Wat gebeurt er met de gegevens die overheden, bedrijven en instellingen over ons opslaan? Wat als ze gehackt of gegijzeld worden? Hoe veilig zijn onze systemen, en onze data? Lees meer

De analoge en digitale wereld lopen steeds meer in elkaar over, internet en technologie knopen alles aan elkaar: beleid, sociale structuren, economie, surveillance, opsporing, transparantie en zeggenschap.

Ondertussen worden we overspoeld door ransomware, digitale desinformatie en diefstal van intellectueel eigendom. Conflicten worden tegenwoordig ook uitgevochten in cyberspace. Hoe kwetsbaar zijn we precies, en hoe kunnen we ons beter wapenen?

We laten overal digitale sporen achter, vaak zonder dat te weten of er iets tegen te kunnen doen. Al die aan ons onttrokken data worden bewaard en verwerkt, ook door de overheid. Dat gebeurt niet altijd netjes. Zo veegde  het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in een vernietigend vonnis het Nederlandse anti-fraudesysteem Syri van tafel. Hoe riskant het is om op dataverzamelingen van burgers algoritmes los te laten – datamodellen die vrij autonoom beslissingen nemen – bewijst de Toeslagenaffaire. Die laat ook zien wat het effect is van ‘verkeerde’ registraties die zich als onkruid door overheidssystemen lijken voort te planten, zonder dat iemand ze nog kan stoppen of wijzigen.

En zijn al die gegevens van burgers en klanten wel veilig? Wie kan erbij, wie mag erbij, wat als ze gehackt of gegijzeld worden? Hoe kwetsbaar maakt onze afhankelijkheid van data ons?

42 artikelen

© Sjoerd van Leeuwen

‘We gingen ervan uit dat het mocht’: hoe terrorismebestrijder NCTV zelf ontspoorde

Undercover in moskeeën infiltreren, met nepaccounts burgers bespieden op internet: de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) kwam vaak negatief in het nieuws. Door een bewust vaag gehouden taakomschrijving, een ‘cowboy’ aan het roer en een tomeloze prestatiedrang groeide de terrorismebestrijder uit tot ‘een derde inlichtingendienst’ die grotendeels zijn eigen regels bepaalde.

0:00
Dit stuk in 1 minuut
  • In reactie op de jihadistische bomaanslagen in Madrid wordt in 2004 de voorloper opgericht van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Nog voor het zover is, ontstaat er onduidelijkheid over zijn takenpakket en bevoegdheden. 
  • Die onduidelijkheid is bewust gecreëerd en leidt tot wrevel met de algemene en militaire inlichtingendiensten. Vooral omdat de NCTV – tegen de wet in – zelfstandig inlichtingen verzamelt, onder meer door het monitoren van populaire internetplatforms als GeenStijl, Facebook en Twitter. 
  • De NCTV – niet meer dan een speciale afdeling van het ministerie van Justitie en Veiligheid – ontwikkelt zich volgens experts tot een ‘derde inlichtingendienst’ naast de AIVD en de MIVD, zonder gebonden te zijn aan dezelfde strikte mate van toezicht. 
  • Een nieuw wetsvoorstel moet de NCTV voorzien van een deugdelijke wettelijke basis, maar experts, belangenorganisaties en de twee inlichtingendiensten waarschuwen voor het gebrek aan waarborgen in dat voorstel.
  • Dit artikel is deel een van een tweeluik. Vandaag: hoe de NCTV kon ontsporen. In het volgende artikel gaan we dieper in op het nieuwe wetsvoorstel dat de NCTV verstrekkende bevoegdheden geeft. 
Lees verder

Op dinsdagochtend 2 november 2004 gaat de telefoon op het hoofdkwartier van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD): filmmaker Theo van Gogh is net op klaarlichte dag vermoord in Amsterdam. Het toenmalige hoofd van de dienst, Sybrand van Hulst, haast zich naar Den Haag, naar het crisiscentrum op de vijftiende verdieping van het ministerie van Binnenlandse Zaken. 

Daar lopen tientallen ambtenaren kriskras door elkaar, jachtig op zoek naar informatie over de dader. Wie is hij? Stond hij op de radar van politie en inlichtingendiensten? Vanuit het hoofdkantoor van de AIVD krijgt Van Hulst informatie binnen, die hij met het crisiscentrum moet delen. Aan de muur hangen tientallen tv’s, afgesteld op onder meer de NOS, RTL en CNN.

Samen met de AIVD’er en islam-analist Paul Abels neemt Van Hulst plaats aan een ronde tafel in een verduisterde vergaderruimte. Daar zitten de ministers Piet Hein Donner (Justitie), Johan Remkes (Binnenlandse Zaken) en Rita Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie). Tussen Donner en Remkes zit een nieuw gezicht in crisisland: topambtenaar Tjibbe Joustra.

‘Nationaal dreigingsbeeld’

Het is zijn eerste optreden als Nationale Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb), de voorloper van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) zoals we die kennen sinds 2012.

Joustra, voormalig topambtenaar bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en bestuursvoorzitter van het UWV, kreeg enkele maanden voor de moord op Van Gogh van Donner en Remkes de opdracht de staat van de terrorismebestrijding in kaart te brengen. Hij handelt snel. In juli rapporteert hij dat er een speciale Coördinator moet komen, in september nemen de ministers zijn advies over. 

‘Ik kan het aan een cowboy als Joustra laten, maar het is beter een evenwichtig persoon daar neer te zetten’

De Coördinator moet de versnipperde informatie van verschillende overheidsorganisaties verzamelen en verwerken tot één ‘nationaal dreigingsbeeld’ waarop de minister zijn beleid kan baseren. Daarnaast moet de NCTb een centraal aanspreekpunt in crisissituaties zijn – zoals nu de moord op Van Gogh. 

Op dat moment is de NCTb nog zo nieuw, dat Joustra op die novemberochtend in 2004 maar twee werknemers in dienst heeft. Op de gang spreken zij Paul Abels aan: wil hij niet helpen met de verdere uitbouw van de NCTb? Een ervaren AIVD’er als Abels kunnen ze wel gebruiken.

Abels is enthousiast en zelfs zijn baas, Sybrand van Hulst, staat ervoor open. ‘Ik dacht indertijd: ik kan het aan een cowboy als Joustra laten, maar het is beter om een evenwichtig persoon als Paul daar neer te zetten,’ zegt Van Hulst nu. ‘Hoe het desondanks toch uit de hand heeft kunnen lopen, begrijp ik eerlijk gezegd niet.’

‘Derde inlichtingendienst’

Dát er iets uit de hand is gelopen is zeventien jaar later wel duidelijk. Afgelopen jaren onthulde NRC onder meer dat de NCTV jarenlang burgers online volgde, undercoveroperaties in moskeeën financierde, en in het geheim rapporten uitbracht over de politieke partijen DENK en de PVV. Alleen, de NCTV mag dat helemaal niet. 

Een nieuw wetsvoorstel moet deze club binnen het ministerie van Justitie en Veiligheid alsnog een wettelijke basis bieden voor verzamelen, verwerken en delen van persoonsgegevens. De NCTV vindt dat die nieuwe wet met extra bevoegdheden hard nodig is om zijn werk goed te doen. Al liet de terrorismebestrijder zich eerder niet tegenhouden door het ontbreken van een wettelijke grondslag.

NRC over de NCTV

Met nepaccounts volgden NCTV’ers activisten, een mensenrechtenadvocaat en politici, waarna de NCTV de verkregen informatie deelde met politiediensten, veiligheidsinstanties en gemeenten. Het is nog altijd onduidelijk om hoeveel mensen het precies gaat.

Met name Geert Wilders werd nauw in de gaten gehouden, blijkt uit de zogenaamde ‘weekberichten internetmonitoring’ waarin de NCTV een ‘sfeerbeeld’ schetst van wat er speelt op sociale media en ‘diverse voor de NCTV relevante websites, weblogs en webfora’. In de weekberichten wordt veelvuldig geciteerd uit tweets van Wilders, maar ook uit die van politici van Forum voor Democratie en Denk. 

Het bleef niet bij online volgen: in 2019 oefende de NCTV druk uit op het Openbaar Ministerie om de directeur van het islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam te vervolgen. Volgens experts is het politieke inmenging van minister Grapperhaus (onder wie de NCTV toen viel). Het OM vond deze bemoeienis met een (mogelijke) strafzaak ‘ongepast’. 

Ook betaalde en adviseerde de NCTV voor illegaal undercoveronderzoek naar moskeeën in zeker tien Nederlandse gemeenten, waarbij bestuurders en bezoekers in kaart werden gebracht.

Lees verder Inklappen

Experts en privacy-organisaties waarschuwen dat het huidige wetsvoorstel de NCTV een ‘vrijbrief’ geeft voor het ongebreideld online bespieden van personen. 

Want waar de Coördinator bevoegdheden probeert te krijgen die passen bij een inlichtingendienst – wat de NCTV nadrukkelijk niet is en claimt niet te willen zijn – doet hij er alles aan om de bijbehorende strikte regels en het dito toezicht te ontlopen. 

‘Dit wetsvoorstel zet de deur open voor een surveillancemaatschappij’ 

Het wetsvoorstel bevat volgens critici zoveel uitzonderingen, dat er zelfs nauwelijks iets overblijft van de waarborgen die de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) tegen de data-verzamelwoede van de NCTV zou moeten bieden. Zij waarschuwen dat er met dit voorstel – dat eerder al afgeschoten werd en nu met aanpassingen weer naar de Kamer is gestuurd – toch echt een ‘derde inlichtingendienst’ ontstaat, die zich niet laat beteugelen en kan doen wat hij wil.

De voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), Aleid Wolfsen, sprak tijdens een rondetafelgesprek over het nieuwe voorstel dan ook zijn zorg uit: ‘Dit zet de deur open voor een surveillancemaatschappij.’ 

‘Alleen maar gezeur’

De achtbaanrit van de NCTV begint in Madrid. Met de aanslagen in de Spaanse hoofdstad in maart 2004 brengen jihadistische terroristen Europa een harde slag toe: bij bomexplosies in vier forensentreinen komen 191 mensen om het leven en vallen 2.050 gewonden. Na een onderzoek van Joustra naar de terreurdreiging in Nederland, wordt de NCTb opgericht.

Wat die moet doen en welke bevoegdheden hij krijgt, laten Donner, Remkes en Joustra in het midden. En dat is geen toeval, vertelt Joustra jaren later aan NRC: ‘Dat was precies mijn bedoeling. Ik koos er bewust voor om niets te regelen. Dat geeft alleen maar gezeur.’ 

In september 2004 schrijven Donner en Remkes aan de Tweede Kamer dat de NCTb – als een ‘spin in het web’ – ‘integrale dreigingsanalyses’ moet maken aan de hand van trends in de samenleving, en de samenwerking moet versoepelen tussen de ongeveer twintig instanties die zich op dat moment versnipperd met terrorismebestrijding bezighouden. 

De NCTb moet de samenwerking versoepelen tussen de twintig organisaties voor terrorismebestrijding

De ministers benadrukken dat het niet de bedoeling is dat de Coördinator een ‘persoonsgerichte aanpak’ hanteert, of ‘gerichte maatregelen jegens personen’ neemt. Die taken zijn voorbehouden aan organisaties als de politie en de AIVD.

Een paar maanden later, in januari 2005, gaat de NCTb écht van start. Naast Paul Abels stappen meer AIVD’ers over naar de nieuwe terrorismebestrijder, die pijlsnel groeit. In september 2005, slechts tien maanden na de dood van Van Gogh – wiens vader in dienst was bij de voorloper van de AIVD en werd opgevolgd door Abels – werken er al meer dan tachtig mensen.

Oorspronkelijk valt de nieuwe speler onder de verantwoordelijkheid van de ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie. Later wordt het een afdeling die exclusief valt onder Justitie en Veiligheid.

GeenStijl monitoren

Volgens Donner en Remkes was het maken van ‘integrale dreigingsanalyses’ een van de kerntaken. Daarvoor moest de NCTb informatie van verschillende instanties, waaronder de AIVD, de MIVD en de politie, ‘combineren, veredelen en gebruiken om zo te komen tot bruikbare beleidsadviezen’ voor de ministers.

Uitgangspunt leek daarbij dat voor de analyses alleen informatie werd gebruikt die door andere organisaties werd aangereikt. Maar dat ging volgens de Coördinator niet ver genoeg: voor het uitvoeren van zijn taken moest de NCTb ook zélf informatie kunnen verzamelen.

Abels: ‘Aanvankelijk maakten we onze rapporten op basis van informatie van de AIVD en andere organisaties. Maar om die informatie van de nodige context te voorzien en te koppelen aan de actualiteit, gebruikten wij open bronnen om die verder aan te kleden. Daarbij wilden we ook niet blind vertrouwen op de informatie van die partijen.’

‘Joustra zei: zolang niemand erover piept, gaan wij de smaakmakers in het maatschappelijk discours volgen’

Het duurde dan ook niet lang voordat de NCTb – geholpen door de bewust vaag gehouden taakstelling en onder het mom van ‘veredelen’ – ook zelf inlichtingen begon te verzamelen. 

Eerste halte: het internet, vertelt Abels. ‘In 2006 bedachten we dat het internet een goede plek was om de temperatuur in de samenleving te meten en te zien waarover opwinding ontstaat. We begonnen met het monitoren van Geenstijl en allerlei Facebookpagina’s, maar later ook Twitter’. 

Maar mensen moesten niet kunnen zien dat Abels en zijn analisten meekeken: ‘We mengden ons dus niet in discussies, we volgden die alleen passief, soms onder gebruikmaking van nicknames. De overheid mocht en mag dat blijkbaar niet volgens de wet.’

De bijnamen – NRC ontdekte zo’n anoniem Twitteraccount met de naam ‘Harry van Duinen’ – moesten ervoor zorgen dat het meekijken niet te herleiden was tot de NCTb. 

Volgens oud-minister Ferdinand Grapperhaus was de methode in gebruik van 2009 tot vlak na de publicatie van NRC, in maart 2021. Wel bleven de analisten aparte software gebruiken die hen in staat stelt zich ongezien op internet te begeven. Intern zou dit bekendstaan als het ‘vuile systeem’. 

Abels vindt het volstrekt logisch dat hij en zijn collega’s zo verdekt te werk gingen: ‘Open bronnen waren bij de inlichtingendiensten altijd een ondergeschoven kindje, maar feitelijk zouden de diensten de informatie daarin moeten gebruiken.’ Waarom een complexe hack uitvoeren, of iemand afluisteren, als je diezelfde informatie van Twitter kan halen?

Of het nu mocht of niet, in tijden van hoge dreiging worden dingen gewoon gedaan, zegt Abels. ‘Dat noemden we “feiten creëren”. Joustra zei: zolang niemand erover piept, gaan wij gewoon de smaakmakers in het maatschappelijk discours volgen. In het belang van de nationale veiligheid.’ 

‘Makkelijker werken, minder toezicht’ 

In 2006 waarschuwde een onderzoeksgroep intussen dat de NCTb zich dreigde te ontwikkelen tot een ‘derde inlichtingendienst’. Onder meer door ‘producten’ te leveren die ‘concurreren’ met die van de AIVD en MIVD, wat tot veel spanningen onderling leidde. Desondanks bonden Joustra en de zijnen niet in.

Vanaf 2012 maakte de afdeling ‘internetmonitoring’ van de NCTV gebruik van software van het omstreden bedrijf Coosto voor het monitoren van sociale media. Abels: ‘We gebruikten Coosto als zoekmachine om uit de bulk van data met trefwoorden relevante berichten te halen’. Zo werden volgens Abels bijvoorbeeld doodsbedreigingen aan het adres van politici ontdekt.

‘De NCTb is de grootste vijand van de AIVD’

De dadendrang van de NCTb zorgde voor wrevel met de AIVD. Abels: ‘Die was op dit terrein heel lang monopolist. Eenoog in het land der blinden. Nu zaten wij ook ineens aan tafel en gingen wij de nieren proeven. Hoe hard zijn hun conclusies eigenlijk?’ 

In 2006 werd na onderzoek vastgesteld dat de NCTb ‘onvermijdelijk’ in het vaarwater van de AIVD en de MIVD terechtkomt. Dat zou tot verwarring kunnen leiden in binnen- en buitenland. De militaire inlichtingendienst sprak tegen de onderzoekers de zorg uit dat de NCTb de relaties zou verstoren tussen de MIVD en zijn internationale partners. 

Eind 2005 liepen de spanningen zo hoog op dat zelfs de Amerikaanse ambassade in Nederland aan Washington rapporteerde dat de AIVD ‘sceptisch [is] over de NCTb’ en vindt dat die zich ’te veel begeeft in het veld van de inlichtingenvergaring’. 

Kroonjuwelen
Het ‘veredelen’ of ‘aankleden’ van informatie was een belangrijke reden voor de rap verslechterende verhoudingen tussen de Coördinator en de inlichtingendiensten. 

De AIVD leverde volgens Van Hulst ‘80 à 90 procent’ van de informatie die uiteindelijk in de dreigingsanalyses van de NCTV terechtkwam. Dat hielp de verhoudingen niet. Abels: ‘Het gevoel bij de diensten was dat de NCTb de kroonjuwelen van de AIVD naar zich toetrok en daarmee goede sier maakte. Waar voorheen Van Hulst op televisie kwam om iets uit te leggen over veiligheid, was dat nu ineens Joustra. En vaak met informatie van de AIVD.’

Het is olie op het vuur en de ruzie blijft niet binnenskamers. In een interview bij het tv-programma Buitenhof in 2007, drie jaar na de oprichting van de NCTb, zei Sybrand van Hulst zelfs dat hij betwijfelde of de analyses van de NCTb nog wel nodig waren. Over diens andere taken – coördinatie in crisissituaties en het beveiligen van politici bijvoorbeeld – was hij wel positief. 

Zijn opvolger bij de AIVD, Gerard Bouman, zou in een nieuwjaarsspeech zelfs hebben gezegd dat ‘de grootste vijand van de dienst niet terrorisme is, maar de NCTb’.

Lees verder Inklappen

Ondanks de wrevel stappen in de loop der jaren flink wat AIVD’ers over naar de terrorismebestrijder. Een bewuste strategie van Joustra, zegt Abels. De NCTb wordt daarbij geholpen door bezuinigingen.

Wanneer het kabinet in 2012 in het budget van de AIVD snijdt, vertrekken er namelijk zo’n honderd medewerkers, schat Kees-Jan Dellebeke, zelf oud-medewerker van de dienst. Een aantal van hen ging volgens Dellebeke naar de NCTV: ‘Als iemand van de AIVD overstapt, brengt hij of zij natuurlijk bepaalde ideeën met zich mee. Het zit in je bloed als inlichtingenman om zoveel mogelijk uit te willen zoeken. Ik kan me voorstellen dat AIVD’ers soms jaloers kijken naar de NCTV omdat het daar veel makkelijker werken is, aangezien daar andere wetten zijn en minder toezicht.’ 

‘Als een inlichtingendienst’ 

Achteraf beschouwd, is het dan ook geen verrassing dat het zo uit de hand is gelopen met de NCTV. Al is de mate waarin ronduit ernstig te noemen, zegt Jan-Jaap Oerlemans, hoogleraar inlichtingen en recht aan de Universiteit Utrecht, tegen Follow the Money: ‘De NCTV is zich echt als een inlichtingendienst gaan gedragen.’

Na de onthullingen van NRC kwam vorige maand naar buiten dat de gemeente Rotterdam flink uit de bocht vloog met haar radicaliseringsaanpak. Onder aansporing en met financiering van de NCTV zette de gemeente zo’n tweehonderd burgers in op sleutelposities om inlichtingen te verzamelen over andere inwoners van de gemeente. 

‘Dat burgers worden ingeschakeld als informanten is heel heftig, en de NCTV heeft dat ook nog eens betaald’

Een commissie onder leiding van Sybrand van Hulst (voormalig hoofd AIVD), trok de harde conclusie dat de gemeente haar boekje hiermee te buiten ging: ‘Gemeentelijke teams die zich bezighouden met antiradicaliseringsbeleid maken immers geen deel uit van opsporings- of inlichtingendiensten en beschikken dus niet over wettelijke kaders waarbinnen zij op een rechtmatige wijze de rechten van burgers mogen beperken, zoals de politie en AIVD.’

Hoogleraar Oerlemans: ‘Hoe ze in Rotterdam te werk zijn gegaan is echt schokkend. Dat burgers – zonder het te weten – worden ingeschakeld als informanten is heel heftig. En de NCTV heeft dat ook nog eens betaald, en op die aanpak gestuurd.’ 

De oorspronkelijke instructie van Donner en Remkes – dat het niet de bedoeling is dat de Coördinator ‘gerichte maatregelen jegens personen’ neemt – lijkt mijlenver uit zicht. Al is Abels het daar niet mee eens: ‘Als wij Willem Engel of Doutzen Kroes volgen, dan volg je hun uitlatingen als opiniemaker. We leggen geen persoonsdossier over ze aan, maar kijken naar de standpunten van corona-complotdenkers die zij verwoorden. Je kunt het maatschappelijk discours niet analyseren als je de smaakmakers niet mag volgen.’

‘Er waren intern wel juristen die zich afvroegen of wat we deden een probleem was geworden nadat de AVG in 2018 van kracht werd,’ zegt Abels nu. ‘Maar we gingen ervan uit dat de rechtsgrond die we voor onszelf geformuleerd hadden, nog steeds wel rechtsgeldig was.’

Oerlemans is duidelijk: ‘Het zou wat zijn als zo’n uitvoeringsinstantie zelf mag verzinnen wat ze wel en niet mag en dan doet wat in de diverse schandalen is gebeurd. Wat denk je dat er gebeurt als de politie en de inlichtingendiensten dat ook zouden doen? Dat gaat helemaal mis.’ 

‘Fluttekst’

Iedereen lijkt het er wel over eens dat er iets moet veranderen aan de wettelijke grondslag van de NCTV. Vorige week debatteerde de Tweede Kamer daarom uitgebreid over het nieuwe wetsvoorstel van de huidige minister van Justitie en Veiligheid, Dilan Yeşilgöz-Zegerius. 

Critici wijzen erop dat dit voorstel vooral lijkt te zijn bedoeld om de discutabele werkwijze van de NCTV alsnog van een wettelijke basis te voorzien. Oerlemans: ‘Ik heb de indruk dat ze even snel een grondslag hebben willen creëren voor de analysetaak van de NCTV.’ 

Hij zegt geschrokken te zijn van de kwaliteit van het voorstel: ‘Het is zo’n fluttekst, dat het mij ook na een paar keer lezen nog steeds niet duidelijk is welke bevoegdheden de NCTV nu precies moet krijgen. Als dat zo blijft, heb je een levensgrote kans op nieuwe schandalen als in Rotterdam. Dat risico kun je niet nemen, want het raakt fundamentele rechten van mensen.’

Hoe de nieuwe wet er ook uit komt te zien, op Paul Abels zal die geen effect meer hebben. In februari ging hij na zeventien jaar bij de NCTV met pensioen om zich te richten op het schrijven van kerkhistorische boeken. 

Volgende keer: Wat staat er op het spel als het wetsvoorstel van minister Yeşilgöz er doorheen komt?