De Europese Unie breekt de verzorgingsstaat voor burgers af en bouwt daarvoor in de plaats een verzorgingsstaat voor multinationals. Dat, zo schrijft Christiaan Vos, is de consequentie van de nieuwe plannen voor een Europese winstbelasting die de Europese Commissie onlangs heeft gepresenteerd. Wat is de Commissie precies van plan?

    Met grote woorden en nog grotere beloften presenteerde de Europese Commissie afgelopen week haar voorstellen voor een CCCTB, de winstbelasting die binnen de Europese Unie moet gaan gelden voor alle multinationals met een jaaromzet van meer dan 750 miljoen euro. Deze triple-CTB, waarvan de 3 C’tjes staan voor Common (gemeenschappelijke), Corporate (grote bedrijven) en Consolidated (geconsolideerde) zal voorafgegaan worden door een double-CTB. Eerst maar 2 C’tjes dus, want op dit moment is er geen enkele politieke steun voor het derde C’tje. Dat derde C’tje betekent namelijk dat bedrijven verliezen in het ene land mogen compenseren met winsten in andere landen. Kunt u het zich voorstellen dat bijvoorbeeld Duitsland geen belasting meer heft over de Duitse winst van een groot bedrijf omdat datzelfde bedrijf in Spanje verlies maakt? Of dichterbij huis: KLM hoeft dan in Nederland geen belasting te betalen vanwege de verliezen van Air France.

    Naïviteit

    PvdA-Europarlementariër Paul Tang kan zich dat wel voorstellen. Hij is heel blij met de komst van de CCCTB, want het maakt een einde aan onwenselijke belastingconstructies, de ‘grootste ergernis van mensen,’ aldus Tang deze week in NRC. De naïviteit spat er van af. Paul Tang laat een fraai staaltje van populisme en fact-free politics zien. Had hij de voorstellen integraal gelezen, dan zou hij de verkooppraatjes van de Europese Commissie wellicht niet klakkeloos geloofd hebben en zich — hopelijk — nog eens goed afvragen of we dit soort belastingvoorstellen vanuit Europa wel moeten willen. Ik denk het niet.

    Paul Tang laat een fraai staaltje van populisme en fact-free politics zien

    Maar waarom wil de Europese Commissie dit? Ze geeft drie redenen. In de eerste plaats past het binnen een strategie van ‘eerlijke’ belastingen, zo claimt de Commissie. Dat klinkt goed, maar eerlijke belastingen in de ogen van de Commissie zijn, in tegenstelling tot wat Paul Tang eruit begrijpt, geen eerlijke belastingen voor de Europese burgers, voor wie elementen als rechtvaardigheid en welzijn zwaar wegen. Nee, volgens de Commissie moeten belastingen vooral eerlijk zijn tegenover bedrijven. Daar ligt de eerste prioriteit. Zelfs de lidstaten komen er op het vlak van eerlijkheid soms bekaaid vanaf. Voor Ierland is al uitgerekend dat door de CCCTB 80% van de belastinggrondslag van in dat land gevestigde farmaceutische bedrijven zal worden overgeheveld naar andere Europese lidstaten.

    Als tweede reden wijst de Commissie op het streven van de Europese Unie naar duurzame economische groei en verdere integratie van de Europese Interne Markt. Bedrijven moeten zo vrij mogelijk, ongehinderd door nationale wetgeving, internationaal actief kunnen zijn en met elkaar kunnen concurreren. In de inleidende tekst van het CCCTB-voorstel benoemt de Commissie dit zelfs tot de topprioriteit van de EU. Het CCCTB-voorstel is dan ook een schokkende manifestatie van wat Ewald Engelen deze week op dit podium aanduidde als de neoliberale hel waar we in beland zijn. De EU verliest meer en meer het belang van haar lidstaten en het welzijn van de Europese burgers uit het oog. Waar de interne markt ooit was bedoeld als middel om vrede, veiligheid en welvaart tot stand te brengen, is het een doel op zich geworden waar de belangen van burgers aan ondergeschikt zijn gemaakt.


    "Eerlijke belastingen in de ogen van de Europese Commissie, zijn geen eerlijke belastingen voor de Europese burgers"

    Het gaat de Commissie dan ook vooral, en dat is de derde reden, om vereenvoudiging van de regels voor multinationals. De voorstellen zijn onderdeel van het REFIT-programma van Frans Timmermans. REFIT staat voor ‘regulatory fitness,’ waarmee tot uitdrukking wordt gebracht dat wet- en regelgeving binnen Europa op een gezonde manier effectief moeten zijn. Niet per se minder regels, maar wel duidelijkere regels.

    Pure hoogmoed

    Eén winstbelasting binnen Europa zou de regelgeving zeker vereenvoudigen, maar zoals de Commissie zelf ook in haar voorstellen erkent, zal er blijvend grote ruis bestaan tussen wat de richtlijn voor de CCCTB wil bewerkstelligen en wat er straks in nationale wetten zal worden opgenomen. Binnen het geldende Verdrag van de Europese Unie gaat de bevoegdheid van de EU bij directe belastingen niet verder dan het instellen van richtlijnen, die vervolgens door de lidstaten moeten worden omgezet in nationale wetgeving. Dat betekent dus dat we straks 28 (of 27, na de Brexit) uitwerkingen en interpretaties van deze CCCTB-richtlijn gaan krijgen, net als dat nu het geval is bij andere belastingrichtlijnen.

    De REFIT-doelstelling dat de regelgeving duidelijker moet worden, zal dan op het niveau van nationale wetgeving niet gerealiseerd worden. Bedrijven hebben nog steeds te maken met 28 nationale systemen van wet- en regelgeving die door 28 verschillende belastingdiensten geïnterpreteerd gaan worden. Met name dit laatste zal de eerste tien tot twintig jaar een groot probleem zijn. Belastingwetten zijn complex en voor velerlei uitleg vatbaar. Het Nederlandse winstbegrip, bijvoorbeeld, gaat al ruim zeventig jaar mee en was pas na tientallen jaren uitgekristalliseerd. Toch worden er ook nu nog elk jaar procedures gevoerd over de interpretatie ervan. Het idee dat je nu in één keer een duidelijke en heldere belastingwet kunt opschrijven die geen verdere interpretatie behoeft en die decennia van nationale jurisprudentie overbodig kan maken, getuigt van pure hoogmoed van de kant van de Europese Commissie.

    Ik ga ervan uit dat de Commissie weet dat de geformuleerde doelstellingen helemaal niet haalbaar zijn

    Ik ga ervan uit dat de Commissie dit weet en zich realiseert dat de publiekelijk geformuleerde doelstellingen helemaal niet haalbaar zijn. Ik vermoed daarom een dubbele agenda, waarbij de Commissie mogelijk als volgt redeneert. Gesteund door de roep iets te doen aan agressieve belastingplanning lijkt de CCCTB een heel goed antwoord. Europese lidstaten zouden heel goed iets voor dit idee kunnen voelen, maar om het ook echt effectief te laten werken moet de ruis voorkomen worden die in het huidige systeem altijd ontstaat als Europese richtlijnen in nationale wetgeving worden omgezet. Hoe? Nou, door een echte Europese winstbelasting — een Europese belastingwet waar nationale wetgeving niet meer voor nodig is. Dat gaat een stap verder dan de CCCTB. Het zou een eigen inkomstenbron betekenen voor de EU, waardoor die steeds meer de trekken van een echte staat zou krijgen.

    Dit lijkt geen fiscale politiek te zijn, maar pure machtspolitiek: een poging om de machtsbasis van de Europese Unie te vergroten. Is dit een te speculatief scenario? Mogelijk, maar het denken over een CCCTB opent op zijn minst een hellend vlak van verdere Europese fiscale integratie.

    Knokken om belastingcentjes

    Is dat erg? Ja, om meerdere redenen. Europese wetgeving komt over het algemeen maar moeizaam tot stand, omdat meestal unanimiteit vereist is. En als er dan Europese regels zijn, zijn ze ook alleen maar met unanimiteit weer te veranderen. Werkgeversorganisatie VNO-NCW waarschuwt dan ook terecht dat we door de CCCTB straks gevangen zullen zitten in een bevroren stelsel, waardoor we niet adequaat kunnen reageren op veranderingen in de wereldeconomie. Europa zet zichzelf dan op slot.

    "Dit lijkt geen fiscale politiek te zijn, maar pure machtspolitiek: een poging om de machtsbasis van de EU te vergroten"

    Bij fiscale integratie verliezen de lidstaten controle over hun belastingopbrengsten, ook al beweert de Commissie bij hoog en bij laag dat dat niet het geval is. De vraag wordt namelijk: wie bepaalt de verdeelsleutel van de centrale, voor bedrijven geconsolideerde — de derde C — belastingopbrengst van de CCCTB? Mocht het zo ver komen, dan leidt het derde C’tje er namelijk toe dat grote bedrijven centraal hun Europese winstbelasting betalen, waarna deze belastingopbrengst door Europa over die lidstaten verdeeld wordt op basis van een vooraf vastgestelde verdeelsleutel. Die verdeelsleutel, de Formulary Apportionment, moet volgens de Commissie gebaseerd zijn op drie factoren: de hoogte van de investeringen in een lidstaat, het aantal werknemers in die lidstaat en de in een lidstaat gerealiseerde omzet. Los van het bezwaar dat vooral kleine, internationaal georiënteerde landen als Nederland in dat geval het kleinste aandeel in deze verdeling van belastingen zouden krijgen, wringt de schoen vooral omdat Europa deze verdeelsleutel zal moeten bepalen en in de praktijk toepassen. Ziet u het voor zich? 28 (of 27) landen die continu met de Commissie gaan knokken om elkaars belastingcentjes?

    Dat knokken gaat dan op twee manieren. Als eerste moet er geknokt worden over de werking van de verdeelsleutel. Is eenmaal duidelijk welke factoren van die verdeelsleutel het meeste voor een lidstaat opleveren, dan moeten de lidstaten knokken om die factoren binnen de landsgrenzen te krijgen. Maar hoe doe je dat? In eerste instantie natuurlijk door een aantrekkelijk land te zijn, met een goede infrastructuur, veel kennis et cetera. Maar lidstaten zullen ook, en zeker niet in de laatste plaats, teruggrijpen op hun belastingtarieven. Dat is ook wat de Commissie wil. De CCCTB leidt namelijk niet tot harmonisatie van belastingtarieven; op dat vlak blijven lidstaten soeverein.

    Lidstaten zullen ook, en zeker niet in de laatste plaats, teruggrijpen op hun belastingtarieven

    Vervreemding

    Maar als de belastinggrondslag volledig Europees geharmoniseerd is, kun je alleen nog maar fiscaal concurreren met de hoogte van je tarief. En wat gebeurt er dan? Juist: een versnelling van de race to the bottom, met alsmaar dalende belastingtarieven. Lidstaten kunnen zich dat ook makkelijker permitteren, omdat de CCCTB niet hetzelfde tarief hoeft te hebben als de nationale vennootschapsbelasting. Het CCCTB-tarief dat in hoofdzaak voor multinationals zal gaan gelden, kan lager zijn dan het belastingtarief voor kleine en middelgrote nationale ondernemingen. Nu kan dat niet, want volgens de huidige belastingwetten is het in strijd met het Europese verbod op discriminatie. Maar straks, met een aparte belasting voor multinationals, kan het dus wel. Dat leidt de CCCTB er toe dat multinationals niet alleen op hun wenken bediend worden via vereenvoudiging van regels, maar ook via verlaging van belastingtarieven. Lokale ondernemers moeten daarentegen meer belasting gaan betalen, want hoe bekostigen we anders onze scholen, ziekenhuizen en snelwegen?

    Zolang de Europese Unie het ideaal van de vrije interne markt tot topprioriteit benoemt, zal zij zich steeds verder vervreemden van haar burgers en lokale ondernemingen. De EU verwordt dan tot de vaandeldrager van het grootbedrijf. Ze heeft afscheid genomen van de verzorgingsstaat voor burgers en geeft ons in plaats daarvan een verzorgingsstaat voor multinationals. De CCCTB is er het zoveelste voorbeeld van. Ik vind het te erg om waar te zijn.

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid