Tantalus in Griekenland

2 Connecties

Eurolanden moeten afzien van terugbetaling vindt FTM columnist Roel Janssen.

Grimmig, grommend, gruwelend en griezelend. Met weerzin maar in het besef dat niets doen nog dramatischer zou zijn, nemen de landen van de eurozone de complete Griekse staatsschuld over.

 
Een week nadat het Griekse parlement instemde met een zoveelste bezuinigingspakket, hebben de ministers van Financiën van de eurozone vannacht hun goedkeuring gegeven aan een tweede noodpakket voor Griekenland. De particuliere banken en verzekeraars schrijven het grootste deel van hun vorderingen op Griekenland af, de Europese Centrale Bank levert een bijdrage, de eurolanden en het Internationale Monetaire Fonds stellen 130 miljard beschikbaar om Griekenland van de financiële ondergang te redden.
 
Hiermee komt er geen einde aan de Griekse tragedie, integendeel. Griekenland wordt onder toezicht van de eurozone en het IMF geplaatst, als een kolonie waarvan de overheidsfinanciën bestierd worden door de geldschieters. De ‘trojka’ – Europese Centrale Bank, Europese Commissie en IMF – gaat toezien op de uitvoering van de bezuinigingen en hervormingen die de tijdelijke regering van premier Papademos heeft toegezegd. Die maatregelen komen neer op een structurele verarming van de Griekse bevolking met het dubbele doel de economie weer concurrerend te maken en de overheidsfinanciën te saneren.
 
Perspectief?
Griekenland, zei de president van de Nederlandsche Bank, Klaas Knot, vorige week op een seminar voor bankiers in Londen, moet weer een perspectief krijgen. De vraag is: welk perspectief? Op korte termijn is er economische ontreddering. En in 2020, als alles goed gaat, dat wil zeggen als alle aanpassingen uitgevoerd worden, bedraagt de Griekse staatsschuld 120 procent van het bruto binnenlandse product. Dat is nog altijd te hoog. En dat is als alles goed gaat.
 
Griekenland heeft een adempauze gekregen en voorlopig is een bankroet afgewend. Maar de trieste werkelijkheid is dat Griekenland binnen de eurozone geen perspectief heeft. Het alternatief is dat Griekenland alsnog uit de eurozone stapt. De rest van de eurozone heeft inmiddels zo veel maatregelen genomen dat het gevaar van besmetting van andere probleemlanden waarschijnlijk geweken is. Herinvoering van de drachme betekent wel dat Griekenland een keten van faillissementen en financiële chaos te wachten staat. De verarming komt dan in de vorm van een devaluatie van de munt.
 
Tenzij de eurolanden die straks in totaal 240 miljard euro (110 miljard in 2010, 130 miljard in 2012) aan Griekenland hebben uitgeleend, op den duur afzien van terugbetaling van een flink deel van de hoofdsom. Het is de enige manier om de tantaluskwelling van de Griekse staatsschuld te verminderen. Minister van Financiën Jan Kees de Jager en zijn Duitse collega Wolfgang Schäuble zouden dat eens hardop moeten zeggen.