In de aanloop naar de verkiezingen van 15 maart onderzoekt journalist Addie Schulte de verhouding tussen economische ontwikkelingen, onvrede en de Nederlandse politiek. Deze week richt hij zich op de vraag waarom sommige kiezers op partijen stemmen die helemaal niet voor hun belangen opkomen.

    Als er één deel van Engeland is dat heeft geprofiteerd van het EU-lidmaatschap, dan is het Cornwall. Deze subtropische streek ontving tussen 2000 en 2013 900 miljoen pond aan EU-subsidies. Voor de periode van 2014 en 2020 is 416 miljoen pond beschikbaar. De bijdragen uit de Brusselse vetpotten liepen op tot meer dan 1000 euro per persoon per jaar — vergelijkbaar met de EU-subsidies aan arme lidstaten als Roemenië en Bulgarije.

    Desondanks stemde ruim de helft van de inwoners van Cornwall vóór Brexit. Liefde is niet te koop, concludeerde de BBC. En stemmen zijn blijkbaar ook niet te koop, wat op zich geruststellend is. Het economisch eigenbelang van de inwoners uit deze streek gaf niet de doorslag in het referendum. En dat riep verbazing op.

    Geschokte reacties

    Nog geschokter waren de reacties op de keuze van bepaalde Amerikaanse kiezers voor de Republikeinse kandidaat, miljardair Donald Trump. Hoewel arme Amerikanen uit de arbeidersklasse niet de meerderheid van zijn aanhang vormden, maakten zij hier wel degelijk deel van uit. Juist hun stemmen hebben mogelijk de doorslag gegeven in een paar cruciale staten. En dat terwijl de economische plannen van Trump negatief kunnen uitpakken voor de portemonnee van juist deze groepen, onder andere door de afschaffing van Obamacare. Rara, hoe kan dat?

    Trumps economische plannen kunnen juist negatief uitpakken voor arme Amerikanen

    De New York Times-columnist Paul Paul Krugman schreef dat hij niet kan verklaren dat in een district waar mensen veel baat hadden bij Obamacare, 87 procent van de kiezers voor Trump koos. Bernie Sanders, die het in de strijd om de Democratische nominatie voor de presidentsverkiezingen aflegde tegen Hillary Clinton, noemde het een schande dat de Democraten de stem van de blanke werkende man niet hadden gewonnen. Voor The Economist was de vraag waarom die groep voor Trump koos, de belangrijkste van deze verkiezingen.

    Class voting

    In Nederland leeft dit idee van de afgedwaalde kudde ook. De prangende vraag hier is waarom de ‘arbeiders’ weglopen bij de PvdA en in mindere mate bij andere linkse partijen. De oude theorie is dat mensen zich bij een politieke keuze vooral laten leiden door hun sociaal-economische positie, het zogeheten class voting. De arbeidersklasse stemt links, de midden- en hogere klassen rechts. Zo stemmen ze op een partij die hen voordeel zou bezorgen, in het ene geval door herverdeling en sociale voorzieningen, in het andere geval door lagere belastingen en minder overheidsbemoeienis voor bedrijven.


    "Volgens de oude theorie stemmen mensen op een partij die hen voordeel zou bezorgen"

    Deze schematische indeling werd echter in Nederland altijd al in de war geschopt door het grote aantal religieuze kiezers. Desondanks bleef er een min of meer overzichtelijk geheel over. Christenen stemden bijvoorbeeld op KVP, ARP of CHU (later CDA), niet-religieuze arbeiders op de PvdA en de VVD was de partij voor de ondernemers. De christenen, met een achterban in verschillende klassen, hadden iets minder uitgesproken sociaal-economische standpunten. Zo konden zij met links of rechts regeren, hoewel rechts vaak de voorkeur genoot.

    Post-materiële onderwerpen

    Die tijden zijn echter voorbij. De verzuiling kwam ten einde en naast de bekende sociaal-economische vraagstukken kwamen er andere kwesties onder de aandacht; de zogeheten post-materiële onderwerpen, zoals het milieu, grotere persoonlijke vrijheid en — vooral na 2001 — de multiculturele samenleving. Culturele onderwerpen gingen concurreren met economische zaken.  

    Sindsdien tellen de oude verbanden minder. De kiezer zweeft niet meer, maar is gaan kiezen, zoals bijvoorbeeld politicoloog Tom van der Meer beschrijft in zijn pamflet Niet de kiezer is gek. En daarbij vormt het economisch belang van de eigen groep slechts één factor. Rond de 30 procent van de kiezers noemde dat belang bij de laatste drie Kamerverkiezingen een belangrijke reden om op een bepaalde partij te stemmen. De inhoud van het partijprogramma of de ideologie van een partij werden vaker genoemd.

    Tegen het eigenbelang

    Een deel van de kiezers is hierbij bereid tegen de eigen belangen in te gaan, aldus Van der Meer. Maar waarom? De hoogleraren sociologie Dick Houtman en Peter Achterberg brachten dit ‘tegennatuurlijk stemgedrag’ in verband met autoritaire opvattingen van de arbeidersklasse. Op culturele onderwerpen kiest deze voor conservatieve standpunten, terwijl de linkse partijen op dit gebied juist progressieve standpunten innamen. De linkse arbeidersklasse bestaat niet meer, is hun conclusie.

    De linkse arbeidersklasse bestaat niet meer

    Zo kwamen in Nederland de sociaal-democraten en in de Verenigde Staten de Democraten in het nauw. Ze verloren een deel van hun ‘natuurlijke’ achterban, die zich door  populistische leiders als Pim Fortuyn, Donald Trump en Geert Wilders voelt aangesproken.

    Ook brokkelt de steun voor de verzorgingsstaat in oude vorm af. In blanke, armere Amerikaanse kringen leeft de overtuiging dat vooral de mensen die het niet verdienen profijt hebben van sociale voorzieningen. Die opvatting is ook te vinden bij aanhangers van de PVV, zo beschreef FTM-auteur Chris Aalberts in zijn boek Achter de PVV. ‘Als je het minimumloon verdient, kom je nergens voor in aanmerking. (...) Als je bij de sociale dienst loopt dan zit je er net onder en kom je overal voor in aanmerking, als je een nieuwe tv nodig hebt of een ijskast of de huursubsidie of noem maar op,’ zo tekent Aalberts op uit de mond van een ondernemer van een sloopbedrijf.

    Daarbij kunnen deze kiezers denken dat het wel mee zal vallen met de negatieve economische consequenties van hun keuze. Amerikaanse Trump-stemmers geloofden niet dat hun kandidaat hun zorgverzekering zou beëindigen: dat zal hij toch nooit doen! Bovendien kan een beleid in eerste instantie ongunstig zijn voor bepaalde kiezers, terwijl ze er op de lange termijn van profiteren. Een uitkeringsgerechtigde kan bijvoorbeeld op de VVD stemmen in de verwachting dat er dan meer werkgelegenheid komt en de kans op een baan voor hem toeneemt.


    "Deze kiezers kunnen ook denken dat het wel mee zal vallen met de negatieve economische consequenties van hun keuze"

    Linkse voorstellen

    Verder komen de populistische partijen die rechts worden genoemd, met voorstellen die worden geassocieerd met links. Zo staan in het verkiezingsprogramma van de PVV punten als het terugbrengen van de WAO-leeftijd naar 65 jaar, meer geld voor de zorg en lagere huren. ‘Linkser dan de SP,’ is de gechargeerde oneliner van VVD-lijsttrekker Mark Rutte. Maar als het gaat om bijvoorbeeld sociale zekerheid, ligt het stemgedrag van de PVV in ieder geval dichter bij de VVD dan bij de SP.

    In Amerika verkondigde Trump de strijd aan te binden met de grote banken. Hij keerde zich tegen ‘oneerlijke’ internationale handelsverdragen, sprak zich uit voor verhoging van het landelijk minimumloon en beloofde de terugkeer van banen. In hoeverre deze punten beleid zullen worden, valt nog te bezien. Na zijn overwinning werd Trump al snel omarmd door Wall Street, en investeringsbank Goldman Sachs is ruim vertegenwoordigd in zijn kabinet.

    Het denken in natuurlijke achterbannen is al een tijdje achterhaald

    Waarden en idealen

    Onderzoekers en journalisten hebben veel aandacht voor de arbeiders en laaggeschoolden die rechts stemmen. Voor de middenklasse en welgestelden die links stemmen, en daarbij mogelijk tegen hun sociaal-economische eigenbelang ingaan, is minder aandacht. Zij kunnen worden geconfronteerd met hogere belastingen of afschaffing van gunstige regelingen om linkse plannen te financieren. Maar de verbazing daarover ontbreekt grotendeels.

    Het is tijd die verbazing ook te laten varen bij de keuzes van de arbeidersklasse, om dat ouderwetse woord maar te gebruiken. Politiek gaat niet alleen over de verdeling van geld, maar ook over waarden en idealen. En hoe mensen hun eigenbelang inschatten, is voor de buitenwereld niet altijd precies te bepalen. Het denken in natuurlijke achterbannen is al een tijdje achterhaald, maar het duurt lang voor die soms pijnlijke boodschap overal doordringt.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Addie Schulte

    Sinds november 2015 werkzaam als freelance journalist met publicaties in o.a. De Correspondent, Folia, Trouw en Het Parool.

    Volg Addie Schulte
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Tweede Kamerverkiezingen 2017

    Gevolgd door 152 leden

    Op 15 maart 2017 ging Nederland naar de stembus. In aanloop naar deze belangrijke verkiezingen volgde FTM de politieke partij...

    Volg dossier