© ANP / Bas Czerwinski

    Je zou verwachten dat met de komst van Ronald Plasterk als minister van Wonen, er een frisse wind zou gaan waaien. Daarvan blijkt geen sprake. De sociaal-democraat wil, net als zijn liberale voorganger, sociale woningen overhevelen naar de vrije sector. Resultaat: nog langere wachttijden voor een corporatiewoning en te weinig nieuwbouw in de vrije sector.

    Is er eigenlijk iets veranderd sinds Ronald Plasterk (PvdA) de portefeuille Wonen heeft overgenomen van de liberaal Stef Blok? Je zou denken dat na de dramatische verkiezingsnederlaag van de PvdA, Plasterk iedere kans grijpt om het linkse DNA van zijn partij tot uiting te laten komen. Het tegendeel blijkt het geval. Als het aan Plasterk ligt, loopt de gemiddelde inschrijvingsduur voor een sociale woning nog verder op.

    Waaruit blijkt dat? PVV-Kamerlid Ronald Kops vroeg onze minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkszaken om een reactie op het rapport ‘De woningmarkt in de grote steden’. In dit recente rapport van de Nederlandsche Bank (DNB) wordt de overheid aanbevolen om de gemeenten te stimuleren meer vrije sectorwoningen te realiseren. Kops wilde graag weten wat de minister van deze aanbeveling vindt.

    Tussen wal en schip

    Het gebrek aan vrije sectorwoningen vormt een enorm probleem in de grote steden. Het gaat om de categorie woningen tussen de sociale huursector en de koopsector in; dus om huurwoningen met een huur vanaf 711 euro. In Nederland is die vrije huursector zeer slecht ontwikkeld. Huishoudens die te veel verdienen voor een sociale huurwoning, en ook geen hypotheek kunnen krijgen, vallen vaak tussen wal en schip. Het gaat om huishoudens met een inkomen boven de 36.165 euro.

    Het antwoord van Plasterk klonk alsof het was geschreven door zijn voorganger

    Plasterk kwam op 31 mei met een reactie. Zijn antwoord klonk alsof het was geschreven door zijn voorganger. De minister begon eerst over de zogeheten Samenwerkingstafels. Bij dit initiatief proberen alle bij de woningmarkt betrokken partijen, onder leiding van voorzitter Rob van Gijzel, een oplossing te vinden voor de problemen met de vrije sector. Maar daarna kwam Plasterk direct met het oude Blok-mantra. Hij zei dat de woningcorporaties en de gemeenten afspraken moeten maken over het overhevelen van grote corporatiewoningen naar de vrije sector. Hierdoor zou er vanzelf een grotere vrije sector ontstaan.

    Bouwgrond

    Plasterk zei er nog bij, dat er bij de onderhandelingen met de gemeenten ook gepraat kan worden over bouwgrond. Daarop zouden de corporaties dan nieuwe, kleinere woningen kunnen bouwen voor hun doelgroep. Die bestaat immers grotendeels uit huishoudens van 1 of 2 personen en die hebben geen doorzonwoning nodig.

    Dat Blok minder sociale woningen wilde, valt nog te begrijpen. De liberalen willen meer marktwerking in de woningmarkt en daarbij past in hun visie een veel kleinere corporatiesector. Vanuit de mond van een sociaal-democraat klinkt deze wens  echter als vloeken in de kerk. In steden als Amsterdam, Utrecht, Leiden of Eindhoven moet je tussen de 7 en 12 jaar staan ingeschreven voordat je aan de beurt ben voor een corporatiewoning. Dat zijn serieuze happen uit een leven. Mensen kunnen door die lange wachttijd stagneren op meerdere fronten.

    Tot 2025 zullen er in Nederland 630.000 huishoudens bijkomen

    Als de corporaties in de grote steden aanzienlijke aantallen woningen verkopen aan beleggers, of ze zelf gaan verhuren in de vrije sector, raken ze hoe dan ook sociale woningen kwijt. Dat betekent dat de mensen op de wachtlijst nog langer moeten wachten op een woning. Als corporatie ben je dan niet bezig je doelgroep goed te bedienen.

    Duivels dilemma

    Daar komt bij dat bouwgrond in de meeste grote steden erg schaars is. Bij ieder stuk grond moet de gemeente afwegen of de grond het best aan de hoogste bieder kan worden verkocht, of tegen een gereduceerde prijs aan een corporatie. Voor gemeenten, die voortdurend in geldnood verkeren,  zijn dat vaak duivelse dilemma’s.

    Als een corporatie inderdaad grond krijgt om daarop vervangende sociale woningen te bouwen, zal het in de grote steden bijna altijd gaan om grond in de bebouwde ruimte. Het beleid is immers om geen groene zones meer aan te tasten. Dat is een mooi streven, maar bouwen in de stad is extra duur en het duurt tot acht jaar totdat die woningen er daadwerkelijk staan. Daar hebben die huishoudens die al jaren wachten dus helemaal niets aan.

    Woningen aan de ene categorie onttrekken om de andere categorie wat meer omvang te geven, levert per saldo niets op

    Als private partijen graag willen beleggen in vrije sectorwoningen, is het maatschappelijk een stuk nuttiger als ze met hun miljarden zélf woningen bouwen. Het Centraal Planbureau voor de Leefomgeving gaat ervan uit dat er tot 2025 630.000 huishoudens bijkomen in Nederland. Die zullen vooral naar de grote steden trekken. In die steden is daarom behoefte aan meer sociale woningen, meer vrije sector woningen en meer koopwoningen. Dat betekent dat er in ál die categorieën energiek gebouwd moet gaan worden. 

    Woningen aan de ene categorie onttrekken om de andere categorie wat meer omvang te geven, levert per saldo niets op. Het leidt alleen tot gentrificatie, oftewel het verdrijven van lagere inkomensgroepen uit de stad, ten gunste van meer welvarende huishoudens.

    Essentiële werkers

    Het beleid dat Plasterk nu zegt voor te staan, is een variant op het Britse beleid zoals premier Thatcher dat in de jaren 80 van de vorige eeuw voerde. Toen werden woningen onder het door haar ingevoerde ‘right to buy’ tegen afbraakprijzen verkocht aan de zittende huurders. Vaak verkochten die mensen ze na verloop van tijd door aan beleggers en trokken naar elders. Die beleggers verhuurden ze vervolgens tegen markthuur aan nieuwe stedelingen met een goede baan.

    Het effect van dat Thatcher-beleid: de voor de stad essentiële werkers kunnen nu niet meer wonen in de eigen stad

    Je kreeg zo voormalige sociale woningen die voor het driedubbele van de oorspronkelijke huur werden verhuurd. De groepen voor wie die woningen ooit waren bedoeld, konden geen woningen meer vinden in de steden. Een hele groep van voor een stad essentiële werkers kan nu niet meer wonen in de eigen stad. Plasterk slaat de stap van het verkopen aan de huurder over en wil dat corporaties meteen verkopen aan de beleggers.

    Er is uiteindelijk maar één manier om de te verwachten groei van het aantal nieuwe huishoudens te bedienen: heel veel bouwen in alle drie de marktsegmenten. Woningen overhevelen van corporaties naar commerciële verhuurders lost per saldo niets op. Uiteindelijk worden met deze aanpak de problemen van de gemiddelde PvdA-stemmer niet opgelost. 

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Peter Hendriks

    Gevolgd door 1142 leden

    Redacteur Woningmarkt. Signaleert en analyseert problemen waarmee Nederlanders op zoek naar woonruimte worden geconfronteerd.

    Volg Peter Hendriks
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Woningmarkt

    Gevolgd door 1314 leden

    In de afgelopen jaren kwam bij verschillende woningcorporaties het ene schandaal na het andere naar boven. Het bekendste geva...

    Volg dossier