Christiaan Vos volgt voor Follow the Money een felle belastingoorlog op meerdere fronten, tussen twee agressieve partijen. Staten liggen onder fiscaal vuur van multinationals terwijl ze door andere staten in de flank worden aangevallen, met de EU en de VS als belangrijkste warlords. Wat betekent dit voor burgers in deze geglobaliseerde wereld? Kunnen we ons nog wel verdedigen? Bijvoorbeeld door te stemmen? Vandaag: Hoe de EU onze belastingsoevereiniteit aantast.

    Morgen mogen we stemmen over de EU! Ja, toch? Of gaat het om Oekraïne? Zegt u het maar. Behoort u tot de boze burgers die vinden dat het burgercomité EU ons er in geluisd heeft, met een referendum dat feitelijk ergens anders over gaat? Of bent u blij met elke kans die u krijgt om u uit te spreken over de EU? Of dat dan in positieve of negatieve zin is. Probleem is echter wel dat bijna niemand weet waarover dan gestemd wordt, als het dan niet het associatieverdrag is. Sommigen willen meer EU, ander willen minder EU en eigenlijk wil niemand géén EU. Ook al roept Geert Wilders dat we uit de EU moeten, hij is toch voor Europese samenwerking. Met name wil hij wél de economische voordelen van de interne markt voor Nederland behouden. Heeft hij daar gelijk in?

    Ook al roept Geert Wilders dat we uit de EU moeten, hij is toch voor Europese samenwerking

    Vast wel. De interne markt brengt ons banen en economische groei, het brengt ons voorspoed in een geglobaliseerde wereld. Een wereld waarin we in ons eentje niet veel zouden klaarstomen. Maar de interne markt heeft ook een keerzijde. De interne markt is het vehikel waarmee de Europese instituties voortdurend de soevereiniteit van de lidstaten verder inperken. De interne markt opent onvermoede achterdeurtjes waardoor onze fiscale soevereiniteit door Europese wetgeving steeds verder wordt uitgehold.  En ook een achterdeurtje waardoor de Europese rechtspraak het bijna onmogelijk maakt om als lidstaat agressieve belastingplanning aan te pakken. Hierover straks meer.


    Christiaan Vos

    "De interne markt opent onvermoede achterdeurtjes waardoor onze fiscale soevereiniteit door Europese wetgeving steeds verder wordt uitgehold"

    Beetje riskant, zo'n sterke unie

    Het doel is een steeds sterkere unie tussen de landen en volkeren van Europa. De Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU en de Raad van de Europese Unie, waar Nederland nu voorzitter van is, lopen daarbij voorop. Dat is niet zonder risico. De Britten dreigen nu af te haken en als we niet uitkijken wordt op 25 mei aanstaande door de ECOFIN-raad een historische blunder begaan. Dan dreigen de in januari gelanceerde Commissievoorstellen om agressieve belastingplanning aan te pakken aangenomen te worden. Het gevolg: het faillissement van Europa.

    Het gevolg: het faillissement van Europa

    Fiscale wetgeving is voorbehouden aan de lidstaten. Dat geldt niet volledig voor invoerrechten, BTW en accijnzen, omdat die Europees geharmoniseerd zijn. Voor de rest is elke lidstaat van de Europese Unie vrij haar fiscale politiek te voeren. Dat lidstaten fiscaal soeverein zijn is dan ook het uitgangspunt, de EU heeft daar niets over te zeggen. Waar gaat de EU wel over? Met name over de interne markt en de daaraan ten grondslag liggende vier fundamentele vrijheden: het vrije verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal. Lidstaten mogen geen wetgeving optuigen dat een inbreuk maakt op deze vier fundamentele vrijheden. Dat soort wetgeving kan door het Hof van Justitie van de Europese Unie opzij gezet worden.

    Achterdeurtjes naar fiscale soevereiniteit

    Het is aan de EU om Europese wetgeving te maken die noodzakelijk is voor een goede werking van die interne markt. Dat soort wetgeving, in de vorm van Europese richtlijnen, is bindend voor alle lidstaten. Het ideaal van de interne markt en het bindende karakter van Europese wetgeving vormen echter een achterdeur waardoor de EU onze nationale soevereiniteit binnen sluipt. Ook onze fiscale soevereiniteit, want bevoegdheid om wetgeving in te voeren voor een goede werking van de interne markt gaat boven het recht van lidstaten om zelf over de belastingen te beslissen. De markt gaat boven alles!

    Inmiddels is er een handjevol Europese richtlijnen dat zich richt op belastingen. De meeste betreffen belastingen over de winst van bedrijven, met name daar waar er grensoverschrijdende situaties zijn. Zo zijn er Europese regels over rente- en royaltybetalingen, over dividenden tussen moeder- en dochtermaatschappijen, over bedrijfsfusies etcetera. Richtlijnen die in hoofdzaak een coördinerend karakter hebben. Best handig. Nu ligt er echter een voorstel om agressieve belastingplanning van bedrijven tegen te gaan en de portée daarvan is geheel anders. Op dit gruwelijke Commissievoorstel kom ik dadelijk terug. Eerst wil ik even kort stilstaan bij twee andere achterdeurtjes waardoor de EU onze fiscale soevereiniteit inperkt.

    Ook hier speelt het ideaal van de interne markt een cruciale rol. Een van die achterdeurtjes is het instrument van de verboden staatssteun. Europees commissaris Margrethe Verstager, heeft ingezet op het bestrijden van belastingrulings door deze tot verboden staatssteun te verklaren. Nederland heeft een tik op de vingers gekregen, zo ook Luxemburg en België en ongetwijfeld zullen andere lidstaten nog volgen. Niks mis mee, toch? Zult u denken? Natuurlijk, stinkende belastingrulings mogen aangepakt worden met alle middelen die voorhanden zijn. Maar toch schuilt ook hier een gevaar in. 

    Het middel van de verboden staatssteun kan ingezet worden zodra er sprake is van een selectief voordeel voor een bedrijf of een bedrijfstak, waardoor tevens de vrije concurrentie in de interne markt verstoord wordt. Het gaat dan ook niet alleen om schimmige belastingrulings, het kan net zo goed ingezet worden tegen nationale belastingwetgeving. De vrijheid van handelen voor lidstaten van de EU om middels belasting faciliteiten banen en economische groei na te streven wordt hierdoor sterk belemmerd. Zo mocht Frankrijk geen belastingvrijstelling geven op speciale spaarrekeningen voor Franse burgers, zo mocht Gribraltar de winstbelasting niet afschaffen en zo kan Dijsselbloem nog wel eens in problemen komen als het COCO-arrangement dat hij samen met ING heeft bekokstoofd vanwege verboden staatssteun wordt terug gefloten.

    Het bezwaar is dat het ideaal van de interne markt alle andere idealen die je als samenleving kan hebben wegduwt

    Het bezwaar dat ik hiertegen heb is dat het ideaal van de interne markt alle andere idealen die je als samenleving kan hebben, wegduwt. Misschien willen wij als land wel een bepaalde bedrijfstak selectief steunen, omdat we daar goede redenen voor hebben, bijvoorbeeld het milieu, of leefbaarheid in het algemeen. De kans is groot dat dit soort argumenten onvoldoende zwaar weegt en dat de vrije concurrentie op de interne markt door de EU belangrijker wordt gevonden. Het is het primaat van de markt, waar elk Europees handelen mee doordesemd schijnt te zijn, wat ik zo bezwaarlijk vind, bezwaarlijker nog dan een mogelijk democratisch tekort.

    Markt breekt wet

    In de Europese rechtspraak toont zich dat nog sterker. Sinds enkele jaren zijn we ons bewust ervan geworden dat multinationals belastingen ontwijken op een schaal die een heleboel mensen niet meer vinden passen. Deze multinationals, Apple, Google, Amazon en dergelijke bedrijven dragen hun ‘fair share’ niet bij. Parasieten zijn het, want ze gebruiken wel alle voorzieningen die wij als samenleving hebben opgebouwd in de vorm van hoog opgeleide gezonde mensen, goede infrastructuur, goed werkend juridisch systeem enzovoort. Velen roepen om het hardst dat deze bedrijven aangepakt moeten worden, ook al lijken ze naar de letter van de wet niets illegaals te doen. Deze bedrijven worden er van beschuldigd moreel onjuist te handelen, want ze zouden belasting moeten betalen naar de geest van de wet.

    Het recht op vrije vestiging garandeert het recht op het zoeken van de fiscaal meest voordelige weg

    De eerst aangewezen partij om te toetsen of bepaalde belastingplanning past binnen die geest van de wet is de wetgever en in laatste instantie de rechter. De wetgever kan anti-misbruikbepalingen opnemen en de rechter kan bij een geschil daarover toetsen of de anti-misbruikbepalingen terecht zijn toegepast. Zo werkt het ook in Europa, maar toch ook weer niet. Het Europese Hof van Justitie heeft namelijk een heel beperkte definitie van ‘misbruik van belastingrecht’ opgetuigd. Lidstaten mogen van het Europese Hof geen anti-misbruikbepalingen in hun nationale wetgeving opnemen die strijdig zouden kunnen zijn met de vier fundamentele vrijheden die ten grondslag liggen aan de interne markt. Het recht op vrije vestiging garandeert daardoor het recht op het zoeken van de fiscaal meest voordelige weg. Zelfs als belastingbesparing de enige reden is voor een bedrijf om zich in een bepaalde lidstaat te vestigen, dan nog wordt een dergelijke belastingbesparende constructie beschermd door de vier fundamentele marktvrijheden. Daar is die vermaledijde markt weer.

    Van misbruik van recht is volgens het Europese Hof dan ook alleen sprake als de constructie volledig kunstmatig is. Zodra er echter ook maar iets aan reële economische activiteit is, bijvoorbeeld doordat er een kantoor is met medewerkers en een kopieer apparaat, dan is de constructie niet volledig kunstmatig. Met het beheren van intellectuele eigendom of het runnen van financieringen gaat niet veel zichtbare activiteit gemoeid, zodat dit soort ondernemingen al vrij snel niet meer volledig kunstmatig zijn. Op de Zuidas hebben we heel wat van dat soort ondernemingen die gesteund door Europese jurisprudentie hun belasting ontwijkende structuren overeind kunnen houden. Daar kunnen we, zoals de zaken er nu voor staan, vaak niet veel aan doen.

    Braafste jongetje

    Vandaar de roep om nog meer Europese regels. Regels die het wel mogelijk maken agressieve belastingplanning aan te pakken. Regels waarvoor de Europese Commissie in januari een voorstel heeft gedaan, dat dus in mei mogelijk van kracht gaat worden. Zal het agressieve belastingplanning aanpakken? Jazeker! Zal het ons meer belasting opleveren? Zeker niet! De Europese Commissie wil het braafste jongetje van de klas zijn en tracht Europa voorop te laten lopen in de mondiale aanpak van agressieve belastingconcurrentie. De Commissie gaat dan ook veel verder dan de voorstellen in het kader van het BEPS-project van de OESO en de G20. Het risico is dan dat Dubai of Zwitserland de weggejaagde multinationals met open armen zullen ontvangen. Daar gaat ons belastinggeld.


    Christiaan Vos

    "Het risico is dan dat Dubai of Zwitserland de weggejaagde multinationals met open armen zullen ontvangen. Daar gaat ons belastinggeld"

    Hoe is dit te begrijpen? De reden is dat de Europese Commissie nog een andere agenda heeft. Zij streeft naar één Europese winstbelasting, één Europees belastingstelsel voor grote ondernemingen. Een belastingstelsel dat de EU ook moet voorzien in een eigen inkomstenbron, daar waar de EU nu hoofdzakelijk gefinancierd wordt door de lidstaten. Het is het aloude opbouwen van machtsposities die de motivatie lijkt te zijn. In 2011 hebben ze dit al eens geprobeerd, maar dat werd toen meteen afgeschoten. Nu proberen ze het weer, met de publieke opinie als steuntje in de rug. Het voelt vast lekker: Wij, Europa, pakken agressieve belastingplanning wél aan.

    En nu: de stembus

    Het streven naar één Europees belastingstelsel ondermijnt echter wel de hoofddoelstelling om agressieve belastingplanning aan te pakken, namelijk het beschermen van de belastingopbrengsten van lidstaten. Zoals, hiervoor genoemd, door zwaardere internationale concurrentie. Maar vooral door interne concurrentie, binnen de EU op de interne markt. Dat komt doordat de Commissie het niet aangedurfd heeft ook minimumtarieven voor te schrijven. Nee, dat is aan de lidstaten die fiscaal soeverein zijn, aldus de Commissie. Maar als we straks één belastingstelsel hebben, een one-size-fits-all, dan kunnen lidstaten alleen nog maar concurreren met hun belastingtarief en dat leidt onherroepelijk tot een race to the bottom met almaar dalende belastingtarieven. Luxemburg heeft al aangekondigd haar winstbelasting te gaan verlagen naar het niveau van Ierland, van 12,5 procent. Ook staatssecreataris Wiebes van Financiën zinspeelt op een noodzakelijke tariefverlaging als de Commissievoorstellen ingevoerd worden. Het einde lijkt dan zoek.

    Als u morgen naar de stembus gaat, moet u zich misschien niet afvragen of u meer of minder EU wilt, maar kunt u zich beter afvragen of we meer of minder interne markt willen. Ik weet het antwoord wel, maar wat moet ik dan stemmen?

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Christiaan Vos

    Fiscaal-econoom, filosoof, gastdocent bij de UvA. Ervaren fiscalist, mede-oprichter van nachtclub Panama en DJ.

    Volg Christiaan Vos
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Gesprek over Europa

    Gevolgd door 584 leden

    Een goed gesprek over de Europese Unie komt maar niet van de grond. Follow the Money wil daar verandering in brengen. Samen m...

    Volg dossier