit modern verkeersoogpunt is het centrum van de stad bijzonder ongelukkig vormgegeven. Nu is dit geen pleidooi om Amsterdam te slopen en opnieuw te ontwerpen, want de voordelen van de stadsindeling zijn veel groter dan de nadelen. Maar dat geldt niet voor het zieke macro-economische systeem, dat zeer veel perverse eigenschappen bezit, die je op dit punt in het boek nog lang niet allemaal gezien hebt.

Voordat het economische systeem herontworpen wordt, doen we er als mensheid goed aan om ervoor te zorgen dat we eerst maar eens snappen wat we aan het doen zijn, economisch gezien. De pogingen die tot nu toe zijn ondernomen om de pervertitis te bestrijden zijn weinig succesvol gebleken, en dat is geen wonder: ze zijn weinig beter dan aderlaten of kermisgeneeskunde, kortom: kwakzalverij. Regulering, verboden, convenanten, internationale verdragen, instituten zoals de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds: allemaal zijn ze niet genoeg gebleken om de wereld economisch duurzaam te maken, omdat ze de fundamentele, zieke structuur ongewijzigd laten. Er is meer nodig.

Tenslotte

En dus gaat het volgende hoofdstuk over die zieke structuur. In hoofdstuk 3 staat de term ‘duurzame ontwikkeling’ centraal. Daarmee ga ik schrijven over een vakgebied dat sinds 1991 mijn terrein is, waarover ik veel boeken en artikelen schreef en waarop ik in 2010 promoveerde. Het is mijn tweede ‘thuisgebied’, om zo te zeggen, gelegen in de sociale wetenschappen, nadat mijn ‘eerste thuisgebied’ de theoretische fysica en de wetenschapsfilosofie werd: het gebied waarin ik in 1981 afstudeerde.

Je zult in hoofdstuk 3 zien dat ik daar, meer nog dan over duurzaamheid, schrijf over onduurzaamheid. Dat is belangrijk: hoofdstuk 3 is, net als hoofdstuk 2, nog analyserend en niet synthetiserend. Anders gezegd: het kijkt vooral naar problemen, nog niet naar oplossingen: dat is voorbehouden aan latere hoofdstukken.

Veel, zo niet alle weeffouten die ten grondslag liggen aan structurele onduurzaamheid hebben wortels in het economisch systeem. Hoe dat zit, ga ik in hoofdstuk 3 laten zien. Dat betekent, dat vanaf de volgende keer geen expliciete aandacht meer wordt gegeven aan financiën. Ik hoop dat je ook dat nieuwe thema boeiend vindt en het met mij samen gaat bespreken. Tot over twee weken!

Inhoudsopgave en literatuurlijst: download ze via https://niko.roorda.nu/books/fundamenteel-nieuw-economisch.

Lezing

Op 31 mei geef ik een lezing over het project rondom mijn nieuwe boek. De lezers van Follow the Money (en alle andere mensen) worden van harte uitgenodigd om te komen, te luisteren en te discussiëren. Het gaat een boeiende avond worden!

Plaats:
Cultureel Centrum De Nieuwland 
Pieter Nieuwlandstraat 93-95 
(klik op het adres voor de route)
Amsterdam (vlakbij station Muiderpoort)
Datum:
31 mei 2018
Aanvang:
19.00 uur
Toegang:
Gratis (maar de drankjes niet)


Aanmelding:
Verplicht, bij: Thomas Schellekens, t.c.schellekens@gmail.com, of meld je aan via deze link. De plaatsing is op volgorde van aanmelding, dus wacht niet te lang.

Lees verder Inklappen
Niko Roorda
Niko Roorda
Niko Roorda is spreker, schrijver en consultant. Hij promoveerde in sociale wetenschappen en is specialist in duurzaamheid.
Gevolgd door 783 leden