Jan Kuitenbrouwer kapt tweewekelijks een pad door de online jungle.

    Dus je hebt een nichtje, op wie je dol bent, en dat nichtje is gek van panters en alles wat met panters te maken heeft. Als zij haar huwelijk aankondigt, denk je: ik koop iets met een panter voor haar, een mooi sieraad of zo. Je googelt wat en je komt uit op de website van de Bijenkorf, bij de ‘Panthère’, een witgouden collier van Cartier, met 176 briljant geslepen diamanten, onyx en smaragd van 1.23 karaat. En dat voor maar 402 euro! Laat dat nu ongeveer het budget zijn dat je in gedachten had.

    Dus je plaatst de bestelling, rekent af en de volgende dag haal je de aankoop af bij de Bijenkorf. Maar: de Panthère de Cartier kóst geen 402 euro, er is een foutje gemaakt, de ware prijs is 40.200 euro. Honderd keer zoveel! De Bijenkorf ontdekt de fout en reclameert, maar jij zegt: dit was de prijs, ik heb keurig betaald, ik sta in mijn recht. De Bijenkorf gaat naar de rechter, en die geeft ze gelijk: teruggeven die halsketting, of 40 mille betalen. Want, zegt de rechter, je online shopgedrag suggereert dat je niet te goeder trouw was: je kijkt vaak naar Cartier-producten en had dus kunnen weten dat die prijs niet klopte.

    Het klinkt als een plot voor Black Mirror, maar dit is onlangs gebeurd, in Nederland. Met één verschil: de rechter noemt die trackingdata niet in het vonnis, maar de advocaat van de Bijenkorf heeft ze wel degelijk ingebracht als ‘bewijs’.

    Realiseert u zich dat, wanneer u een beetje zit te browsen op het internet? Dat de sporen die je daarbij achterlaat niet alleen verkocht worden aan marketeers, maar ook tegen je gebruikt kunnen worden in een rechtszaak? Als websites je daarvoor zouden waarschuwen – every click you make can be used against you in a court of law - zou je dan ja zeggen, of als de bliksem rechtsomkeert maken?

    Het internet heeft een paar erfelijke gebreken

    Wie in 1885, toen de auto werd uitgevonden, had voorspeld dat er ooit zoiets als stockcar racing zou bestaan, waarbij dit fonkelende toonbeeld van technologische vooruitgang op een modderig circuitje voor de aardigheid tot schroot werd gereden, was voor gek verklaard. Zo is het met het internet ook. Wat wij vandaag met die technologie doen, was voor de pioniers niet voorstelbaar, laat staan voorspelbaar.

    Waarschijnlijk zouden die pioniers het met de kennis van nu ook een stuk anders hebben gedaan. Het internet mag dan de belangrijkste motor van de technologische vooruitgang zijn, tegelijk heeft het een paar erfelijke gebreken.

    Iemand anoniem opbellen kan alleen met een geheim nummer, maar ook die bellers kunnen worden getraceerd. Later werd nog een extra screen toegevoegd: nummerherkenning. De uitvinders van het internet kozen voor een protocol waarbij informatie alleen een geadresseerde heeft, maar geen afzender. Die kan zich vrijwillig bekend maken, maar het hoeft niet. Computergeheugen was nog kostbaar, verbindingen waren traag, dus de protocollen werden zo licht mogelijk gebouwd: maximale payload, minimale formaliteit. Een ander belangrijk moment was de uitvinding van de hyperlink, en ook die werkt in één richting: u kunt op een document van mij klikken zonder dat ik weet wie u bent.

    Het internet moest open, democratisch en anti-autoritair zijn. Het systeem zelf verifieert niets, dat moeten de gebruikers zelf maar uitzoeken. Daardoor is het internet een struikgewas van authenticatieprocedures geworden: je gebruikt al gauw, twintig, dertig internetdiensten, en voor elke word je geacht een uniek wachtwoord te hebben. Hoogst inefficiënt. Als je van de NPO naar RTL zapt hoef je toch ook niet eerst een code in te tikken? Als ik de telefoon pak, hoef ik toch ook niet eerst te bewijzen dat ik wel abonnee ben?

    Dus als een internetaanbieder zegt: om het gebruik van deze dienst makkelijk te maken, moeten wij wel even meekijken met wat u doet, zijn wij geneigd om ‘ja’ te zeggen. En als de aanbieder vraagt of hij dit-of-dat dan ook nog mag weten, zeggen we weer ja. Uiteindelijk is de lijst van wat een internetaanbieder over je mag bijhouden zó lang, dat we hem niet meer lezen en tekenen bij het kruisje. Er wordt zo vaak aangebeld, dat we maar een touwtje uit de brievenbus hangen. 

    Juist door het afschermen van de individuele internetgebruiker legden de uitvinders van het internet zo de basis voor Big Data. Zo zijn wij in de huidige paradoxale situatie terecht gekomen: je kunt anoniem zijn op het internet, maar daardoor hebben we nog maar heel weinig privacy. Wat een internetaanbieder van mij wil weten is wie ik ben, en hoe hij mij kan vinden. Onder welke naam ik mij registreer interesseert hem niet, maar de reëel bestaande wereld weet niet wie ‘Braveheart666’ is. Het afschermen van je privacy en anoniem opereren zijn twee verschillende dingen – het internet maakt ze synoniem.

    Valt dit nog te repareren?

    Wie online een tiener pest kan dat anoniem doen, maar die tiener leeft in de echte wereld en springt in zijn echte wanhoop voor een echte trein. Anonieme politieke propaganda, trollenfabrieken, desinformatie, haattaal, intimidatie, illegaal downloaden, een warenhuis dat zijn klanten bespioneert — het is allemaal te danken aan een weeffoutje van vijftig jaar geleden. Een weeffoutje dat menselijkerwijs niet te voorzien was, in een overigens geniaal systeem dat de mensheid veel moois gebracht heeft, laten we dat er vooral snel aan toevoegen.

    De vraag is: valt dit nog te repareren? Sir Tim Berners-Lee, architect van het huidige internet (inclusief de weeffouten), gaat het proberen. Hij heeft de ontaarding van zijn geesteskind met afgrijzen aangezien. ‘Ook al is er veel moois bereikt, het web heeft zich ontwikkeld tot een machine van onrecht en verdeeldheid, bestuurd door hogere machten die het gebruiken voor hun eigen agenda’s,’ meent hij. Hij wil het internet ‘her-decentraliseren’ met een applicatie genaamd Solid: een soort kluis, waar al je data in zitten, een pod.

    Solid staat voor social linked data: zelfbeheerde data. Apps en de content die zij genereren worden van elkaar gescheiden, de content is van jou, je kunt ermee doen wat je wilt. En wie erbij wil, moet het beleefd vragen en goed uitleggen waarom. Met Solid zou je ook een eind kunnen maken aan het misbruik van anonimiteit. Koppel die datapod aan een digitaal identiteitsbewijs — dan ben je ook van al die inlogprocedures en die rugzak vol wachtwoorden af — aan een portemonnee voor de betaling van online aankopen, en je kunt je intellectuele eigendom ermee beschermen: deze content is voor u toegankelijk onder de volgende voorwaarden.

    Organisaties voor digitale burgerrechten, zoals Bits Of Freedom, zien anonimiteit nog steeds vooral als een waarborg voor privacy en maken zich sterk voor het behoud van online anonimiteit. De opgave wordt om die twee weer van elkaar te scheiden. Zodat wij onze digitale privacy terugkrijgen, én zodat het misbruik van anonimiteit kan worden bestreden terwijl het mogelijk blijft om, als daar goede redenen voor zijn, je identiteit geheim te houden. ‘Het is een delicate balans’, aldus Berners-Lee.

    Bij de lancering van Solid werd al direct opgemerkt dat dit lijnrecht ingaat tegen de belangen van Google, Amazon, Facebook, Apple en Microsoft, aka de Frightful Five. Een ‘oorlogsverklaring’ werd het zelfs genoemd. Berners-Lee suste de opwinding, ‘maar,’ zei hij, ‘wij vragen geen toestemming.’

    Zoals men dan op internet zegt: wie pakt de popcorn?

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jan Kuitenbrouwer

    Gevolgd door 368 leden

    Journalist, schrijver en presentator.

    Volg Jan Kuitenbrouwer
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Datadictatuur

    Gevolgd door 698 leden

    2018 was het jaar van de Grote Internet Ontnuchtering. Voor het eerst zagen we de techindustrie met haar datahonger als een G...

    Volg dossier