Ten diepste Pro-Europa, ten diepste Pro-EU

6 Connecties

Onderwerpen

Europa Eurozone Referendum burgerinitiatief

Organisaties

Overheid

Werkvelden

Economie

Robin Fransman breekt het Burgerforum EU af. De columnist durft uitgesproken pro-Europa te zijn, maar biedt wel zijn excuses aan voor de invoering van de Euro.

Er kunnen allerlei redenen zijn waarom mensen ontevreden en zelfs boos zijn op de EU. Sommigen zijn boos, omdat we binnen EU verband geld geven en lenen aan andere landen. Verkeerde solidariteit, menen zij. Sommigen zijn boos omdat de EU bezuinigingen en hervormingen afdwingt. Verkeerd beleid, menen zij. Het tegenovergestelde komt ook voor. Mensen die vinden dat we te weinig solidair zijn met zwakkere landen, of dat we te weinig hervormingen afdwingen. De frustraties en gevoelens van onmacht lopen zo hoog op dat in beide kampen met regelmaat te horen is dat we de EU en/of de Euro zouden moeten verlaten. Dat leidt tot een tamelijk zeldzame verbintenis van mensen uit het linksere en het rechtsere spectrum. Het Burgerforum EU is daar een mooi voorbeeld van. Een verbintenis tussen de flanken van de politiek, dan is het lastig om een gezamenlijk standpunt te formuleren. Wellicht is dat de reden dat de inhoud van het beleid, de reden voor hun gezamenlijke boosheid, de oorzaak van hun ontevredenheid, namelijk het beleid dat in EU verband wordt gevoerd, geen aandacht krijgt. Het verzet tegen de EU en de Euro wordt gevoerd op basis van een vermeend gebrek aan democratie in de EU en een verlies van soevereiniteit. Daar vinden beide groepen elkaar. Niet het gevoerde beleid staat ter discussie, maar uitsluitend het instituut. Beide groepen menen kennelijk te profiteren van (gedeeltelijke) afbraak van het instituut. Het moet leiden tot ander beleid en welke dat dan is, dat zien we later wel weer.

Met twee maten meten

Het is bevreemdend om deze coalitie aan het werk te zien. Het heeft namelijk ook een inherent ondemocratisch karakter. Wat je ook van de inhoud vindt, al het nieuwe beleid is door de Europese Raad, het Europees parlement en alle nationale parlementen goedgekeurd. Door democratisch gekozen volksvertegenwoordigers en regeringsleiders. Bij meerderheid. Hoe zouden we het vinden als gemeentes of provincies Nederland willen opheffen omdat ze het niet eens zijn met het gevoerde beleid in Den Haag? Of als Den Haag bevoegdheden weghaalt bij lagere overheden? Je willen onttrekken aan de spelregels als de uitkomst je niet bevalt, is bij uitstek ondemocratisch. Zeker, de Europese instellingen kennen ook ongekozen bestuurders, of bestuurders die via een lange, getrapte weg gekozen worden, maar dat geldt nou juist bij uitstek ook voor Nederland. Wij kiezen geen minister-president, geen ministers, geen wethouders, geen commissarissen van de koningin, geen burgemeesters, geen Officier van Justitie, geen rechters. Ze worden indirect gekozen of benoemd en bij de meeste van die benoemingen is geen instemming nodig van parlement, Staten of gemeenteraad. Gut, burgers in Nederland kunnen niet eens een beroep op de Grondwet doen, want de rechter mag er niet op toetsen. Er zijn hele goede argumenten voor meer direct gekozen ambtsdragers, zowel in Europa als in Nederland. Door alleen te wijzen naar Europa wordt met twee maten gemeten en dat wekt de schijn van een gelegenheidsargument.
We leveren beleidsvrijheid in, in ruil voor minder beleidsvrijheid van andere landen, omdat we daar met z’n allen beter van worden
En dan is er nog het vermeende verlies aan soevereiniteit. We hebben geen enkele soevereiniteit overgedragen. Nul. Soevereiniteit heb je, of je hebt hem niet. Er is geen middenweg. Niets staat ons in de weg om de EU te verlaten. Artikel 50 van het verdrag voorziet daar in. Zoals we ook de NAVO, de Verenigde Naties, de Internationale Telecom Unie, de OECD, de WTO, of al die andere internationale organisaties en verdragen kunnen verlaten en opzeggen. We zijn dus volledig soeverein. Wat we doen, al sinds een eeuw of twee, maar met een versnellingsslag na de Tweede Wereldoorlog, is dat we er vrijwillig voor kiezen om bevoegdheden gezamenlijk met andere landen uit te oefenen. We leveren beleidsvrijheid in, in ruil voor minder beleidsvrijheid van andere landen, omdat we daar met z’n allen beter van worden. We maken afspraken over internationale post, luchtverkeer, mensenrechten, handel, betalingsverkeer, vrede & veiligheid en nog tientallen andere terreinen. Soms op wereldschaal, soms in EU verband, soms in Eurozone verband, binnen Schengen, binnen de Benelux. En dat perkt onze vrijheid in, maar ook die van andere landen. En als burger of als onderneming kunnen we een beroep doen op al die internationale verdragen. De rechter mag daar wel op toetsen. Gelukkig maar, want anders zouden ze zinloos zijn. Als de rechten van KLM worden geschonden in Dubai, dan kunnen ze naar de rechter met een beroep op de Chicago Conventie, en hetzelfde geldt voor de vliegtuigmaatschappij Emirates in Nederland. De Tweede Kamer kan van alles beslissen over de luchtvaart, maar als ze daarmee de Chicago Conventie breekt, dan zullen we daar uit moeten stappen. Zou heel onverstandig zijn, en beperkt inderdaad de beleidsvrijheid van Nederland, maar soeverein zijn we wel. Hetzelfde geldt voor alle andere internationale verdragen. En dus ook voor de EU.

Armoede of oorlog als alternatief

Juist door gezamenlijk die bevoegdheden uit te oefenen, en gezamenlijk tot spelregels te komen, wordt de naoorlogse orde gekenmerkt door samenwerking, door vooruitgang, in plaats van de eindeloze stroom conflicten die zo kenmerkend was voor de 19de en het begin van de 20e eeuw. En dat is geen waarschuwing voor oorlog. De oorlog breekt echt niet uit als we de EU afschaffen. Maar de oorlog breekt wel uit als alle landen tegelijkertijd de totale beleidsvrijheid willen uitoefenen. Hun soevereiniteit ongehinderd door de belangen van andere landen willen laten gelden. Dat was de les van de Eerste Wereldoorlog die leidde tot de oprichting van de Volkerenbond. Dus als we uit de EU stappen, dan zal er een ander samenwerkingsverband, een nieuw verdrag voor in de plaats moeten komen. De voortschrijdende technologie, de globalisering van de productieketens, onze afhankelijkheid van het buitenland maakt dat we op veel terreinen alleen gezamenlijk beleid kunnen maken. De alternatieven zijn armoede of oorlog. Dat is natuurlijk niet nieuw, van Hugo de Groot tot Immanuel Kant tot Harry Truman, dat besef is al eeuwen bij ons. Ook Zwitserland en Noorwegen horen gewoon bij die wereldorde en bij de internationale orde die de Europese Unie is. De verdragen tussen de EU en die twee landen schrijven voor dat zij nagenoeg alle Europese wetgeving invoeren. En ze betalen ook mee aan de kosten van de Europese Unie.

Monetaire soevereiniteit

Er is dus geen sprake van dat we soevereiniteit zouden terugkrijgen, die hebben we al. En er is nauwelijks sprake van meer beleidsvrijheid als we de EU of de Euro verlaten. We zullen altijd rekening moeten houden met het gerechtvaardigde belang van andere landen en het eigenbelang van vrijhandel en toegang tot grondstoffen, energie, kapitaal en technologie. De Zwitsers, de Denen, de Zweden, hun munt is gekoppeld aan de Euro. Ook monetaire soevereiniteit kennen maar heel weinig landen. Zwitserland heeft haar bankgeheim grotendeels opgeheven, niet vanwege een verlies aan soevereiniteit, maar omdat dat een voorwaarde is die de internationale gemeenschap stelt aan Zwitserland in ruil voor vrije toegang. Degenen die claimen dat ze uit de EU of uit de Euro willen om ‘de soevereiniteit’ terug te winnen verkopen dus een illusie. Wat ze werkelijk willen is voor sommigen uit de gelegenheidscoalitie een strenger immigratiebeleid, voor anderen meer overheidsbestedingen, voor derden meer kwantitatieve verruiming in de eigen munt. Beleidsvrijheden die we inderdaad niet meer helemaal zelf hebben, maar het is maar zeer de vraag of het zou werken en in ieder geval is het zuiverder om het dan over de inhoud te hebben. Want ook binnen EU verband is het mogelijk om een ander immigratie beleid te maken, de ECB een ander mandaat te geven, of de begrotingsnormen aan te passen. We moeten dan alleen binnen Europa tot een meerderheid zien te komen. Dat is democratie.
Bij elke verdragswijziging in elk land een referendum uitschrijven, verlaagt juist het democratisch karakter van de EU
Internationale samenwerking is geboren uit de gedachte dat samenwerking en coördinatie tot een beter resultaat leidt dan concurrentie en competitie. Juist op fronten waar die samenwerking er niet is, denk bijvoorbeeld aan de internationale belastingconcurrentie, concurrentie op milieueisen, energiesubsidies en de concurrentie op lonen en arbeidszekerheid, zie je hoe destructief die bestuursconcurrentie op landen, sectoren en groepen burgers kan uitpakken. Uiteraard hoeft zo een samenwerking niet de vorm van een EU te krijgen. Het kan natuurlijk ook met een uitgebreid stelsel van bilaterale en multilaterale verdragen. Maar juist die zijn meestal relatief ondemocratisch. Ze zijn zonder uitzondering intergouvernementeel. En ze werken via één land, één stem (Verenigde Naties) of via één euro, één stem (IMF, World Bank) of via consensus, zodat elk land, hoe klein ook, de facto een veto heeft (WTO). En de controle op de uitvoering vind niet plaats via gekozen volksvertegenwoordigers. Openbaarheid van vergaderingen en documenten, transparantie van benoemingen, de kwaliteit van de rechtsgang is in de EU vele malen beter dan in andere internationale organisaties. Juist dat maakt de EU bijzonder en juist meer democratisch dan bijvoorbeeld de Verenigde Naties, de Asean, de Afrikaanse Unie, de NAFTA of de ALADI. Bij elke verdragswijziging in elk land een referendum uitschrijven, verlaagt juist het democratisch karakter van de EU. Het geeft elk land, hoe klein ook, opnieuw het vetorecht terug. Een Europees referendum, waarbij alle burgers in de hele Unie tegelijkertijd stemmen en dan bij gekwalificeerde meerderheid beslissen, dat voegt echt iets toe. En Europese vakbonden, politieke partijen en NGO’s. Aan de slag mannen!

Kein alleingang

Het is niet moeilijk om de noodzaak te zien van steeds diepere integratie. De wederzijdse afhankelijkheid van landen neemt alleen maar toe, productieketens worden steeds langer en internationale ondernemingen worden steeds groter en talrijker. Door internationale samenwerking en juist door supranationale parlementen herwinnen we als burgers terrein, die we als natiestaat allang verloren zijn. Dat laat onverlet dat je het oneens kan zijn met het beleid. Dat het democratischer kan. Ga daar dan voor vechten. Strijden voor een alleingang omdat het beleid je niet bevalt, leidt niet naar meer welvaart of welzijn. En of het daadwerkelijk leidt tot meer beleidsvrijheid of invloed is onwaarschijnlijk.
De paradox is dat als alle landen sterk genoeg zijn om de Euro zonder schade op te heffen, ze ook sterk genoeg zijn om de Euro te handhaven
Daarmee is het verhaal niet af. Europese leiders zijn niet eerlijk geweest over de invoering van de Euro. Het is altijd gepresenteerd als een economisch project, terwijl het vooral een politiek project was. En alleen de voordelen zijn belicht, terwijl velen wisten dat een succesvolle Euro alleen kon als dat samenviel met meer economische, fiscale en politieke integratie. Mensen zijn daar terecht boos over en excuses zijn daar op z’n plaats. Dus namens Kohl, Mitterand, Lubbers, Kok, Duisenberg, Trichet en al die anderen, sorry. En hoe dan verder met de Euro? Het uiteenvallen van de Eurozone of een terugtreding van Nederland nu zal grote economische schade aanrichten, vooral ook voor Nederland. De paradox is dat als alle landen sterk genoeg zijn om de Euro zonder schade op te heffen, ze ook sterk genoeg zijn om de Euro te handhaven. In die zin is de Euro een grote disciplineringsmachine die Europa vormt naar het Noord-Europese model van een sterke concurrentiepositie, lage inflatie en beperkte begrotingstekorten. Het Nederlandse model dus eigenlijk. Hebben we toch meer invloed dan gedacht. En of dat model wenselijk is daar kun je over strijden, er zijn genoeg redenen om daar kritisch over te zijn. Het begrotingspact is deflatoir, lokt concurrentie uit op lonen en arbeidsvoorwaarden en het is asymmetrisch in zijn aanpak. Er is dus werk genoeg te doen. Aan de slag mannen.
Robin Fransman
Robin Fransman
De dwarse denker Robin Fransman was jarenlang adjunct-directeur bij Holland Financial Centre (HFC). Daarvoor werkte hij onder...
Gevolgd door 59 leden