© AFP PHOTO / Belga / FILIP DE SMET / Belgium OUT

‘Terroristenhol’ Molenbeek wil imago oppoetsen

    Molenbeek wil af van zijn kwalijk imago. De bewoners vragen meer dialoog en vooral meer politie in hun gemeente. Dat blijkt uit een rapport van het European Institute of Peace, dat ook laat zien hoe de bewoners worstelen met het gebrek aan sociale controle en cohesie in de gemeente — en de gewelddadige radicalisering die daarvan mee het gevolg is.

    Armoede, religieus extremisme, criminaliteit. Laat de naam Molenbeek vallen, en de kans is groot dat je die begrippen meteen te horen krijgt. Maar wat zijn de oorzaken en de achtergrond van de gewelddadige radicalisering in de Brusselse gemeente? Het European Institute of Peace ging negen maanden lang op onderzoek uit en sprak met meer dan vierhonderd inwoners uit de districten Quartier Maritime en Centre Historique, naast experts en andere betrokkenen.

    Een toekomst

    ‘De grootste zorg voor de inwoners van Molenbeek is niet het extremisme of het gevaar van radicalisering, maar het vinden van een toekomst voor hun familie en kinderen. Ze weten dat het gebrek aan hoop en toekomstperspectieven ruimte geeft aan radicalisering,’ zegt Martin Griffiths, directeur van het European Institute of Peace. ‘Ze willen meer politie en meer dialoog met andere gemeenschappen. Dat is op zich niet verrassend, maar ik vind het net goed dat ons onderzoek iets naar boven brengt dat eigenlijk evident is, of zou moeten zijn. Het onderzoek is belangrijk omdat Molenbeek een voorbeeld is voor veel andere Europese steden waar soortgelijke buurten bestaan. Ook wat de re-integratie van teruggekeerde IS-strijders betreft.’

    De bewoners van Molenbeek vinden het nodig dat de politie meer aanwezig is

    Voor een deel van de buitenwereld is Molenbeek een gemeente waar wetteloosheid regeert en de politie zelfs niet altijd durft uit te rukken, uit vrees aangevallen te worden. Maar de bewoners zelf vinden het nodig dat de politie meer aanwezig is om de veiligheid in de buurt te verhogen en met name drugs en criminaliteit strikter aan te pakken, blijkt uit de interviews die de onderzoekers van het European Institute of Peace afnamen.

    De Molenbekenaars ontkennen ook dat er no go-zones zouden zijn in hun gemeente. ‘Ze willen een beter beleid en meer dialoog tussen verschillende gemeenschappen over controversiële onderwerpen, zoals het dragen van religieuze kledij,’ aldus het rapport. Extremisme en radicalisering zijn sowieso niet de grootste zorgen in Molenbeek: dat zijn wel werkloosheid (voor 31 procent van de ondervraagden) en onderwijs (15 procent). Veiligheid (5 procent) en terrorisme (4 procent) scoren een pak lager.

    Als het over veiligheid gaat, gaat het vooral om drugs en diefstal, en voor ouders over de invloeden waar hun kinderen aan bloot gesteld worden, niet om extremisme. Vooral door hun contacten op straat en via sociale media ontsnappen veel jongeren aan ouderlijke en sociale controle.

    Minder kansen

    Een van de problemen is ook de hoge werkloosheid en het gebrek aan hoop of uitzicht om op de arbeidsmarkt aan de bak te komen. ‘Velen geloven niet dat onderwijs hen kan helpen op de arbeidsmarkt,’ zo concluderen de onderzoekers op basis van hun gesprekken.

    Van de inwoners met een Noord-Afrikaanse afkomst zegt 27 procent dat ze buiten Molenbeek heel vaak of vaak met discriminatie te maken krijgen. Zeker na de aanslagen in Parijs en Brussel is het met een vreemde naam moeilijk om een plaats te krijgen op de arbeidsmarkt, zeggen ze.

    De bewoners van Molenbeek lijken zelf een harde aanpak te verkiezen boven een zachte

    Maar de Noord-Afrikaanse gemeenschap is zelf ook mede verantwoordelijk voor de mindere kansen op de arbeidsmarkt: ze houdt zelf de segregatie in stand door zich op de eigen gemeenschap te richten en heel weinig te participeren in allerlei sociale of socioculturele initiatieven die meer contact met andere gemeenschappen mogelijk maken.

    Het grootste deel houdt vast aan een religieuze opvoeding en aan islamitische waarden en is verbaasd over de afkeuring die er bestaat van de religieuze dresscode – en dan vooral de discussie over hoofddoeken. 68 procent van de ondervraagde moslims noemt zijn of haar religie ‘heel belangrijk’. 70 procent is boos, bang of in shock wanneer ze horen dat iemand vanuit Molenbeek naar Syrië vertrokken is. Nog eens 8 procent zegt dat ze geïndoctrineerd werden.

    Het vertrouwen in de politie is niet erg groot bij de bewoners van Molenbeek, als is het wel groter dan dat in sociale werkers, zo blijkt uit het onderzoek. Het lijkt er dus op dat de bewoners zelf een hard aanpak verkiezen boven een zachte. ‘De ondervraagden vinden dat een betere politieaanpak nodig is om het leven in de buurt te verbeteren. Sommigen verwijzen naar de striktere aanpak door de politie in hun eigen land wanneer er zich problemen voordoen,’ aldus het rapport.

    "73 procent van de Molenbekenaars is het niet eens met hoe hun gemeente in de media afgeschilderd wordt"

    Wanneer het gaat om radicalisering en religieus extremisme zijn de meeste ondervraagden ervan overtuigd dat de oorzaak ligt bij het gebrek aan kansen en aan perspectieven, samen met de sociale isolatie van sommige jongeren. Er is te weinig ouderlijke controle en communicatie tussen kinderen en ouderen. Op de vraag hoe het zover kan komen dat ouders zelf niet zien dat hun kind radicaliseert, antwoordt 47 procent dat er een gebrek aan communicatie is.

    Ook het gebrek aan leidersfiguren in de moslimgemeenschap speelt een rol. De ondervraagden vinden dat die problemen moeten aangepakt worden om de neiging tot extremisme bij sommigen tegen te gaan.

    Paradox

    De inwoners van Molenbeek hebben tenslotte weinig mooie woorden over voor politici en journalisten, twee beroepscategorieën waar ze heel weinig vertrouwen in hebben. Ze achten hen verantwoordelijk voor het slechte imago dat Molenbeek kreeg na de aanslagen in Parijs en Brussel. Maar liefst 73 procent is het niet eens met hoe hun gemeente in de media afgeschilderd wordt.

    Ze maken zich ook zorgen over de opkomst van extreem denken in België, en dan vooral extreemrechts: ‘Hun ideeën worden sociaal steeds meer aanvaard en ze schrikken er ook steeds minder voor terug om hun radicale ideeën kenbaar te maken.’ Tegelijk zijn ze ook bang voor religieus extremisme, want geradicaliseerde elementen vinden zowel niet-moslims als gematigde moslims minderwaardig.

    Het Institute of Peace geeft ook een hele reeks adviezen

    In het rapport geeft het Institute of Peace ook een hele reeks adviezen, waarvan de belangrijkste al aangehaald werden. Het instituut zat al met verschillende Belgische overheden samen om de adviezen te bekijken en zo goed mogelijk te implementeren, waar dat gewenst was.

    Ook Europese instellingen hebben het rapport van dichtbij bekeken om te zien hoe ze het probleem van radicalisering en religieus extremisme in bepaalde (groot)steden zo goed mogelijk kunnen aanpakken.

    De vraag naar meer politie in Molenbeek staat haaks op het gevoel van wrevel dat volgens sommigen bestaat omdat er net te veel politiepatrouilles zouden zijn. Dat geeft sommigen de indruk dat de inwoners van Molenbeek in de gaten worden gehouden door de politie. Een antwoord vinden op die paradox is een van de grote uitdagingen waarvoor de Molenbeekse politiek en politie staan.

    Over de auteur: DOMINIQUE SOENENS

    Dominique is een journalist gespecialiseerd in economische en socio-economische onderwerpen. Ook is hij gebeten door technologie en privacy. Soenens werkte voor Vacature Magazine en De Morgen en daarvoor als freelance journalist. In mei verschijnt zijn boek ‘Lobbying in de Wetstraat’ bij uitgeverij EPO.

    Lees verder Inklappen

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Apache

    Gevolgd door 319 leden

    Apache schrijft wat politici niet willen lezen. FTM en Apache werken samen en wisselen geregeld artikelen uit.

    Volg Apache
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren