Telecomsector weinig geïnteresseerd in chanterende creditboys

    In september riep Van Dale het woord ‘creditboy’ uit tot het woord van de maand. Waar loverboys hun slachtoffers dwingen tot prostitutie, buiten creditboys hun slachtoffers financieel uit; ze laten die dure mobieltjes kopen en pakken die vervolgens af. Hoewel het samenwerkingsverband van telecomproviders al in 2011 toezegde dat zij deze problematiek zou aanpakken, is er sindsdien weinig veranderd. Wat doen telecombedrijven om creditboy-praktijken te voorkomen?

    Dit stuk in 1 minuut
    • Criminelen gebruiken telefoonabonnementen om jongvolwassenen af te persen. Ze worden door zogeheten ‘creditboys’ gedwongen telefoonabonnementen af te sluiten, soms meerdere op één dag. Vervolgens moeten slachtoffers het dure toestel bij de creditboy inleveren, en blijven ze achter met hoge maandelijkse abonnementskosten en een opeenstapeling van toestelkredieten. In december 2011 werden hierover al Kamervragen gesteld 
    • De rechtbank Limburg oordeelde in maart 2015 dat telecomproviders ten aanzien van jongvolwassenen een zorgplicht dragen die verder reikt dan het enkel controleren van identiteit
    • Op de Kamervragen over deze kwestie antwoordde de toenmalig minister van Economische Zaken dat het samenwerkingsverband (Stichting Preventel) van telecomproviders verkennen of het haalbaar en effectief zou zijn om het samenwerkingsverband op een adequate wijze aan te vullen met informatie, die zaken als afpersing bij telefoonabonnementen en andere vormen van telefoonfraude kan verminderen. Tot op heden is het nog niet tot een effectieve oplossing gekomen
    • Zowel Preventel als de telecomproviders zeggen best wel een centraal systeem te willen hebben om de fraude te signaleren. Maar privacybezwaren en concurrentiegevoeligheid staan dat volgens de voorzitter in de weg. Privacyorganisaties als Bits of Freedom en Privacy First begrijpen de behoefte aan een centraal systeem. Ze denken dat zo’n systeem juridisch mogelijk is, zolang het maar privacyvriendelijk is ingericht. Mensen mogen niet de dupe worden
    • Naast de problemen in de praktijk ontbreekt ook een heldere juridische aanpak. Als jongvolwassenen aangifte willen doen worden ze gewezen op hun eigen medeplichtigheid. Daarnaast is dwang moeilijk bewijsbaar. In de jurisprudentie ontbreekt ook een eenduidige lijn. De rechtbank schaart de praktijken van creditboys soms onder mensenhandel, soms onder oplichting, afpersing en bedreiging. Die haken en ogen lijken de telecombedrijven een vrijbrief te verschaffen om geen actie te ondernemen. En wat er nu bekend is, is het topje van een ijsberg.
       
    Lees verder

    In onze consumptiemaatschappij hebben jongvolwassenen moeite zich staande te houden, zo oordeelde de rechtbank in een creditboy-zaak. Jongeren willen erbij horen en de laatste trends volgen: ze willen graag merkkleding dragen, en de nieuwste mobiele telefoon. De rechter: ‘Het gevolg hiervan is dat veel jongeren het financieel moeilijk hebben en daardoor ook kwetsbaar zijn, zeker waar het gaat om de jongeren die ook geestelijk gezien tot een kwetsbare groep behoren of waarbij zich de nodige problemen voordoen in de thuissituatie. Het is juist deze groep jongeren die graag op een eenvoudige manier een centje willen bijverdienen en het zijn ook deze jongeren die verdachte heeft misbruikt.’

    De verdachte in kwestie, een creditboy, had maar liefst 17 slachtoffers gemaakt. Hij dwong ze abonnementen af te sluiten bij telecombedrijven, inclusief een toestel op afbetaling, en eiste vervolgens de telefoon op, vaak onder dreiging van zwaar geweld. De rechtbank legde de verdachte vier jaar gevangenisstraf op.

    Eerder besteedde Nosop3 aandacht aan de creditboy-problematiek. Ze spraken met jongeren die bij dezelfde provider in een dag of week tijd meerdere abonnementen kregen. Hoe dat kan, kon Nosop3 niet verklaren. Fouten in het systeem zorgen ervoor dat creditboys hun praktijken kunnen uitvoeren. Hoewel de telecombedrijven inzetten op training van medewerkers en voorlichting van jongvolwassenen, is dat onvoldoende om de praktijken te signaleren en te bestrijden.

    Hoe gaan creditboys te werk?

    Jongeren worden met sociale dwang, een mooi verhaal en een financiële beloning gelokt om telefoonabonnementen af te sluiten. Ze horen dat een oom of neef van de creditboy bij de telecomprovider werkt en de registratie na afloop weer uit het systeem kan halen. In de praktijk gaat het anders. Creditboys dwingen de jongeren het toestel aan hen af te staan. Dat doen ze meermaals op een dag. Creditboys verkopen de buitgemaakte toestellen door, blijven zelf buiten schot en zijn de lachende derde. Slachtoffers blijven zitten met een grote schuld die ze niet kunnen afbetalen. Ze procederen soms tegen de telecomprovider, worden achtervolgd door deurwaarders en gaan in sommige gevallen de schuldsanering in.

    Lees verder Inklappen

    Hulp voor gedupeerden

    Deze vorm van afpersing is geen nieuw probleem. Al in 2011 stelde Sharon Gesthuizen (SP) er Kamervragen over. Slachtoffers kunnen bij een aantal instanties terecht, bijvoorbeeld de Fraudehelpdesk. Zij noemen het probleem al jaren zeer aanzienlijk. Woordvoerder Arno Vermeulen zegt dat er jaarlijks tussen de 250 en 500 meldingen binnenkomen, volgens hem het topje van de ijsberg. ‘Wanneer slachtoffers na een maand de eerste factuur op de mat krijgen, zullen ze zich in eerste instantie tot de telecomprovider richten. Pas als ze ten einde raad zijn, melden ze zich bij ons.’

    We benaderen de telecombedrijven: hoe vaak komt dit voor? Daar komt geen antwoord op; VodafoneZiggo laat alleen weten zich niet te herkennen in de aantallen die de Fraudehelpdesk noemt. Hoe hoog de frequentie dan wel is laten ze, evenals KPN en T-Mobile, in het midden.

    ‘Als zoiets je overkomt, weet je niet wat je moet doen’

    Sinds eind september kunnen slachtoffers ook terecht bij Meldpunt Creditboys. Nadat haar eigen zoon afgeperst was, besloot Ellen Nieuwenhuijse een meldpunt te starten. ‘Door mijn verbazing en toenemende frustratie over hoe gemakkelijk jongvolwassenen in korte tijd zoveel abonnementen kunnen afsluiten, ben ik het meldpunt begonnen. Op T-Mobile na bleek de bereikbaarheid van de telefoonbedrijven in dit soort situaties erg slecht. Als ik er bij de telefoonbedrijven niet doorheen kom, dan zal dat vast ook voor anderen voor wie dat geldt. Als zoiets je overkomt, weet je niet wat je moet doen.’ Sinds de oprichting heeft ze al 80 meldingen ontvangen; nu probeert ze de problemen van slachtoffers via een vragenlijst goed in kaart te brengen.   

    Volgens Nieuwenhuijse lopen de slachtoffers tegen grote verschillende problemen aan. Denk daarbij aan emotionele problemen zoals angst door chantage, juridische problemen, maar ook grote financiële problemen oplopend tot duizenden euro.

    Preventieve maatregelen: identiteits- en kredietwaardigheidstoetsen

    De identiteitscontrole van providers lijkt amper ingericht op kwaadwillende klanten: ze gebruiken een combinatie van id-type, naam en adres. Dat geeft creditboys de mogelijkheid om hun slachtoffers drie verschillende id-types te laten gebruiken: paspoort, rijbewijs of de Europese identiteitskaart. Daarnaast kunnen ze bij registratie een vals adres opgeven. Zo ontstaat er steeds een combinatie dat het systeem niet als frauduleus signaleert en krijgen de slachtoffers van creditboys bij hun identiteitscontrole keer op keer groen licht.

    Nederlandse telefoonbedrijven gebruiken drie kredietchecks om te voorkomen dat mensen abonnementen afsluiten die ze niet kunnen betalen: hun eigen interne systeem, het Bureau Krediet Registratie (BKR) en de Stichting Preventel. Preventel houdt openstaande rekeningen van 50 euro of meer bij, het BKR registreert kredieten hoger dan 250 euro. Over de interne systemen en checks van de telefoonbedrijven is weinig bekend: op vragen daarover krijgen we geen antwoord.

    Door deze kredietchecks beschikken de telecombedrijven over genoeg informatie over de financiële positie van hun klanten. Ongewenste ‘stapeling’ van kredieten kan zo worden voorkomen, wat de kans op betalingsproblemen verkleint.

    In de praktijk vult een medewerker samen met een klant diens gegevens in en doorloopt de inkomens- en lastentoets. De computer voert de kredietwaardigheidstoets uit en laat vervolgens drie mogelijke resultaten zien: kredietwaardig, kredietwaardig maar tegen lager krediet, niet kredietwaardig. Daarbij staan geen details: de medewerker kan niet zien waar een klant geregistreerd staat.

    Stichting Preventel

    Preventel is een samenwerkingsverband van de telecomsector. Hun doel: voorkomen dat klanten betalingsverplichtingen aangaan die ze niet kunnen (of willen) betalen. Providers registreren consumenten bij Preventel zodra zij minimaal drie maanden een schuld van 50 euro of meer hebben. Preventel licht consumenten niet in over deze registratie. Anders dan bij het BKR, waar een klant standaard vijf jaar staat geregistreerd, vervalt bij Preventel de registratie zodra de klant de openstaande vorderingen voldoet. Kortom: Preventel is een zwarte lijst met wanbetalers.

    Lees verder Inklappen

    Zorgplicht

    De controles van de telefoonbedrijven voldoen aan de eisen, maar dienen vooral hun eigen belang. Dat bleek nadat een telefoonbedrijf een jong slachtoffer voor de rechter daagde vanwege openstaande rekeningen. Het telecombedrijf verloor: de rechtbank vond dat het telefoonbedrijf onvoldoende had onderzocht of er sprake was van dwang bij het afsluiten van het abonnement. Juist ten aanzien van jonge klanten, zo oordeelde de rechtbank Limburg in maart 2015, hebben telefoonbedrijven een zorgplicht.

    Bij het afsluiten van een nieuw abonnement moeten providers sinds mei 2017 een inkomens- en lastentoets afnemen. Ze vragen de klant naar diens gezinssamenstelling, netto maandinkomen en woonlasten per maand. Klanten moeten dat naar waarheid invullen, maar de winkelmedewerker kan hun antwoorden niet verifiëren: ze mogen bij een krediet onder de 1000 euro geen loonstrook of bankafschrift vragen. Maar ook bij toestellen boven de 1000 euro gebeurt het volgens winkelmedewerkers zelden.

    Telecomproviders zeiden  voornamelijk in te zetten op voorlichting en training van winkelmedewerkers

    Telecomproviders stellen daarnaast een limiet aan het aantal abonnementen dat klanten kunnen afsluiten. Bij T-Mobile geldt dat klanten onder de 21 jaar maximaal één abonnement kunnen afsluiten; alleen in speciale gevallen mag zo iemand een tweede abonnement met toestelkrediet afsluiten. KPN legt de grens hoger: onder de 35 jaar kun je maximaal twee abonnementen aangaan.

    Telecomproviders vertelden FTM in een schriftelijke reactie voornamelijk in te zetten op voorlichting en training van winkelmedewerkers, om zo aan de voorkant misbruik te voorkomen. Winkelmedewerkers zeggen wel een training gehad te hebben, maar die spitste zich voornamelijk toe op de veranderingen in de privacywetgeving (AVG) en de BKR-registratie.

    Commerciële belangen

    Navraag bij verschillende verkooppunten leert dat er weinig is veranderd: ze doorlopen de inkomens- en lastentoets en de kredietwaardigheidstoets. Van de speciale limiet voor jongvolwassenen tot 21 of 35 jaar zeggen medewerkers geen kennis te hebben. Medewerkers vertellen dat ze vooral leunen op de ervaring die ze in de loop der jaren hebben opgebouwd. Een VodafoneZiggo-medewerker: ‘Zeker de mensen die hier al langer werken, voelen het aan hun water als er iets aan de hand is.’

    Winkelmedewerkers zijn wel blij met de bestaande kredietwaardigheidschecks: mensen die de lasten niet kunnen dragen, worden door het systeem afgewezen. Wanneer ze twijfelen aan het verhaal van de klant, benadrukken medewerkers de gevolgen van een BKR-registratie en dat het toestel een lening is. Veel meer kunnen ze niet: medewerkers mogen niet om een loonstrook vragen, mogen een klant niet op basis van aannames weigeren en moeten uitgaan van de goedheid van een klant. Die draagt zelf namelijk zijn eigen verantwoordelijkheid, zeggen medewerkers. Een T-Mobile-medewerker: ‘Als ik meermalen aangeef wat de lasten zijn, dat het om een krediet gaat en dat ze een BKR-registratie krijgen en de klant vervolgens zegt daarmee akkoord mee te gaan, wie ben ik dan om ze tegen te houden? Ik ben de Belastingdienst niet.’

    ‘Vroeger vroegen we om een salarisstrook, maar dat hielp toen al niet. De klant bepaalt of hij het wil’

    Een VodafoneZiggo-medewerker: ‘Iemand weigeren op basis van aannames kan niet, dat blijft lastig. Want we hoeven geen salarisstrook te vragen. De klant heeft ook een eigen verantwoordelijkheid en die krijgt hij ook, ik heb geen keus. Vroeger vroegen we om een salarisstrook, maar dat hielp toen al niet. De klant bepaalt of hij het wil. Maar nogmaals: we voelen dat soort situaties wel aan.’

    Die uitspraken illustreren het onderliggende probleem: het verdienmodel van de telefoonwinkels. Elke maand moeten er, per winkel of per werknemer, targets worden gehaald. Alleen dan krijgen ze provisie. Een voormalig T-Mobile-medewerker vertelt dat de druk hoog kan oplopen wanneer je persoonlijke targets niet haalt. ‘Dan zegt je baas: je hebt die vijf boomboxen nog steeds niet verkocht. Zit je hier wel op de goede plek? Ik kan me goed voorstellen dat er medewerkers zijn die daar zo door worden opgejaagd dat ze willens en wetens abonnementen afsluiten met klanten waar ze vraagtekens bij hebben.’

    Volgens Ellen Nieuwenhuijse van het Meldpunt Creditboys staat dit commerciële belang lijnrecht tegenover de zorgplicht die telecombedrijven hebben. ‘Medewerkers zeggen een klant niet op basis van aannames te kunnen weigeren. Daarmee zeggen ze eigenlijk: we kunnen kredieten niet zorgvuldig en niet volgens de zorgplichtvoorwaarden verstrekken. Want hoe beschermen we dan jongeren die gedwongen een abonnement afsluiten? Als medewerkers het aan de voorkant niet mogen weigeren en de telefoonbedrijven het aan de achterkant niet opvangen, dan is er een groot grijs gebied.’

    Afbeelding: Overzicht van de afgesloten telefoonabonnementen van een creditboy-slachtoffer. In tien dagen tijd kon hij zes abonnementen met een duur toestel afsluiten; op 15 januari zelfs twee abonnementen binnen een uur. Slechts twee keer werd hij geweigerd.

    Shopper indicator

    In haar Kamervragen van december 2011 wilde Gesthuizen weten of kon worden voorkomen dat op één dag meerdere abonnementen worden afgesloten. De minister van EZ antwoordde dat bedrijven verkennen ‘of het haalbaar en effectief zou zijn om Preventel op een adequate wijze [aan te vullen] met informatie die zaken als afpersing bij telefoonabonnementen en andere vormen van telefoonfraude kan verminderen’.

    Preventel omschrijft haar taak als volgt: ‘Het voorkomen dat personen en bedrijven verplichtingen voor het gebruik van telecommunicatiediensten aangaan die zij niet kunnen dragen of niet willen betalen.’ Dat doet Preventel door telecomproviders informatie over het betaalgedrag van consumenten te geven. Die informatie moet providers helpen met het maken van een juiste afweging.

    Preventel is er echter 20 jaar na oprichting en 7 jaar na de Kamervragen niet in geslaagd een effectief systeem te ontwikkelen dat signaleert wanneer iemand in korte tijd meerdere abonnementen afsluit. Preventel laat desgevraagd weten dat het aan de krediettoets een zogenoemde ‘shopper indicator’ heeft toegevoegd. Die houdt bij hoe vaak iemands kredietwaardigheid door een telecombedrijf is getoetst. Winkelmedewerkers krijgen echter geen inzicht in die frequentiegegevens.

    Zelfs de voorzitter van Preventel, Frederik Schutte, vraagt zich af of de shopper indicator wel volstaat. ‘Als de creditboy-praktijk nog steeds voorkomt, is de indicator niet effectief, of niet effectief genoeg. Een telecomprovider moet een signaal krijgen zodat hij weet dat extra controle verstandig is.’ Maar herhaalde krediettoetsen hoeven volgens hem niet te betekenen dat er sprake is van creditboy-praktijken. ‘Als mensen zich willen oriënteren en kort na elkaar verschillende aanbieders afgaan, wordt er dus meerdere keren getoetst.’

    Schutte zegt dat Preventel met hulp van het nieuwe Meldpunt Creditboys het probleem beter kan analyseren. ‘We weten er al jaren van. Nieuw is dat telecomproviders, via het meldpunt, van elkaar kunnen weten dat iemand bij meerdere providers slachtoffer is. We kunnen nu analyseren hoe vaak het voorkomt dat iemand meerdere keren is gecheckt en in hoeveel van die gevallen sprake is van een creditboy-problematiek.’

    Nieuwenhuijse juicht samenwerking toe, maar benadrukt dat Preventel en de telecombedrijven zelf verantwoordelijk zijn. ‘De bedrijven beschikken over veel kennis en hebben fraude-analisten in dienst. Met het meldpunt kan ik helpen de problematiek te signaleren, maar de bedrijven blijven zelf verantwoordelijk voor hun gevoerde beleid. Het is een kwestie van prioriteiten stellen. Het is belangrijk de problematiek overkoepelend te zien en stappen te nemen. Ze moeten het aan de voorkant voorkomen en aan de achterkant voor oplossingen zorgen. Niet alleen het slachtoffer draagt verantwoordelijkheid voor de inrichtingsfouten van het systeem.’

    Centraal signaleringssysteem

    Sicco van Steenwijk, advocaat bij Advocaten in de Praktijk, heeft zo’n 400 telefoondossiers liggen en vindt dat telefoonwinkels veel te makkelijk met de inkomenstoets en registratie omgaan. ‘Die registratie is, net als de inkomenstoets, eigenlijk een wassen neus. Voordat je krediet bij het BKR wordt geregistreerd, ben je vier weken verder; in die tijd kun je heel wat abonnementen afsluiten. De telecomproviders kunnen beter een systeem bedenken waarmee ze afgesloten abonnementen real-time online kunnen inzien.’

    ‘Je mag niet allerlei informatie verzamelen over mensen die abonnementen afsluiten, om aanvragers daar vervolgens aan te toetsen’

    Hij benadrukt dat het iedereen vrij staat meerdere abonnementen af te sluiten, maar dat ze die wel moeten kunnen betalen. Het systeem waarvoor hij pleit zou dan ook de optie van verificatie moeten bevatten. ‘Bij gerede twijfel mag dan, ook bij het afsluiten van een krediet onder de 1000 euro, gevraagd worden naar concrete bewijzen van inkomen, zoals een salarisstrook of een bankafschrift. Er zou bij medewerkers van telefoonwinkels gerede twijfel kunnen ontstaan als ze zien dat er door deze persoon en op dit adres een halfuur geleden ook al een abonnement is afgesloten. Dan zouden ze wél specifiek naar een salarisstrook of bankafschrift moeten vragen. Dan komen ze er sneller achter of iemand wel in staat is dat allemaal te betalen.’

    Zowel de telecombedrijven als Preventel willen gerust zo’n centraal systeem om dit type fraude te signaleren. Maar privacybezwaren en concurrentiegevoeligheid staan dat volgens Schutte in de weg. ‘Je mag niet zomaar allerlei informatie verzamelen over mensen die abonnementen afsluiten, om aanvragers daar vervolgens aan te toetsen. Het bijhouden van een zwarte lijst en het loggen [de shopper indicator, red.] mag nog net,’ zegt hij.

    David Korteweg van Bits of Freedom, dat digitale rechten beschermt, begrijpt de behoefte om iets aan fraudesignalering te doen. Maar cruciaal is hoe ze zo’n centraal systeem willen opzetten: ‘Ik denk dat de telecombedrijven in theorie de juridische mogelijkheden hebben om zo’n systeem op te zetten. Ze moeten echter wel rekening houden met hoe dit in de praktijk uitpakt: onterechte beslissingen liggen op de loer en dat kan grote gevolgen hebben. Mensen mogen niet de dupe worden van zo’n systeem.’

    Vincent Böhre, directeur van Privacy First, verzet zich niet bij voorbaat tegen zo’n centraal systeem, mits het privacyvriendelijk is ingericht. ‘Bijvoorbeeld zodat een winkelmedewerker kan zien hoeveel abonnementen iemand heeft afgesloten en binnen welke periode, zonder dat het systeem toont waar en bij welke provider. En verkopers moeten altijd nog het verhaal van de consument afwegen voordat ze een besluit nemen.’

    Ellen Nieuwenhuijse ziet wel mogelijkheden voor een gezamenlijke aanpak van de telecombedrijven. ‘Vergelijk het met een douanesysteem waar allerlei informatie in staat. Douaniers vragen informatie op en krijgen groen of rood licht, zonder dat de privacy van personen in het geding komt. En anders moeten er andere voorwaarden gesteld worden aan het sluiten van zulke kredieten.’

    Aangifteproblematiek

    Ook juridisch ontbreekt een heldere aanpak van de creditboy-problematiek. Wanneer een advocaat voor zijn cliënt contact zoekt met een provider, vraagt die als eerste of er aangifte is gedaan. ‘Maar zodra jongvolwassenen aangifte willen doen, vertelt de politie ze dat ze rekening moeten houden met hun eigen medeplichtigheid,’ zegt Van Steenwijk. Zij zijn immers het contract met de provider aangegaan. Ellen Nieuwenhuijse herkent dat. Haar zoon viel pas bij de zoveelste poging door de mand en werd door de politie aangehouden. ‘Dan ben je dader en heb je geen proces-verbaal. En zonder proces-verbaal kom je bij de telefoonbedrijven ook niet verder.’

    De rechtbank schaart de praktijken van creditboys soms onder mensenhandel, soms onder oplichting, afpersing en bedreiging

    Slachtoffers die niet zijn opgepakt, kunnen wel aangifte doen. Hoewel sommigen dat ook doen, weet Nieuwenhuijse via haar meldpunt dat slachtoffers vaak geen aangifte durven doen: ze worden bedreigd, of de politie zegt dat aangifte geen zin heeft. ‘Dat hun abonnementen onder dwang zijn afgesloten, is moeilijk bewijsbaar.’ Een belangrijk motief om toch aangifte te doen, is dat je zo kunt duidelijk maken dat het koop onder dwang betreft. ‘Zonder aangifte nemen de telefoonbedrijven de zaak niet in behandeling.’

    Van Steenwijk: ‘Als je aangifte wilt doen van bedreiging, zegt de politie: als u niet kunt bewijzen dat de winkelmedewerker dat had kunnen weten of wist, dan is het vrijwel onmogelijk dat u kunt aantonen dat er gedreigd is.’ Voor advocaten is dwang lastig te bewijzen, ook al omdat ze corresponderen met de provider, niet met de telefoonverkoper. ‘De provider zegt dan dat de verkoper dat niet kon weten. Die leverde gewoon waar de klant om vroeg en heeft gedaan wat hij moest doen: namelijk de inkomens- en lastentoets, zonder verificatie, en de kredietwaardigheidscheck.’

    Volgens politiewoordvoerder Frans Zuiderhoek worden aangiftes in principe altijd opgenomen: vaak onder de definitie afpersing of afdreiging. Zuiderhoek zegt dat ‘de politie soms het slachtoffer wel zo ver moet krijgen dat hij aangifte doet. Niet iedereen is daartoe bereid. Slachtoffers schamen zich dat ze in de maling zijn genomen. In de aangifte houden we rekening met de kwetsbaarheid van het slachtoffer. Zo nemen we geen naam, telefoonnummer of adres in de aangifte zelf op. Dat is omdat de verdachte inzage krijgt in processtukken en de kans bestaat dat het slachtoffer op een later moment wordt lastig gevallen.’ Maar er kan lang niet altijd iets met de aangifte worden gedaan.

    Ook in de jurisprudentie is er geen eenduidige lijn te ontwaren. De rechtbank schaart de praktijken van creditboys soms onder mensenhandel, soms onder oplichting, afpersing en bedreiging. Volgens Nieuwenhuijse worden de meeste delicten als oplichting behandeld, maar ze zijn vrijwel altijd  moeilijk te bewijzen. ‘Je staat immers alleen bij de balie. Niemand ziet dat je gedwongen wordt. Dat is het grote probleem.’

    Advocaat Van Steenwijk vermoedt dat de juridische haken en ogen de telecombedrijven een vrijbrief verschaft om maar niets te doen. ‘Ik denk dat de providers het probleem niet willen oplossen omdat dat voor hen commercieel niet interessant is’. Zolang weinig jongeren aangifte doen, hoeven de bedrijven het probleem niet te erkennen. ‘En is er wel aangifte gedaan, dan sturen ze soms een brief terug waarin staat dat ze concluderen dat mijn cliënt zelf heeft meegewerkt omdat hij dacht geldelijk gewin te behalen. Bovendien kon de medewerker in de telefoonwinkel dat niet weten. Kortom: “u heeft geen zaak”.’

    Toezegging staatssecretaris

    In het algemeen overleg van 27 september 2018 zei staatssecretaris Mark Harbers (VVD) dat hij in november terugkomt op de problematiek: waar eindigt iemands verantwoordelijkheid, en waar begint de aansprakelijkheid? Ook zal hij een plan van aanpak presenteren.

    Nieuwenhuijse hoopt dat de problematiek snel wordt aangepakt. Volgens haar is voorlichting niet voldoende, en moet de creditboy-praktijk ook strafrechtelijk aangepakt worden. Daarnaast dienen telefoonbedrijven hun zorgplicht beter na te komen, is een centraal systeem gewenst en moeten we in politieregistraties beter vastleggen hoe vaak creditboys-praktijken voorkomen. ‘Dan kan de overheid preventieve maatregelen treffen en zullen mensen daadwerkelijk aangifte durven doen.’

    Vooralsnog is waarschijnlijk slechts het topje van de ijsberg zichtbaar en kunnen telecombedrijven te makkelijk wegkijken. Consumenten moeten, als ze de kosten kunnen dragen, meerdere abonnementen kunnen afsluiten. Maar indien ze dat gespreid en bij verschillende locaties en aanbieders doen, is dat een duidelijk signaal dat extra verificatie aan de orde is.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Bart Nietveld

    Gevolgd door 122 leden

    Student Journalistiek aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Richt zich op witteboordencriminaliteit.

    Volg Bart Nietveld
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren