Het leveren van rendabele zorg wordt steeds belangrijker binnen de geestelijke gezondheidszorg. Zo deden zorgconsultants hun intrede, die instellingen in een handomdraai leren meer geld te verdienen met productiemeters en stoplichtsystemen. Zo kunnen behandelaren hun declaratienorm halen. Maar gelukkig worden ze er niet van: 'Om niet overspannen te raken, wordt er hier en daar dus meer tijd geschreven dan werkelijk besteed is.'

    Bij de Amsterdamse GGZ-instelling PuntP – een onderdeel van Arkin – kwam een consultant van het adviesbureau P5COM langs. In een recordtempo werd de productiviteit opgevoerd van 67 naar 88 procent. De tussenkomst van de consultant maakte de productiviteitsnorm leidend. In dit geval staat de door Arkin vastgestelde norm op 85 procent. Dat houdt in dat een behandelaar tenminste 85 procent van zijn of haar beschikbare tijd moet besteden aan werkzaamheden die te declareren zijn. Als die productiviteit van een behandelaar te laag is, wordt er binnen het team gesproken over de oorzaak daarvan en over een oplossing. ‘Dat betekent dus alles opschrijven wat ook maar naar een patiënt ruikt,’ vertelt een behandelaar die zich via het FTM Zorgpanel bij ons meldt. ‘En ja om niet overspannen te raken wordt er hier en daar dus meer tijd geschreven dan werkelijk besteed is. Ik noem de productiemeter ook wel eens de digitale prikklok.’

    Productiemeter

    In een presentatie van 6 juli dit jaar wijst de consultant van P5COM de medewerkers van PuntP op het gebruik van een dashboard, dat al eerder is aangekocht. Een behandelaar kan in dit dashboard onder andere de productiviteitsmeter vinden. Die meter geeft aan welk percentage van de huidige maand een behandelaar declarabele tijd heeft geschreven. De percentages op de meter hebben de kleuren van een stoplicht: rood, oranje en groen. Staat de wijzer in het rood dan is de behandelaar (nog) onvoldoende declarabel, kleurt de meter oranje dan moet er nog even doorgewerkt worden en wordt de kleur groen, dan levert de behandelaar die maand voldoende productie.

     

    Binnen het dashboard is eveneens een overzicht van de weekproductie te vinden. Waarbij de percentages verdeeld zijn in categorieën, zoals de categorie ‘niet declarabele tijd’. Die categorie wordt gedefinieerd als: ‘De tijd die volgens het rooster beschikbaar was maar die niet tot declarabele productie heeft geleid.’ Met daar achteraan de opdracht: ‘Plan afspraken in om dit percentage te verminderen.’

    De etalage van P5COM

    Door zo declarabel mogelijk te werken volgens de norm schieten zaken die niet te declareren zijn er vaak bij in. De behandelaar vertelt: ‘Het onderwijs aan verpleegkundigen, co-assistenten, psychologen en artsen lijdt er onder doordat algemene training en supervisie niet weggeschreven kunnen worden worden en min of meer in eigen tijd gedaan worden. Hetzelfde geldt voor algemene collegiale besprekingen.

    De rode bolletjes uit het dashboard dat zijn de plekken waar het mis dreigt te gaan

    Ook die moeten in de eigen tijd en wordt dus minder bezocht’. De behandelaar ziet ook de kosten stijgen: ‘Stel je voor je moet bij elk telefoontje, mailtje of korte bespreking direct naar de computer om de patiënt en de bijbehorende code op te zoeken. En dat plaats je vervolgens in de agenda. Een handeling van 5 of 10 minuten verdubbelt zo in tijd doordat de administratieve DBC-verplichting daarvan hetzelfde is.’

    Arkin weigert herhaaldelijke verzoeken van Follow the Money om een reactie te geven. Woordvoerder Esther Lutterman vertelt:‘Wij willen het niet hebben over geld en productie, maar over kwaliteit van zorg.’ Het blad Skipr, gericht op zorgbestuurders, fungeert met enige regelmaat als etalage voor de trajecten van P5COM.

    Zo ook bij PuntP. Het artikel uit mei 2015 over de productiviteitsstijging die in een ‘recordtempo’ bereikt werd, onthult hoe het traject op de werkvloer beleefd wordt.

    ‘Het gaat erom dat het declarabel is’

    Verschillende behandelaren vertellen in het artikel wat het advies van P5COM PuntP heeft gebracht. Aan het woord komt verpleegkundig specialist Marjanne Vogels: ‘Het gaat niet alleen om hoe hard je werkt, het gaat erom dat het declarabel is.’ Psychiater Rachele Stolker vertelt: ‘Een tijdje daarvoor hadden we al een dashboard gekregen, maar daar deed ik niet echt iets mee.(...) Het geeft voldoening als je kunt zien dat je geld voor de organisatie verdient.’ Psycholoog Sjoerd Kosterman zegt onder andere: ‘De rode bolletjes uit het dashboard dat zijn de plekken waar het mis dreigt te gaan.’

     

     

    De consultant van P5COM adviseerde PuntP ook over de agendavoering. Dat was voor de komst van de adviseur nogal een wanorde. Wanneer er binnen de instelling op een uniforme wijze een semidigitale agenda wordt gevoerd, zou dat resulteren in meer declarabele tijd. Uit een sheet van de presentatie blijkt dat de nieuwe manier van agendavoering resulteert in maar liefst 65 procent meer declarabele tijd.

     

    Behandelaren uit de geestelijke gezondheidszorg melden aan Follow the Money dat zij de eerdere artikelen over Sander Spijker en adviesbureau P5COM herkennen. Volgens deze zorgverleners zijn productienormen en de nadruk op declarabel werken aan de orde van de dag binnen de ggz.

    Het komt voor dat er ook les wordt gegeven in het bespelen van het dbc-systeem

    Die tendens wordt met name aangedreven door forse bezuinigingen van minister Edith Schippers  van Volksgezondheid op de sector. Meerdere adviesbureaus in Nederland helpen zorginstellingen waar de inkomsten en uitgaven uit balans zijn. Het komt voor dat er dan ook les wordt gegeven in het bespelen van het dbc-systeem. In de GGZ worden behandelingen bij de zorgverzekeraar in rekening gebracht door middel van diagnose behandel combinaties (dbc’s).

    Het dbc-systeem

    Een van de elementen in dat systeem is een vergoeding per tijdvak. Voor een behandeling van 3000 minuten krijgt een instelling evenveel geld als voor een behandeling van 6000 minuten. Pas als een nieuw tijdvak aanbreekt, bijvoorbeeld 6001 minuten, geldt een hogere vergoeding. Sommige behandelaren maken daar gebruik van of worden daartoe door de directie aangezet. Zij worden aangemoedigd precies op het meest winstgevende moment te stoppen. Er is software op de markt – in de praktijk ook wel aangeduid als een stoplichtsysteem – die aangeeft wanneer dat moment is. Dat is op zichzelf niet onwettig, dat zou het pas zijn wanneer er zorg gedeclareerd wordt die niet geleverd is.

    Drie zorgeconomen laten in een studie op een discussieplatform voor economen zien dat financiële prikkels de behandeltijd beïnvloeden. Deze studie is gebaseerd op data van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Zij vergelijken de behandeling van een depressie tussen instellingen die een budget ontvangen met instellingen waar vergoeding plaatsvindt per tijdvak volgens het dbc-systeem. Daaruit blijkt dat de lijn van de niet-gebudgetteerde artsen, waarvan de ontvangen vergoeding afhankelijk is van de behandeltijd, sterk afwijkt rondom de tijdsgrenzen. Op basis daarvan concluderen de onderzoekers: ‘Niet-gebudgetteerde aanbieders lijken behandelingen te verlengen zodat ze boven de tijdsgrens uitkomen. De verklaring hiervoor is het hogere tarief dat ze ontvangen zodra ze een tijdsgrens overschrijden.’ Behandelaren zouden daarom langer doorbehandelen of eerder stoppen omdat het financieel gunstig is. Dit verschil blijft bestaan na correctie voor verschillen tussen patiënten en zorgzwaarte.

     

    Doorbehandelen voor een hoger tarief

    Minister Schippers vermoedt dat het gebeurt en dat er bureaus zijn die helpen met slimmer declareren. Maar wie dat dan zijn is voor haar een groot raadsel. ‘Ik ken geen mensen die bij die bureautjes werken. Als ik ze zou kennen dan zou ik zeggen: wat je doet is volstrekt immoreel,’ aldus de minister tijdens een Kamerdebat over marktordening in de gezondheidszorg op 8 september van dit jaar.


    Minister Edith Schippers

    "Ik ken geen mensen die bij die bureautjes werken. Als ik ze zou kennen dan zou ik zeggen: wat je doet is volstrekt immoreel"

    In maart van dit jaar bracht Follow the Money een uitgebreid artikel over de declaratielessen van de echtgenoot van minister Schippers, Sander Spijker. Hij werkte tot voor kort als zorgconsultant bij het adviesbureau P5COM. Tegenover Jeroen Pauw verklaarde de bewindsvrouw op 11 oktober nog dat de ‘tamelijk idealistische’ zorgconsultants niets van doen hebben met declaraties. Niet met slimmer declareren en zelfs niet met ‘beter declareren’. Ook het ‘stoplichtmodel’ waar Follow the Money meerdere malen over schreef, is onbekend en het gebruik daarvan zou Spijker bij monde van zijn vrouw ‘verwerpelijk vinden’.

    'Minister Schippers heeft niet in de gaten wat haar man deed. Ik heb erbij gezeten'

    Die stellige bewering doet de wenkbrauwen fronsen van medewerkers bij instellingen die door P5COM zijn geadviseerd. Zij weten wel beter, ze stonden erbij en keken ernaar. Zo ook Jan Kempenaar. Hij was tot mei 2015 systeembeheerder bij GGZ Friesland. Die instelling onderging een adviestraject waarvan Spijker de projectleider was. Kempenaar laat via Twitter weten: ‘Ik zie nu Pauw in de herhaling. Minister Schippers heeft niet in de gaten wat haar man deed. Ik heb erbij gezeten.’ In een daaropvolgende tweet vervolgt hij: ‘Ik zat erbij toen P5COM binnengehaald werd, ze beloofden zichzelf terug te verdienen door slimmer te declareren.’ Ook hoorde hij in de wandelgangen van collega’s wat dat slimmer declareren behelsde. Dat ging bijvoorbeeld om ‘een toevallig gesprekje bij de koffieautomaat registreren als patiëntgebonden tijd.’ FTM sprak eerder al met behandelaren die anoniem hun verhaal deden, daar waren ook een aantal medewerkers van GGZ Friesland bij.

    Het Waterloo van Sander Spijker

    Sander Spijker zal voorlopig niet als consultant werkzaam zijn binnen de gezondheidszorg. Hij vond zijn Waterloo bij zorginstelling Sdhd in Haarlem. Hij was daar namens P5COM om een project te leiden met betrekking tot ‘slimmer roosteren’. Doel van het traject was om de agenda’s beter aan te sluiten op de zorgvraag van de cliënt. ‘Er waren binnen de organisatie mensen die gehoord of gelezen hadden over zijn activiteiten, daarom werd er in de wandelgangen gefluisterd over de man van de minister,’ vertelt Olivier Zegeling IT-medewerker bij Sdhd. Zegeling heeft Spijker een aantal malen ontmoet en omschrijft hem als volgt: ‘Een typische consultancy man, maar niet zo’n hele goede. Hij was niet altijd goed voorbereid en wist niet van de andere partijen die bij dit project betrokken waren wat ze deden.’

    Kort na de uitzending van het programma Zondag met Lubach op 4 september waarin de activiteiten van Sander Spijker centraal stonden, kwam de echtgenoot van Schippers niet meer opdagen bij Sdhd. Later bleek dat hij gestopt was bij het adviesbureau P5COM en dat er daarom geen projectleider beschikbaar was. Het ‘slimmer roosteren’-project ligt stil en de vraag is hoe de instelling nu verder moet. Sdhd wil geen verdere verklaring geven over het vertrek van projectleider Spijker. Receptionist Melvin vertelt: ‘We hebben een mailtje van de teamleider gehad dat we niet meer met journalisten van Follow the Money mogen praten.’ Kort nadat Schippers bekend maakte dat haar man is gestopt bij P5COM belde FTM met het hoofdkantoor van het adviesbureau te Blaricum. Daar was men niet bereid een toelichting te geven op het vertrek van adviseur Spijker.

    Doe mee met het zorgpanel

    Zorgpanel

    Samen met onze lezers willen we in het Follow the Money zorgpanel onderzoek doen met als centrale vraag: Wat maakt onze zorg zo duur? In dit panel komen thema's als bureaucratie, verspilling, maar ook toegankelijkheid aan bod. Regelmatig zullen wij je als panellid attenderen op vragenlijsten of open vragen. Iedereen kan en mag meedoen, daarbij maakt het niet uit of je betrokken bent als professional, patient of als vrijwilliger of mantelzorger. De zorg raakt ons tenslotte allemaal. Jouw input willen we aanwenden voor het maken van diepgravende onderzoeksjournalistiek.

    Doe daarom mee aan ons zorgpanel: beantwoord vragen, stuur ons tips en doe mee aan discussies over actuele thema's.

    Meer info

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid