Proud Boys stormed through the streets of Washington DC on December 12, 2020 looking to fight anyone they think is not American or who don’t support Trump, and chanted Fuck Antifa.
© Mark Peterson/Redux

Robert J. Shillman is de Amerikaanse suikeroom die in de ‘minder Marokkanen’-zaak de advocaat van Geert Wilders betaalde. Shillman is ook een van de financiers van Project Veritas, een organisatie gelieerd aan de Proud Boys van wie steeds duidelijker wordt dat ze een leidende rol speelden in de gewelddadige bestorming van het Capitool. Het Canadese parlement riep de regering al op om groepen als de Proud Boys voortaan als terreurorganisaties te behandelen. De Verenigde Staten lijken dat spoor te volgen. Follow the Money sprak terrorisme-experts over de vraag hoe we de donaties van Shillman moeten duiden.

Dit stuk in 1 minuut
  • Een belangrijke sponsor van Geert Wilders doneert indirect aan de extreemrechtse Proud Boys, van wie meerdere leden de troepen aanvoerden bij de bestorming van het Capitool.
  • Het lijkt aannemelijk dat de Proud Boys binnenkort het predicaat ‘terroristische organisatie’ krijgen. Het Canadese parlement nam unaniem een motie aan die daartoe oproept. In de Verenigde Staten gaf president Biden de opsporings- en veiligheidsdiensten opdracht te onderzoeken of de Proud Boys ‘binnenlands terrorisme’ ten laste kan worden gelegd.
  • Follow the Money vroeg terrorisme-experts wat dit betekent voor Geert Wilders en zijn donateur. Hun oordeel: voor de rechter geldt dat iemand schuldig is aan het financieren van terrorisme als hij vooraf kon weten dat zijn geld naar een organisatie gaat die als terroristisch is aangemerkt. Dat laatste is bij de Proud Boys nog niet het geval.
  • Over Geert Wilders, die geld kreeg van iemand die rechtsextremisme faciliteert, zijn ze kritisch. ‘Wilders zweert geweld af. Dat moeten we benadrukken.’ Maar afzweren is niet genoeg: ‘Je moet je ook afvragen van wie je geld aanneemt en met wie je je wilt associëren.’
Lees verder

‘Dit is de Senaat! Waar zijn ze?’ Honderden mannen en een enkele vrouw jagen door de gangen van het Capitool in Washington D.C. Doelwitten zijn onder anderen Nancy Pelosi, voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, en Mike Pence, op dat moment nog vicepresident. ‘Mike Pence moet hangen!’ schreeuwt iemand. ‘Nancy, kom buiten spelen,’ roept een ander. Nog maar net daarvoor zijn de twee in veiligheid gebracht.

Een van de agenten die het gebouw moeten bewaken, wordt hardhandig klemgezet door een overmacht van bestormers. Hij overlijdt later aan zijn verwondingen. Een collega van hem wordt over een balustrade gegooid, hij landt in een woedende menigte.

Our house!’ roept een man, zwaaiend met een honkbalknuppel. Amerikaanse vlaggen en rode caps met de Trump-slogan ‘Make America Great Again’ zijn prominent aanwezig, evenals legerhelmen, ijzeren pijpen en portofoon-oortjes. Meegebrachte spandoeken moeten duidelijk maken dat de verkiezing van Joe Biden is ‘gestolen’.

In de weken na 6 januari worden steeds meer deelnemers aan de bestorming opgepakt. Inmiddels zijn 400 verdachten geïdentificeerd, waarvan er ten minste 135 zijn gearresteerd. Tussen de arrestanten bevinden zich volgens de laatste telling minstens zes leden van de ultrarechtse Proud Boys. Volgens de FBI waren vooral zij het die via de oortjes met elkaar in contact stonden om de aanval te coördineren. Op talloze video’s en berichten op sociale media, waarvan de meeste alweer zijn verwijderd, is te zien hoe de leden van de Proud Boys – in hun kenmerkende, zwarte Fred Perry-poloshirts – door het Capitool marcheren.

Achteraf bagatelliseren de Proud Boys hun aandeel in de gebeurtenissen van 6 januari. Maar het Amerikaanse dagblad de Wall Street Journal publiceerde op 26 januari een onthullend video-onderzoek naar hun sleutelrol:

Copyright: Wall Street Journal, 26 januari 2021

Vaststaat dat de Proud Boys al jarenlang – en steeds openlijker – een spoor van geweld trekken. De organisatie is in 2016 opgericht door de Canadees Gavin McInnes, journalist/cabaretier en zelfverklaard feministenhater. De Proud Boys – uitsluitend mannen, uiteraard – staan voor behoud van conservatieve waarden (tegen feminisme, tegen homoseksualiteit, tegen ‘politieke correctheid’, tegen ‘de islamisering’, en voor wapenbezit) en voor de dominantie van de witte chauvinistische man. Ze zoeken stelselmatig in groepjes de confrontatie met linkse demonstranten, of met passanten die eruitzien als een ‘faggot of een fucking foreigner’, wat dan weer leidt tot arrestaties waarbij de politie geregeld vuurwapens en munitie aantreft.

Hoewel Trump daags na de bestorming enige afstand van ze nam, buitte hij hun intimiderende aanwezigheid aanvankelijk zonder veel terughoudendheid uit. Tijdens een verkiezingsdebat met Joe Biden keek hij direct in de camera en zei: ‘Proud Boys, stand back and stand by.’ Oftewel: ‘Proud Boys, doe een stap terug en blijf paraat.’ 

President Biden sprak in zijn inaugurale rede op 20 januari waarschuwende woorden over ‘de opkomst van politiek extremisme, witte suprematie en binnenlands terrorisme die moet worden verslagen.’ Drie dagen daarna gaf hij de Director of National Intelligence (DNI) opdracht samen met de FBI en het ministerie van binnenlandse veiligheid te onderzoeken of groepen als de Proud Boys ‘domestic terrorism’ ten laste kan worden gelegd.

Zwarte lijst

In Canada, waar ze ook actief zijn, nam het parlement maandag unaniem een motie aan die oproept de Proud Boys als terroristisch te kwalificeren. Een woordvoerder van Bill Blair, de Canadese minister van publieke veiligheid, zegt dat de regering de oproep serieus neemt : ‘We wijzen ideologisch gemotiveerd extremisme van groepen als de Proud Boys, van white supremacists, antisemieten, islamofoben en vrouwenhaters ten strengste af.’ Als de motie wordt aangenomen, komen de Proud Boys in Canada op dezelfde zwarte lijst als Al-Qaeda, Hezbollah en IS.

Als de Proud Boys binnenkort inderdaad tot ‘terroristen’ worden bestempeld, roept dat de vraag op wat dat betekent voor partijen en personen die hen steunen. Bijvoorbeeld voor Robert J. Shillman, de Amerikaanse zakenman die de ‘minder minder’-rechtszaak van Geert Wilders met 213.686 dollar financierde, zoals Follow The Money eerder naar buiten bracht. Van hem is bekend dat hij, zij het indirect, ook de Proud Boys sponsort. Wordt Shillman straks onderzocht en mogelijk aangeklaagd als financier van terrorisme? Wat voor gevolgen heeft dat voor de ruimhartige donatie die Wilders in 2017, en wellicht ook in de jaren daarna, van Shillman kreeg?

Follow the Money legde deze vragen voor aan deskundigen op het gebied van veiligheidsvraagstukken en terrorisme, waaronder hoogleraar Beatrice de Graaf, die de financiële connectie tussen Shillman, Wilders, en het aan de Proud Boys verwante Project Veritas per tweet onder de aandacht bracht.

Het is belangrijk eerst vast te stellen wat terroristen zijn, want de definities in de VS en in Nederland verschillen enigszins. De Nederlandse Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD) omschrijft ze als ‘personen en organisaties die vanuit bepaalde ideologische overtuigingen bereid zijn om ernstig geweld te plegen’. De FBI hanteert een gedetailleerder omschrijving : Volgens de Amerikaanse opsporingsorganisatie gaat het om ‘daden die een gevaar vormen voor mensenlevens en die het strafrecht van de Verenigde Staten overtreden [..] met de bedoeling om de bevolking te intimideren of te dwingen, het beleid van de regering te beïnvloeden door intimidatie of dwang, het functioneren van de regering te verhinderen door massavernietiging, moord of ontvoering, voorkomend binnen de eigen territoriale bevoegdheden van de Verenigde Staten.’

Politieke discussie

Volgens Jelle van Buuren, die aan de Universiteit Leiden onderzoek doet naar terrorisme, zit er weinig licht tussen de twee definities. ‘Alleen maken ze in de VS verschil tussen international terrorism en domestic terrorism – van eigen bodem – en ze onderscheiden ook violent extremism, één treetje onder terrorisme, en hate groups.’

Terrorisme is hoe dan ook een politieke notie – in de woorden van Beatrice de Graaf: een essentially concepted concept. ‘Het is een containerbegrip dat altijd door de tijdgeest en de heersende politieke opinies wordt beïnvloed. Een van de eerste verklaringen van de regering-Biden was dat moest worden bekeken of extreemrechts als terroristisch kan worden aangemerkt, en of de terrorismewet kan worden uitgebreid.’ Alleen dat al, zegt De Graaf, laat zien dat het een politieke discussie is.

De grote vraag is of het gewelddadige optreden van de Proud Boys in het Capitool geldt als terrorisme. Dat moet nog blijken, zegt De Graaf. ‘Nu de Amerikaanse wetgeving, in afwachting van het door Biden ingestelde onderzoek, nog geen houvast biedt, zijn het in eerste instantie de rechters die daar een uitspraak over moeten doen.’


Beatrice de Graaf

"Terrorismefinanciering hangt niet af van je motieven als donateur, maar van de vraag of wie je geld geeft als terroristisch is aangemerkt"

Mochten de Proud Boys als terroristisch worden gekenmerkt, dan is de volgende kwestie of de financiering ervan strafbaar is. De Graaf: ‘Terrorismefinanciering hangt niet af van je eigen motieven als donateur, maar van de vraag of de groep of de persoon aan wie je geld geeft als terroristisch is aangemerkt.’

Terrorismeonderzoeker Van Buuren: ‘Over het algemeen geldt voor de rechter het principe van rechtszekerheid: iemand had moeten (kunnen) weten dat hij geld doneerde aan – of geld witwaste voor – een organisatie die als terroristisch is aangemerkt.’ 

Voor Robert Shillman staat het dus niet op voorhand vast dat hij terrorisme financierde. De Graaf: ‘Hij doneerde voorheen vooral aan christelijke denktanks en aan conservatieve initiatieven, en is opgeschoven naar activistische clubs die samenwerken met gekende extremisten. Maar dat waren, en zijn, volgens de Amerikaanse wet geen terroristische individuen of groepen.’

Aanjager van extreemrechts gedachtegoed

Een van de ‘activistische clubs’ waar De Graaf op doelt is Project Veritas , een platform voor ‘guerrilla-journalistiek’ dat in 2010 is opgericht, en dat met name democratische politici probeert te ondermijnen door hen, of hun aanhangers, te kijk te zetten als verkiezingsfraudeurs en gevaarlijke lefties

Veritas is het geesteskind van oprichter James Edward O’Keefe III, die zichzelf beschrijft als undercoverjournalist en die in 2015 nog een donatie kreeg van 10.000 dollar van de Trump Foundation voor het maken van een filmpje dat zou bewijzen dat de toenmalige presidentskandidaat Hillary Clinton haar supporters betaalde om geweld uit te lokken op campagnebijeenkomsten van Trump.

Nadat Follow the Money onthulde dat Robert J. Shillman Wilders’ Marokkanen-proces financierde met een donatie van 213.686 dollar, liet hoogleraar De Graaf als gezegd via Twitter weten dat ook O’Keefe geld kreeg van Shillman: 25.000 dollar in 2013.

De banden tussen O’Keefes platform en de Proud Boys zijn hecht. Op de loonlijst van Project Veritas staan ten minste twee leden: de 26-jarige Jake Freijo, die in maart 2019 een taakstraf kreeg opgelegd na een vechtpartij met demonstranten tegen fascisme (‘Antifa’) en, volgens het Amerikaanse tijdschrift The New Republic, de 21-jarige Jackson Voynick uit New Jersey. Voynick zou bij de tussentijdse verkiezingen van 2018 in Georgia hebben geprobeerd stembureaumedewerkers op te hitsen tot het plegen van fraude die hij vervolgens in de schoenen van de Democraten wilde schuiven. De Graaf: ‘Dit soort extremisme kan ook nu al worden aangepakt, onder de bestaande wetgeving. Het is niet voor niets dat FBI zijn experts in contraterrorisme de gebeurtenissen in het Capitool laat onderzoeken.’

Dossier: De financiering van onze politieke partijen

Follow the Money duikt in de wereld van schenkingen en stichtingen.

Lees verder Inklappen
Inschrijven

Jelle van Buuren kwalificeert Shillmans sympathie voor extreme fanaten als die van Project Veritas als problematisch: ‘Hij financiert het uitdragen van een extreemrechts gedachtegoed en is daarmee een facilitator dan wel aanjager van dit gedachtegoed’. Van Buuren ziet Shillman als representant van een recent fenomeen: een nieuwe, ambigue vorm van uiterst rechts. ‘Zo ondersteunt Shillman actief Joodse én extreemrechtse organisaties, wat paradoxaal lijkt. De afkeer van de Islam lijkt het overstijgende en verbindende element, evenals de afkeer van “de liberale elites” en het idee dat de blanke bevolking onder vuur ligt en dreigt te worden “omvolkt”.’

De Graaf ziet parallellen tussen de discussies over de financiering van rechtsextremisme en de financiering van jihadisme. ‘Ik heb in de afgelopen periode veel mensen gesproken die celstraffen uitzetten voor financiering van terrorisme. Dat waren bijvoorbeeld broers van jihadisten die in Syrië voor IS vochten. Ook in die hoek vallen de doelen van extremistische jihadisten – uitschakelen van ongelovigen – vaak samen met de doelen van conservatieve wahabistische geldschieters.’

‘Als je de financieringsbronnen kunt stopzetten, stop je dus een echt verdienmodel’

Die laatsten zijn zelf geen terrorist, maar wel van mening dat orthodoxe moskeeën die oproepen tot haat tegen ongelovigen gesteund moeten worden. ‘Dan kan het zomaar gebeuren dat dergelijke geldschieters indirect terrorisme medefinancieren.’

Het loont overigens niet altijd om de geldsporen in kaart te brengen, zegt De Graaf. ‘Dat is heel vaak geprobeerd. Juist omdat partijen als de PVV vragen stelden over hoe jihadisten aan hun geld kwamen. Het eerste probleem is dat die geldstroom bijna nooit te bewijzen is. Ten tweede is terrorisme helemaal niet duur. 9/11 heeft Bin Laden zo’n drie ton gekost, maar de aanslagen in Nice kostten de dader slechts 250 euro. De aanslagen in Parijs, op het Bataclan-theater, waren iets duurder vanwege de appartementen die de daders huurden, en de bomgordels die ze lieten maken. Maar met een paar duizend kom je er wel. Als je toegang hebt tot de zwarte markt, is een wapen bovendien best te betalen.’

Bij rechtsextremisme kan het dan weer wél effectief zijn om de financiën scherp te krijgen. De reden daarvoor is, zegt De Graaf, de grote overlap tussen gematigde en extremistische organisaties. Die laatste krijgen geld van bonafide mainstream-organisaties, van politieke actiecomités of goededoelenclubs. Sommige extremistische organisaties halen geld binnen omdat legale bedrijven hun merchandise verkopen – T-shirts met een logo, petjes, sjaals of mokken. Als je die financieringsbronnen kunt stopzetten, stop je dus een echt verdienmodel. Zo kun je iemand als Robert Shillman ook aanpakken.’

Afstand nemen

Jihadistisch terrorisme is de laatste jaren bovendien homegrown, zegt De Graaf. Het werd ook niet gefinancierd vanuit het buitenland. In rechtsextremistische hoek zie je juist veel internationale geldstromen. Ook daarom kan het lonen die te ontsluieren.

De vraag is of er kapitaal zat achter de bestorming van het Capitool. De Graaf: ‘Dat zou moeten worden uitgezocht. De deelnemers kwamen uit het hele land en zo’n reis kan dan best duur zijn. We weten dat sommigen aan crowdfunding hebben gedaan om erbij te kunnen zijn. Op Facebook zag je oproepen voor donaties. We weten niet of er ook grotere sponsoren waren, en waar die dan vandaan kwamen.’


Jelle van Buuren

"Zolang het etiket ‘terrorisme’ niet op een persoon of organisatie is geplakt, is het eenvoudig om het verband te ontkennen"

Zou Wilders afstand moeten nemen van iemand als Shillman? Terrorismeonderzoeker Van Buuren vindt van wel. ‘Het zou consequent zijn om op geen enkele manier een relatie te willen hebben met individuen of organisaties waar een zweem van extremisme en (terroristisch) geweld omheen hangt. Maar zolang het etiket ‘terrorisme’ niet nadrukkelijk op die personen en organisaties is geplakt, is het relatief eenvoudig om het verband te ontkennen. De cruciale vraag is of Wilders weet welke personen en organisaties Schillman allemaal financiert. Als hij dat weet, is de vervolgvraag of Wilders daarmee geassocieerd wenst te worden.’

De Graaf is het met Van Buuren eens: ‘De PVV zegt nadrukkelijk: wij distantiëren ons van geweld. Dat zegt Wilders bij de avondklokrellen en dat deed hij ook bij de bestorming van het Capitool. Dat moet je onderstrepen. Maar de volgende stap is dan dat je ook niet samenwerkt met mensen of groepen die geweld omarmen.’

Wat haar vooral zorgen baart, is het bredere perspectief: ‘We zien in de Verenigde Staten een steeds grotere overlap tussen de mainstream – met legale organisaties als de Republikeinse partij – en extremistische organisaties. Dat heeft te maken met het feit dat hun doelen overeenkomen: anti-links, anti-islam, pro-Trump. Dat is op dit moment het grote probleem in Amerika: extremisten die met voorbedachte rade geweld beramen en dodelijke slachtoffers op de koop toe nemen. De mainstream-doelen zijn gaan samenvallen met die van extremistische partijen. Dat is gevaarlijk, omdat het een reservoir oplevert van heel veel potentiële supporters.’

Het bestrijden van terrorismefinanciering zal het onderliggende probleem van mainstream-radicalisering dus ook niet oplossen. ‘Wel moeten groepen of individuen die geweld ondersteunen – direct of indirect, financieel of anderszins – worden benoemd en aangesproken. Dat is de les die we hebben geleerd uit de strijd tegen het extreemlinkse terrorisme in de jaren zeventig, en tegen het jihadisme in de afgelopen jaren. Die lessen moeten we ook toepassen op extreemrechts.’

Alleen geweld afzweren is niet genoeg, vindt De Graaf. ‘Je moet je niet willen inlaten met de bredere beweging en de bijbehorende netwerken. En je moet ook goed uitkijken van wie je geld aanneemt en met wie je je wilt associëren.’