Sywert van Lienden staat de pers te woord terwijl hij de rechtbank van Amsterdam verlaat. In de rechtbank wordt besloten of Van Lienden en Bernd Damme als bestuurslid ontslagen moeten worden bij de Stichting Hulptroepen Alliantie.

De coronapandemie zet de wereld op zijn kop. Wie betaalt de rekening? En wie profiteert? Lees meer

Het virus SARS-CoV-2, beter bekend als het coronavirus, dook eind 2019 op in de Chinese provincie Hubei. In een paar weken tijd veroorzaakte het een epidemie, waarna het zich over de rest van de wereld verspreidde. Begin maart 2020 verklaarde de World Health Organisation de ziekte tot een pandemie en gingen landen wereldwijd 'op slot'.

Met het coronavirus is een crisis van historische proporties ontstaan, niet alleen medisch, maar ook economisch. In de vorm van steunfondsen en noodmaatregelpakketen werden bedrijven wereldwijd met vele miljarden op de been gehouden.

Waar met geld gesmeten wordt, liggen misbruik en fraude op de loer. Daarom volgt FTM de ontwikkelingen op de voet. Wie profiteert van de crisis? En welke oplossingen dienen welke belangen? 

198 artikelen

Sywert van Lienden staat de pers te woord terwijl hij de rechtbank van Amsterdam verlaat. In de rechtbank wordt besloten of Van Lienden en Bernd Damme als bestuurslid ontslagen moeten worden bij de Stichting Hulptroepen Alliantie. © ANP / Remko de Waal

Sywert van Lienden bijt in de rechtbank van zich af: ‘Achteraf volkomen mesjogge dat we de deal hebben gedaan’

Sywert van Lienden en Bernd Damme, oprichters van Stichting Hulptroepen Alliantie, verweerden zich gisteren in de rechtbank tegen hun dreigende ontslag als bestuurders. Tijdens een gespannen zitting ging Van Lienden vol in de verdediging en stelde hij dat hem groot onrecht is aangedaan: ‘Het is een nationaal misverstand, ik ben een eenling tegen de meute.’ Een geluidsopname uit het strafdossier haalt een van de hoekstenen van zijn verdediging onderuit.

Sywert van Lienden en zijn twee compagnons Bernd Damme en Camille van Gestel hielden zich maandenlang stil. Tot gisteren. Met familie en vrienden kwamen ze naar de rechtbank Amsterdam voor een hoorzitting over het verzoek om Damme en Van Lienden te ontslaan als bestuurders van de stichting Hulptroepen Alliantie. Het Openbaar Ministerie (OM) en een groep oud-medewerkers van het non-profit-initiatief hadden dat verzoek ingediend. Eind april leidde dat al tot de voorlopige schorsing van het duo en de benoeming van een tijdelijke bestuurder. 

De mondkapjeshandelaren – inmiddels verdacht van oplichting, verduistering en witwassen – grepen de zitting aan om duidelijk te maken dat zij geen dader maar vooral slachtoffer zijn: ‘Ik heb me dag en nacht ingezet voor de stichting,’ zei Van Lienden, die eruitzag alsof hij vrij weinig lentezon heeft gezien. ‘Ik heb dat gedaan ten koste van onszelf.’ En: ‘Ik ben een jaar lang mishandeld, lastig gevallen. Ik heb engelengeduld gehad om alles uit te leggen. Aan het OM, aan de Fiod, in deze procedure. Ik heb niets te verbergen. Er is integer en oprecht gehandeld.’  

‘Persoonlijke vete’

Opmerkelijk genoeg stelde Van Lienden dat de beruchte mondkapjesdeal van 100 miljoen euro – in april 2020 in het geniep gesloten met een commerciële bv – achteraf ‘volkomen mesjogge’ was. ‘Het is een wonder dat we niet failliet zijn gegaan. De landsadvocaat is ingezet om betaling [door de overheid] aan ons te stoppen.’ Volgens Van Lienden staat dat in het conceptrapport van Deloitte, dat in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid de deal onderzoekt. Van Lienden en zijn compagnons maakten er circa 20 miljoen euro winst op.   

De spanning tussen de partijen was zichtbaar. De oud-medewerkers voelen zich misbruikt en geïntimideerd door Van Lienden, die de rechtszaak op zijn beurt bestempelde als een ‘persoonlijke vete’, bedoeld om hem en zijn compagnons kapot te maken. Met name Van Lienden zat regelmatig demonstratief hoofdschuddend te luisteren naar de advocaat van de oud-medewerkers. Volgens een van hen had Van Liendens vrouw hem op de gang onder andere uitgemaakt voor ‘hypocriet’. Toen de rechter vroeg wat er precies gebeurd was, reageerde de gewezen opiniemaker verontwaardigd: ‘Dat ontken ik.’ 

‘Misbruik’ van de stichting

In deze zaak voeren de oud-medewerkers en het OM aan dat Damme en Van Lienden de stichting hebben misbruikt voor hun eigen financiële belang. De bestuurders zouden via het netwerk en de goodwill van de stichting orders binnen hebben gehaald voor hun eigen commerciële bedrijf, Relief Goods Alliance bv (RGA). Dat gaat om zowel de mondkapjesdeal met de overheid als allerlei andere leveringen aan grote zorginstellingen en bedrijven.    

‘Met zo’n financieel belang kun je makkelijk het belang van de stichting uit het oog verliezen, hetgeen dus ook gebeurde’ 

De officier van justitie voerde aan dat de bestuurders steeds twee petten op hadden: die van de stichting en die van hun bv. ‘Elke “beleidskeuze” om de werkmaatschappij van de stichting een overeenkomst niet te gunnen, betekende tevens een keuze om deze wél met RGA aan te gaan en dus voor winst voor verweerders [Van Lienden en co., red.]. Met zo’n financieel belang kun je makkelijk het belang van de stichting uit het oog verliezen, hetgeen dus ook gebeurde. Van transparantie was bij deze afwegingen geen sprake.’ 

Van Lienden ontkende dit. ‘Over de entiteit [RGA] zijn we open en eerlijk geweest. Alle partijen voor wie het relevant was, wisten dat RGA bestond. We waren ook transparant over de winst.’ 

Grootzakelijke orders

Ook zei Van Lienden dat er geen sprake was van een tegengesteld belang, omdat RGA ‘grootzakelijke’ orders uitvoerde die niet bij de doelstelling van de stichting pasten. ‘RGA is geen concurrent van de stichting,’ zei de advocaat van het duo. ‘RGA is opgericht voor andere partijen dan de kleine zorg, voor grote zorginstellingen en partijen als BMW. Dat is volkomen legitiem.’ Grote opdrachten pasten niet bij het ‘risicoprofiel’ van de stichting, omdat de financiering er niet op was afgestemd. 

Maar, zo hield de rechter de geschorste bestuurders voor, RGA had toch helemaal geen eigen vermogen? Het was een lege bv bij oprichting. Dat moest Van Lienden beamen: het vermogen kwam er pas na het sluiten van de overheidsdeal.        

Een andere reden dat RGA is gebruikt, stelde Van Lienden, is dat de overheid pertinent geen zaken wilde doen met een stichting, maar alleen met een commerciële bv. Bewijs hiervoor leverde hij niet. 

Uit het boek Sywerts miljoenen blijkt dat de overheid weliswaar vond dat Van Lienden een marge moest opnemen voor het ondernemersrisico, maar niet dat zij aandrong op een bv. Zowel de minister als de betrokken topambtenaar houdt vol niet te weten dat RGA losstond van de stichting.

‘Huppelepup Heppelepep BV’ 

Problematisch voor Van Liendens bewering dat de overheid om een bv vroeg, was een transcript van een gesprek tussen Damme, Van Lienden, Van Gestel en een oud-medewerker uit het strafdossier, opgenomen in de pleitnota van de advocaat van de oud-medewerkers. Dat gesprek vond plaats op 13 april 2020, vlak voor de onderhandelingen over de mondkapjesdeal met de verantwoordelijke minister startten.   

‘We zeggen dat de overheid ons dwingt om dit te doen’

In dit gesprek merkte de voormalig medewerker op dat de slides in het voorstel voor de minister verwarrend zijn als het gaat om de afzender. ‘Je gooit het nu een beetje door elkaar. Want wij weten dat het een ander bedrijf gaat zijn. Maar zij hebben hier nog geen idee bij slide vier.’ 

Damme: ‘Dat hoeft ook niet. Er is straks gewoon een andere overeenkomst op Huppelepup Heppelepep BV.’ En even later: ‘We zeggen dat de overheid ons dwingt om dit te doen [een BV gebruiken, red.] in plaats van onze non-profitkoers.

Kortom, Van Lienden, Damme en Van Gestel hadden al voordat RGA daadwerkelijk bij de overheid in stelling werd gebracht, bedacht met welke argumenten zij dat zouden verdedigen. Op dit transcript ging Van Lienden niet in.

Uit het boek Sywerts miljoenen bleek eveneens dat Damme de oprichting van RGA al in gang had gezet, juist met het oog op de overheidsdeal. Hij mailde op 12 april 2020 – vlak voordat de ondernemers een non-profitvoorstel van Hulptroepen naar de overheid stuurden – het volgende aan de notaris: ‘Hier helaas het hele weekend met het team aan het doorwerken om tot een voorstel te komen [voor de overheid, red.] om een soort tweede LCH [inkooporganisatie voor de overheid, red.] op te zetten welke zich gaat richten op de non-ziekenhuiszorg. Dus noodzaak voor de extra BV is een stuk urgenter geworden.’ Van Lienden, die zegt ‘niets te verbergen’ te hebben, heeft de correspondentie met de notaris niet gedeeld in de procedure. 

Een groot deel van het verweer van de twee ondernemers – door henzelf geschreven – wees de rechtbank af vanwege strijdigheid met vormvereisten. Een harde klap voor Van Lienden: ‘Het is voor mij de kers op de taart van een ontluisterend jaar.’ Vandaar dat hij een dringend beroep deed op de rechtbank om de honderden pagina’s, waar ze wekenlang aan hebben gewerkt, alsnog toe te laten. ‘Ik vraag om een eerlijk proces van een eenling tegen de meute.’ 

Op 21 juli doet de rechtbank uitspraak.