‘Tabaksblat’ schreeuwt om vernieuwing

Wat hebben we eigenlijk aan de Code Tabaksblat? In zijn tienjarig bestaan heeft de corporate governance code schandalen, fraude en crises niet kunnen voorkomen. Directeur Rients Abma van Eumedion, belangenbehartiger voor institutionele beleggers, vindt de code verouderd en pleit voor een diepe mentaliteitsverandering bij accountants.

De Code Tabaksblat vierde onlangs zijn tiende verjaardag. Maar vlaggen zijn er niet gehesen. Destijds was de Code baanbrekend op het gebied van ondernemingsbestuur en toezicht. Internationaal toonzettend. Maar om nou te zeggen dat het een gouden decennium is geweest voor de corporate governance, zou overdreven zijn. 

Integendeel. Je zou zelfs kunnen verdedigen dat de Nederlandse corporate governance op cruciale momenten heeft gefaald. In die jaren kregen immers we te maken met een kredietcrisis die op een haartje na het hele Nederlandse betalingsverkeer had platgelegd. Die crisis werd gevolgd door de diepste economische crisis sinds de jaren 30 van de vorige eeuw. Een crisis die volgens veel economen en politici te wijten is aan de eenzijdige behartiging van het belang van aandeelhouders en het kortetermijndenken wat daarmee gepaard gaat.

En dat is niet het enige. In wat we nu de woekerpolisaffaire noemen kwam aan het licht dat de Nederlandse bevolking op slinkse wijze miljarden euro's uit de zak is geklopt. Door dezelfde mensen die de Code Tabaksblat onderschreven. Er ging een bank failliet (DSB) die op een haar na naar de beurs zou zijn gegaan. Het ooit zo statige ABN Amro werd eerst aan stukken gescheurd en moest vervolgens door nationalisatie worden gered. Bankverzekeraar SNS Reaal ging ten onder aan zijn eigen ambitie op het gebied van vastgoed en moest ook worden genationaliseerd. ING, in 2008 nog een van de grootste bankverzekeraars ter wereld en een grote speler op de Amerikaanse markt, moest door middel van een kapitaalinjectie en een garantiestelling voor zijn rommelhypotheken door de Nederlandse staat worden gered. De Nederlandse belastingbetaler kreeg de rekening gepresenteerd.

'Bij Tabaksblat ging het nog vooral om de rechten van de aandeelhouder. Nu is veel meer oog is voor de verantwoordelijkheden'

Niet lang daarna werden we geconfronteerd met de Vestia-affaire en verschillende derivatendrama’s bij zowel ondernemingen als publieke instellingen. Beleggers moesten bloeden voor gebrekkig toezicht bij voormalig beurslieveling Imtech. De partners van accountant KPMG bleken zich niet alleen bezig te houden met persoonlijke zelfverrijking, maar worden er nu zelfs van verdacht belasting te hebben ontdoken. De handtekening van de accountant in het jaarverslag is geen garantie gebleken voor een realistisch beeld van de financiële risico’s van een onderneming of instelling. Het vertrouwen van de bevolking in bestuurders en commissarissen is gedaald tot een historisch laag niveau. Intussen zijn de ambities van Holland als financieel centrum verschrompeld.

Rients Abma is directeur van Eumedion, belangenbehartiger voor institutionele beleggers. Hij is expert op het gebied van corporate governance. We willen van hem niet alleen weten wat er fout is gegaan, maar vooral wat er beter kan of moet. En natuurlijk hoe we dat aan moeten pakken.

Deze korte schets is slechts een kleine selectie uit een mer á boire aan falend toezicht, slecht bestuur en slapende commissarissen. In verbazingwekkend veel gevallen is er niet alleen sprake geweest van stupide, maar soms zelfs ronduit immoreel en frauduleus gedrag. Wat heeft die tien jaar ‘Tabaksblat’ ons eigenlijk opgeleverd?

'Kijk, fraude kun je met wetten en codes nooit helemaal uitsluiten, dat is van alle tijden. Wat de Code in 2003 probeerde te bewerkstelligen, was het creëren van betere checks and balances bij beursvennootschappen. Daarvoor vond de Commissie Tabaksblat het destijds van belang om de positie van de raad van commissarissen (RvC) te versterken. Die moest professioneler, onafhankelijker en deskundiger worden. Tegelijk wilde Tabaksblat ook de positie van de aandeelhoudersvergadering versterken. De aandeelhouders moesten voldoende rechten hebben het ondernemingsbestuur en de RvC in de aandeelhoudersvergadering ter verantwoording te roepen. En dat zij mee zouden doen aan de stemmingen op de aandeelhoudersvergadering. Dat was op dat moment bitter nodig. Het vertrouwen van beleggers in bestuur en toezicht Nederland was in het geding gekomen als gevolg van het Ahold-schandaal en andere affaires, zoals Landis en LCI. Het waren niet alleen Nederlandse beleggers, maar vooral internationale beleggers die zich zorgen maakten over de kwaliteit van het bestuur in Nederland. De grote Nederlandse beursgenoteerde bedrijven hebben overwegend buitenlandse aandeelhouders. Dus voor beursvennootschappen stond er veel op het spel en was het noodzakelijk om het vertrouwen te herwinnen. Er zijn wel degelijk zaken verbeterd. Na tien jaar kun je vaststellen dat de RvC professioneler, onafhankelijker is en ook sterker in de schoenen staat tegenover de raad van bestuur. Het old boys network is doorbroken.’

Door de economische crisis krijgt het aandeelhouderskapitalisme steeds meer kritiek. Het zou leiden tot een sterke focus op kortetermijnresultaten en te weinig oog hebben voor de belangen van andere stakeholders. 

‘De pendule slaat nu inderdaad iets terug. Het is sinds 1 juli vorig jaar moeilijker geworden voor aandeelhouders om gebruik van het agenderingsrecht. Door een wetswijziging werd het minimum belang om van dat recht gebruik te mogen maken verhoogd van 1 procent naar 3 procent van het geplaatste aandelenkapitaal. In de politiek en maatschappij leeft de opvatting dat je een langetermijnhorizon moet hebben als je in een bedrijf stapt. Bij Tabaksblat ging het nog vooral om de rechten, terwijl er nu veel meer oog is voor de verantwoordelijkheid die je als aandeelhouder hebt. Je moet, niet alleen naar je direct belanghebbenden, maar naar de maatschappij als geheel verantwoording afleggen over je stemgedrag, laten zien dat je daadwerkelijk in dialoog bent geweest voordat je een voorstel deed. Er ligt dus meer nadruk op de verplichtingen en verantwoordelijkheden. Ik vind dat op zich een natuurlijke ontwikkeling. Zo komt er een nieuw evenwicht tot stand.’

'De Code Tabaksblat stamt nog van voor de financiële crisis. Wat ons betreft moet ze zo snel mogelijk worden aangepast'

De Commissie Van Manen, eind vorig jaar geïnstalleerd, is de derde Monitoring Commissie die de Code Tabaksblat onder de loep neemt en evalueert. Wat zou die commissie volgens Eumedion moeten doen?

‘Wat ons betreft moet de Code zo snel mogelijk moeten worden aangepast. Onze Code stamt nog steeds van voor de financiële crisis. Er hebben in de tussentijd een aantal schandalen plaatsgehad, waarvan Imtech het meest in het oog springt. Welke lessen kunnen we daaruit trekken? Zou er een weerslag moeten zijn op de Code? Ik weet dat nog niet, maar dat is juist de taak van de Monitoring Commissie. Ze zou de resultaten van haar onderzoek zo snel mogelijk openbaar moeten maken. Ook ondernemingen willen er immers graag van leren, ze vragen daar zelfs om. Een tweede punt is dat het buitenland op het gebied van corporate governance niet stil heeft gezeten. Om aantrekkelijk te zijn voor kapitaal, wil je echt de best practices hebben. Groot-Brittannië past zijn code om de twee jaar aan, wij hebben er een die voor het laatst in 2008 is aangepast. Kun je bij ons nog wel spreken van internationale best practices? Ik betwijfel dat. De Commissie-Van Manen moet onder de loep nemen of onze Code internationaal nog steeds de toets der kritiek kan doorstaan.’

Morris Tabaksblat,  naamgever van de Nederlandse corporate governance code Morris Tabaksblat, naamgever van de Nederlandse corporate governance code

Heeft u een concreet voorbeeld van zo'n best practice die we in Nederland zouden moeten invoeren?

‘Wij vinden, en daar heeft Groot-Brittannië het voortouw in genomen, dat de accountant transparanter zou moeten zijn over de controlewerkzaamheden en wat hij ziet als belangrijkste risicogebieden in de jaarrekening. Dit jaar is er al mee geëxperimenteerd. Bij eenderde van de Nederlandse beursgenoteerde vennootschappen is al een ondernemingsspecifieke controleverklaring opgenomen. Parallel daaraan zou de auditcommissie ook meer verantwoording verschuldigd moeten zijn in haar verslag over de belangrijkste gesprekspunten die ze heeft gevoerd met de externe accountant. Zo'n bepaling is twee jaar geleden opgenomen in de Britse code en die zou niet misstaan in de Nederlandse. Nu vinden accountants het lastig om eigen risicogebieden te benoemen in de controleverklaring die niet door de RvC of het bestuur zijn gesignaleerd.'

Feit blijft dat de externe accountant wordt betaald door het bedrijf dat hij moet controleren. Staat dat een echt onafhankelijk oordeel niet per definitie in de weg? En is een uitgebreide controleverklaring van de accountant wel voldoende om te voorkomen dat het in de toekomst opnieuw misgaat?

‘We hopen, en verwachten ook, dat de externe accountant gewoon sterker in zijn schoenen zal durven te staan om te zeggen: 'ík ben hier verantwoordelijk, en dit komt er in te staan'. Het bestuur moet daar dan maar zijn eigen tekst en uitleg over geven. Dit is misschien niet het gouden ei, maar het kan wel een steentje bijdragen aan verbetering van de accountantscontrole. De scheiding van advies en controle was een heel belangrijke stap die nu ook wettelijk is geregeld. Maar zo’n controleverklaring maakt het nog beter.’

'Niet het bestuur is de opdrachtgever van de accountant, maar de aandeelhouders-vergadering! Dat gegeven moet rotsvast tussen zijn oren zitten'

Dankzij de dubieuze rol die accountants hebben gespeeld bij veel financiële schandalen, hoor je tegenwoordig wel eens opperen dat accountantscontrole door de staat of een financiële autoriteit onafhankelijker en beter zou zijn. Wat vindt u daarvan? 

‘Ik ben er niet van overtuigd dat dat iets zou oplossen. Het maakt de controle niet per se beter. Ik vind het belangrijker dat er een mentaliteitsverandering plaatsheeft. Een accountant wordt weliswaar gecontracteerd door een onderneming, maar hij moet verantwoording afleggen aan de aandeelhoudersvergadering. Niet het bestuur is de opdrachtgever, maar de aandeelhoudersvergadering! Dat gegeven moet rotsvast tussen zijn oren zitten. Geeft deze jaarrekening een getrouw beeld van de financiële situatie én de risico's? Aan dat laatste schort het nogal eens. Nogmaals: de accountant moet ervan doordrongen zijn dat zijn opdrachtgever de aandeelhoudersvergadering is en niet het bestuur. De bekostiging kan dan heel goed vanuit de vennootschap plaatsvinden. Uiteindelijk betalen de aandeelhouders dat natuurlijk.’


Dit is een ingekorte weergave van het interview dat onlangs in Tijdschrift voor Compliance werd gepubliceerd. Het derde nummer van 2014 is geheel gewijd aan het thema compliance en corporate governance en gaat onder meer in op de vraag hoe het toch kan dat er, alle kennis en best practices ten spijt, toch zo weinig zichtbare verbeteringen plaatshebben in het bestuur van organisaties. Klik hier voor een abonnement of proefnummer.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Arne van der Wal

Gevolgd door 884 leden

Mede-oprichter van FTM. Is gek op digitale technologie, maar koestert analoge techniek. Beoefent wing chun kungfu.

Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren