Wilbert Tomesen, bestuursvoorzitter Huis voor Klokkenluiders
© Robin Utrecht

‘Klokkenluiders hebben te hoge verwachtingen van ons’

    Na drie woelige jaren hoopt de nieuwe bestuursvoorzitter van het Huis voor Klokkenluiders – Wilbert Tomesen, die bijna een jaar geleden aantrad – op nieuw elan. Zijn aanstelling verliep niet zonder slag of stoot, maar nu de commissie-Biesheuvel concludeerde dat zijn selectie- en benoemingsprocedure volgens de regels is verlopen, voelt hij zich vrij om met Follow the Money en NRC Handelsblad te spreken.

    Het Huis voor Klokkenluiders is opgericht om mensen bij te staan die vastlopen wanneer ze misstanden bij hun werkgever hebben aangekaart. Het Huis bestaat nu drie jaar, maar voor slingers en taart lijkt weinig aanleiding te zijn. De wetgeving waarop het Huis is gebaseerd, is gemankeerd, er zijn interne ruzies en in opspraak geraakte bestuurders, klokkenluiders en politici zijn ontevreden over de gang van zaken, en als klap op de vuurpijl zijn er twee meldingen gedaan over misstanden bij het Huis zelf.

    Een kort overzicht van wat er mis ging:

    • Het wetgevingsproces om tot een Huis voor Klokkenluiders te komen duurde zo lang en het wetsvoorstel werd zo vaak gewijzigd, dat eigenlijk al voor opening van het huis in juli 2016 onduidelijk is waar het Huis precies voor is bedoeld.

    • De inrichting vond onder hoge tijdsdruk plaats. Bij de start waren ict-faciliteiten en de huisvesting niet op orde. Doordat zich direct veel klokkenluiders meldden, was de werkdruk voor de kleine organisatie meteen heel groot. Alleen al in 2016 deden ruim 530 mensen een beroep op het HvK, twee keer zoveel als verwacht.

    • Het personeel is afkomstig van drie eerdere, niet functionerende instanties die papieren tijgers waren gebleken wat betreft de bescherming van klokkenluiders.

    • Maart 2017. NRC Handelsblad onthult dat binnen het Huis iemand was gedetacheerd door de inlichtingendienst AIVD. Toen dat november 2016 intern tot discussie leidde, is zijn detachering beëindigd.

    April 2019. Het AD meldt dat de voltallige afdeling advies van het Huis ontslag wil nemen

    • Na het vertrek van enkele bestuursleden en vanwege de heersende onvrede over het functioneren van het Huis, krijgt consultant en oud-topambtenaar Maarten Ruys opdracht de boel door te lichten. In december 2017 verschijnt zijn rapport. De conclusies zijn hard: de voorzitter en het bestuur hebben geen heldere en eenduidige visie over de werking van het Huis; de huidige organisatie functioneert onvoldoende; bij de medewerkers ontbreekt draagvlak voor het bestuur en er is sprake van verstoorde persoonlijke relaties. Ruys stelt tevens vast dat er een onnodig strikte scheiding is tussen de afdelingen advies en onderzoek, en dat advies- en onderzoeksprotocollen ontbreken.

    • Op 19 december 2018 deelt minister Kajsa Ollengren de Tweede Kamer mee dat twee klokkenluiders zich bij haar hebben gemeld. Volgens hen is sprake van misstanden binnen het Huis zelf. Een van de klokkenluiders is nota bene een adviseur van het Huis. Volgens hem is sprake van interne excessen en zijn er twijfels over de integriteit van de nieuwe voorzitter van het Huis, oud-hoofdofficier Wilbert Tomesen. De tweede melder is oud-klokkenluider Gerrit de Wit. Een van de onderdelen van zijn klacht richt zich ook op Tomesen. In het verleden heeft hij als oud-officier meegewerkt om een affaire bij het toenmalige ministerie van VROM in de doofpot te houden. FTM schreef uitvoerig over deze affaire. Ollongren vraagt de Nationale Ombudsman het functioneren van het Huis te onderzoeken. Ook benoemt zij een onderzoekscommissie – de commissie-Biesheuvel – die de melding van De Wit moet onderzoeken.

    • Maart 2019. De Nationale Ombudsman die het algemeen functioneren van het Huis zou onderzoeken, geeft de opdracht terug omdat die onvoldoende past bij het type onderzoeken dat de ombudsman doet.

    • April 2019. Het AD meldt dat de voltallige afdeling advies ontslag wil nemen. De medewerkers spreken van ‘een onomkeerbare en onwerkbare situatie’. Personeel is volgens hen ongemotiveerd en ondeskundig en er is sprake van een ‘mismatch van personen en functies’.

    • Mei 2019. Het Huis schorst een adviseur op grond van een ‘onwerkbare verhouding’. Saillant detail: het gaat om de adviseur die najaar 2018 bij het ministerie van Binnenlandse Zaken misstanden binnen het Huis zelf had gemeld.

    Het valt al met al niet mee om optimistisch te zijn over het Huis voor Klokkenluiders. Maar één man gelooft er nog wel in: voormalig hoofdofficier van justitie Wilbert Tomesen, die bijna een jaar geleden aantrad als bestuursvoorzitter van het instituut. Zijn aanstelling verliep niet zonder slag of stoot, maar nu de commissie-Biesheuvel concludeert dat bij zijn selectie- en benoemingsprocedure alles volgens de regels is verlopen, voelt hij zich vrij om met Follow the Money en NRC Handelsblad te spreken.

    Zijn voornaamste boodschap: de torenhoge verwachtingen van klokkenluiders moeten naar beneden worden bijgesteld. En: er moet vrede worden gesloten tussen de twee belangrijkste poten van het Huis, de afdeling advies, die klokkenluiders bijstaat, en de afdeling onderzoek, die de gemelde misstanden tegen het licht houdt. Want de afgelopen jaren waren werknemers van deze twee afdelingen zo druk bezig elkaar te bevechten, dat de aanpak van klokkenluiderszaken daaronder leed.

    "Er is ons verweten dat we maar geen onderzoeken afronden, maar dat hebben we op de rit."

    Interview Wilbert Tomesen: ‘We doen keihard ons best’

    Hoe begon u bij het Huis?

    ‘Ik ben op 1 juli 2018 aangesteld, maar door de zomervakantie kon ik pas in augustus echt beginnen – ook nog eens parttime. En toch lag er meteen in september een melding van een misstand, over mijn eigen benoeming nota bene. Dat hoorde ik pas in december. Ik had geen idee waar het over ging. Ik heb geen klacht gezien. Dat was raar. Als iemand vindt dat er misstanden zijn rond mijn persoon – zeg het dan in mijn gezicht. Ik weet nog steeds niet precies wat ik verkeerd zou hebben gedaan.’

    Het verwijt is dat u 10 jaar geleden als officier van justitie een strafzaak hebt geseponeerd die door twee klokkenluiders bij een ministerie was aangezwengeld. Wij hebben een brief over die zaak met uw handtekening eronder.

    ‘Laat eens zien?’ [Dat doen we.]

    ‘Ik heb hier geen enkele herinnering aan. Vergeet niet hoeveel mensen ik als officier heb moeten teleurstellen. Gevangenisstraffen, geseponeerde aangiftes, vele honderden zaken. Ik kan niet alles onthouden. En dit is mijn handtekening niet. Deze brief is namens mij getekend.’

    ‘We vragen ons binnen het Huis sowieso af hoe ver we moeten gaan in het vasthouden van de hand van een melder’

    Maar de man die de zaak aankaartte, heeft over deze affaire ruim drie uur lang met de onderzoekscommissie gesproken en een pak documenten overhandigd, waaronder deze brief. Hoe kan het dan dat u die nooit gezien heeft?

    ‘Wat jullie me nu laten zien, is mij niet voorgehouden. Bij de commissie die mijn aanstelling onderzocht is maar kort over deze zaak gesproken. Maar ik had vermoedelijk dezelfde antwoorden gegeven wanneer ik deze brief wel onder ogen had gekregen. Ik kan me deze zaak niet herinneren, die is indertijd gewoon afgedaan – meer valt er niet over te zeggen.

    De klachten over mijn verleden voelen als willekeur. Ik moet me verdedigen tegen iets dat ik me niet herinner. Ik heb destijds gewoon mijn werk gedaan. Er zijn meldingen over mij en over het Huis gedaan, achter mijn rug om. Al die meldingen zijn nu afgekaart, er was geen sprake van een misstand en geen aanleiding voor verder onderzoek. Maar zo ontstond wel een beeld dat het bij het Huis allemaal niet deugt, terwijl het wel deugt.’

    Het Huis werd bedacht om te voorkomen dat klokkenluiders berooid in een caravan zouden eindigen, zoals Ad Bos overkwam nadat hij de bouwfraude aanhangig had gemaakt. Slaagt het Huis in die taak?

    ‘Klokkenluiders zullen zeggen: dat lukt het Huis niet. Dat komt deels omdat sommige melders te hoge verwachtingen hebben over wat wij voor hen kunnen doen. Dat wij klokkenluiders adviseren, betekent niet dat we ze oneindige bijstand kunnen verlenen.

    We vragen ons binnen het Huis sowieso af hoe ver we moeten gaan in het vasthouden van de hand van een melder. Want het kan knellen: vanuit grote betrokkenheid advies geven en tegelijkertijd afstandelijk en objectief onderzoek doen naar een melding van een mogelijke misstand.

    We hebben te maken met torenhoge verwachtingen, terwijl het Huis niet per se de plek is voor de bescherming van de klokkenluider. Zo staat het althans niet in de wet. Daarbij komt dat melders vaak beschadigd zijn geraakt. Als je zo lang in de ellende zit als bij de meeste klokkenluiders het geval is, kan het teleurstellend zijn wanneer de afdeling onderzoek constateert dat jouw melding geen misstand betrof.’

    Eind 2018 waren bij het Huis vijftig verzoeken tot onderzoek binnengekomen, maar de afgelopen drie jaar zijn slechts twee onderzoeken naar meldingen afgerond. En in beide gevallen klagen de klokkenluiders over de kwaliteit daarvan.

    Tomesen slaakt een diepe zucht en valt even stil. ‘Onze onafhankelijkheid wordt verward met onwil of vooringenomenheid. Maar we kunnen niet op voorhand partij kiezen. Het is niet gek dat een melder teleurgesteld is als hij van ons te horen krijgt dat zijn ontslag niets te maken heeft met de misstand die hij had aangekaart. In die tweede zaak, waarin de melder wel degelijk gelijk krijgt, is de klacht dat wij geen conclusies trekken of aanbevelingen doen en dat de melder nog niet gerehabiliteerd is.

    Maar ook hier zijn de verwachtingen te hoog gespannen. Wij zijn namelijk geen rechter. Onze rapporten zijn geen vonnissen. De moeder aller oplossingen kunnen wij niet bieden. Onze bevindingen zijn een tussenstap, geen eindoplossing. De melder kan met ons rapport naar de rechter. Niet meer en niet minder.’

    ‘De werknemer moet aantonen dat zijn ontslag het gevolg is van zijn melding. De bewijslast ligt bij hem’

    U zegt dat een van de melders teleurgesteld is omdat het Huis heeft vastgesteld dat zijn ontslag niets heeft te maken met de door hem gemelde misstand, maar de werkgever moet toch klip en klaar aantonen dat een ontslag niets met een melding te maken heeft?

    ‘Nee, zo zit het Nederlandse arbeidsrecht niet in elkaar. Het is de werknemer die moet aantonen dat zijn ontslag het gevolg is van zijn melding. De bewijslast ligt dus bij de werknemer. Dat gaat overigens veranderen, want een nieuwe Europese richtlijn introduceert omkering van de bewijslast. Dan moet dus de werkgever bij de rechter bewijzen dat hij zijn werknemer niet heeft gestraft voor het doen van een melding. Ik juich dat toe.’

    Hoe nu verder?

    ‘De Nationale Ombudsman gaat ons adviseren over de verhouding tussen de advies- en de onderzoekstaak. Los daarvan moet snel – hopelijk al aan het eind van dit jaar – begonnen worden met de geplande evaluatie van de wet. Heeft het Huis gewerkt zoals de wetgever dat wilde en bedoelde?’

    Beantwoord die vraag eens?

    ‘We hebben te maken met een heel kritische omgeving. Klokkenluiders, de pers, melders die enorm in de narigheid zitten en verwachtingen koesteren die het Huis niet heeft kunnen waarmaken. We moeten vanaf nu nieuwe melders direct bij binnenkomst goed duidelijk maken wat ze wel en wat ze niet van het Huis mogen verwachten. Dat moeten we op voorhand beter uitleggen, om teleurstelling achteraf te voorkomen.

    De erfenis van voor mijn tijd kan ik niet ongedaan maken. Maar het is een misvatting dat we niet keihard ons best doen. Tegen dat beeld is het moeilijk weerstand bieden. Er wordt hier met de allerbeste bedoelingen gewerkt. Ik ben overtuigd van het nut van een instelling als het Huis. We helpen mensen om gehoord te worden en indien nodig om een misstand het volle pond te geven.

    Onze onderzoeken moeten onbevooroordeeld zijn, anders zijn ze van nul en generlei waarde. Als we dat als overheidsorgaan niet doen, zijn we direct uitgespeeld. Tegelijkertijd willen we met onze adviezen melders ontlasten en hun zorgen wegnemen. We willen ze helpen hun leven weer op de rit te krijgen.’

    Wij spraken klokkenluiders wier zaak al drie jaar bij het Huis ligt. Ze hebben alle vertrouwen in jullie verloren.

    ‘Wij strijden ook tegen de te hoge verwachtingen die buitenstaanders van het Huis hebben. Maar we moeten ons ook afvragen of we er voldoende in zijn geslaagd de last van de schouders van de klokkenluiders te nemen, terwijl we tegelijkertijd onderzoek doen naar hun meldingen. Daar wringt de schoen. We hebben moeten leren hoe die twee taken in één organisatie kunnen samengaan. Daarover is ook het eerste bestuur gesneuveld. Noem het voortschrijdend inzicht.

    Maar vergis je niet: wij willen melders echt helpen. Onze onderzoekers lezen ook de krant. Ze kennen de kritiek dat het Huis niet zou deugen en dat zij ongeschikt zouden zijn. Toch gaan ze door. Daar heb ik groot respect voor.’

    Het Huis heeft vijf adviseurs voor klokkenluiders op de loonlijst. Eén is geschorst, de andere vier willen weg omdat ze hun collega’s ‘ongemotiveerd en onkundig’ vinden. Bij wie kunnen klokkenluiders terecht?

    ‘De telefoon wordt hier gewoon opgenomen, er wordt gewoon doorgewerkt. En verder vieren we gewoon onze verjaardagen met elkaar. Het beeld van een stuurloze organisatie met alleen maar conflicten klopt niet.’

    ‘We werken hier onder een enorme druk’

    Dat is geen beeld, maar een feit. De adviseurs schrijven brieven naar de Tweede Kamer dat de onderzoekers niet deugen, en vice versa.

    ‘Ik geef toe: het beeld van het Huis is niet fraai maar de tent verdient het te blijven bestaan. De botsing tussen advies en onderzoek is niet alleen een praktisch maar vooral ook een principieel probleem. Een kloof, in feite. Daar hebben we de afgelopen maanden pas goed ingezien.

    Het heeft allemaal te maken met wat mensen van het Huis mogen verwachten. Toen ik kwam was het een instituut met 16 mensen en een secretaresse. Het bestuur was gesneuveld, er was een interim-voorzitter die de scherven al een beetje had opgeruimd. Dat helpt allemaal niet. We werken onder een enorme druk.

    De afdeling advies werkt 400 adviesaanvragen per jaar af. En de afdeling preventie functioneert goed. Er is ons ook verweten dat we maar geen onderzoeken afronden, maar dat hebben we op de rit. Zoals gezegd zijn er twee voltooid, de derde komt eraan en er zitten er meer in de pijplijn.’

    Wij hebben klokkenluiders gesproken die zeer lovend waren over de adviseur die recent door het Huis is geschorst. Zie je wel, zeggen zij, het Huis deugt niet.

    ‘Ik weet waar jullie het over hebben, maar ik kan op deze zaak momenteel niet ingaan, dat moeten jullie begrijpen.’

    Wat vindt u van het idee om het Huis op te delen en de afdelingen advies en onderzoek in aparte organisaties onder te brengen?

    ‘Wat we vooral niet moeten doen, is opnieuw verkavelen en het Huis in stukken snijden. Als je taken als advies en onderzoek goed definieert en helderder opschrijft, is het Huis juist krachtiger met alles onder één dak – met preventie erbij. Maar het Huis moet meer zijn dan dat. Ik pleit voor een fonds waaruit juridische kosten van klokkenluiders kunnen worden betaald. Wij zijn nu eenmaal geen advocatenkantoor, terwijl melders soms echt juridische bijstand nodig hebben – van gespecialiseerde advocaten.

    En we gaan meer doen aan psychosociale hulp en sociale bijstand. We hebben contact met een GGZ-instelling waar melders buiten de wachtlijst om terecht kunnen. Die mensen zitten vaak thuis met financiële en sociale problemen. Hun leven moet weer op de rails komen. Daarmee kunnen we ze als Huis helpen.’

    Internationaal komen er nu ook soortgelijke instituten als het Huis. Delen jullie je ervaringen?

    ‘Eindelijk een leuke vraag! Wij hebben vertegenwoordigers uit heel Europa naar Nederland laten komen en ze te eten gegeven, als start van een Europees netwerk. Overal is het anders georganiseerd. We hebben ze eerlijk verteld hoe ingewikkeld de eerste drie jaar voor onze organisatie zijn geweest. Van die ervaring kunnen ze in het buitenland veel leren bij het opzetten van een eigen klokkenluidersinstantie. Want ja, het was een rough ride.’

    Reacties

    In een reactie laat de commissie-Biesheuvel FTM en NRC Handelsblad weten dat zij, zoals Tomesen in bovenstaand interview stelt, inderdaad slechts onderzoek hebben gedaan naar ‘een deel van de meldingen’, om precies te zijn: alleen naar ‘de werving- en selectieprocedure die heeft geleid tot de benoeming van de huidige voorzitter van het Huis voor Klokkenluiders’. Volgens voorzitter Pieter Jan Biesheuvel was dit ook de opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Over de onderwerpen waarover de commissie met melder Gerrit de Wit heeft gesproken, kan Biesheuvel op grond van zijn geheimhoudingsplicht niet in detail treden. Maar hij voegt daar aan toe dat de commissie ‘alle voor het onderzoek benodigde informatie zorgvuldig heeft verzameld, bestudeerd en gewogen.’

    Gerrit de Wit, een van de twee mensen die eind 2018 misstanden bij het Huis voor Klokkenluiders bij het ministerie van Binnenlandse Zaken meldden, is woedend over de gang van zaken: ‘Ik vind het abnormaal en onprofessioneel dat de onderzoekscommisie de vele bewijsstukken niet aan de heer Tomesen heeft voorgehouden. Het gaat nota bene om meerdere documenten over een periode van bijna twee jaar over een dossier dat persoonlijk door hem is behandeld.’ ‘Het is bijzonder merkwaardig, dat de onderzoekcommissie de heer Tomesen niet indringend met de door hem behandelde melding van fraude, ambtelijke corruptie en aantoonbare departementale misstanden heeft geconfronteerd en hem daarop ook niet heeft bevraagd. [..] Die bevraging gebeurde ook niet bij zijn sollicitatie, en naar nu wonderlijk genoeg blijkt, ook niet door de commissie Biesheuvel.’

    De Wit wijst er op dat kort voor de benoeming van Tomesen een directeur van het Huis zijn functie had neergelegd, nadat hij door De Wit was geconfronteerd met zijn betrokkenheid bij exact hetzelfde dossier. ‘Dat is de commissie Biesheuvel nadrukkelijk gemeld. Dit maakt de totale gang van zaken bizar en onbegrijpelijk.’

    De Wit stelt dan ook dat wat hem betreft het rapport-Biesheuvel Tomesen niet vrijpleit en dat de twijfels over diens integriteit en geschiktheid als voorzitter van het Huis voor Klokkenluiders gewoon blijven bestaan. Hij zal minister Ollongren van Binnenlandse Zaken als opdrachtgever van het onderzoek op de gang van zaken aanspreken.

    Lees verder Inklappen

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Siem Eikelenboom

    Gevolgd door 613 leden

    Werkte eerder als onderzoeksjournalist bij Zembla, Nova en het Financieele Dagblad, waar hij meewerkte aan de Panama Papers.

    Volg Siem Eikelenboom
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren